Leger des Heils

Het is deze week rustig op het gemeentehuis. Velen zijn al met vakantie gegaan en de papiermolen draait langzamer dan anders. Voor mij een goed moment om me wat intensiever bezig te houden met mijn promotieonderzoek. Ik onderzoek de betekenis van maatschappelijke organisaties en dan kijk ik vooral naar organisaties die zich richten op de preventie of de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting. Na observaties bij de voedselbank in Rotterdam stond deze week het Leger des Heils op de agenda. Ik mocht in drie dagen meelopen op vier locaties van het Leger des Heils in Apeldoorn. Een kindertehuis, twee buurtsteunpunten en op de laatste locatie een behandelcentrum voor verslaafden (ochtend) en een verpleeghuis voor mensen met o.a. verslavingsproblematiek (middag). Het is een wereld die zelfs voor mij tot nu toe onbekend was en ik heb diep respect gekregen voor zowel de mensen die met zoveel moeite proberen hun leven een andere wending te geven als voor de enorme betrokkenheid van de hulpverleners die om hen heen staan.  

Gaan we als overheid verstandig om met dit soort organisaties en met de wijze waarop zij hun werk doen? Of schieten we door al onze regelgeving en behoefte aan controle de plank juist volledig mis? Dat zijn zomaal een paar vragen, die me na alle observaties van deze week meer dan ooit bezig houden.

Houvast

Vorige week mocht ik op een centraal punt in het oude dorp (Lindenlaan) het christelijk coordinatiepunt voor mantelzorg en vrijwilligerswerk openen. Een mond vol, vandaar ook de onthulling van de nieuwe naam: “Houvast”.

Mantelzorgers zorgen voor een partner, kind, familielid, of andere naaste, omdat de betrokkene door ziekte of handicap dit zichzelf niet meer (volledig) zelfstandig kan redden. Mantelzorger worden is iets dat je overkomt. Je kiest er niet voor, zoals bijvoorbeeld voor vrijwilligerswerk. In Huizen wonen naar schatting zo’n 2000 zwaar belaste mantelzorgers en daarmee bedoelen we dan die mantelzorgers die langer dan 3 maanden meer dan 8 uur per week voor iemand zorgen.

Veel mantelzorgers merken zelf niet, of pas te laat, dat zij te zwaar belast worden door de zorg. Ze vragen daarom niet vaak om hulp. Op dit moment weten zo’n 250 Huizer mantelzorgers het regionaal steunpunt mantelzorg in Hilversum zelf te vinden. Nog eens 25 mantelzorgers krijgen af en toe “respijtzorg” van de vrijwillige thuishulp in Huizen. Dat betekent echter ook dat er nog ruim 1700 mantelzorgers buiten beeld zijn. Ik vind het daarom heel belangrijk dat ook anderen (bijvoorbeeld ook mensen die in de thuiszorg werken) signaleren dat er een mantelzorger is en hoe het daarmee gaat. Daarom ben ik ook zo blij met dit vernieuwende lokale initiatief, dat nauw gerelateerd is aan de christelijke thuiszorg.

In Huizen werken we aan een dekkend lokaal netwerk voor mantelzorgondersteuning. Met “Houvast” hopen we in het komende jaar ca. 600 nieuwe mantelzorgers ondersteuning te kunnen bieden. Daarmee zijn we er dus nog niet. Het blijft nog steeds hard nodig dat er ook andere locale initiatieven ontstaan. In oktober zullen we hierover met de betrokken aanbieders van zorg en welzijn verder in gesprek gaan.