Maatschappelijk innoveren tussen wens en werkelijkheid

Voor wie dit nog niet wisten: ik heb in Utrecht Nederlands recht gestudeerd (daar heb ik mijn mr. titel aan te danken) en daarna heb ik ook  weer in Utrecht bestuurskunde (of precies gezegd: recht, bestuur en management) gestudeerd (en daar heb ik mijn drs. titel aan te danken). Een paar weken geleden kreeg ik als oud-student een uitnodiging voor een lustrumviering van de faculteit Rechtsgeleerdheid, Economie en Bestuur en Organisatiewetenschap in Utrecht. Ik wist niet wat ik zag. Kennelijk is dit nu al vijf jaar één faculteit. Dat was me helemaal ontgaan en dat was in ‘mijn tijd’ echt ondenkbaar. Het programma van de viering zag er interessant uit, met als thema “Maatschappelijk innoveren tussen wens en werkelijkheid”. Ik besloot daarom om op deze uitnodiging in te gaan. Zo kwam ik afgelopen zaterdag dus terecht in een bomvol academiegebouw in Utrecht.

Voor mij weer even nostalgie, want het was best weer even geleden dat ik hier mijn bul kreeg. Dit keer was ik te gast bij een bijzonder inspirerende bijeenkomst, met sprekers als Jolande Sap, Sadik Harchaoui, Herman Wijffels, Agnes Jongerius, Paul Schnabel, Wouter Koolmees, Hanke Bruins Slot en vele anderen. De middag deed me beseffen hoe belangrijk het is dat in ons land -naast de politieke waan van de dag- ook door universiteiten wordt meegedacht over hoe het met onze samenleving verder moet. Ik wil u een paar inspirerende woorden van sprekers niet onthouden.

Sadik Harchaoui bijvoorbeeld, voorzitter van de Raad van Bestuur van Forum, maakte zich zorgen over het gebrek aan lange termijnperspectieven bij het immigratievraagstuk. Door de discussie over immigratie, zoals die nu in ons land gevoerd wordt, is er bij buitenlandse ondernemingen een kentering aan het ontstaan in het beeld van een tolerant Nederland. Nederland is grimmiger geworden ten opzichte van allochtonen en minder open minded. Dat beeld naar buitenlandse investeerders is ronduit slecht voor onze economie en volgens Sadik Harchaoui in tal van opzichten schadelijk voor de toekomst van ons land. Met een rekensommetje over de bevolkingssamenstelling in de Randstad legde hij haarscherp vast, dat nu al 17,7% van de bevolking bestaat uit niet-westerse allochtonen. Kijken we naar het totaal aantal allochtonen in de Randstad, dan komen we al gauw op ruim 40%. We weten bovendien, dat we in 2040 een enorm tekort zullen hebben aan hoog opgeleiden. Ook weten we dat veel allochtone jongeren aansluiting bij de maatschappij dreigen te missen. Allochtonen met gelijke startkwalificaties als autochtonen (dus met dezelfde vooropleiding) komen toch minder gemakkelijk aan een baan.  Op dit moment is 24 tot 28 % van de allochtone jongeren werkloos. Dit is zorgelijk, want als we het economisch goed willen blijven doen, hebben we deze jongeren straks keihard nodig. Sadik Harchaoui pleitte dan ook voor het maximaal benutten van de talenten van (tweede- en derde generatie) autochtone jongeren én vrouwen. Niet afkomst moet centraal staan, maar toekomst.

Jolande Sap sprak over twee paradoxen, die ik ook in mijn dagelijkse praktijk als wethouder wel herken. Mondige burgers willen hun eigen leven bepalen, zonder bemoeizucht door de overheid. Maar diezelfde overheid moet wel ingrijpen als de buren zich misdragen. Dan moet de overheid opeens alles oplossen en de overheid reageert daarop met ‘incidentenpolitiek’. De tweede paradox is dat de overheid zegt dat er meer ruimte moet komen voor professionals. Maar diezelfde overheid gaat regelmatig op de stoel van professionals zitten en belemmert op die manier innovatie vanuit professionals. Die spiraal van enerzijds opgeklopte verwachtingen bij burgers en anderzijds toenemend wantrouwen in professionals maakt dat echte innovatie in de pulbieke sector niet van de grond komt.  Zij pleit voor een politiek die gaat over visies en idealen (en dus niet over incidenten) en voor een andere stijl van politiek bedrijven. Nu is degene die het hardste schreeuwt vaak de winnaar, niet degene met de beste ideeën. De verantwoordelijkheid voor de publieke zaak zou veel minder bij de overheid en veel meer bij de burger zelf én de professionals neergelegd moeten worden.

En dan Herman Wijffels. Ik kan het niet helpen, maar altijd als ik die man hoor spreken hoop ik dat hij de nieuwe leider van het CDA wil worden of dat we iemand zoals hij daarvoor vinden. Wat een visie! Wat een charisma! Dit keer hield hij een betoog over duurzaamheid, mede omdat hij in Utrecht ook hoogleraar duurzaamheid en maatschappelijke verandering is geworden. Hij begon met de vraag: ‘waarom maken we ons druk om duurzaamheid’. Het antwoord daarop was: ‘hetzelfde als de vraag naar leiderschap. Er is tekort aan!’ Hij ging vervolgens in op twee problemen: het ecologisch probleem (overshoot) en het sociaal-organisatorisch probleem (een mismatch tussen mensen en vraagstukken van nu en onze huidige maatschappelijke orde en instituties). Voor wat betreft die overshoot (= meer ge- en verbruiken van natuurlijke hulpbronnen dan op duurzame basis mogelijk is) legde hij haarfijn uit wat er aan de hand is. Al op dit moment, met zo’n 7 miljard wereldburgers, is het meer-gebruik meer dan 50%, waarbij het zwaartepunt bij de westerse wereld ligt. Als we dat afzetten tegen de groei van de wereldbevoling van 6 miljard in 2000 naar 9 miljard mensen in 2050, komt er als we niets doen een verdrievoudiging van het consumptieniveau, dat nu dus al veel te hoog ligt.  We leven alsof onze planeet geen limiet kent, maar dat is helaas niet zo. Onze houding zal dus fundamenteel moeten veranderen. In onze westerse wereld is bijvoorbeeld van alles wat we kopen  na drie maanden 99% afval  geworden. We zullen echt veel zorgvuldiger met grondstoffen om moeten gaan.

Het tweede deel van de probleemstelling ging over de organisaties. Door opleiding en emancipatie past de klassieke piramidale organisatievorm niet meer bij de mensen van nu. Daardoor worden competenties en creativiteit van mensen ook onderbenut en dat tast ook zingeving aan die mensen in arbeid ervaren. Vraagstukken van deze tijd vragen om een andere organisatie. Wijffels noemt m.b.t. die vraagstukken voorbeelden als:

* sociale zekerheid en sociaal beleid van organisaties * de wijze waarop onze democratie functioneert * mondiale vraagstukken t.o.v. de huidige natie-staten * mededingingsrecht en intellectuele eigendom * organisatie van bestuur en governance.

In het industriële tijdperk konden we volstaan met eendimentionaal denken. Het draaide om groei en om winst. Nu zijn meer afwegingen nodig. De cultuur is echter nog niet veranderd. Die is atomisch, egocentrisch van aard. Je gaat voor je eigen belang. Maar hier kunnen we niet mee verder, gezien de problemen waar we voor staan. In tal van opzichten is onze maatschappelijke orde niet meer aan de maat voor deze tijd.

Wijffels schetst een paar contouren, ontwikkelingsrichtinen, voor oplossingen.

In de eerste plaatst ethisch. Willen we in deze wereld,  die één samenhangend leefsysteem is, overleven, dan moet er een uitgebreide, relationele ethiek komen. Het moet weer gaan om de vraag hoe we ons tot elkaar verhouden. Elke beslissing die we nemen (dus ook bijvoorbeeld in ons aankoopgedrag) heeft een morele component. Wij moeten met elkaar (burgers, professionals en overheid) veel meer verantwoordelijkheid nemen voor gemeenschappelijke vraagstukken. En daar moeten dus ook instituties op worden aangepast.

In de tweede plaats het terugdringen van de overshoot, zowel in beleid, als in hoe we individueel acteren. En dan niet alleen terugdringen, maar ook ruimte maken voor nieuwe mensen op deze planeet. Processen uit de industriële tijd kunnen we ons niet meer permitteren. Voorraden (grondstoffen) raken op en de negatieve effecten van het verbruik zijn enorm. We zullen dus veel meer cyclisch met grondstoffen om moeten gaan, voortdurend hergebruiken, weg met de wegwerpmaatschappij. Dat vraagt onder andere om een bio-based economy, meer gebruik maken van bio-massa, óók in de chemische sector en in de life sciences.

In de derde plaats moet de wijze waarop de financiële sector zich verhoudt tot de reële economie op de schop. De reële economie wordt nu geexploiteerd door de financiële sector, in plaats van dat deze sector dienend is aan de  reële economie. Die dienende rol moet weer terug komen.

Het grote probleem in Nederland is volgens Wijffels dat we momenteel sterk in een nostalgisch politiek-maatschappelijke sfeer zitten. We willen het liefst terug naar het oude en politieke partijen die dit voorstaan krijgen veel stemmen. Maar we kunnen niet terug naar het oude. We moeten écht vernieuwen. We zullen onszelf moeten overstijgen in het eigen belang, door rekening te houden met het algemeen belang. En dat is ook wat natie-staten zullen moeten doen, op basis van het subsidiariteitsbeginsel. Dat betekent dus het intensiveren van relaties op alle niveau’s.  Maar ook afstappen van de huidige regels m.b.t. intellectueel eigendom. Kennis hoort open source te zijn, eigendom van de mensheid en niet van individuele actoren.

Wijffels pleit ervoor om op alle niveau’s een overgang te maken van het één dimensionaal denken naar het meer dimensionaal denken. Van het in de juiste orde zetten van doelen en middelen. Op dit moment is het doel en het middel vaak van plaats gewisseld. Winst is bijvoorbeeld een doel geworden, in de zin van aandeelhouderswaarde. Maar winst mag nooit een primair doel zijn, maar moet slechts een middel zijn om diensten te kunnen blijven leveren. Organisaties moeten zich zo ontwikkelen, dat mensen zich er weer in kunnen herkennen, waarin ieder naar zijn vermogen mede-verantwoordelijkheid kan nemen. Van human resource naar human development dus. Nu gaan mensen naar hun werk, terwijl ze het beste van zichzelf thuis laten. De sociale zekerheid moet van zorg-gericht naar ontwikkelingsgericht. Potenties van mensen ontwikkelen en structuren maken waarin mensen weer tot hun recht kunnen komen. De democratie moet van een partijendemocratie opschuiven naar een burgerdemocratie.

Deze omslag vraagt om leiderschap. Wijffels omschrijft leiderschap in een tegenstelling tot management, wat het runnen van de bestaande orde is. Leiderschap is mensen meenemen naar een nieuwe orde. Daar is visie én moed voor nodig. 

Ik hoop dat deze drie sprekers u net zo inspireren en aan het denken zetten als zij mij hebben gedaan. Er zijn meer vragen dan oplossingen. Maar één ding is wat mij betreft zeker: er rust een grote verantwoordelijkheid op ons aller schouders!

Eindelijk evenementenborden!

Deze week werd voor het eerst een evenement in Huizen op een informatiebord afgekondigd. U zult het niet geloven, maar voor het zover was zijn we maar liefst vier jaar hiermee bezig geweest. Het begon met een voorstel van de Stichting Actief Huizen. Deze stichting wilde evenementen in Huizen bij de toegangswegen aankondigen, om daarmee aan bezoekers, maar ook aan de eigen inwoners,  beter zichtbaar te maken wat er in Huizen allemaal gebeurt.  Er werd een ontwerp gemaakt van een (toen nog niet elektronisch) bord, dat aan beide zijden door meerpalen (u weet wel, van die palen die in de haven staan) werd omgeven. Best origineel, maar de welstandscommissie oordeelde hier anders over. Het was te groot en niet passend in de omgeving. Hierna kwamen nog wat andere modellen langs, maar uiteindelijk besloot de SAH dat de gemeente eerst zelf maar moest zeggen wat dan wel mogelijk was. Daarna bleef het een tijdje stil.

Met de komst van de Stichting Marketing Huizen werd het idee weer opgepakt, dit keer geïntegreerd in een totaal plan voor toeristische bewegwijzering. Intussen was ook wat meer ervaring opgedaan met elektronische borden en zo kwamen uiteindelijk weer de nieuwe modellen op tafel.

Het model waar nu voor is gekozen is gecombineerd met mogelijkheden voor reclameboodschappen door Huizer ondernemers. Voordeel hiervan is, behalve de kansen die dit biedt voor ondernemers, dat de kosten van de aanschaf en het onderhoud van de borden voor de gemeente budget neutraal zijn. In gewone mensentaal: het kost ons (behalve eenmalige plaatsingskosten) verder niets. Het college heeft dan ook besloten om dit voor een periode van 5 jaar te doen. Daarna worden de borden geëvalueerd (en dan met name de wenselijkheid van reclame hierop) en kan het contract weer met 5 jaar worden verlengd.

Door de kosten voor de borden laag te houden, kon de overige toeristische bewegwijzering van het dorp ook tegelijkertijd worden opgepakt. Een mooi project, maar het resulataat  heeft wel heel ….. lang op zich laten wachten.

Week van de Lentekriebels

Vanochtend heb ik bij basisschool de Gouden Kraal met stralend zonnig weer en met een heel schoolplein vol stralende kindergezichtjes de ‘week van de lentekriebels’ geopend. Ik moet zeggen dat ik best even aarzelde toen ik dit verzoek kreeg. Zijn kinderen op de basisschool niet wat jong voor relationele en seksuele vorming? Maar na uitleg van de bedoeling van deze activiteit door de GGD was ik overtuigd. Zowel ouders als kinderen, zo blijkt inmiddels uit ervaring, zijn hier zeer enthousiast over.  Relationele en seksuele vorming binnen het basisonderwijs omvat namelijk veel meer dan alleen informatie geven over lichamelijke verandering en voortplanting. Het gaat ook over vriendschap, liefde, relaties en omgangsregels. Als kinderen zich bewust worden van sociale invloeden, kunnen ze hier ook weerbaarder tegen worden. Goede beleiding van kinderen kan ertoe bijdragen dat kinderen een positief zelfbeeld ontwikkelen en vaardigheden aanleren op het gebied van het aangaan en onderhouden van relaties. Door dit via de week van de Lentekriebels te doen gebeurt dit ook nog eens op een leuke manier.

Bij de Gouden Kraal gingen vanochtend vele tientallen ballonnen de lucht in, in de vorm van een rood hart. Daaraan hing een wenskaart, die door de kinderen zelf gemaakt is. Wat moet het leuk zijn om zo’n ballon te vinden. Daar krijgt de vinder vast gelijk ook lentekriebels van. Ik heb ze met al die rode harten van vandaag  al een beetje te pakken…

NL Doet!

Sinds de lijstverbinding bij de gemeenteraadsverkiezingen was het er nog niet van gekomen, maar vandaag sloegen CDA, Christen Unie en SGP in Huizen de handen ineen en knapten we gezamenlijk de tuin op bij de twee woningen van Philadelphia voor verstandelijk gehandicapten aan de Haar in Huizen. Ook de bewoners zelf werkten hard mee. Zelfs de steeg achter de woningen werd onkruidvrij gemaakt. Goede sfeer, prachtig weer en een heel mooi resultaat.

Met dank aan tuinbedrijf Alexander Westland voor het lenen van de verticuteermachine (dat scheelde echt heel veel!) en aan tuinbedrijf Klein Groenvoorziening voor het sponsoren van het graszaad.

Verder niet veel tekst vandaag, want mijn vingers doen pijn van dit soort werk, dat ik dus ook echt helemaal niet gewend ben. Wel een paar foto’s voor een impressie van de dag:

Minder regels voor minima

Afgelopen donderdag waren de CDA-afdelingen uit de regio Gooi en Vechtstreek in het gemeentehuis in Hilversum bij elkaar in het kader van wat wij het ‘verticale overleg’ noemen. Dat betekent dus dat we als plaatselijke afdelingen overleg hebben met onze vertegenwoordigers in de provincie en bij het Rijk. Een goed initiatief vind ik, zeker als dit ook leidt tot een gezamenlijke inzet voor een beter beleid.

Dat was donderdag dus ook aan de orde. We spraken met elkaar over een wat ons betreft noodzakelijke vereenvoudiging van inkomensafhankelijke regels. Op dit moment bestaan er alleen al op het landelijke niveau méér dan honderd inkomensafhankelijke wetten of uitvoeringsregels. Die regels stellen ook nog eens allemaal verschillende voorwaarden. De bureaucratie rond de uitvoering van de regels is mede daardoor enorm groot.  Gevolg is dat de mensen voor wie de ondersteuning bedoeld is door de bomen het bos niet meer zien.

Het CDA is van mening dat kwetsbare groepen in de samenleving, die langdurig met een laag inkomen moeten rondkomen, een groot risico lopen om sociaal en maatschappelijk geïsoleerd te raken. Dit zou niet nodig hoeven zijn, als deze mensen ook daadwerkelijk gebruik zouden kunnen maken van regelingen die voor hen bestemd zijn. Het hele systeem is echter zo complex geworden, dat de beschikbare financiële middelen vaak niet of niet tijdig terecht komen bij de mensen die dit echt nodig hebben.

Een bijkomend probleem is dat gemeenten gedwongen worden om bij iedere aanvraag om financiële ondersteuning uitgebreid onderzoek te doen, ook als de financiële situatie van de persoon die de aanvraag indient al bij de gemeente bekend is. De kosten van al dit onderzoek zijn zo hoog, dat bijna de helft van het geld dat bedoeld is voor inkomensondersteuning terecht komt bij de uitvoeringsorganisatie. In Huizen hebben we wel een paar maatregelen genomen om zaken maximaal te vereenvoudigen, maar ook wij zijn gebonden aan landelijke regelgeving.

Het CDA in de regio Gooi en Vechtstreek vindt dan ook dat het hoog tijd wordt om regels te harmoniseren en systemen te vereenvoudigen. De regio heeft daarom het verzoek aan het aanwezige Tweede Kamerlid Maarten Haverkamp gedaan, om zich namens de regio Gooi en Vechtstreek in de Tweede Kamer fractie van het CDA sterk te maken voor steun aan een resolutie van de regionale partijgenoot mevrouw DéDé Siemons, die hierover op 2 april a.s. op het CDA partijcongres in den Haag in stemming zal worden gebracht. We rekenen op een positief advies vanuit de Tweede Kamerfractie en daarmee ook op een groot draagvlak voor vereenvoudiging van het beleid vanuit den Haag.  Ik ga daar in ieder geval persoonlijk op 2 april voor stemmen, dat moge duidelijk zijn.

Over nylonkousen, sigarettenpeukjes, energydrink en een wandelstok

Afgelopen zaterdag was het weer de jaarlijkse opschoondag en dit keer gingen we aan de gang in het Goois Natuurreservaat. Met een goed zichtbaar hesje om, handschoenen aan (bleek later ook broodnodig, om lappen half vergaan plastic uit de grond te trekken), een knijper in de ene hand en een vuilniszak in de andere hand, gingen we met een grote groep mensen op pad, de natuur in!

Om eerlijk te zijn viel de hoeveelheid troep in de natuur me niet eens tegen. Rondom bankjes en langs paden vonden we wel grote hoeveelheden lege blikjes, met name diverse soorten energydrink. Kennelijk zijn dit dus plekken waar de jeugd recreëert. Maar ik deed ook wel bijzarre vondsten, zoals half vergane kledingstukken (…) en grote stukken piepschuim.

Langs de Crailoseweg was het echter echt hard werken, al hoorden we later dat we daar -vanwege de veiligheid- eigenlijk niet mochten komen. We konden onze plastic vuilniszakken zeker tot de helft vullen met verpakkingen van sigaratten en shag, plastic flessen, lege pakjes drinken, snoeppapiertjes en -opnieuw- veel blikjes energydrink. Dat waait vanaf de weg trouwens ook gewoon allemaal de natuur in. Zonde toch?

Wat stof tot spreken gaf was een zwarte nylonkous die ik in de knijper nam. Zomaar uit het raam van een auto gegooid? Het verhaal werd nog spannender toen ik 100 meter verderop het tweede exemplaar aantrof. Twee bankrovers? Of toch één dame? En toen vonden we ook nog een echte wandelstok, die natuurlijk de nodige ruimte in de afvalzak innam. Okay, kennelijk gooit niet alleen de jeugd  de troep op straat. We zullen ook de ouderen op moeten blijven voeden.

Van de aanwezige BOA hoorde ik dat in Huizen een boete van 100 euro staat op het weggooien van troep. Voor de jeugd (tot 15 jaar) is die boete 50 euro. Maar preventie is beter dan straffen. Los van de gezelligheid zou het volgens mij heel goed zijn voor de bewustwording als iedereen eens een paar uur meedoet aan zo’n opschoonactie. Volgens mij gooit dan echt niemand meer troep op straat. Het is toch bijzar dat we onnodig zoveel rotzooi van een ander moeten opruimen? Laten we onze omgeving vooral met elkaar schoon en mooi houden!

Je moet er even doorheen kijken…

“Je moet er even doorheen kijken” zeiden ambtenaren gisteren tegen mij tijdens het werkbezoek van de gemeenteraad aan het zwembad Sijsjesberg. Nou, dat kost enige fantasie, maar na wat toelichting durf ik daar toch wel in te geloven. De naden bijvoorbeeld, die nu nog in de wanden van het zwembad te zien zijn, zullen straks helemaal verdwenen zijn. De zandhopen verdwijnen en wat nu nog zanderige bouwgrond is, zal straks bedekt zijn met groene graszoden. Alleen al voor het opnieuw bestraten worden ca. 40 mensen ingezet, die in één keer door zullen werken om de boel weer dicht te krijgen. Kortom, het gaat allemaal mooi worden in Sijsjesberg.

Goede opkomst van raadsleden, die interesse tonen voor de voortgang van de renovatie van Sijsjesberg

Natuurlijk ook veel CDA fractieleden aanwezig. Ik had het niet anders verwacht!

Er moet nog heel wat gebeuren voor 1 mei!

Natuurlijk vraagt iedere journalist aan mij of het wel op tijd af is en of het financieel binnen de planning blijft. En dan kan ik steeds een beetje trots zeggen dat dit het geval is. De werkzaamheden liggen op de dag nauwkeurig op schema, want het oponthoud door de paar dagen vorst die we hebben gehad is al weer ingelopen. We hebben hier en daar een kleine tegenvaller gehad (zo bleek bij de uitbreiding van het zwembad met een springkuil dat net op die plek een rioolbuis liep) maar ook af en toe een meevaller (zoals bijvoorbeeld een financiële meevaller in de kosten voor de fietsenstalling, die desondanks erg mooi wordt, passend in de omgeving en van duurzaam materiaal).

Ik mag mij als verantwoordelijk wethouder gelukkig prijzen met een uitstekend gemeentelijk projectteam, dat intensief en ook constructief samenwerkt om de ronovatie van Sijsjesberg tot een goed einde te brengen. Ik zet ze hier dus maar even in het zonnetje:

 

V.l.n.r.: Erik Oldenzeel (beheerder Sijsjesberg); Lizzy Mercx (beleidsambtenaar sport en recreatie); Hans de Bruijn (financieel  projectmanagement) en Bert Bannink (projectleider renovatie Sijsjesberg).
Het nieuwe centrale gebouw, waar behalve toezicht en EHBO ook extra toiletten en een horecavoorziening in komen.

En dit wordt dus het nieuwe peuterbad. Het blauwe gedeelte blijft en wordt ‘spraypark’.
En tenslotte nog een foto van het ‘instructiebad’, dat nu niet meer in het midden het diepste punt heeft, maar aan de kant waar straks de familieglijbaan komt te staan. Ik denk dat die heel veel gebruikt zal gaan worden.