Toeristisch logo houdt gemoederen van Huizers bezig

De presentatie van het toeristisch logo van Huizen houdt de gemoederen in Huizen bezig. In de afgelopen week werd een ingezonden stukje in de Huizer courant geplaatst, waarin door een bekende Huizer bakker in het Huizer dialect werd ingegaan op de betekenis van het Huizer melkmeisje. In de Raad van afgelopen donderdag werd zelfs een grote taart bezorgd, waar het Huizer melkmeisje op was afgebeeld. De taart smaakte prima, maar de gedachte erachter, dat het Huizer melkmeisje verloren zou gaan, berust toch op een misverstand. Het melkmeisje verdwijnt niet uit het wapen van Huizen. Het toeristisch logo is dus niet in de plaats van het melkmeisje gekomen, maar is een nieuw beeld, dat vooral bedoeld is om Huizen als “Haven van het Gooi” te positioneren en om bezoekers van Huizen nieuwsgierig te maken naar alles wat Huizen juist ook op toeristisch- en recreatief gebied te bieden heeft.

Afgelopen zaterdag was ik aanwezig bij een kerstzangdienst in de Oude Kerk van Huizen. Er was een mannenkoor uit Amersfoort, dat uit wel meer dan 100 mannen bestond. Het was geweldig om de bekende en minder bekende kerstliederen te zingen in deze prachtige kerk, in aanwezigheid van dit indrukwekkende koor. Met name het slot, waarin gezamenlijk het “Ere zij God” werd gezongen, terwijl de mannen meerstemmig daar tussendoor kwamen, was indrukwekkend mooi.

Na afloop van de dienst werd ik aangesproken door een van de andere aanwezigen in de zangdienst en daarmee werd ik direct weer met de beide benen in het hier en nu geplaatst. Het ging namelijk niet over de mooie dienst, maar over mijn uitspraak tijdens de toeristische netwerkbijeenkomst, dat we af willen van het imago van Huizen als “achter kranten weggeplakt streng christelijk dorp”, zoals geciteerd in de Gooi en Eemlander.  Deze uitspraak had hem pijn gedaan.

Ook hier dus maar even een verduidelijking, want natuurlijk is dit niet zoals ik persoonlijk naar Huizen kijk. Ik heb slechts geconstateerd dat Huizen -met name in de eigen regio- nog vaak dit imago heeft. Als ik daarop wel eens doorvraag, dan merk ik dat dit imago veelal gebaseerd is op verhalen over Huizen uit een ver verleden, die meestal nog niet eens blijken te kloppen ook.

Om bezoekers van buiten Huizen te verleiden om eens naar Huizen te komen, is het van belang om goed na te denken over het imago dat we willen uitdragen, m.a.w.: hoe willen wij dat mensen die Huizen niet zo goed kennen met anderen over Huizen praten? En welke beelden horen daarbij? Het toeristisch logo is bedoeld om het gewenste beeld van Huizen te versterken.

In het toeristisch logo is een verbinding gezocht met de geschiedenis van Huizen, door de keuze van de “bottervleugel” (ofwel het vlaggetje op de botter). We mogen ook best trots zijn op onze rijke geschiedenis en zeker ook op onze (kerkelijke) tradities. Want laat ik daarover ook duidelijk zijn: ik sta persoonlijk, gevormd door mijn eigen opvoeding, vanuit diezelfde tradities in de samenleving en ik heb heel veel waardering voor de zorgzaamheid voor- en de betrokkenheid bij- medemensen, die zo vanzelfsprekend in Huizen uit deze tradities voortvloeit.

Maar we zijn niet alleen het Huizen van toen. We zijn ook Huizen van nu, een levendig dorp met ca. 42.000 inwoners, met veel ondernemersgeest, werklust, kunstzinnigheid en creativiteit. Die inwoners hebben Huizen gemaakt tot de dynamische gemeente die Huizen is en daar hebben niet in de laatste plaats ook de autochtone Huizers aan meegeholpen. Ook die dynamiek wordt verbeeld in het toeristisch logo.

Niks dichtgeplakt dus. Dat is Huizen ook nooit geweest. We zijn een dorp met een rijke geschiedenis en met waardevolle tradities, maar we zijn ook een dynamisch en levendig dorp, waar iedereen, ook bezoekers van buitenaf, zich welkom mogen voelen. Dat is wat mij betreft het imago dat echt bij Huizen past en dat wij allemaal, als inwoners van Huizen, met trots mogen uitdragen!  

Evenementen in Huizen

Afgelopen week vond een toeristische netwerkbijeenkomst plaats in het gemeentehuis van Huizen. Tijdens die bijeenkomst werden ook de plannen van de per 1 januari a.s. op te richten stichting Marketing Huizen uiteengezet en werd het ontwerp van het toeristisch logo gepresenteerd. Dit logo kan worden gebruikt voor tal van toeristische evenementen, maar organisaties kunnen ook bij een eventuele update van hun eigen logo gebruik maken van de mogelijkheid om het logo in te passen in dezelfde “familie”. Daarmee kunnen we gezamenlijk het “merk” Huizen als “Haven van het Gooi” steeds sterker op de kaart zetten. 

In Huizen zijn tal van bedrijven en particulieren actief bij het organiseren van leuke evenementen, zowel voor onze eigen inwoners als voor bezoekers van buitenaf. Ik geloof erin dat de bundeling van krachten voor al die evenementen tot meerwaarde kan leiden. Een eenduidige uitstraling, een professionele gezamenlijke promotie en een efficiente aanpak van de fondswerving, zijn hier voorbeelden van. 

Vandaag kreeg ik via mijn prive e-mail de vraag waarom geen aandacht wordt besteed een groots evenement als de triathlon. En dat is nu precies waar ik op reken: dat tal van (evenementen)organisaties zelf ook contact gaan opnemen, om te bezien of een gezamenlijke aanpak vruchtbaar zou kunnen zijn.     

Conferentie met de voedselbanken

Op 3 december vond op initiatief van staatssecretaris Aboutaleb in de prachtige Nicolaikerk in Utrecht een bestuurlijke conferentie plaats met als titel: “Voedselbanken en gemeenten: samen aan tafel”.
Namens de gemeente Huizen was ik ook aanwezig bij deze conferentie en bij mij aan tafel zaten ook de vertegenwoordigers van de voedselbank Gooi en Vechtstreek.
Ik ben van mening dat dit een heel goed initiatief is van dhr. Aboutaleb. Jarenlang hebben we immers alleen maar gehoord dat voedselbanken de smet zijn op het blazoen van ons sociale zekerheidsstelsel en dat we ervoor moeten zorgen dat voedselbanken zo snel mogelijk weer verdwenen zijn.
Tijdens deze conferentie werd duidelijk dat er weliswaar voor 99% door gemeenten kan worden voorzien in een sluitende aanpak van financiele armoede, maar dat er altijd mensen zullen zijn die tussen de wal en het schip vallen. Soms is dat een eigen keuze van die mensen zelf en soms is er zelfs sprake van “eigen schuld”, maar dat maakt de situatie voor betrokkenen er uiteindelijk niet minder schrijnend op.
Mijns inziens moeten we gewoon erkennen dat we als overheid wel veel, maar niet alles kunnen overzien en dat we ook niet voor alle situaties een pasklare oplossing hebben.
Daarom is het goed dat er bevlogen mensen zijn die zich inzetten voor noodhulp aan juist die mensen, die anders nog dieper in de problemen zouden wegzakken. De mensen die dit werk doen, van inpakken en vervoeren tot verstrekken van voedselpakketten en al het werk dat daarmee verband houdt, doen dit geheel vrijwillig. Aboutaleb vertelde dat hij zich schaamde voor de voedselbank in Amsterdam. Ik ben juist trots op onze voedselbank en ik heb diep respect voor al die vrijwilligers die daarin hun maatschappelijke betrokkenheid tonen.
Dat neemt niet weg dat het van groot belang is dat de voedselbank op haar beurt weer stimuleert dat klanten van de voedselbank ook (weer) van gemeentelijke voorzieningen gebruik maken.  Juist om die reden subsidieert de gemeente sinds afgelopen jaar de intakes voor de voedselbank, die in Huizen met name door het christelijk maatschappelijk werk worden gedaan, met daarbij de indringende vraag om daarbij ook waar mogelijk voor een “warme overdracht” naar gemeentelijke sociale voorzieningen zorg te dragen.
Aan het eind van de conferentie tekenden voedselbanken en gemeenten een intentieverklaring. Kern daarvan was de samenwerking tussen gemeenten en voedselbanken in de strijd tegen armoede, ieder vanuit haar eigen verantwoordelijkheid.
IntentieverklaringIk deel de inhoud van de intentieverklaring van harte. Laten we toch vooral stoppen met het bestrijden van voedselbanken, maar er samen met de voedselbanken aan werken dat mensen duurzaam uit de armoede worden geholpen en weer perspectief krijgen op een volwaardige deelname aan onze samenleving.

Werkbezoek in Spijkenisse

Vandaag bracht ik samen met onze directeur Maatschappelijke Zaken een werkbezoek aan mijn collega wethouder Hanneke Hamerslag en haar team in de gemeente Spijkenisse. Hanneke Hamerslag nam enige tijd geleden contact met mij op, nadat zij gelezen had over onze Huizer Wmo aanpak. Tijdens dit gesprek werd duidelijk dat ook Spijkenisse behoorlijk innovatief bezig is. In Spijkenisse wordt o.a. de huishoudelijke hulp aangeboden via een zogenaamd “veilingsysteem”. In de uitvoering van dit systeem werden behoorlijke besparingen gerealiseerd, alleen al door de factuurcontroles. Daar wilde ik op mijn beurt graag meer van weten en zodoende spraken we af elkaar eens bij te praten.

Het is erg inspirerend om eens in een andere gemeente te kijken en te luisteren. Het meeste leer je toch door niet alleen van innovatieve ontwikkelingen kennis te nemen, maar ook over de lastige kanten daarvan en de gemaakte fouten te horen. Dat zijn zaken die je nu eenmaal niet vaak in een artikel tegenkomt. En natuurlijk is het ook leuk om eens een Wmo loket in een andere gemeente te zien. In Spijkenisse hebben ze dat in een “zorg-werk-plein” echt heel goed voor elkaar.

Wat mij opviel is dat Huizen verder is qua visieontwikkeling, maar dat Spijkenisse verder is in de praktische uitvoering van de Wmo. We gaan nu met elkaar documenten uitwisselen, om maximaal van elkaars ervaring gebruik te kunnen maken.