Eerst mensen, dan regels

Eerst mensen, dan regels. Het is een mooie reclameslogan, volgens mij van een verzekeraar. Maar wie wil dat nou niet? In ieder geval willen we bij het WMO loket van de gemeente Huizen dat mensen voor regels gaan. Het gaat in de eerste plaats om de zorg en de ondersteuning die iemand nodig heeft. Die moet worden geregeld. En als regels daarbij in de weg staan, dan moeten we de regels aanpassen.

Dat blijkt echter gemakkelijker gezegd dan gedaan. Vaak verzucht ik dat ons land geregeerd wordt door juristen en accountants. Regelmatig word ik geconfronteerd met situaties, waarbij de regels (nota bene vaak ook regels die we onszelf opleggen!) de noodzakelijke hulp aan mensen in de weg staan. Soms is dat echt schrijnend, maar soms is het ook gewoon ridicuul.

Deze week hadden we weer zo’n voorbeeld. Iemand die hulp nodig heeft bij het eten krijgt daarvoor een verzorgende thuis, betaald vanuit de AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten). Maar die verzorgende mag het eten niet in de magnetron zetten. Dat is namelijk WMO zorg en die moet worden betaald door de gemeente. Gelukkig hebben we bij ons loket creatieve medewerkers, die dit gewoon pragmatisch oplossen. Maar het is natuurlijk te dol voor woorden dat we hierover uberhaupt discussie moeten hebben. 

In de afgelopen week hebben onze medewerkers dan ook opnieuw contact gehad met het CIZ, de organisatie die de indicatiestelling voor de AWBZ regelt. Samen met deze organisatie is gekeken of we niet gewoon in 1x kunnen beoordelen wat er bij mensen thuis nodig is (AWBZ en WMO tegelijk), zodat de burger zelf niets hoeft te merken van de bureaucratie achter de schermen. En omdat dit probleem bij alle gemeenten met een WMO loket speelt, willen we dit gelijk ook regionaal afspreken. Het CIZ is hier heel positief over, dus ziet er naar uit dat dit gaat lukken. En zo hoort het ook.

Kabinetsformatie

In de afgelopen dagen heb ik diverse mails en telefoontjes gehad van Huizer CDA-ers, waaruit zorg spreekt over de situatie waarin ons land zich bevindt. Het ging daarbij zeker niet (uitsluitend) over de economische crisis, de noodzakelijke bezuinigingen of de pensioenen, maar vooral over wat voor soort samenleving wij als christen democraten voorstaan en welke bedreigingen wij (o.a. door de opkomst van partijen als de PVV) op die samenleving af zien komen. Het zijn oprechte zorgen, waarop geen van ons een pasklaar antwoord heeft, maar waarover we wel allemaal ons hoofd breken.

In de discussies in onze CDA achterban (zo ook in Huizen!) zie ik eigenlijk ik twee “hoofdstromen” voorbij komen. In de eerste stroming wordt gesteld, dat een eventueel toekomstig kabinet zoals dit nu wordt verkend, niet meer en niet minder is dan een minderheidskabinet van CDA en VVD. Die samenwerking biedt veel kansen voor de realisatie van punten uit het CDA programma. Ook in de persoonlijke sfeer tussen bewindspersonen van VVD en CDA (niet onbelangrijk in een coalitie) kan dit een solide en duurzame samenwerking opleveren. Echter is -om een dergelijk kabinet politiek mogelijk te maken- gedoogsteun nodig van de PVV op punten die politiek gevoelig liggen (zoals met name de bezuinigingsmaatregelen). Daarvoor zal de PVV iets terug willen hebben. Zolang dat wat de PVV terug wil hebben niet indruist tegen principes van het CDA (vrijheid van godsdienst, vrijheid van onderwijs, gelijke behandeling en respect, etc.) zou een dergelijke constructie een goede kans van slagen kunnen hebben. Voorstanders van deze lijn zijn opportunistisch als het gaat om de vraag met wie wordt samengewerkt (immers, alle partijen in den Haag werken als dit hen uitkomt met de PVV samen, bijvoorbeeld om een meerderheid voor een motie te krijgen), maar zij zijn wel principieel op de inhoud. Zij wachten dus een eventueel akkoord af en beoordelen dat op inhoud.

Daar staat tegenover een stroming, die van mening is dat het CDA helemaal niets met iemand als Wilders, of met een partij als de PVV, te maken zou moeten willen hebben. Deze partij draagt standpunten uit, die indruisen tegen alles waar we als christen democraten voor staan. Het CDA zou zich volgens de vertolkers van deze stroming veel principieler op moeten stellen.   

In de komende weken praten we hier nog uitvoerig met elkaar over verder, als CDA-ers onder elkaar, als CDA vrouwen en -als dat aan de orde mocht komen- als Algemene Ledenvergadering van het CDA Huizen. Op die manier kunnen we ons goed voorbereiden op een eventueel volgend landelijk CDA congres, waar ook het CDA Huizen een standpunt zal moeten innemen. Dat is democratie!

Maar wat ik nu al positief vind in deze discussie, is de constatering dat onze partij ook plaatselijk nog steeds veel bevlogen leden kent, die zich oprecht zorgen maken over de toekomst van ons land. De lange termijn wordt door hen belangrijker gevonden dan de “waan van de dag”. Kortom, binnen het CDA Huizen is een open discussie mogelijk, juist ook over zaken die er voor CDA-ers echt toe doen en die het wezen van onze partij raken.

Trots op onze “bobo’s”

Woensdag ben ik weer van vakantie teruggekomen, na een indrukwekkende reis in Cuba, waar de gebroeders Castro nog stevig in het zadel zitten. De ervaringen in een land met een communistische dictatuur stemmen ook tot nadenken over ons politieke bestel. Natuurlijk is voor alles wat te zeggen, maar wat hebben we het in Nederland toch eigenlijk goed, als je dit vergelijkt met zoveel andere plekken in de wereld, waar een dictatoriaal regime is. We mogen onze democratische rechtsstaat wel wat meer koesteren, vind ik. 

Tja… en dan weer terug in de werkelijkheid van Nederland, waar inmiddels besprekingen plaatsvinden tussen de VVD en het CDA, over een minderheidskabinet met gedoogsteun van PVV. Ik word daar niet echt blij van. Met name de maatschappijvisie van de PVV staat lijnrecht tegenover alles waar ik in geloof. Heel jammer dat de PvdA een “middenkabinet” onmogelijk heeft gemaakt. Dat is mijns inziens nu juist waar Nederland in de huidige moeilijke politieke en economische context behoefte aan heeft. Deze drie ervaren bestuurspartijen zouden nu juist hun eigen posities moeten willen overstijgen en het landsbelang moeten dienen. Ondanks mijn aversie tegen veel opvattingen van de PVV heb ik toch (nog) niet meegetekend met de verontruste CDA-ers. Want wat is na alle pogingen die er gedaan zijn om tot een kabinet te komen nu nog een alternatief, behalve nieuwe verkiezingen, waar de PVV waarschijnlijk alleen maar nog groter door zal worden? Ik wens Maxime Verhagen in dit duivelse dilemma veel moed en wijsheid toe. Intussen wacht ik met heel grote bezorgdheid de ontwikkelingen af.

Ook in Huizen heeft de wereld niet stil gestaan. Met name werd ik bij thuiskomst onaangenaam verrast door de uitspraken die de fractievoorzitter van de VVD tijdens mijn afwezigheid in de Huizer Courant heeft gedaan over de “bobo’s” die de SMH besturen. Van hen wordt een beeld geschetst alsof zij ten koste van hardwerkende vrijwilligers belastinggeld van de gemeente zouden opmaken.  Natuurlijk weten alle betrokkenen wel dat het in werkelijkheid totaal anders is, maar intussen staat het toch maar wel zo in de krant en ik schaamde me daar naar alle betrokkenen toe heel diep voor. Die zogenaamde “bobo’s” zijn namelijk allemaal mensen die zich -nota bene op verzoek van de gemeente- vrijwillig en onbezoldigd inzetten voor de marketing en promotie van Huizen. De bestuursleden zijn mensen die stuk voor stuk bereid zijn geweest om hun persoonlijke expertise en (werk)ervaring volledig belangeloos ten dienste te stellen aan de Huizer samenleving. Zij steken daar wekelijks vele uren van hun vrije tijd in en zij krijgen nog niet eens hun reiskosten vergoed!

Niet alleen de bestuursleden van de SMH, maar ook de leden van de Raad van Toezicht (met uitzondering van de burgemeester) doen dit werk vrijwillig. Die Raad van Toezicht bestaat uit drie personen, te weten een vertegenwoordiger van de Huizer bedrijven (zakenclub), een vertegenwoordiger van de Huizer detailhandel (HOF) en de burgemeester. De Raad van Toezicht komt maximaal 2x per jaar bij elkaar en is er vooral om er toezicht op te houden dat Huizen ook daadwerkelijk op de juiste manier wordt gepositioneerd, met zoveel mogelijk economische spin-off. Niks multi-national achtigs dus, maar gewoon een efficiënte manier om de belangen van de Huizer bedrijven en de Huizer detailhandel bij een goede marketing en promotie van Huizen goed te bewaken! 

Wat de fractievoorzitter volgens zijn brief blijkt te hebben bedoeld, is dat de motie die recent in de gemeenteraad is aangenomen over de evaluatie van het functioneren van de SMH moet worden uitgevoerd door de burgemeester en niet door de gehele Raad van Toezicht of door het bestuur van de SMH zelf. Niet meer en niet minder. Dat is bij mijn weten overigens voor alle betrokkenen van het begin af aan duidelijk geweest, maar het is natuurlijk geen enkel probleem om dat door middel van een brief nog een keer te verduidelijken.

Heel jammer dan ook voor alle bij de SMH betrokken vrijwillige bestuurders en toezichthouders, dat hun inzet in de beeldvorming zo in diskrediet is gebracht. Gelukkig blijken zij professioneel genoeg om hun teleurstelling hierover weg te slikken en gewoon door te gaan met hun werkzaamheden. Dat is ook hard nodig, om alle beleidsvoornemens die de gemeenteraad aan het college heeft opgedragen op het gebied van marketing en (toeristische) promotie van Huizen tot resultaten te brengen. Ook de ambities uit het collegeprogramma m.b.t. dit onderwerp kunnen wij niet realiseren zonder hun vrijwillige inzet. Ik ben dan ook vooral trots op onze “bobo’s”. Maar echt leuk of motiverend was dit voorval natuurlijk niet. 

.