Vakantie

Zaterdag ga ik voor drie weken met vakantie naar Vietnam, dus dat betekent even geen nieuwe informatie op het weblog.

Ik had me voorgenomen om voor de zomervakantie op al mijn dossiers ingewerkt te zijn en dat is aardig gelukt. In deze laatste week voor de vakantie heb ik me in het laatste onderwerp (grondbeleid) verdiept en nu  heb ik dan ook alle onderdelen uit mijn portefeuille goed in beeld. 

Het verrast me hoe snel het allemaal is gegaan. We zijn als College eigenlijk nog maar net gestart en we hebben ons niet alleen op alle dossiers ingewerkt, maar we hebben ook op belangrijke dossiers besluiten kunnen nemen. Deze week bijvoorbeeld, hebben we een knoop doorgehakt over de renovatie van het Holleblokcomplex. De week daarvoor over de BOA’s (extra toezichthouders in de wijken). En de week daarvoor werd de verordening voor de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) vrijgegeven voor inspraak en werd de Europese aanbesteding voor huishoudelijke verzorging gestart. Ook zijn nu al veel zaken in gang gezet, waarover in het najaar besluitvorming kan plaatsvinden. Zelf zal ik na mijn vakantie een groot aantal werkbezoeken gaan brengen aan maatschappelijke organisaties die een rol spelen (of kunnen spelen) bij schuldhulpverlening.

Het is hard werken geweest en het is een goed vooruitzicht om drie weken in een totaal andere omgeving te zijn. Ik wens een ieder die nog met vakantie gaat een fijne tijd toe en vooral ook een veilige thuiskomst.

Janny Bakker

Coach voor mensen met een verstandelijke beperking

In de afgelopen week ontving ik een e-mail van het Regionale Patienten Consumenten Platform (nu “Zorgbelang”), met de mededeling dat zij niet bereid waren om een coach voor verstandelijk gehandicapten te betalen. Ik had het Platform hierom gevraagd, omdat ik weet dat zij geld vanuit het Rijk hebben gekregen voor participatie van patienten / consumenten bij de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). En dan komt dit bericht. Argument is, dat zij andere prioriteiten hebben en dat de gemeente verantwoordelijk is voor participatie. Met dat laatste kan ik wel instemmen. Maar bij die prioriteiten zet ik toch wel mijn vraagtekens.

Toch laten we ons hierdoor niet ontmoedigen. De coach voor verstandelijk gehandicapten komt er. Want ik vind het belangrijk dat juist ook verstandelijk gehandicapten zelf kunnen meepraten over beslissingen die voor hun dagelijks leven van cruciale betekenis zijn. Iemand die niet goed meer stukken kan lezen krijgt een bril. Iemand die niet goed meer kan horen krijgt een hoortoestel. Dat vinden we allemaal vanzelfsprekend. Maar een verstandelijk gehandicapte heeft nu eenmaal andere hulpmiddelen nodig om zijn of haar stem te laten horen. En dus krijgt in Huizen een verstandelijk gehandicapte een coach.

Huishoudelijke verzorging

Vandaag heb ik het convenant getekend, voor europese aanbesteding van de huishoudelijke verzorging. Negen gemeenten uit de Gooi- en Vechtstreek (Huizen, Hilversum, Bussum, Naarden, Laren, Blaricum, Muiden, Weesp, Wijdemeren) werken hierin samen. Dat betekent voor burgers uit die negen gemeenten dat ze vanaf 1 januari op dezelfde hoge kwaliteit van huishoudelijke verzorging kunnen rekenen. We weten natuurlijk nog niet wie de huishoudelijke verzorging straks in onze regio zal gaan leveren. We weten wel dat er hoge kwaliteitseisen gesteld worden en dat er voldoende keuzemogelijkheden voor burgers zullen zijn. Dat hebben we als negen gemeenten unaniem belangrijk gevonden.

Gisteren heb ik ook een gesprek gehad met de directeur van het Steunpunt Mantelzorg en de voorzitter van de regionale afdeling van Alzheimer Nederland. Mieke Bos (tot voor kort nog PvdA fractievoorzitter in Huizen) is nu voorzitter van deze afdeling. Leuk, zo’n hernieuwde kennismaking, nu dus beiden in een andere rol. Het gesprek vond op mijn verzoek plaats, nadat ik op de conferentie over Alzheimer onthutsende verhalen had gehoord van mensen met Alzheimer en hun mantelzorgers. Verhalen, die benadrukken hoe belangrijk het is dat de gemeente de zorg voor deze mensen (dus ook huishoudelijke verzorging) straks (als de Wet Maatschappelijke Ondersteuning in werking is getreden) goed regelt. 

Zo is het bijvoorbeeld voor mensen met (beginnende) dementie van belang dat er zoveel mogelijk 1 persoon in huis komt, die vertrouwd is en ook kennis van zaken heeft. Ook voor de mantelzorger (meestal de partner) is dit van belang. Er moeten bovendien voldoende mogelijkheden worden geboden om de mantelzorger even te ontlasten, bijvoorbeeld door voldoende tijdelijke logeeropvang of crisisopvang. We hebben gesproken over diverse vormen van indicatiestelling, waarbij duidelijk werd hoe belangrijk het is dat, juist bij mensen met Alzheimer, ook de mantelzorger bij de indicatie wordt betrokken. “Respect”, dat is een term die vaak naar voren kwam in dit gesprek. Niet al die vernederende onderzoeken, terwijl toch al duidelijk is wat er aan de hand is. Niet wachten tot de mantelzorger overspannen raakt, maar tijdig aandacht hebben voor de problemen waar de  mantelzorger tegenaan loopt. 

Dat spreekt me nu zo aan bij het werken als wethouder. Natuurlijk moeten veel abstracte zaken goed geregeld worden (een convenant, een verordening, uitvoeringsbesluiten etc.) en daar steken we ook veel tijd in. Maar het gaat steeds wel om mensen, in hun eigen situatie, met hun eigen zorgen en problemen, waarvoor we al die dingen doen. Beleid kan alleen maar goed werken, als we bij het maken van beleid of de uitvoering van dat beleid ook echt heel dicht bij de mensen blijven waar het om gaat. En dat maken organisaties als Alzheimer Nederland en het Steunpunt Mantelzorg ons gelukkig wel heel goed duidelijk.

Marja van Bijsterveldt

Vandaag had ik een bijzondere ontmoeting met onze landelijke partijvoorzitter Marja van Bijsterveldt. We hadden al een tijd geleden een afspraak gemaakt om nog eens van gedachten te wisselen over het asielbeleid van het kabinet Balkenende.

Vandaag constateerden we dat veel van het asielbeleid dat de afgelopen jaren is ingezet humaan is geweest en ook resultaat heeft gehad. Er zijn kortere procedures voor asielzoekers. Er is voor asielzoekers die terug moeten naar hun land van herkomst veel meer duidelijkheid geschapen. En er zijn beduidend minder asielzoekers op straat dan onder vorige paarse kabinetten. In die periode, toen nog onder staatssecretaris Cohen, werden zoveel asielzoekers op straat gezet, dat de kerken zelfs met kerkasiel begonnen, om de vele dakloze asielzoekers op te vangen.

Maar we constateerden ook dat er nog steeds mensen zijn die niet in de strakke regels onder te brengen zijn. Kinderen van asielzoekers bijvoorbeeld, die in gevangenissen worden opgesloten. Mensen met een asielverzoek op medische gronden, die ziek zijn, maar niet in de opvang mogen. Mensen die na een eerste korte procedure afgewezen zijn, maar tegen dit besluit in beroep gaan of mensen die een beslissing vragen van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Zij mogen de beslissing in Nederland afwachten, maar hebben geen recht op opvang of voorzieningen. En dan is er nog een grote groep van mensen, die wel willen terugkeren, maar geen uitreispapieren krijgen, omdat ze in hun land van herkomst niet (meer) welkom zijn. Ook deze mensen zwerven in Nederland op straat rond, zonder middelen van bestaan.

Wat kan het CDA hier nu aan doen, vroegen we ons af. Want bij vrijwel iedere “humane” oplossing komt gelijk weer het argument van de aanzuigende werking naar voren. Ik vind dat we daar niet zo angstig voor moeten zijn. Juist omdat we aan de poort streng zijn, opvang in de eigen regio ondersteunen en mensen die uitgeprocedeerd zijn ook daadwerkelijk uitzetten, kunnen we voor de mensen die hier zijn en echt niet weg kunnen naar oplossingen zoeken, waarbij mededogen voorop staat. Dat is onze plicht als christenen en dat hoort naar mijn overtuiging het CDA ook uit te stralen.

Ik weet niet wat hiervan straks in het nieuwe programma van het CDA wordt meegenomen. Maar er is wel aandachtig naar argumenten geluisterd. En dat is gelukkig nog steeds kenmerkend voor onze partij. Het CDA is geen partij die het accent legt op een kille uitvoering van regels, maar een partij die regels ten dienste stelt aan mensen. Omdat het bij ons om mensen gaat.

Kerk en Vluchteling

Morgen is er weer een bestuursvergadering van de stichting Kerk en Vluchteling. Maar voor het eerst sinds ruim 6 jaar ben ik daar niet meer bij. Per 1 juli jl. ben ik afgetreden als voorzitter van Kerk en Vluchteling en heeft Jo Beltman de voorzittershamer van mij overgenomen. De stichting Kerk en Vluchteling heeft een financiele relatie met de gemeente Huizen en hoewel het afscheid me best  moeite kost, vind ik dat het  voorzitterschap van Kerk en Vluchteling om die reden toch niet verenigbaar is met mijn functie als wethouder.  

De Stichting Kerk en Vluchteling verleent in Huizen noodhulp aan dakloze asielzoekers, die legaal in ons land zijn, maar geen recht hebben op opvang. Ook wordt tijdelijk onderdak gegeven aan uitgeprocedeerde asielzoekers die hulp vragen bij terugkeer naar het land van herkomst of doormigratie naar een ander veilig land. Kerk en Vluchteling ontvangt voor het dagelijks levensonderhoud van deze mensen giften van kerken en particulieren uit de hele regio. De gemeente Huizen verstrekt een subsidie voor de huur van de opvanghuizen. Mijn besluit om uit het bestuur van Kerk en Vluchteling te gaan is gebaseerd op die subsidierelatie tot de gemeente Huizen. Ik wil de schijn van belangenverstrengeling vermijden.
Mijn aftreden als voorzitter van Kerk en Vluchteling betekent niet dat ik me als CDA-er  niet zal blijven inzetten voor een rechtvaardig én humaan asielbeleid. Asielzoekers die veilig naar hun eigen land kunnen terugkeren moeten daarbij geholpen worden. Maar zolang zij in ons midden zijn, hebben ze recht op een fatsoenlijke behandeling. Asielzoekers die hier nog in een procedure zijn, horen niet op straat te leven. Zeker geen oude mensen, gezinnen met jonge kinderen of mensen met bijvoorbeeld ernstige diabetes of een ernstige psychische stoornis. Zolang we al die mensen in Huizen nog noodopvang moeten verlenen, zal ik in den Haag aan de bel blijven trekken. Dat ik dat niet als voorzitter van Kerk en Vluchteling doe, maar uitsluitend als bezorgd CDA lid, is misschien zelfs nog effectiever.
 
In Jo Beltman zie ik een waardig opvolger. Jo heeft onder meer als CDA raadslid en fractievoorzitter, maar ook kerkelijk, als bestuurder van de R.K. parochie Huizen Blaricum/Bijvanck veel bestuurlijke ervaring opgedaan en is ook al langere tijd als vrijwilliger betrokken bij een gezin dat bij Kerk en Vluchteling onderdak heeft gevonden. Hij kent de materie goed en heeft een groot netwerk.