Werkbezoek aan de Bolder

Het zat al een tijd in de planning, maar de afgelopen week is het er dan eindelijk eens van gekomen: een werkbezoek aan “De Bolder”. Met het management van de Bolder en met de betrokken ambtenaren van de gemeente Huizen begonnen we met een lunch in het sfeervolle restaurant van “de Bolder” en hoewel de planning was om daarna in een meer zakelijke omgeving verder te praten, was het gesprek zo inspirerend, dat de tijd om was voor we er erg in hadden. 

Eigenlijk, zo realiseer ik mij nu, doen we dit te weinig. Gewoon eens zonder agenda en stukken met elkaar om tafel, om te bespreken welke problemen er spelen in de zorg en welke problemen in de zorg- en welzijnssector wij als gemeente signaleren. Iedere keer valt het me weer op, dat het loont om die investering te doen.

Wat opvalt is dat de Bolder veel minder personeelsproblemen heeft dan het beeld dat regionaal geschetst wordt. Dat zou volgens beide managers met de ligging van Huizen te maken kunnen hebben (direct na de Stichtse brug, dus ook goed bereikbaar voor medewerkers die in Almere wonen), maar zeker ook met de goede werksfeer in de Bolder en de ruimte die er is voor innovatie. 

Wat ook opvalt is dat zorginstellingen als de Bolder eigenlijk continue roeien met de (financiele) riemen die men heeft. Het management ziet best nog mogelijkheden voor een efficienter of klantvriendelijker manier van werken, maar er is een voortdurend gebrek aan middelen, waardoor de investeringen die nodig zijn vaak niet of slechts gedeeltelijk door kunnen gaan. De politiek zo gewenste kleinschaligheid van verpleeghuiszorg, zoals die straks op de Ruijterstraat in Huizen zal worden gerealiseerd, kan eigenlijk niet kostendekkend worden georganiseerd. De budgetten zijn daarvoor gewoonweg niet toereikend.

Toch was de stemming van ons gesprek niet somber, integendeel. Er is bij het management van de Bolder veel ondernemingsgeest en creativiteit om ondanks de beperkte mogelijkheden toch heel goede zorg te leveren. En de resultaten daarvan zijn verbluffend.

De komende tijd zal het realiseren van de verpleeghuisbedden op de Ruijterstraat veel energie vergen, maar daarmee zal ook in een keer een groot deel van het wachtlijstprobleem van de Bolder kunnen worden opgelost. Daarnaast hebben we afgesproken dat we ook met elkaar in gesprek willen blijven over ondersteunende begeleiding van ouderen in de thuissituatie en over de ondersteuning van mantelzorgers.

Kunstgrasvelden geopend

Gisteren heb ik de kunstgrasvelden van HSV de Zuidvogels (2) en SV Huizen (1) officieel mogen openen, met een trap tegen een bal. Voor die trap had ik thuis even geoefend tegen de garagedeur, want volgens de kenners bij mij thuis is het geen gezicht om met de punt van je schoen tegen een bal te schoppen. Ik kwam dus goed beslagen ten ijs, om maar in sporttermen te blijven.

Ik heb tijdens mijn speech een paar dingen gezegd die ik rond deze feestelijke gebeurtenis van belang vond. In de eerste plaats is dat de betrokkenheid van mijn collega Petra van Hartskamp, wethouder voor o.a. ruimtelijke ordening en verkeer, die uit “eigen portefeuille” extra budget beschikbaar stelde, waardoor niet alleen kunstgrasvelden konden worden aangelegd, maar ook extra parkeerplaatsen, een nieuw toegangspad en een nieuwe fietsenstalling bij HSV de Zuidvogels. Daarnaast de betrokkenheid van mijn andere collega wethouder voor o.a. jeugdbeleid, Liesbet Tijhaar, die vanuit het belang dat de gemeente Huizen stelt in de rol die beide voetbalverenigingen vervullen voor een groot deel van de jeugd van Huizen, steeds de plannen voor de aanleg van kunstgras met verve in het College van B&W gesteund heeft, ook toen het door tegenvallende berekeningen en tegenvallende prijzen van rubber en metaal een paar keer lastig werd.

Ook de politiek heeft zich steeds achter de aanleg van de kunstgrasvelden geschaard, omdat dit de enige mogelijkheid was om het ruimtegebrek voor beide grote verenigingen op te lossen. Het was dan ook goed om te zien dat enkele raadsleden de moeite hebben genomen om nu ook bij de feestelijke opening aanwezig te zijn. Zonder steun vanuit de politiek was dit feestje niet doorgegaan!

Maar vaak vergeten we de mensen achter de schermen, die niet alleen bestuurlijke besluitvorming mogelijk maken, maar daarna ook zorgen dat de plannen worden uitgevoerd. Ik denk dan aan de vrijwilligers bij de beide verenigingen, die hier veel vrije tijd in gestoken hebben, maar ook aan onze Frans Elbers, die bijna dagelijks op de velden aanwezig was, aan Judith Vermaas, die precies op tijd met zwangerschapsverlof kon omdat alle belangrijke zaken geregeld waren en aan Hans de Bruijn, die zich enorm heeft ingezet om de zaak financieel rond te breien. Hulde!

Met de accomodatie van HSV de Zuidvogels zijn we nu voorlopig klaar. “We zijn heel tevreden” aldus voorzitter Arnold Postmus in de bestuurskamer van de vereniging. Koos Drooger, plaatsvervangend voorzitter van SV Huizen, merkte op dat hij wel een beetje jaloers naar de mooie accommodatie van de buurvereniging kijkt. “Bij SV Huizen moet op dat gebied nog heel wat gebeuren”.

Er is bij SV Huizen, ondanks de aanleg van het kunstgrasveld, nog steeds een ruimteprobleem, waar we uiterlijk volgend voorjaar een oplossing voor bedacht moeten hebben. De ambities van de vereniging zijn groot, maar de beschikbare middelen zijn beperkt. De kunst zal zijn om met elkaar naar haalbare oplossingen te zoeken. Wat mij betreft is dat de uitdaging waar we de komende maanden voor staan.

Op zoek naar een volksverhaal (sage) uit Huizen

Deze week ben ik na een vakantie in Taiwan weer in Huizen aan de slag gegaan. Wel even een overgang, maar dat went al weer snel. Vandaag was er sinds 6 weken weer een eerste collegevergadering waar we als College voltallig aanwezig waren. Er was genoeg te bespreken. Maar laat ik, zo kort na de vakantie, eens beginnen om iets leuks te melden.

Vandaag hebben we als College een besluit hebben genomen om een Huizer sage te laten ontwikkelen en nationaal te laten publiceren door de stichting “Beleven”. Een sage is een volksverhaal. We hebben in ons land diverse bekende sagen, zoals Hansje Brinkers (u weet wel, met zijn vinger in de dijk) in Spaarndam, het vrouwtje van Stavoren en de Gooische moordenaar uit Laren, maar ongetwijfeld treffen de onderzoekers een minstens zo spannende Huizer sage aan, vanuit onze rijke cultuurhistorie. Ikzelf ken wel enkele bijzondere verhalen vanuit ons vissersverleden, die vroeger nog door ouders en grootouders aan de kinderen werden verteld en die dan natuurlijk steeds mooier en spannender werden. Ik herinner me nog hoe ik kon griezelen van het verhaal “Hier is de dood, waar is de man” waarbij een schipper van een Huizer botter steeds een stem uit de zee hoorde, die pas ophield toen de man waar het de stem kennelijk om te doen was overboord sloeg. Uit de publikaties van de historische kring Huizen blijkt dat er genoeg van deze verhalen bewaard gebleven zijn. De kunst is, om een sage te vinden, die een breed publiek zal aanspreken en die Huizen ook voor een breed publiek niet alleen een “gezicht” (Haven van het Gooi), maar ook een “gevoel” zal opleveren. Ik geloof dat in onze “belevingscultuur” anno 2008 het gebruik maken van Huizer volksverhalen zeker ook van belang is om nog meer toeristen voor Huizen te interesseren.