Tweede waterveld voor Huizer hockeyclub

Als wethouder sport heb ik beslist niet alleen maar ‘gezeur’. De opening van het tweede waterveld van de Huizer hockeyclub (HHC) van afgelopen zaterdag was een mooi feestje om bij te wonen en dan ook nog eens met stralend zomers weer. Het tweede waterveld is er niet alleen voor de top. Ook bijna alle jeugdspelers kunnen vanaf nu wekelijks zelf ervaren hoe het voelt om op een waterveld te hockeyen. Natuurlijk is hier veel werk aan vooraf gegaan, zowel voor de vele vrijwilligers van de HHC die hun schouders onder de sponsoring hebben gezet als voor onze ambtenaren. Heel bijzonder en zeer verdiend vond ik dan ook de openlijke complimenten voor onze ambtenaren Liesbeth Schoppen en Frans Elbers, zowel in de speech van Heleen Kropholler, de voorzitter van de HHC als in de speech van Jan Albers, de voorzitter van de Nederlandse hockeybond. Ik zelf ben ook echt hartstikke trots op deze twee kanjers! Jan Albers deed zelfs bij mij nog een poging om Frans ook op andere hockeyvelden in te mogen schakelen, wat natuurlijk voor Frans heel eervol is. Als wethouder ga ik daar overigens  helemaal niet over, maar het management mag wel heel zuinig op hem zijn!    

Het tweede waterveld ligt er prachtig bij!

Toespraak van de voorzitter van de HHC

Frans Elbers letterlijk en figuurlijk in het zonnetje!

Eigen bijdrage GGZ

In de afgelopen week werd ik door een psychiater gewezen op een wel heel vreemde passage uit het regeerakkoord VVD-CDA.

“De eigen bijdragen in de eerste lijn-ggz worden verhoogd en voor de tweede lijn-ggz wordt een eigen bijdrage ingevoerd”.

 Om eerlijk te zijn heb ik daar bij de totstandkoming van het regeerakkoord echt overheen gelezen. Ik heb mijn twijfels bij het eigen bijdragesysteem voor kostenbeheersing in de zorg, omdat de kosten in de zorg mijns inziens niet stijgen door de vraag, maar door een ongebreideld uitbreiden van het aanbod, ook als daar bij de betrokkenen helemaal geen behoefte aan is.

Ik ben wel een voorstander van inkomensafhankelijke eigen bijdragen. Dat sluit aan bij mijn overtuiging dat mensen in principe zelf verantwoordelijk zijn voor hun gezondheid en hun welzijn en dus ook –voor zover dat in hun vermogen ligt-  daar zelf financieel in voorzien. Pas als dat niet mogelijk is, komt hulp vanuit de overheid in beeld. “Gespreide verantwoordelijkheid waar het kan, solidariteit waar het moet” noemen we dat.

 Het bijzondere hier is echter, dat de eigen bijdrage alleen in de GGZ wordt toegepast. Er wordt dus een verschil gemaakt  tussen mensen met een aandoening van de hersenfuncties en mensen met een aandoening in andere lichamelijke functies. De minister zou volgens de betreffende psychiater het beleid hebben verdedigd met een uitspraak dat “mensen eerst meer moeten zoeken naar hulp in de eigen omgeving”. In het algemeen kan ik deze mening delen, maar dit argument schiet om meerdere  redenen tekort voor mensen met een psychiatrische aandoening.

 Ten eerste, de problematiek die psychiaters in de regel behandelen zijn geen kleine klachten, maar ernstige depressies, manisch depressiviteit, schizofrenie, dan wel andere ernstige verstoringen in hersenfuncties die zich uiten in stoornissen in denken, voelen of gedrag. Deze stoornissen zijn niet op te lossen met ‘praten’ met de buurman of buurvrouw.

 Ten tweede leert de ervaring dat de drempel om naar een psychiater te gaan erg hoog is. Immers, als bekend is dat je onder behandeling van een psychiater bent (geweest), verlaagt dat toch de kansen op een baan en zelfs op vriendschappen. Er is nu eenmaal helaas nog veel onbegrip en negatieve beeldvorming rond mensen met een psychiatrische aandoening in onze maatschappij.

 Ten derde is een gevolg van een ernstige psychiatrische aandoening vaak ook dat mensen maatschappelijk minder goed functioneren. In veel gevallen uit zich dit onder meer in een laag inkomen of in schuldenproblematiek. Daarbij opgeteld dat deze mensen ook niet altijd een goed beeld hebben van de ernst van de eigen aandoening, is de kans groot dat men zich vanwege de kosten gaat afsluiten voor behandeling. Los van de gevolgen die dit voor de betrokkene heeft, vergroten we hiermee overigens ook een bredere maatschappelijke problematiek, met alle kosten (voor o.a. gemeenten en politie) die dat weer met zich meebrengt.

 Ik vind het dan ook echt heel erg fout dat nu juist de mensen met een psychiatrische aandoening kennelijk minder serieus worden genomen dan mensen met een ‘aantoonbaar’ lichamelijk defect. Natuurlijk is dit onkunde, maar ik vind het ook een respectloze opvatting die volstrekt haaks staat op de ernst en de omvang van het lijden van deze mensen en dat van hun naasten. Het ventileren van deze opvatting door nota bene onze eigen overheid is overigens ook -vanuit een maatschappelijke context gezien, waar we nu juist proberen om betrokkenheid bij deelname van GGZ cliënten aan de samenleving te vergroten- niet zonder risico’s.  

 Ik heb de betreffende psychiater dan ook beloofd om in mijn netwerk  duidelijk maken dat deze eenzijdige maatregel voor mensen met psychiatrische aandoeningen écht onverstandig is en ook zeker niet past bij ons christen democratisch uitgangspunt dat we er als overheid moeten zijn voor alle burgers die op eigen kracht hun deelname aan de samenleving niet kunnen organiseren, ongeacht de (medische) reden daarvan. 

 Eigen bijdragen in de zorg zijn goed te onderbouwen, maar dan inkomensafhankelijk en zeker niet alleen ten koste van een doelgroep waarvan we nu al weten dat zij zich toch niet zullen verweren!

Uitgangspunten CDA onder de loep

Gisteravond waren we met een delegatie vanuit Huizen aanwezig bij een bijeenkomst over de CDA uitgangspunten. De bijeenkomst was in Houten (één van de vier soortgelijke bijeenkomsten door het hele land) en werd uitstekend geleid door Jacobine Geel. Wat een aansprekend mens is dat toch! Er werd volop gediscussieerd en daar was ook veel ruimte voor. Over de betekenis van de C van het CDA bijvoorbeeld, maar ook over onze kernwaarden zoals gespreide verantwoordelijkheid, gerechtigheid, solidariteit en rentmeesterschap. Passen die oude woorden nog in deze tijd en zo ja, hoe vertalen we die dan in de praktijk. Mooie woorden zijn belangrijk, ook voor onszelf, om ons steeds weer te realiseren welke idealen we nastreven. Maar geloofwaardig zijn we pas als we die woorden ook zichtbaar omzetten in daden.

CDA Huizen doet ook actief mee in de discussie

We hadden ook een interessante discussie over de ‘ik cultuur’. Aanwezige jongeren wezen erop dat jongeren van nu juist heel erg in een ‘wij cultuur’ leven. Ze zoeken elkaar op en delen dingen samen. Wat me uit deze discussie duidelijk werd is dat we heel vaak ‘beelden’ hebben die -als we echt goed kijken- niet altijd blijken te kloppen. Dat geldt niet alleen voor de beeldvorming van onze jeugd, maar ook van bijvoorbeeld groepen allochtonen, religies etc. We moeten onze beelden steeds weer durven herzien en dat kan alleen als we dicht bij mensen blijven.

Jacobine Geel probeert een samenvatting te geven

Ik vind het goed om zo nu en dan eens stil te staan bij waar we mee bezig zijn. Die reflectie zouden we misschien zelfs wat vaker moeten hebben. Het was voor mij in ieder geval een inspirerende avond. Nu er weer tegenaan in de praktijk van alle dag!