Kom maar op met die AWBZ!

Als wethouder WMO ben ik momenteel vooral druk bezig met alle voorbereidingen op de komst van nieuwe decentralisaties, zoals o.a. de decentralisatie van de begeleiding (nu nog AWBZ) naar de WMO. Ik doe dit voor de gemeente Huizen, maar coördineer dit ook voor de hele regio Gooi en Vechtstreek, samen met alle WMO collega’s uit de regio. Beslist geen sinecure, want het gaat alleen al in Huizen om ruim 600 mensen (volwassenen én kinderen) die op dit moment vanuit de AWBZ begeleiding krijgen en waarvoor dus straks de gemeente verantwoordelijk wordt. U kunt dan denken aan bijvoorbeeld begeleiding voor dementerende ouderen, begeleiding voor psychiatrisch patiënten, begeleiding voor volwassenen en kinderen met een verstandelijke beperking, maar ook begeleiding voor bijvoorbeeld gezinnen met kinderen met een autistische stoornis.

Toch zie ik er niet tegenop dat dit naar de gemeente toekomt. Integendeel! Al jaren roep ik: “Kom maar op met die AWBZ”. Wat mij betreft zou het zelfs nog verder mogen gaan en zou alle ondersteuning (dus ook de persoonlijke verzorging) die bij thuiswonende burgers in onze gemeente wordt geboden via de gemeente mogen lopen. Daarmee zouden we veel ‘schotten’ in de hulpverlening kunnen wegnemen.

In de gemeente Huizen hebben wij hiervoor ook een goede basis gelegd, met de invoering van de ‘vraaggestuurde’ aanpak. Dat komt er kortgezegd op neer, dat mensen met beperkingen, die ondersteuning nodig hebben om maatschappelijk te kunnen functioneren, in een gesprek met de gemeentelijke WMO consulent zélf kunnen aangeven welke ondersteuning nodig is en ook zélf kunnen bepalen door wie (welke organisatie of welke hulpverlener) die ondersteuning het beste geboden kan worden. De regie ligt dus bij de burger! De gemeente is eindverantwoordelijk voor het resultaat, wat met zich meebrengt dat we er als gemeente dus wel voor moeten zorgen dat de ondersteuning die nodig is er ook daadwerkelijk komt. Wij financieren die ondersteuning vervolgens altijd via de burger die de ondersteuning heeft gevraagd, dus niet door middel van een subsidie aan een instelling. Dat noemen we ‘vraagvolgende financiering’. Dat kan door middel van een zogenaamd ‘persoonsvolgend budget’, maar ook door middel van een ‘persoonsgebonden budget’. Dit model werkt in de praktijk tot grote tevredenheid van burgers die ondersteuning nodig hebben. Als straks ook begeleiding een onderdeel van die ondersteuning wordt, dan sluit dit dus naadloos aan op onze werkwijze. Bovendien krijgen we als gemeente hierdoor meer mogelijkheden om nog beter in te kunnen spelen op de behoeften van onze burgers. Ik zie daar dus, net als ons hele team WMO, reikhalzend naar uit.

Onze aanpak is mijns inziens vooral succesvol, omdat die niet alleen bestuurlijk (College en Raad) wordt gedragen, maar ook ambtelijk, van directeur tot beleidsmedewerkers, van afdelingshoofden en teamleiders tot consulenten van het WMO loket, breed wordt gedragen. Ook onze WMO raad ondersteunt de vraaggestuurde aanpak van harte. En omdat alle neuzen dezelfde kant op staan, zijn de resultaten voor de betrokken burgers er ook naar. Het Huizer WMO loket scoort dan ook niet voor niets hoog in tal van landelijke onderzoeken. 

In de afgelopen week ontving ik een filmpje over de decentralisaties die het huidige kabinet heeft voorgesteld, die ik graag via mijn weblog met u wil delen. Twee van onze ambtenaren (Johan Cnossen en Jeroen Bigot) hebben hier actief aan meegewerkt en ik was aangenaam verrast over het resultaat ervan, dat volgens mij voor veel gemeenten bruikbaar is. De link is:

http://www.youtube.com/watch?v=jet4Wp7HVNw&feature=youtu.be

College stemt in met plannen voor sporthal en kunstgras

Vandaag hebben we als college van B&W ingestemd met de nieuwbouw van een sporthal in combinatie met een nieuwe verenigingsaccommodatie voor voetbalvereniging s.v. Huizen. Een belangrijke stap vooruit in een complex dossier, waar heel hard aan is gewerkt door de besturen van alle belanghebbende sportverenigingen en door het gemeentelijke projectteam, waar ook de voorzitter van het sportplatform aan toegevoegd is. Juist die samenwerking tussen gemeente, sportverenigingen en sportplatform is mijns inziens de basis voor het succes. In betrekkelijk korte tijd zijn we er met elkaar in geslaagd om een compleet en goed onderbouwd voorstel te doen.

De sporthal wordt gebouwd op de plek van de huidige kantine en kleedkamers van voetbalclub s.v. Huizen. De hoofdgebruikers van de nieuwe sporthal zijn Basketballvereniging Quick Runners, de Huizer Hockey Club en de Mulock Houwerschool. Uiterlijk augustus 2014 wordt de nieuwe sporthal opgeleverd.

Het college heeft ook ingestemd met de plaatsing van een tijdelijke demontabele sporthal en de aanleg van parkeerplaatsen op het huidige veld 2 van s.v. Huizen. De tijdelijke sporthal wordt twee zaalseizoenen (2012-2013 en 2013-2014) gebruikt door de Mulock Houwerschool en de Huizer Hockey Club. Met name voor de Huizer Hockeyclub vind ik dit van belang, omdat het voor hen steeds moeilijker wordt om zaalruimte buiten Huizen te huren.

Dit najaar wordt op veld 2 van s.v. Huizen alvast een extra parkeerterrein aangelegd. Hierdoor is er voldoende parkeergelegenheid op de Wolfskamer. Als de bouw van de sporthal en de verenigingsaccommodatie is gerealiseerd wordt het bestaande parkeerterrein bij s.v. Huizen, de Skiclub en The Pride aangepast. Dit terrein krijgt een groenere uitstraling en vormt hierdoor een geheel met het extra parkeerterrein dat dit jaar wordt aangelegd.

In verband met de bouw van de sporthal vervalt veld 2 van s.v. Huizen. Als compensatie worden twee kunstgrasvelden aangelegd, een voor s.v. Huizen en een voor HSV De Zuidvogels. Beide verenigingen hebben ervoor gekozen om de hoofdvelden om te bouwen tot kunstgrasveld. Tijdens de zomerstop van 2012 worden de velden aangelegd.

Op 26 april besluit de gemeenteraad over de voorstellen.

Begraaftarieven in Huizen

In de afgelopen week werd door een onderzoek van DELA de aandacht gevestigd op de begraaftarieven in Huizen, die het hoogste zouden zijn in Noord Holland en op drie na het hoogste in Nederland. Als je als wethouder financiën zoiets hoort, is dat reden om nog eens goed na te gaan hoe het nu precies zit. En al snel merk je dan dat in dit soort onderzoeken ‘appels met peren’ worden vergeleken.

Wat zijn de feiten?

In Huizen betalen mensen een bedrag van 5686 euro voor het gebruik van een graf voor een periode van 20 jaar, dat voor het begraven van maximaal drie personen kan worden benut. Na die 20 jaar kan het onderhoud van het graf door rechthebbenden steeds worden verlengd.

Dit bedrag is opgebouwd uit drie componenten, namelijk de kosten van het begraven, de grafrechten en de onderhoudskosten. De eerste twee componenten blijken in het algemeen overal vrijwel gelijk te zijn. Het verschil zit hem dus in de kosten voor het onderhoud. Hoe kan dit?

In Huizen wordt (binnen het totale bedrag van 5686 euro) een bedrag van 2900 euro betaald voor het onderhoud. Met dit bedrag wordt het onderhoud voor een periode van 20 jaar ‘afgekocht’. (Men mag desgewenst ook jaarlijks een bedrag voor onderhoud overmaken, maar dat komt niet vaak voor.) Dit betekent dus dat  gemiddeld 145 euro per jaar voor onderhoud wordt betaald. Dit komt ongeveer overeen met drie uur werk per jaar.

Voor dit bedrag wordt niet alleen het graf onderhouden, maar wordt ook de begraafplaats als totaal onderhouden. Wij noemen dat in jargon: ‘een integraal tarief’. In gewone mensentaal: alle kosten van de begraafplaats zitten in dit tarief. Dat zijn dus ook bijvoorbeeld de kosten van het ruimen van de graven en de kosten van onderhoud van graven waar een eeuwigdurend recht op is gevestigd, maar ook de kosten van iedereen die zich op het gemeentehuis met de begraafplaats bezig houdt, van voorloper tot directeur.  De manier waarop wij de kosten toerekenen is recent nog beoordeeld door het onafhankelijke bureau DHV in Amersfoort. Daaruit kwam naar voren dat de gemeente Huizen dit correct doet.

Veel gemeenten gaan anders om met de tarieven, zodat het lastig is om tarieven te vergelijken. Zo geldt bij veel gemeenten de regel, dat mensen ook zelf het graf mogen onderhouden. Dan wordt dit in mindering gebracht op het tarief. In Huizen hebben we daar niet voor gekozen, omdat de ervaring leert dat niet alle graven dan ook echt langdurig netjes worden onderhouden. Vaak verslapt na enige jaren de aandacht hiervoor, met als gevolg dat de begraafplaats rommelig wordt. In Huizen onderhouden we dus zowel het graf zelf, als de omgeving van het graf. Enige tijd geleden hebben we voorgesteld om het onderhoud van de graven te versoberen, door er alleen nog gras op te leggen en dus niet meer (de duurdere) vaste planten. Dit leidde bij diverse nabestaanden tot protesten, waarna dit plan werd teruggedraaid. Kennelijk willen onze burgers niet dat op de kwaliteit van de beplanting van de graven en het daarmee gemoeide onderhoud wordt bezuinigd.

Als we al die kosten netjes bij elkaar optellen, dan komen we overigens nog steeds niet uit met het bedrag dat we bij de burger in rekening brengen. Dat betekent dus dat iedere euro ook echt aan de begraafplaats wordt besteed en dat de gemeente er zelf ook nog geld bijlegt. Onze begraafplaatsen zijn momenteel 94% kostendekkend. En dan rekenen we niet eens de extra investeringen van ruim 1 miljoen euro mee, die op verzoek van de gemeenteraad enkele jaren geleden en ook recent nog gedaan zijn om de kwaliteit van de begraafplaatsen te verhogen en de paden te verharden. Die kosten zijn volledig voor rekening van de gemeente genomen en zijn dus niet verdisconteerd in de tarieven.

Daar waar in de afgelopen periode door veel gemeenten een enorme verhoging van de begraaftarieven is doorgevoerd, verhoogt de gemeente Huizen die tarieven uitsluitend met een inflatiecorrectie. Geen scherpe stijgingen dus, ondanks het feit dat de tarieven nog niet kostendekkend zijn.

Concluderend: In Huizen hebben we goed onderhouden begraafplaatsen, waarvoor we reële tarieven in rekening brengen. Een beleid dat zorgvuldig tot stand is gekomen en dat in de afgelopen jaren meerdere malen in de gemeenteraad is getoetst. Als wethouder financiën sta ik dan ook volledig achter de besluiten die hierover genomen zijn.

Den Haag blijft zich met gemeenten bemoeien

De hulp bij het huishouden stond in de afgelopen week weer op de Haagse agenda. Kennelijk kan den Haag het maar niet laten om zich toch voortdurend weer te bemoeien met taken die zijn overgedragen aan gemeenten. Dit keer boog de Eerste Kamer zich over een door de SP ingediend wetsvoorstel en in Huizen werd dit natuurlijk door mij, samen met de betrokken ambtenaren, nauwlettend gevolgd.

Een eerste onderdeel van dit voorstel is, om het gemeenten niet langer verplicht te stellen om huishoudelijke hulp Europese aan te besteden. Op zich is dit een goede zaak. Zo wordt innovatie gestimuleerd en kunnen organisaties veel beter op basis van kwaliteit concurreren. Keuzevrijheid en regie van/voor de burger wordt dan ook versterkt.  Maar eigenlijk vind ik wat dit onderdeel betreft de discussie in de Eerste kamer een non-discussie. Want:

– Het wel/niet Europees aanbesteden is niet een bevoegdheid van de Eerste Kamer. De inhoud en invulling van het product/de ondersteuning bepaalt of het noodzakelijk is om volgens de Europese Aanbestedingsregels aan te besteden. Daar waar het sec. om schoonmaak (van levenloze objecten) gaat, gelden de uitgebreide regels voor een Europese Aanbesteding. Daar waar er sprake is van een relationele component (niet computers schoonmaken in een bedrijf maar hulp bij het huishouden leveren aan een Wmo klant (met een beperking)), kun je goed onder een makkelijkere procedure (de 2B dienst) inkopen. Dit staat al in de Europese richtlijnen vastgelegd, het wetsvoorstel van Kant voegt hier niets aan toe.

– De Europese Commissie is al van plan om per 2014 het onderscheid tussen 2A en 2B diensten op het gebied van gezondheidszorg, maatschappelijke diensten en onderwijsvoorzieningen, op te heffen. Dit betekent dat vanuit Europa de regelgeving al versoepeld wordt en de HH sowieso al zonder Europese aanbestedingsprocedure ingekocht kan worden. In het nu te doorlopen inkooptraject kunnen wij, vooruitlopend op de richtlijnen per 2014, hoogstwaarschijnlijk al via de soepele inkoopregels inkopen.

Een ander onderdeel betreft de tarieven voor huishoudelijke hulp. De SP wil onderbetaling aanpakken. Die intentie deel ik van harte. Reden dat we in onze regio ook uitgegaan zijn van fatsoenlijke CAO lonen. Ik ben echter van mening dat met het verplicht stellen van een basistarief het probleem van onderbetaling niet wordt aangepakt. Wat men zou moeten doen is kijken naar hoeveel procent van een tarief daadwerkelijk aan de medewerker uitbetaald zou moeten worden. In plaats van na te denken over basistarieven moet men om onderbetaling aan te pakken kritisch kijken naar de aanvaardbaarheid van de minimumlonen in de nu geldende CAO’s. Ook moet men kritisch kijken naar de relatie tussen enerzijds het loon van de medewerker en anderzijds de marges (winst) en overheadkosten die organisaties nu in hun tarieven verdisconteren. Wat mij echt tegen de borst stuit, is dat door het vaststellen van basistarieven de inhoud van hulp bij het huishouden vooraf bepaald wordt. Dit betekent dat gemeenten zich moeten conformeren aan een landelijke invulling van het product/de ondersteuning. De ruimte om op lokaal/regionaal niveau de ondersteuning in te vullen wordt door de landelijke invulling bemoeilijkt. Dit is een typisch linkse invulling van Haags beleid, waar we in onze gemeente beslist niet op zitten te wachten. In Huizen bepaalt niet de overheid wat mensen nodig hebben, maar bepalen onze burgers dit zelf, door middel van vraagsturing. Het zou funest zijn als we dit terug moeten draaien, omdat men in den Haag aan de knoppen wil zitten.

Een derde punt betreft het oormerken van de budgetten. Ik vind dat dit de vrijheid van gemeenten onnodig beperkt. De angst van de SP is dat gemeenten de gelden voor andere doeleinden inzetten. Maar die angst is nergens op gebaseerd. De meeste gemeenten leggen er juist geld bij om de ondersteuning aan mensen goed te regelen. Zo ook recent in Huizen, waar de hoge eisen die vanuit Haagse regelgeving (terecht) gesteld worden aan de schuldhulpverlening, niet gepaard gaan met extra geld voor gemeenten. Wij passen dit dus bij uit eigen middelen, ten koste van extra lantaarnpalen, om dit clichë maar eens te gebruiken. Om echt maatwerk aan burgers te kunnen leveren moeten we juist schotten, regeldruk en ook de enorme bureaucratische financiële verantwoordingen kunnen loslaten.

Ik ben benieuwd naar de uitkomsten van het debat in de Eerste Kamer over 2 weken. Hopelijk volgt de Eerste Kamer op dit punt de afspraken die het kabinet met gemeenten heeft gemaakt en die gebaseerd zijn op vertrouwen in een goede uitvoering door gemeenten. Tot nu toe hebben gemeenten dit vertrouwen niet beschaamd!