Haagse bemoeizucht

Met stijgende verbazing en ergernis lees ik de berichtgeving in de media over de bemoeizucht van de rijksoverheid als het gaat om de nieuwe situatie in de thuiszorg, sinds gemeenten de huishoudelijke hulp zijn gaan regelen. Ik heb daar geen goed woord voor over en ik heb ook geen enkele behoefte aan deze Haagse regelzucht. Gemeenten kunnen hun taken op dit gebied zelf echt wel aan en nemen de behoeften van hun burgers uiterst serieus, zoals ook in het afgelopen jaar in onze regio duidelijk is gebleken. 

De burger ziet door alle berichten in ieder geval door de bomen het bos niet meer. Wat overblijft is het gevoel dat gemeenten het kennelijk niet goed doen en die beeldvorming is echt onterecht. Wat mij betreft zou het in de media wel eens duidelijker mogen worden, dat gemeenten op grond van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) uitsluitend de huishoudelijke hulp moeten regelen. Alle andere thuiszorg (dus verpleging, verzorging etc.) is nog steeds geregeld in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en daarmee de verantwoordelijkheid van het rijk. Het plaatje van de oude dame in de krant, die steeds door iemand anders gewassen wordt, gaat dus over een onderdeel van de thuiszorg waar gemeenten geen enkele zeggenschap over hebben. Nogmaals, gemeenten gaan alleen over huishoudelijke hulp. Wel jammer vind ik, want het was voor onze burgers beter geweest als er geen schotten in de thuiszorg zouden zijn, maar de rijksoverheid heeft met de invoering van de WMO nu eenmaal voor dit model gekozen. De AWBZ is echter nog volop onderwerp van discussie en ik verwacht zeker dat gemeenten in de toekomst meer regie zullen krijgen over alle hulp die mensen in de thuissituatie nodig hebben.

Liever dan zich nu met het door gemeenten gevoerde beleid te bemoeien, zou ik zien dat de rijksoverheid zich bezig gaat houden met problemen waar zij zélf verantwoordelijk voor is en waar ze ook echt iets aan zou moeten gaan doen. Er is, om maar eens wat te noemen, nog steeds in onze regio een tekort aan verpleeghuisbedden. De inhaalslag die we dit jaar gaan maken (overigens niet dankzij inmenging van het rijk, maar dankzij inmenging van gemeenten!) zal de nood tijdelijk lenigen, maar de vergrijzing in onze regio zal de komende jaren dermate toenemen, dat verdere maatregelen dringend geboden zijn. Daar hoor ik in den Haag niemand over praten. Kennelijk is het gemakkelijker om zich over verantwoordelijkheden van lagere overheden uit te laten, dan de hand in eigen boezem te steken.

Toen de rijksoverheid nog verantwoordelijk was voor de huishoudelijke hulp, rezen de kosten van de huishoudelijke hulp de pan uit. De AWBZ dreigde daardoor onbetaalbaar te worden. De rijksoverheid bedacht het plan om de huishoudelijke hulp over te hevelen naar gemeenten. Dit gebeurde overigens pas nadat eerst nog even fors werd gesnoeid in de indicatiestelling, zodat een aanzienlijk lager bedrag naar de gemeenten kon worden doorgesluisd. Hoewel er zeker inhoudelijke argumenten aan de WMO ten grondslag hebben gelegen, waar ik persoonlijk ook helemaal achter kan staan, werd de WMO door deze operatie toch door velen primair als een bezuinigingsmaatregel gezien.

Gemeenten hebben desondanks deze ogenschijnlijk ondankbare klus serieus opgepakt en hebben de uitvoering van de huishoudelijke hulp naar eer en geweten ter hand genomen. Ook in onze regio was dat het geval. Bij de openbare aanbesteding (waar mevrouw Bussemaker nu vanaf lijkt te willen, maar die voor gemeenten wel door de rijksoverheid verplicht werd gesteld) hebben kwaliteitsargumenten dan ook de overhand gekregen. De prijs speelde pas in tweede instantie een rol. Gemeenten wilden vooral kwalitatief goede hulp bieden, passend bij de behoeften van hun inwoners.

Gaandeweg het jaar 2007 werd duidelijk dat binnen gemeenten, door het zorgvuldig uitvoeren van de indicatiebesluiten, een verschuiving optrad van dure huishoudelijke hulp naar meer goedkope huishoudelijke hulp. Let wel: de mensen die het betrof kregen gewoon de hulp die geïndiceerd was en over het algemeen leidde deze verschuiving niet tot klachten bij mensen die deze hulp nodig hadden.

De thuiszorginstellingen zagen echter hun omzet schrikbarend dalen en dreigden daardoor zodanig in de problemen te komen, dat ontslagen niet te voorkomen leken te zijn. Om die reden hebben we in onze regio voor het jaar 2008 een overgangsregeling getroffen. Thuiszorginstellingen krijgen dit jaar de kans om hun bedrijfsvoering aan de nieuwe situatie aan te passen en duur betaalde krachten om te scholen naar banen in de zorg. 

Thuiszorginstellingen klagen nu kennelijk steen en been bij de rijksoverheid, die daar vervolgens ook met krokodillentranen op reageert. Maar waar was het nou eigenlijk allemaal om te doen? De rijksoverheid wilde toch dat de kosten van de AWBZ naar reële proporties zouden worden teruggebracht? Zij wilde toch dat mensen passende huishoudelijke hulp zouden krijgen en geen (duurdere) hulp waar ze zelf helemaal niet om gevraagd hebben? Zoals het zich nu laat aanzien gaan gemeenten die doelen ook realiseren. En er blijft zelfs wat financiële ruimte over, waarmee meer “hulp op maat” kan worden bekostigd en waarmee weer geinvesteerd kan worden in innovatie. Ook dat is hard nodig, want ondanks de hoge kosten hebben mensen die thuis hulp nodig hebben nauwelijks iets te kiezen.  Niks “oppotten door gemeenten” dus, maar wel een herverdeling van schaarse middelen, ten gunste van passende ondersteuning van burgers die thuis hulp nodig hebben.

Overigens hebben we in onze regio met de overgangsregeling ook al geregeld dat thuiszorginstellingen aan alphahulpen fatsoenlijke contracten kunnen gaan aanbieden. Ook daar is echt geen aanvullende Haagse regelgeving voor nodig.

Kortom: als de rijksoverheid problemen bij gemeenten over de schutting wil gooien, moet diezelfde overheid er ook op vertrouwen dat gemeenten die problemen ook adequaat aanpakken. En in onze regio hebben we laten zien dat we daar als gemeenten uitstekend toe in staat zijn.

Feest van erkenning

 

Vandaag was ik te gast op het “feest van erkenning”, een muziekfeest dat in de Kalkovens in Huizen werd georganiseerd voor de bewoners en het personeel van de Woonvorm Huizen (onderdeel van Sherpa) aan de Bovenmaatweg in Huizen.  

Het feest was bedoeld om de bijna 20 bewoners van de woonvorm, die een verstandelijke en/of lichamelijke beperking hebben, samen met hun familie, vrienden en begeleiders een leuke middag te bezorgen en om hen op die manier te erkennen voor wie ze zijn en wat ze doen. De opbrengst van de middag ging naar de Hersenstichting Nederland.

Huizen heeft “zichtbaarheid” en “positieve beeldvorming” van mensen met beperkingen als een van de doelstellingen van WMO beleid gemaakt. Deze middag was het initiatief van Jules Trenay, een broer van een van de bewoners van de woonvorm en dit initiatief sluit naadloos aan op deze doelstelling. Ik vond het hartverwarmend om vanmiddag te ervaren hoeveel men voor deze mensen uit de woonvorm over heeft. Dat geldt zowel voor de mensen uit de directe familiekring als voor alle begeleiders en betrokkenen bij de woonvorm. Vanmiddag werd niet alleen door de bewoners van de woonvorm zelf, maar ook door al die mensen om hen heen zichtbaar genoten en ik vond het heel bijzonder om daar even van mee te mogen genieten.   

Meedoen in de samenleving

In de afgelopen week was ik te gast bij een groep van bijna 40 Marokkaanse vrouwen, die na 2 jaar wekelijks een cursus te hebben gevolgd bij de Stichting Locaal Welzijn hun diploma in ontvangst mochten nemen. Ik was onder de indruk van de inzet van deze vrouwen, die zo hun uiterste best hebben gedaan om te kunnen meedoen in onze complexe Nederlandse samenleving. Ze waren zo gemotiveerd om de Nederlandse taal beter te leren, om te leren hoe ze kunnen meehelpen op de school van hun kinderen, hoe ze wegwijs kunnen worden in de buurt waarin zij wonen, hoe ze basale kennis kunnen krijgen van onze Nederlandse gezondheidszorg en hoe zij zelf ook eerste hulp bij ongevallen kunnen bieden. Ik was ook verrast door de onderlinge saamhorigheid tussen deze vrouwen en tussen hen en de Nederlandse vrouwen, die bij de cursus betrokken waren.

Wij maken ons als autochtone Nederlanders vaak zorgen over de moeizame integratie van allochtone groepen in onze samenleving. En we moeten onze ogen ook niet sluiten voor de problemen die dit met zich meebrengt. Maar laten we toch ook eens kijken naar de positieve gebeurtenissen in ons dorp. Naar deze trotse, flinke vrouwen bijvoorbeeld, die ondanks alle belemmeringen toch proberen om voor zichzelf en hun gezin een plekje in onze samenleving te verwerven. Het is nu onze beurt, om deze vrouwen die plek ook te gunnen.