Huizer museum opent ‘Kopzorg’

Vandaag was ik te gast in het Huizer museum. Daar werd de tentoonstelling ‘kopzorg’ geopend.

Veel mensen hebben momenteel kopzorgen, door de gevolgen van de economische crisis, aldus voorzitter Kees Teeuwissen, maar daar gaat deze tentoonstelling niet over. Het gaat over de verschillende manieren waarop vrouwen in ons land al eeuwen lang hun hoofd hebben bedekt. Dat begon met een hoofddoek. Daarna kwam een eenvoudige muts. En daarna, onder invloed van de Franse mode, de grote variatie in mutsen en kappen. Teeuwissen pleitte voor respect voor alle vrouwen die (nog steeds) zorgvuldig en veelkleurig hun hoofdbedekking kiezen, zoals momenteel in ons land ook veel moslima dit doen. Het is nog niet eens zo lang geleden dat in Nederland door bijna alle vrouwen én mannen mutsen cq. hoeden of petten werden gedragen.

 

Op dit moment zijn hoeden en mutsen uit het straatbeeld verdwenen, al zou je dat niet zeggen als je de beelden van Prinsjesdag ziet. Ook bijna alle aanwezigen bij de opening van deze tentoonstelling hadden een feestelijke hoed opgezet. Die mutsen van vroeger, zo liet directeur Elganan Jelsma weten, gaf veel vrouwen eeuwenlang ook letterlijk kopzorgen. Want ook al was er vaak weinig geld, men wilde er toch netjes uit zien. De mutsen moesten mooi geborduurd zijn, schoon zijn en netjes gestreken worden. Er waren dan ook tal van mutsenmakers en strijksters die daarvan hun beroep hadden gemaakt.

 

De tentoonstelling laat diverse soorten hoofdbedekking zien, vanuit het hele land. Van heel oud tot nog maar enkele decennia geleden gedragen, van doopmutsjes (zie de foto hieronder) tot hoofdbedekking voor trouwen en rouwen. Het is een ongelofelijk mooie collectie, die met heel veel zorg bij elkaar gebracht is en prachtig uitgestald is. 

Natuurlijk zijn ook de diverse Huizer mutsen te bewonderen, van cornetmuts tot isabee, van meisjeshoedjes tot werkmutsen, van oorijzers tot mutsenbellen. Mevrouw Adrie Kruijmer kon daar op haar manier heel beeldend over vertellen, waarbij zij soms in haar enthousiasme in het Huizer dialect overging. Intussen waren er de ‘modellen’ van de Huizer klederdrachtgroep die het verhaal van mevrouw Kruijmer letterlijk van levende voorbeelden voorzag.

 

Tot 26 januari is de tentoonstelling te zien en het is echt een aanrader! Zie ook: www.huizermuseum.nl

 

 

 

 

Eigen plekje voor gehandicapte wintersporters

Afgelopen zaterdag was het op sportief gebied feest in Huizen. In het bijzijn van veel leden, sponsoren, de betrokken ambtenaren en diverse gemeenteraadsleden mocht ik op het mooie nieuwe hoofdveld van HSV de Zuidvogels de aftrap doen voor het nieuwe seizoen. Het hoofdveld is nu van kunstgras, compeet met nieuwe dug-outs, een beregeningssysteem en wedstrijdverlichting. Er zijn ook nog twee nieuwe miniveldjes in kunstgras aangelegd. Kortom, een prachtige accommodatie, waar we allemaal trots op mogen zijn. Bij dit feest was ook de nodige pers aanwezig, dus hierover gaat vast nog wel het een en ander gepubliceerd worden.

Daarna mocht ik de opening verrichten van een ‘keet’ voor materialenopslag voor de vereniging van gehandicapte wintersporters. Ik was dubbel verbaasd: de ‘keet’ zoals die genoemd werd, bleek een heel mooi gebouwtje te zijn, geheel in stijl van een skihut. Maar hoewel hier behoorlijk wat mensen aanwezig waren om ‘hun’ nieuwe gebouw in gebruik te nemen, zag ik niemand van de pers bij dit evenement. Het zal toch niet zo zijn dat gehandicaptensport door de media minder interessant wordt gevonden dan sport door gezonde mensen?

Wat mij betreft dus zeker even de aandacht in mijn weblog voor deze bijzondere vereniging. De leden komen uit het hele land, maar de vereniging heeft haar vaste plekje in Huizen en daar mogen we als gemeente Huizen gepast trots op zijn. De vereniging van gehandicapte wintersporters bestaat dit jaar al weer 30 jaar. Zij organiseert reizen naar wintersportgebieden, maar geeft ook al 14 jaar les op de skibaan in Huizen. Met de bouw van een ruimte waar hun materiaal kan worden opgeslagen is deze vereniging enorm geholpen. Dankzij vele sponsoren kon dit project tot stand komen. De gemeente Huizen zorgde voor een toegangsweg, waardoor mensen in een rolstoel niet meer het hele terrein van de skiclub over hoeven. Ook werd via de WMO bijgedragen aan een aangepast toilet, zodat men niet meer afhankelijk is van het voor rolstoelers toch wel veraf gelegen gebouw van de skiclub Wolfskamer.

Zaterdag was het groot feest, inclusief een balonnenwedstrijd en een officiële opening door mij als wethouder, samen met de 16 jarige Eva, zelf ook een enthousiast wintersportster.

 

Projectleiders Diek Scholten en Rob Thijssen werden in het zonnetje gezet, maar ook voorzitter Jeep ter Heide werd voor zijn inzet geprezen. Met de realisatie van deze ‘keet’ zijn namelijk vele honderden uren vrijwillige inzet gemoeid geweest.

Ik heb zelf vaak met eigen ogen gezien hoeveel plezier mensen met uiteenlopende beperkingen beleven in de sneeuw. Zij kunnen hier gewoon ‘meedoen’ met andere wintersporters. Of het nu gaat om kinderen of volwassenen: de vereniging van gehandicapte wintersporters maakt dit voor heel veel mensen mogelijk.

Het was voor mij echt een belevenis om eens binnen te kijken in het nieuwe gebouw. Ongelofelijk wat daar allemaal aan materiaal beschikbaar is! Samen met revalidatieartsen en in overleg met de skileraren van de vereniging wordt dit materiaal heel nauwkeurig afgestemd op de behoeften van de gehandicapte wintersporters. Die extra ondersteuning is dan ook de kracht van deze vereniging!

Voor meer informatie over deze vereniging verwijs ik graag naar hun website: www.vgw-online.nl

10 jaar voedselbanken in Nederland

In de afgelopen week was ik te gast bij de voedselbank in Huizen, waar een persconferentie werd georganiseerd rond het 10 jarig jubileum van de voedselbanken in Nederland. Inmiddels is de voedselbankorganisatie uitgegroeid tot 135 vestigingen in Nederland, met 6.500 vrijwilligers en ruim 30.000 cliënten.

Het is natuurlijk heel eervol dat deze landelijke persconferentie in Huizen werd gehouden. Maar het is beslist geen ‘feestje’ te noemen dat er nu al 10 jaar voedselbanken in Nederland zijn. Want het bestaan van voedselbanken wijst ons er toch steeds weer op dat er enerzijds mensen onder de armoedegrens moeten leven, terwijl er anderzijds op grote schaal voedsel wordt weggegooid. Daarom wordt de komende tijd vanuit de voedselbankorganisatie met de slogan ‘Iedereen aan tafel!’ in iedere regio, maar ook op landelijk niveau, een debat gestart over deze problematiek.

Tijdens de persconferentie werd informatie gegeven door Sjaak en Clara Sies, oprichters van De Voedselbank en door Leo Wijnbelt, voorzitter van de voedselbanken Nederland. Tijdens de bijeenkomst werd René Froger, na het overlijden van de vorige ambassadeur van de voedselbanken, Antonie Kamerling, nu officieel de nieuwe  ambassadeur van de voedselbanken. Hij onthulde en ondertekende daarvoor de poster ‘Mag ik je aan tafel uitnodigen?’

De bijeenkomst werd afgesloten met het zingen van het lied ‘Samen’. René Froger deed dit samen met het Goois voedselbankkoor. Het lied is speciaal voor de voedselbanken gemaakt, maar kan ook door andere koren worden gedownload en aan het eigen repertoire worden toegevoegd.

Ik ben onder de indruk van de professionele organisatie die de voedselbank is. En nog steeds werken er alleen maar vrijwilligers. Mensen die zich voor anderen willen inzetten en verspilling willen tegengaan. Als overheid moeten we mijns inziens niet voortdurend roepen dat voedselbanken er niet zouden moeten zijn, maar moeten we juist zoeken naar mogelijkheden om samen met al die vrijwilligers op te trekken in de strijd tegen armoede in ons land. We hebben elkaar daar hard bij nodig.