Schokkende resultaten van onderzoek WMO taxivervoer

Huizen heeft voor de totstandkoming van het WMO beleidsplan onderzoek gedaan naar “fricties” tussen vraag en aanbod in de zorg voor mensen die maatschappelijke ondersteuning nodig hebben. Daarbij bleken de problemen met het vervoer met stip op 1 te staan. Huizen staat daarin niet alleen. Klachten over het vervoer -en dan met name over het functioneren van de OV taxi (een samenwerking tussen provincie en gemeenten)- kwamen overal in de regio Gooi en Vechtstreek naar voren. Dat is de reden dat niet alleen de provincie Noord Holland, maar ook de negen Gewestgemeenten onafhankelijk onderzoek hebben laten doen naar het functioneren van de OV taxi. Het concept rapport van het onderzoek dat in opdracht van gemeenten door Mobycon is uitgevoerd is inmiddels beschikbaar en deze rapportage werd afgelopen donderdag besproken in de klankbordgroep (rechtstreeks belanghebbenden) die zich namens clienten met deze problematiek bezig houdt. Omdat ik zowel in Huizen als in regionaal verband intensief met dit onderwerp bezig ben, ben ik persoonlijk ook bij het overleg van de klankbordgroep aanwezig geweest.

De resultaten van het onderzoek liegen er niet om en zijn zelfs nog erger dan ik had verwacht. Slechts twee op de drie ritten met de OV taxi gaan goed en dan zijn de toegestane marges (15 minuten wachten mag) al meegerekend. Voor “niet WMO vervoer” gaat het iets beter, maar daar is nog steeds slechts 73% van de ritten op tijd, terwijl de afspraak is gemaakt dat 90% op tijd moet zijn. Het meest schrijnend is de situatie voor mensen die rolstoelafhankelijk zijn. Voor deze mensen geldt dat 33% van de ritten niet op tijd is.

Op 2 april a.s. zullen we de onderzoeksresultaten bespreken met alle collega wethouders in het wethoudersoverleg WWZ (Wonen, Welzijn en Zorg). De leden van de klankbordgroep hebben inmiddels aan het onderzoeksrapport ook een indringende oproep aan de wethouders toegevoegd, om verandering in deze situatie te brengen. Zij doen daarvoor ook hele concrete voorstellen. Of die voorstellen haalbaar zijn, zal afhangen van wat gemeenten en provincie hierover met elkaar kunnen afspreken.

Persoonlijk ben ik van mening dat er ingrijpende veranderingen nodig zijn om de kwaliteit van de OV taxi op een acceptabel niveau te brengen. Zelfs de afspraak dat 90% van de ritten op tijd moet zijn vind ik aan de magere kant. U moet zich voorstellen dat er met die afspraak nog 10% van de 200.000 ritten in onze regio niet op tijd hoeft te zijn. Dat gaat echt om heel veel wachtenden… Juist in het WMO vervoer levert dit voor mensen grote problemen op. Zij komen bijvoorbeeld niet op tijd op hun sportvereniging, op hun cursus, bij een trouwerij of bij een concert. In veel regio’s in ons land wordt met 98% op tijd gerekend, uiteraard met de marge van 15 minuten. Dat lijkt mij voor onze regio ook een heel reeel wensbeeld. Om de daarvoor noodzakelijke veranderingen door te voeren hebben we als gemeenten en provincie wel even tijd nodig. Maar ik verwacht dat het mogelijk moet zijn om uiterlijk eind 2010 een beter OV taxi systeem gerealiseerd te hebben. We zullen de daarvoor benodigde maatregelen uiteraard dan wel zo snel mogelijk in gang moeten zetten.

Zo lang wil ik echter niet wachten met aanpassingen in het OV taxi vervoer voor mensen die  rolstoelafhankelijk zijn. Voor deze mensen vind ik de huidige situatie echt onacceptabel. In het WWZ overleg wil ik dan ook voorstellen om direct maatregelen te nemen om voor deze specifieke doelgroep al uiterlijk 1 januari 2010 een structurele verbetering te realiseren.

Na het WWZ overleg van 2 april a.s. zullen we hierover bestuurlijk in gesprek gaan met de provincie Noord Holland. Ook bij de provincie is de onvrede over het huidige systeem bekend en is de bereidheid groot om met gemeenten mee te denken over passende oplossingen. Ik heb er dan ook veel vertrouwen in dat we dit probleem samen met de provincie krachtig zullen oppakken.    

Huizen doet mee aan “de Kanteling”

Vorige week was ik aanwezig bij de feestelijke startbijeenkomst van het project “de Kanteling” in het spoortwegmuseum in Utrecht.  Dit project is tot stand gekomen door  samenwerking van de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten), CS0 (Centrale Samenwerkende Ouderenorganisaties) en CG Raad (Chronisch Zieken en Gehandicaptenraad). Het project wordt bekostigd door het ministerie van VWS.

De overigens uitstekend georganiseerde startbijeenkomst leverde een nuttige kennismaking op met  wethouders en beleidsambtenaren uit de deelnemende gemeenten, die allemaal bezig zijn met interessante ontwikkelingen in het lokale WMO beleid. Ik miste echter tijdens de bijeenkomst de vertegenwoordiging van de deelnemende cliëntenorganisaties. Zij waren niet uitgenodigd, om –alsdus de projectleider- “even onder elkaar te kunnen starten”. Over kanteling gesproken … Naar mijn stellige overtuiging komt er geen echte kanteling tot stand zonder de inbreng van ervaringskennis vanuit cliëntenorganisaties.

De Kanteling gaat over een nieuwe manier van werken, die mensen met een beperking betere kansen biedt om volwaardig mee te doen aan de samenleving. Het woord “kantelen” geeft het al aan. We moeten het anders doen, met meer flexibiliteit bij gemeenten, maar ook met meer realiteitszin bij burgers. Gemeenten zullen meer tijd moeten nemen in het eerste gesprek met de burger. Het gesprek wordt meer vraagverhelderend, minder beoordelend. Burgers moeten afstappen van het zogenaamde claimdenken en alle mogelijkheden verkennen om zelf, eventueel met hulp vanuit hun eigen sociale netwerk, hun probleem op te lossen. Behoud van regie over het eigen leven en zelfredzaamheid staan voorop.

Om eerlijk te zijn waren wij aanvankelijk niet erg onder de indruk van de Kanteling. Huizen is al veel verder met “kantelen”  dan veel andere gemeenten en wij hebben niet de tijd om overal in het land lezingen te gaan geven over de door ons gekozen aanpak. Toch hebben we besloten om mee te doen, omdat juist die informatie-uitwisseling door medewerkers van de Kanteling wordt georganiseerd en omdat we vanuit de Kanteling ook gebruik kunnen maken van onderzoeksresultaten en ervaringen uit  andere gemeenten. Persoonlijk vind ik het ook erg belangrijk dat we via de Kanteling als gemeenten ook duidelijk kunnen maken aan het Rijk dat bepaalde structuren (bijvoorbeeld in de ouderenzorg) een echte kanteling in de weg staan. Ik vind dat de zorg aan mensen thuis (net als het welzijnswerk) onder één wettelijk regime zou moeten worden gebracht. De schotten die we nu kennen tussen WMO (Gemeenten) en AWBZ (Rijk/zorgkantoor)en tussen zorg en welzijn maken een écht integrale aanpak eigenlijk onmogelijk.

Zorgen over voedselbank

In de afgelopen week kwam er opnieuw een brandbrief van onze voedselbank. Eind mei moeten zij hun huidige onderkomen op het Lucentterrein verlaten. Ondanks herhaalde pogingen is het nog steeds niet gelukt om een nieuw onderkomen te vinden. De maand mei nadert met rasse schreden en het kan toch niet zo zijn dat de voedselbank nu haar deuren zou moeten sluiten?!

Al eerder heb ik hierover met het bestuur van de voedselbank om tafel gezeten en hebben we de mogelijkheden in Huizen bekeken. Alles wat wij aandroegen bleek uiteindelijk toch niet te kunnen. We hadden onze hoop nog gevestigd op de leegstaande discotheek, maar daar ging de eigenaar uiteindelijk toch niet mee akkoord. Navraag bij collega wethouders, zowel door mijzelf als door mijn collega Liesbet Tijhaar, leverde ook in andere gemeenten in onze regio geen gratis beschikbare locatie op.

Deze week kwam een meedenkende ambtenaar opeens met de suggestie om de school aan de Kotter als optie te bekijken. Deze school komt in september leeg en een herontwikkeling in dit gebied zal waarschijnlijk nog wel twee jaar op zich laten wachten. De voedselbank is blij met deze mogelijkheid en gaat in de komende week kijken of die ook passend is. Als dat zo is, dan moet natuurlijk ook nog een oplossing voor de overgangssituatie (tussen mei en september) worden bedacht, maar ook hier werken onze ambtenaren ruimhartig aan mee.

Persoonlijk heb ik wel moeite met deze voortdurend onzekere situatie voor de voedselbank. Dachten we aanvankelijk wellicht dat de voedselbank in onze gemeente van voorbijgaande aard zou zijn, tegenwoordig weten we wel beter. Veel mensen die -om allerlei redenen- niet in aanmerking kunnen of willen komen voor gemeentelijke ondersteuning, hebben hun weg naar de voedselbank gevonden. Bovendien is de voedselbank, door haar laagdrempeligheid, een uitstekende verwijzer naar de professionele hulpverlening. Daarmee heeft de voedselbank in het totaal van organisaties die zich met armoedebestrijding bezig houdt naar mijn mening haar plaats in onze samenleving verdiend. Als de locatie aan de Kotter geschikt is, dan blijft het echter nog steeds een tijdelijke oplossing. Wat mij betreft geeft ons dit als regiogemeenten nu wel de tijd om goed na te denken over een bij voorkeur gezamenlijk gedragen structurele oplossing voor huisvesting op de langere termijn.