Uitbreiding verpleeghuisplaatsen

Vorig jaar was ik aanwezig bij een regionale bijeenkomst van het Landelijk Dementieprogramma in Huizen. Op die middag werden belangrijke knelpunten in de zorg voor dementerenden benoemd, waaronder het gebrek aan verpleeghuisplaatsen in onze regio. Dat dit probleem (door de sterke vergrijzing in onze regio) alleen maar zal toenemen, was toen al evident. Op dat moment verwachtte ik wel dat we als gemeente (bij de invoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning per 1 januari 2007) met dit knelpunt te maken zouden gaan krijgen, maar niet dat dit al direct in de eerste weken van januari zou zijn. Toen zich in die periode in onze gemeente twee situaties voordeden van ernstige problemen van dementerenden in de thuissituatie door het (tijdelijk) wegvallen van de mantelzorgers, trokken we dus ook direct aan de bel bij Alzheimer Nederland, afdeling het Gooi, die daarop op hun beurt onmiddelijk actie nam en alle partijen binnen 1 week bij elkaar om tafel bracht.

Tijdens dit eerste overleg waren aanwezig, naast Alzheimer Nederland, afdeling ’t Gooi en de gemeente Huizen (mede namens de regiogemeenten Gooi en Vechtstreek), drie grote zorginstellingen uit de regio, de SSIG (is de overkoepelende organisatie van zorginstellingen) het AGIS zorgkantoor en Zorgbelang (is de overkoepelende belangenorganisatie voor clienten).

Er bleek meer onderzoek nodig naar de precieze omvang van de problematiek. Voor Huizen wilde ik daar niet op wachten. Om die reden zijn al in januari afspraken gemaakt met de Huizer zorginstellingen (de Marke, de Bolder, Voor Anker), de Thuiszorg Gooi en Vechtstreek, de Christelijke Thuiszorg en de Stichting Locaal Welzijn. Die afspraken komen kort gezegd hierop neer, dat bij een crisis, die ontstaat door het wegvallen van een mantelzorger, in Huizen binnen 24 uur hulp wordt geboden aan de dementerende die alleen achterblijft, bij voorkeur in de thuissituatie. Tijdens kantooruren kunnen huisartsen of andere betrokkenen hiervoor het zorgloket bellen. Na kantooruren en in de weekenden hebben de drie genoemde zorginstellingen een 24-uurs bereikbaarheid.

Inmiddels zijn we al weer ruim vier maanden verder, maar is er niet stil gezeten. Door alle betrokkenen in de regio is keihard gewerkt aan een regio-brede oplossing voor dit probleem. Vandaag presenteerden we het resultaat van die inspanningen aan de pers: Er komen (naast de 5 crisisplaatsen die er al waren) per direct nog 3 extra crisisplaatsen beschikbaar, voor mensen die zeer acuut moeten worden opgenomen. En per 2008 komen er 60 extra verpleeghuisplaatsen in de regio beschikbaar. Afgesproken is dat we daarnaast heel goed in beeld gaan brengen hoe de wachtlijst voor verpleeghuiszorg eruit ziet en waar precies de behoefte aan zorg van de mensen op de wachtlijst uit bestaat. Uitgangspunt is dat we er gezamenlijk alles aan zullen doen om mensen zo lang mogelijk in hun thuissituatie te kunnen laten. Dat betekent dat goede huisvesting nodig is en dat de mantelzorgers (meestal de partners) ook goede begeleiding en ondersteuning moeten krijgen. Maar dat betekent ook dat -als het echt niet meer thuis kan- een opname in een verpleeghuis in onze eigen regio gegarandeerd moet kunnen worden.

Zover zijn we nu nog niet, maar de eerste stappen in de goede richting zijn met de uitbreiding van het aantal verpleeghuisplaatsen wel gezet! Daarnaast zie ik het ook als een belangrijk winstpunt, dat we als betrokken partijen (belangenorganisaties, zorginstellingen, zorgkantoor en gemeenten in de Gooi en Vechtstreek) samen optrekken om een optimale zorg voor dementerenden in onze regio tot stand te brengen.

Natuurlijk ben ik blij met het tot dusver bereikte resultaat. Maar er is geen reden om nu achterover te gaan leunen. Integendeel. We zullen er keihard tegenaan moeten om naar de toekomst toe nieuwe zorgarrangementen voor dementerenden en hun mantelzorgers tot stand te brengen. Wordt vervolgd dus!

Trefpunt voor mensen met niet aangeboren hersenletsel

Deze week heb ik in het Dienstencentrum aan de Waterstraat in Huizen het Trefpunt voor mensen met niet aangeboren hersenletsel mogen openen. Met enige trots mag ik wel zeggen, want dankzij de slagkracht van alle betrokken organisaties is Huizen de eerste gemeente in onze regio waar zo’n trefpunt is gerealiseerd. Andere gemeenten, zoals Hilversum en Eemnes, hebben inmiddels ook belangstelling getoond voor een dergelijk trefpunt. Bij “niet aangeboren hersenletsel” moet u bijvoorbeeld denken aan een hersenbloeding of aan een ongeval waarbij hersenbeschadiging is opgetreden.

Ik heb persoonlijk (nu al weer bijna 15 jaar geleden) van heel dichtbij meegemaakt hoe een familielid door een verkeersongeval ernstig hersenletsel opliep. In het begin is iedereen heel behulpzaam en zijn er allerlei behandelmogelijkheden, maar na verloop van jaren verslapt de aandacht van hulpverleners. Aan de buitenkant is dan niet veel meer te merken, terwijl de persoon zelf en diens naaste familieleden toch nog steeds dagelijks met de gevolgen van het hersenletsel te maken hebben. Al die jaren was er in onze regio eigenlijk geen steun en begeleiding meer voor mensen in deze situatie. Met de komst van het Trefpunt is dat er gelukkig wel. Een broodnodige voorziening dus, waarvan ik oprecht hoop dat de drempel laag genoeg zal zijn, zodat getroffenen zelf en mensen in hun directe omgeving, in het Dienstencentrum ook langere tijd na het hersenletsel de steun en begeleiding zullen krijgen die ze zo hard nodig hebben.   

 

Dag van de arbeid?

Dinsdag 1 mei 2007: “Dag van de arbeid”. Overal in de wereld is deze dag gevierd (als ik tenminste afga op de beelden op het journaal), behalve in Nederland. Om maar bij Huizen te blijven: weinig arbeid op deze dag. Ook op het gemeentehuis was het rustig. Er was op deze dinsdag geen collegevergadering en veel mensen bleken met voorjaarsvakantie te zijn. Weinig telefoontjes dus ook en geen afspraken. Wat doe je dan op zo’n dag als wethouder?

Ik maakte van de gelegenheid gebruik om de groep van 24 senioren uit te zwaaien, die om 10 uur vanuit het Dienstencentrum aan de Waterstraat per fiets vertrokken naar de Veluwe. Deze “fietsdriedaagse” wordt nu al voor de 7e keer georganiseerd. Een sportief-recreatief en sociaal gebeuren, waar de deelnemers zichtbaar van genieten. Donderdag komen ze weer terug. En betere weersomstandigheden (zonnetje, niet te heet, weinig wind) kan de groep natuurlijk niet wensen.

Terug op het gemeentehuis heb ik alle concept-antwoorden gelezen die door onze medewerkers op de vele vragen van raadsfracties over de voorjaarsnota zijn gegeven. Een enorme klus, die in slechts enkele dagen toch weer geklaard is. Ik mopper wel eens dat dingen lang duren, maar eerlijk is eerlijk, sommige zaken gaan ook echt heel erg snel. Dinsdag gaan we de beantwoording van alle vragen in het College bespreken.

Nog wat handtekeningen zetten op een aantal stukken en dan is het al weer lunchtijd. Met mijn collega Petra van Hartskamp maken we van die gelegenheid gebruik om wat lopende zaken uit te wisselen.

In de middag ga ik samen met een van onze medewerkers op de fiets naar onze Huizer stranden. Het doel is om kennis te maken met de strandwacht, die (heus waar!) per 1 mei echt met “de arbeid” is gestart.

Toen we op de strandpost aankwamen was de vlag al gehesen en waren er (ondanks de wind) toch best nog heel wat mensen op het strand. Indrukwekkend om te zien hoe de strandpost door die vele vrijwilligers wordt bemenst, wat een organisatie daarvoor nodig is en wat er allemaal aan eerste hulp mogelijk is.

Al met al een relaxte dag, die voor mij persoonlijk niet echt het stempel “Dag van de arbeid” krijgt, maar veel meer de “Dag van de recreatie”. Hebben we eigenlijk zo’n dag?