Wachtlijst verpleeghuiszorg wordt aangepakt

Gisteren heeft opnieuw een overleg plaatsgevonden tussen de gemeenten in Gooi en Vechtstreek, het Zorgkantoor van AGIS, Zorginstellingen (en hun branche organisatie SSIG) en Alzheimer Nederland over de wachtlijsten in de verpleeghuissector, met name voor dementerende ouderen. Recent hebben we die wachtlijst weer sterk zien stijgen. Het doel van het gesprek van gisteren was om op korte termijn tot oplossingen te komen voor deze wachtlijst en om voor de langere termijn visie te ontwikkelen.

Ik ben best tevreden over de resultaten.
Op korte termijn (dat willen zeggen voor 1 januari 2010) gaan we 199 extra verpleeghuisplaatsen in onze regio realiseren. Daarmee kan de wachtlijst voor verpleeghuiszorg binnen twee jaar tot een aanvaardbaar niveau worden teruggebracht. Een mooi resultaat, dat te danken is aan de goede samenwerking tussen alle hierboven genoemde partijen.
Voor de langere termijn (met een horizon van 10 jaar) wordt samen met bovengenoemde partijen in de komende maanden een visie en een strategie ontwikkeld m.b.t. de wijze waarop we in onze regio met de nog te verwachten sterke “vergrijzing” zullen omgaan. Leidend daarbij zal zijn de woonwens van de klant! Wij kennen die wensen momenteel onvoldoende en dat betekent dat weliswaar op het regionale niveau voldoende verpleeghuisbedden beschikbaar zullen komen, maar dat niet duidelijk is of die ook daar terecht komen waar mensen zelf graag willen wonen. Daarbij kunt u denken aan het verzorgingshuis waar men de laatste jaren al woonde (in dat geval is het natuurlijk vanuit het clientenperspectief aantrekkelijker als een plek in het betreffende verzorgingshuis wordt omgezet in een verpleeghuisplek in datzelfde huis, dan om te moeten verhuizen naar elders) of aan de woonplaats waar men vandaan komt (nu kiezen mensen er soms voor om toch maar liever in erbarmelijke omstandigheden in hun vertrouwde omgeving te blijven, dan te moeten verhuizen naar een veel passender zorgomgeving, die echter in een andere plaats wordt aangeboden).
Voor 1 juli willen we onderzocht hebben in hoeverre we een centrale wachtlijstbemiddeling kunnen (en mogen) inrichten en of we een adequaat centraal systeem van monitoring van de regionale wachtlijst kunnen realiseren, dat niet alleen op eenvoudige wijze actuele informatie geeft over de wachtlijsten, maar waar ook informatie over de woonwensen van de betreffende clienten uit naar voren komt. Het inrichten van zo’n monitor is niet eenvoudig, omdat het ook de effecten moet laten zien van maatregelen die we nemen. Het omzetten van verzorgingshuisbedden naar verpleeghuisbedden kan bijvoorbeeld de wachtlijsten voor verpleeghuiszorg wel positief beinvloeden, maar laat elders (in de verzorgingssector of in de thuissituatie) wellicht weer andere wachtlijsten ontstaan.

Verbijsterd

Verbijsterd ben ik door het bericht in het NRC van afgelopen zaterdag, dat er een akkoord is bereikt tussen VNG en ministerie over het aan het rijk “terugbetalen” van 30 miljoen euro WMO middelen door gemeenten. Voor de gemeente Huizen komt deze terugbetaling neer op een bedrag van 60.000 euro.

Als we als gemeenten geld tekort waren gekomen door de invoering van de WMO, was er ongetwijfeld geen cent van het rijk bijgekomen. Dan is het “eigen risico” van de gemeenten. Dat gemeenten echter geld “overhouden” is blijkbaar voor het rijk onbestaanbaar.

In onze regio (zo ook in Huizen) wordt nagedacht over een beter op de individuele burgers toegespitste ondersteuningsstructuur. Daar kunnen we ook over nadenken, omdat we de huishoudelijke hulp effcient inkopen en de middelen die we daardoor “overhouden” kunnen inzetten voor een ondersteuningsbehoefte waar tot op heden niet eens een aanbod voor was.

Het was veel beter uit te leggen geweest, als het rijk de gemeenten de verplichting had opgelegd om de middelen die vanuit WMO budgetten “over gehouden zijn” te reserveren voor bij de WMO filosofie passende ondersteuningsarrangementen voor burgers. In Huizen hebben we dit overigens in het collegeakkoord ook al zo geregeld. Maar wat nu wordt voorgesteld, namelijk gelden terugbetalen aan het rijk die door efficient en zorgvuldig handelen van gemeenten voor WMO doeleinden zouden kunnen worden ingezet, is echt schandelijk en in strijd met alles wat de WMO ooit nastreefde.

Ik vind dat we dit als gemeenten niet moeten accepteren en dat we aan den Haag, bij voorkeur regionaal, een krachtig tegengeluid moeten laten horen.

Gedeputeerde Jaap Bond bezoekt Huizer botters

Deze week hebben we het promotieplan van de Huizer botters in het college besproken. Het plan is tot stand gekomen met hulp van het bureau “Leisure Result” en voorziet in tal van aanbevelingen om meer botters in de Huizer haven te krijgen en de beide botters die er al zijn ook beter te promoten.

Tot nu toe is het niet gemakkelijk om nieuwe botters (of andere historische schepen) naar Huizen te halen. Daar zijn diverse redenen voor, maar de belangrijkste is toch het ontbreken van gezelligheid op de haven. Daar gaat straks met de botterwerf en het nautisch havenkwartier natuurlijk verandering in komen en we zullen dan samen met de stichting “Vrienden van de Huizer botter” alles op alles zetten om de Huizer historie op het water weer volop te laten herleven.

Het promotieplan voor de Huizer botters maakt onderdeel uit van een RES project (=Regionaal Economische Samenwerking) en is dus ook voor 50% door de provincie Noord Holland gefinancierd. De provincie geeft hiermee ook aan hoe belangrijk ons cultuur historisch erfgoed is voor de uitstraling van het bedrijventerrein Plaveen (waar de haven onderdeel van uitmaakt) en voor de verdere toeristisch- recreatieve ontwikkeling van de haven. Ik ben dan ook heel vereerd met het bezoek dat gedeputeerde Jaap Bond morgen brengt aan de haven van Huizen, waar hij onze Huizer botters persoonlijk zal gaan bekijken en ook het eerste exemplaar van het promotieplan voor de botters  in ontvangst zal nemen.