Moet Mauro blijven?

Moet Mauro blijven? Deze vraag heeft in de afgelopen week de gemoederen in ons land flink in beweging gebracht, tot zelfs in de Tweede Kamer aan toe. Al die Nederlanders, die zo hard roepen dat we ‘overspoeld’ worden met buitenlanders en die zelfs om die reden op de PVV hebben gestemd, staan nu vooraan om het voor Mauro op te nemen. En dat is ook niet verwonderlijk. Wat Mauro heeft ‘een gezicht’ gekregen.

Toen ik nog voorzitter was van de stichting Kerk en Vluchteling in Huizen, had ik ook dagelijks te maken met mensen die voor mij een ‘gezicht’ gekregen hadden. En ik heb sindsdien de overtuiging dat geen enkele asielzoeker (of economische vluchteling) voor zijn of haar plezier het eigen land ontvlucht. Ieder mens, ieder gezin, dat naar Nederland komt heeft, net als Mauro, een eigen verhaal. Het zijn mensen zoals u en ik. Kinderen, jongeren, en volwassenen. Zij zoeken allemaal, net als wij, naar kansen om van hun eigen leven iets zinvols te maken. En de ouders die hier met hun kinderen naartoe komen maken zich, net als wij, druk om de toekomst van hun kinderen.

Als CDA vrouwen in Huizen stuurden wij enkele weken geleden een brief aan minister Leers, met de volgende boodschap:

We zullen als CDA, misschien tegen de publieke opinie in, een duidelijke christen-democratische stellingname moeten kiezen die de gastvrijheid, maar óók de menselijke maat als uitgangspunt neemt. Daar hoort wat het CDAV Huizen betreft het volgende bij:  

a.         Zo veel als mogelijk opvang van vluchtelingen in de eigen regio organiseren (daar mag dus ook meer ontwikkelingsgeld naar toe). Dit niet vanuit het eigenbelang, maar vanuit het belang van de mensen die het betreft. Deze door oorlog of armoede vaak totaal ontredderde mensen krijgen in onze westerse wereld namelijk óók nog eens een culturele shock te verwerken. Veelal zijn deze mensen -ook op de langere termijn-  uiteindelijk gelukkiger in hun eigen cultuur dan in een vervreemdend en complex westers land als Nederland.

b.         Snelle asielprocedures in Nederland, om wachtende mensen niet lang in de huidige gekmakende onzekerheid te laten.

c.         Mensen iets ruimer de tijd geven om het land te verlaten (het besluit dat dit onvermijdelijk is moet verwerkt worden en mensen moeten weer een nieuw plan kunnen maken, ook mentaal).

d.         In die tijd in ieder geval opvang garanderen (geen mensen op straat).

e.         Meer investeren in organisaties als Cordaid, voor maatwerk aan mensen in individuele terugkeerprogramma’s.

f.          Een strenge aanpak voor mensen die niet in Nederland mogen blijven, maar willens en wetens hun uitzetting tegenwerken (hoe begrijpelijk vanuit hun perspectief soms ook). Deze mensen moeten niet in de illegaliteit terechtkomen, maar daadwerkelijk uitgezet worden.

g.         Altijd oog houden voor schrijnende situaties van mensen (niet omdat omstanders het ‘zielig’ vinden, maar na overleg met professionele én maatschappelijke organisaties die dit ook goed kunnen beoordelen en die van oudsher ook de CDA achterban vormen). In die zin voorziet ons stelsel niet voor niets in een eigen discretionaire bevoegdheid van de minister. Maak daar ruimhartig gebruik van, als dat nodig is.

h.         Maatwerk leveren als er kinderen van asielzoekers bij een uitzetting zijn betrokken, die zo lang in Nederland wonen, dat zij de taal van het land van herkomst vaak niet eens meer spreken en totaal ‘verwesterd’ zijn. Deze kinderen mogen uiteindelijk niet de dupe worden van het gedrag van hun ouders of van rigide regelgeving.

Wij hebben van minister Leers nog geen reactie op deze brief ontvangen, maar voelen ons wel gesteund door de brede CDA achterban, die op het congres gisteren ook pleitte voor een meer mensgericht asielbeleid.

In mijn optiek moeten kinderen als Mauro direct na hun aankomst in Nederland weer met hun biologische ouders herenigd worden. Dat is waar kinderen thuis horen. Als die ouders er niet zijn, of niet te vinden zijn, dan zouden deze kinderen, -begeleid door een Nederlandse organisatie- in een kindertehuis in het land van herkomst (of in een veilig buurland) opgevangen moeten worden. Daar kunnen zij zich binnen hun eigen taal en cultuur verder ontwikkelen. Dat zijn ook rechten van een kind.  

Voor Mauro is dit nu te laat. Dat geldt, zoals ik me dat heb laten vertellen, ook voor zo’n 75 andere kinderen in een vergelijkbare situatie. Laten we dan ook erkennen dat het huidige asielbeleid, destijds ingezet door Job Cohen, vanuit het oogpunt van de rechten van het kind, hier gefaald heeft. Dat we in het verleden onvoldoende rekening hebben gehouden met het gegeven dat een kind zich na enkele jaren nu eenmaal hecht aan een nieuwe omgeving. Voor deze kinderen dienen we als CDA compassie te hebben. Mededogen, barmhartigheid, om het maar in christelijke termen te zeggen. Genade moet nu dan dus ook maar gelden voor recht. Om vervolgens het recht zodanig aan te passen, dat we ons in de toekomst niet meer hoeven te schamen met hoe wij in ons land met deze mensen (met én zonder gezicht naar het brede Nederlandse publiek toe) omgaan.

Wordt 2012 het jaar van de verbinding?

Ik kwam in de afgelopen weken even niet toe aan mijn weblog, maar hier ben ik weer. Wat is er intussen veel gebeurd! Terugkijkend op de afgelopen weken kan ik nog nagenieten van alle activiteiten die in Huizen georganiseerd zijn. Het voorproefje op het Oude Raadhuisplein, waar heel veel mensen elkaar ontmoetten, de Huizerdag in de stralende zon en de Huizer botterdagen, waar de goede contacten tussen gemeenten in onze regio werden verstevigd.  

Samenwerking bij de Taeje Bokkesrace

Maar wat te denken van de activiteiten van de vele sportverenigingen die in de afgelopen weken weer van start zijn gegaan? De talloze activiteiten die voor jongeren én ouderen werden georganiseerd. De spontane nieuwe initiatieven, zoals het opzetten van een systeem van ‘schuldhulpmaatjes’ vanuit de kerken. De serviceclubs, die zich inzetten voor de locale samenleving door het organiseren van het South Sea Jazzfestival of door het realiseren van een monument voor de Huizer vissers. En dan alle activiteiten vanuit zorginstellingen en welzijnsorganisaties, die hun stinkende best doen om de eigen kracht van kwetsbare burgers te versterken. Zomaar wat voorbeelden uit mijn dagelijkse ervaringen in de afgelopen weken!
Maar niet alleen organisaties komen iedere keer weer verrassend uit de hoek. Ook individuele burgers blijven me inspireren. In ons WMO beleid hebben we de regie (weer) teruggelegd bij de burger en wat blijkt uit de gesprekken die onze consulenten met burgers hebben? Die burgers pakken die regie uitstekend op, ze nemen hun verantwoordelijkheid, voor zichzelf, maar ook voor hun omgeving.
Het is allemaal eigenlijk overweldigend wat er in ons dorp gebeurt. Ik onderga dit alles bijna als ‘vanzelfsprekend’. En misschien is dit ook wel zo. Er zit zo enorm veel kracht in de samenleving, dat het bijna belachelijk is om als bestuurder te denken dat  je daar zelf een dominante rol in zouden moeten hebben. 
Vandaag las ik de trendrede 2012. Het is de tweede keer, dat een aantal trendwatchers bij elkaar zijn gaan zitten om te zien wat er in ons land aan de hand is. Een goed leesbaar stuk, waarin toch ook wel een flink aantal stevige uitspraken worden gedaan, die mij als bestuurder aan het denken zetten.
Wat dacht u bijvoorbeeld van deze trend:
“Er is woede en onbegrip. We lopen vast in allerlei systemen. We zijn verkloofd. We zien mensen langzaam afstand nemen van het systeem van onbeperkte, maar vooral van betekenisloze groei – enkrimp. Men ziet deze periode als een stap terug, maar het is eerder een stap opzij. Woede creëert nieuwe wegen. Veel individuen zetten zwijgend een kleine stap. En straks zal blijken, dat we collectief een nieuwe richting zijn ingeslagen. Het wachten is op een charismatische nieuwe semantiek, op nieuwe autoriteiten met een fris vocabulaire, in een andere toonsoort dan we gewend zijn geweest de afgelopen jaren”.
Of deze: 
“De burger zoekt geen macht, voert geen actie en zit niet lijdzaam bij de pakken neer. Hij zet een zwijgende revolutie in gang, waarbij oude patronen langzamerhand opzij worden geschoven. Zelfsturing is een kernwoord voor 2012”.
 
Eén van de vragen die aan het eind open blijven is: “Blijven we bij de pakken neerzitten? Of herpakken we de kracht die in onze cultuur schuilt?”
De trendwatchers pleiten er aan het eind van hun betoog voor om 2012 te bestempelen als het jaar van de ‘verbinding’. Dat spreekt mij wel aan. Voor mij is dan de kernvraag, of het gaat lukken om de verbinding te leggen tussen de kracht die in onze cultuur schuilt en de richting die  we als overheid én burgers steeds weer gezamenlijk zullen moeten kiezen.
Wauw, wat een uitdaging. Want wat schuilt er een kracht in ons eigen dorp Huizen, in onze regio, in ons land!
Ik krijg er weer helemaal energie van!