Gilde Gooi Noord bestaat 25 jaar

In het kader van het 25 jarig bestaan van het Gilde Gooi Noord werd afgelopen donderdag een feestelijke bijeenkomst gehouden bij Fort Werk 4 in Bussum. De vrijwilligers van Gilde Gooi Noord werden getracteerd op een middag oud-Hollandse spelen en de externe contacten (waaronder ikzelf dus) op een receptie in de sfeervolle tuin bij het Fort.

Ik heb grote bewondering voor de vele 50+ ers van het Gilde Gooi Noord, die hun kennis en ervaring belangeloos beschikbaar stellen aan onze samenleving. Zij zijn bijvoorbeeld gids tijdens fietstochten, of helpen ouderen bij het aanleren van computervaardigheden. Maar ze doen nog veel meer, ook aan individuele hulp en advies. (zie daarvoor hun website: www.gildegooinoord.nl). Dat alles gebeurt vaak in stilte. Ik vind daarom dat ik ze bij dit jubileum best even in de schijnwerpers mag zetten. Hulde!

Eerst mensen, dan regels

In de afgelopen week was ik deelnemer aan een ronde tafelgesprek over de WMO. Aan tafel zaten leden van diverse WMO Raden, belangenorganisaties en enkele wethouders. Er werd uitgebreid gediscussieerd over ‘de kanteling’. Dit is een begrip dat voor ingewijden heel gewoon is, maar voor gewone mensen natuurlijk onbegrijpelijk. Kern van het begrip is dat we als gemeenten anders (dus gekanteld) moeten gaan denken als het gaat om de toepassing van regels. Er is in complexe situaties van mensen vaak veel aan de hand waardoor mensen niet (meer) volwaardig in de maatschappij kunnen deelnemen. Gebrek aan sociale contacten, een problematische gezondheid, werkloosheid, geldproblemen, gebrek aan zingeving, dit alles kan leiden tot een versmalling van het bestaan van mensen en uiteindelijk tot een sociaal isolement. Met ‘de kanteling’ willen we bevorderen dat de problemen waarmee mensen worstelen integraal worden aangepakt en dat het uiteindelijke resultaat is, dat mensen weer gewoon op eigen kracht (of met hulp van hun eigen sociale netwerk) aan de samenleving kunnen meedoen. Binnen gemeenten staan op dit moment de regels, maar vooral ook de organisatiecultuur, een passende oplossing voor mensen helaas vaak nog in de weg. Daar moeten we iets aan veranderen. Immers, geen enkel mens is gelijk en geen enkele situatie is gelijk. Het resultaat dat we samen met kwetsbare burgers kunnen bereiken moet dan ook niet gehinderd worden door regels die voortkomen uit een in onze samenleving niet langer realistisch gelijkheidsdenken of angst voor willekeur. Om die reden heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) een ‘gekantelde verordening’ voorgesteld. De nieuwe WMO verordening die we als gemeenten allemaal moeten hebben zal in Huizen echter verder gaan dan het model. Wij streven naar een verordening die nauwelijks nog regels gaat bevatten! Onze visie is, dat we vooral goed moeten luisteren naar mensen die ondersteunng nodig hebben, om  vervolgens samen te zoeken naar passende oplossingen. Niet alles hoeft door de overheid te worden geregeld. Wat mensen op eigen kracht (nog) kunnen moet weer centraal komen te staan. Dat is het vertrekpunt. Maar als daar aanvullend (professionele) hulp nodig is, dan moeten we er als overheid wel zijn!

Als overheid kunnen we niet alle problemen van mensen oplossen. We hebben daarbij een betrokken samenleving nodig, waarin mensen ook naar elkaar omzien.  Gelukkig heb ik deze week weer veel voorbeelden gezien waarbij professionele hulp én de inzet van vrijwilligers samen leidt tot het voorkomen van een sociaal isolement. Zo werd vandaag (donderdag 21 april) door professionals én vrijwilligers van de Marke en vrijwilligers van de Zonnebloem en de Rikistichting, samen met de kinderen en de meester van klas 7 van de Eben Haëzerschool in Huizen een feestelijke ochtend verzorgd voor de ouderen van de Marke. Bij de opening van deze bijeenkomst heb ik daar ook mijn waardering voor uitgesproken:  Als overheid kunnen we veel doen voor de ouderenzorg, maar we kunnen de aandacht die mensen voor elkaar hebben niet regelen. Het is fantastisch om te zien met hoeveel motivatie mensen écht vanuit hun hart voor anderen zorgen.  Juist ook ouderen lopen een groter risico om sociaal geïsoleerd te raken. Het is fijn dat daar in Huizen zoveel aandacht voor is. En de jeugd van nu, zijn hopelijk de vrijwilligers van straks!

Deze week weer werd ik helaas ook weer geconfronteerd met casuïstiek waaruit de noodzaak van een integrale aanpak van mensen of gezinnen in probleemsituaties duidelijk naar voren kwam. Soms zijn we onvoldoende op de hoogte van de problemen van mensen. En als die dan bij ons bekend worden, is het vaak echt crisis. We zijn in Huizen op de goede weg om in dit soort crisissituaties doortastend op te treden, maar er zijn ook nog wel belemmeringen om dit te doen. Ook in Huizen zijn we er wat ‘de kanteling’ betreft nog niet. Er liggen dus nog genoeg uitdagingen!

Samenwerking in het Gewest

In de afgelopen week werd door Ben Hammer (voormalig wethouder Hilversum en nu in de hoedanigheid van voorzitter van de klankbordgroep herijking Gewest) een rapport gepresenteerd aan Ernst Bakker, voorzitter van het Gewest Gooi en Vechtstreek. In het rapport staan een groot aantal aanbevelingen voor een effectieve en efficiënte samenwerking van de negen gemeenten (Blaricum, Bussum, Hilversum, Huizen, Laren, Muiden, Naarden, Weesp en Wijdemeren) binnen het Gewest Gooi en Vechtstreek.

Het rapport is zorvuldig voorbereid door o.a. leden van het Algemeen Bestuur van het Gewest (raadsleden en wethouders) ambtenaren en enkele extern betrokkenen bij het Gewest. Het rapport is in de afgelopen week alleen aangeboden en toegelicht. Het is nu de bedoeling dat gemeenten het rapport gaan bestuderen. Daarna volgt een inhoudelijke discussie tijdens een regionale bijeenkomst op 20 mei. Nol van de Helm en Liesbet Tijhaar waren namens Huizen als leden van het AB van het Gewest en als lid van de klankbordgroep nauw bij de voorbereidingen van het rapport betrokken.  Nol van de Helm  gaat de commissie Algemeen Bestuur en Middelen (ABM) van de gemeente Huizen a.s. donderdag dan ook informeren over de hoofdlijnen uit het rapport.

Ik merk dagelijks in mijn werkzaamheden hoe belangrijk het is om als gemeenten met elkaar samen te werken. Het levert veel kennisuitwisseling op en het voorkomt dat we steeds ieder voor zich weer het wiel uit moeten vinden. Toch moeten we mijns inziens altijd kritisch blijven in de keuzes die wij m.b.t. samenwerking maken. Ik ben van mening dat samenwerking de gemeente Huizen ófwel kwaliteitswinst, ófwel een kostenbesparing moet opleveren en het liefst allebei. Het rapport dat nu voorligt biedt mijns inziens genoeg mogelijkheden om daar werk van te maken.

Onroerende Zaak Belasting (OZB)

Niemand vindt het leuk om belasting te moeten betalen, maar als het dan toch moet, dan is het wel van belang dat je niet teveel betaalt. In Huizen wordt -net als in alle andere gemeenten- onroerende zaak belasting geheven. Die belasting is (deels) gerelateerd aan de waarde van de onroerende zaak (bijvoorbeeld een huis of een bedrijf ). Om te bepalen wat de waarde van een onroerende zaak is (de WOZ), hanteren we in Huizen een indrukwekkend gedifferentieerd en geautomatiseerd systeem. Dit, in combinatie met een team van enthousiaste en betrokken ambtenaren, maakt dat we de waardebepalingen heel precies kunnen uitvoeren, waardoor er dus ook relatief weinig bezwaarschriften binnen komen.

Toen ik daar met het Hoofd Financiën over sprak, liet hij me weten dat we in Huizen écht een heel goed lopende belastingafdeling hebben, met nauwelijks ziekteverzuim en ook nauwelijks verloop. De mensen die er werken gaan er ook helemaal voor om hun werk tot in de puntjes nauwkeurig uit te voeren. Vooral daardoor hebben we in Huizen de belastingzaken goed op orde.

De efficiënte en effectieve manier waarop in Huizen met belastingen wordt omgegaan heeft inmiddels ook landelijk bekendheid gekregen. In de afgelopen week kwam de gemeente Dalfsen bij de belastingafdeling op werkbezoek en binnenkort komt ook de gemeente Tilburg naar Huizen, om te kijken hoe we in Huizen de WOZ en de heffing van de OZB hebben geregeld. 

Niet alleen voor ons innovatieve WMO beleid komen dus andere gemeenten naar Huizen, maar óók voor de WOZ. Voor mij een reden om dubbel trots te zijn.

Provincie steunt regionale samenwerking maatschappelijke ondersteuning

Twee weken geleden ging een persbericht van het Gewest Gooi en Vechtstreek uit, waarvan ik eigenlijk niets in de media heb teruggezien. Misschien is de boodschap  ingewikkeld, maar daarom niet minder belangrijk. Als wethouders WMO in de regio Gooi en Vechtstreek spannen we ons namelijk enorm in om in nauwe samenwerking tot een goed systeem van maatschappelijke ondersteuning in onze gemeenten te komen, waardoor mensen die ondersteuning nodig hebben ook écht worden geholpen.  Het nieuws is, dat we daarbij nu ook de steun van de provincie hebben! Hier dus het persbericht, voor de mensen die hier wél belangstelling voor hebben.

De provincie Noord-Holland ondersteunt, op initiatief van gedeputeerde Rob Meerhof, de gemeenten in de Gooi en Vechtstreek bij de totstandkoming van de regionale samenwerking op het terrein van wonen, welzijn en zorg (samengevat maatschappelijke ondersteuning). De portefeuillehouders van de negen gemeenten in de Gooi en Vechtstreek willen de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) gezamenlijk oppakken. De regionale samenwerking komt mede dankzij een provinciale bijdrage van €150.000,- in een stroomversnelling terecht.

Nu met elkaar zorgen dat ook straks iedereen mee kan doen

Iedereen wil zo lang en zo zelfstandig mogelijk mee kunnen doen aan de samenleving. Gemeenten ondersteunen inwoners die hierbij problemen ondervinden. Door vergrijzing en bezuinigingen van het Rijk is het steeds moeilijker voor gemeenten om deze maatschappelijke ondersteuning betaalbaar te houden en om tegelijk de kwaliteit op peil te houden. Door nu slim samen te werken en met inwoners en aanbieders van zorg en welzijn in de Gooi en Vechtstreek de maatschappelijke ondersteuning te vernieuwen, verwachten de gemeenten ook de komende jaren ervoor te kunnen zorgen dat iedereen mee kan doen.

De vraag centraal

De gemeenten willen een verandering realiseren van het verstrekken van voorzieningen op basis van individuele rechten naar het op maat ondersteunen van inwoners op verschillende leefgebieden. De maatschappelijk ondersteuning is gericht op het vergroten van de zelfstandigheid van inwoners en het versterken van de eigen regie van mensen op het dagelijks leven. Bij deze vernieuwing staat het activeren én ondersteunen van de eigen kracht van mensen centraal. De wethouders in de Gooi en Vechtstreek zijn ervan overtuigd dat deze doelstellingen gerealiseerd kunnen worden door mensen zelf oplossingen te laten formuleren voor problemen. En vervolgens door de vraag van mensen sturend te laten zijn bij de vormgeving van de maatschappelijke ondersteuning. Door de vraag van mensen centraal te stellen verwachten de gemeenten dat inwoners een hogere kwaliteit ervaren, gelijkwaardigheid in de dienstverlening ervaren en een doelmatiger inzet van publieke middelen. Dit betekent dat er in de toekomst geen blauwdrukken (zoals regelingen en indicatiebesluiten) van ondersteuning meer af te geven zijn. Vraagsturing vraagt om een andere organisatie van dienstverlening. Voor de burger moet dit alles leiden tot een goede dienstverlening, meer keuzevrijheid, en een pakket van maatregelen dat echt past bij de eigen situatie en mogelijkheden.

Visie omzetten in een uitvoeringsprogramma

Tijdens een recent georganiseerde regionaal congres is deze visie besproken met raadsleden, aanbieders, wethouders en ambtenaren. Met behulp van de gelden van de provincie Noord Holland wordt nu gewerkt aan het vertalen van de visie in een uitvoeringsprogramma dat als basis kan dienen voor de lokale Wmo beleidsplannen. Om dit proces goed te begeleiden hebben de wethouders Wmo in de Gooi en Vechtstreek een bestuurlijke taskforce geformeerd. In deze stuurgroep zitten wethouder Janny Bakker (gemeente Huizen), wethouder Gerard Boekhoff (gemeente Bussum) en wethouder Eric van der Want (gemeente Hilversum). De lokale Wmo beleidsplannen worden in het najaar van 2011 ter besluitvorming aan de gemeenteraden voorgelegd.