Met CDA vrouwen in gesprek over de ‘C’ van het CDA

Aanstaande dinsdag is er bij mij thuis weer de tweejaarlijkse ‘haardvuurbijeenkomst’. In huiselijke kring gaan we dan als Huizer CDA vrouwen in gesprek over een actueel politiek thema. Dit keer gaat het over de ‘C’ van het CDA. Na een diapresentatie over mijn reis door Sulawesi, waar religie in de maatschappij nog heel zichtbaar aanwezig is, discussiëren we over christelijk geïnspireerde politiek in Nederland. We doen dit aan de hand van de meest recente uitgave van het blad ‘Christen Democratische Verkenningen’ (hierna: CDV), met als thema ‘Het christelijke in de Nederlandse politiek (herfst 2012). In het navolgende geef ik een korte impressie van een artikel van de hand van de redactie van deze uitgave (Erik Borgman, Pieter Jan Dijkman en Paul van Geest) dat ook als input voor ons gesprek zal dienen.  

Secularisatie wordt vaak als verklaring gebruikt voor de neergang van christelijke politiek. Maar dat is volgens het CDV (pag. 27 ev.) te gemakkelijk, omdat de schuld van de neergang van de christelijke politiek dan te snel buiten de christelijke politiek zelf wordt gelegd en wordt losgemaakt van de mensen die hierin werken. Geloof is namelijk niet uit de samenleving verdwenen. Ze heeft alleen, zoals dit in alle eeuwen steeds opnieuw is gebeurd, andere verschijningsvormen gekregen. Minder institutioneel en traditioneel. Meer individueel en dynamisch. Nederlanders zijn niet ‘van God los’. Ze blijven zoeken naar wat voor hen heilig is.

Hans Wiegel schreef onlangs in het NRC Handelsblad dat de meeste kiezers het geloof niet meer laten meespelen in de partijkeuze. Het is de vraag of dit klopt. In 2006 haalde het CDA nog 41 zetels en die waren voor het grootste deel te danken aan het feit dat iets minder dan de helft van alle kerkleden op het CDA stemde. Ongeveer 12% van de onkerkelijken stemden toen ook CDA. In 2010 stemde nog een kwart van alle kerkleden CDA en nog 5% van de onkerkelijken stemden CDA. In 2012 werden het 13 zetels (CDV, p. 29). Politicologen als Te Grotenhuis, Van der Meer en Elsinga tonen overtuigend aan dat veel mensen die gelovig zijn best vanuit hun geloofsovertuiging willen stemmen, maar dan moet wel duidelijk zijn dat de politici aansluiten bij datgene wat zij vanuit hun geloof belangrijk vinden.

Het misverstand rond de christelijke politiek is vaak dat christenpolitici worden geacht het christelijke in de samenleving in te brengen om een goddeloze samenleving van de ondergang te redden. Dat is een onjuiste voorstelling van zaken. In de christelijke politiek wordt immers niet verondersteld dat de samenleving van God los is. Christelijke politiek gaat juist over het inspelen op het goede dat al aanwezig is en is geworteld in het besef dat mensen in hun handelen mede de schepping gestalte geven (CDV p. 32). Het CDA is geen exclusieve club van christenen, of een confessioneel CDA. Het is een partij die leeft naar de christelijke waarden, waarin rechten en vrijheden van alle burgers gerespecteerd en eerbiedigd worden. In de christelijke traditie wordt al ruim 2000 jaar een vorm van samenleven geoefend, die te herleiden is aan de betekenis die Paulus en Augustinus aan het woord agapè hebben gegeven. Deze christelijke liefde gaf het christendom een ongekende en universele kracht. (…) Mensen zijn geen geïsoleerde individuen. Zij hebben het recht en de plicht zich te ontplooien en zo een samenleving te vormen die niet uit elkaar valt.

In de ‘C’ is de oorspronkelijke bron verwoord die herleid kan worden tot de persoon en de werkzaamheid van Jezus Christus. En juist omdat de scheiding niet getrokken kan worden tussen wat zich in het privédomein afspeelt en het handelen in het publieke domein, houdt de ‘C’ van het CDA verband met drijfveren van mensen.

Het CDA moet niet in de valkuil trappen van de ‘getuigenispolitiek’ (dit is Gods gebod en daarom moet zo worden gehandeld), maar ook niet in die van het nietszeggende cultuurchristendom, waarin het christendom geen enkele kritische rol meer vervult. Christendemocratische politiek zou zich erop moeten toeleggen de argumenten, visies en perspectieven te expliciteren van maatschappelijke praktijken en politieke voorstellen, waarvan op goede gronden kan worden beweerd dat ze in de lijn liggen van de christelijke traditie en die op goede gronden christelijk kunnen worden genoemd (CDV p. 34).

Drie richtlijnen zijn volgens CDV (p. 35-36) voor het CDA van belang:

In de eerste plaats moet christelijke politiek bescheiden zijn. Getuigenis is een taak voor de kerk, niet voor de politiek. De overheid moet vooral bezig zijn met het bewaken van rust en vrede in het land, zodat mensen zich kunnen ontplooien op een manier die zij zelf als ‘goed’ kunnen ervaren.

In de tweede plaats zou christelijke politiek opgevat kunnen worden als een ‘levensvorm’ of heilzame sociale praktijk. De nadruk ligt dan met name op het christelijk mensbeeld -dat wij elkaar gegeven zijn om verantwoordelijkheid voor elkaar te dragen- en het uitoefenen van heel diepe christelijke deugden, zoals luisteren, vertrouwen en vergeven.

In de derde plaats zou het CDA nog nadrukkelijker dan nu positie kunnen kiezen voor thema’s die religieuze minderheidsgroeperingen nauw aan het hart liggen. Feitelijk is er een overgrote politieke meerderheid die God snel uit het publieke domein wil verwijderen. Godsdienstvrijheid wordt door haar ondergeschikt gemaakt aan andere grondrechten (denk maar aan de discussie over ritueel slachten, vrijheid van onderwijs etc.). De christendemocratie is altijd opgekomen voor publieke waarden. De toekomst van het CDA zal mede afhangen van de vraag of het CDA erin slaagt om een overtuigende waardenagenda te voeren, die soms lijnrecht ingaat tegen de heersende cultuur. In de hele westerse cultuur is een toenemende nadruk op wetenschap, technocratie en schaalvergroting. Dat betekent dat vragen naar oorsprong, doel en waardigheid en welzijn van mensen alleen nog maar belangrijker worden.  

Er is reden om moed te hebben. De christelijke traditie is een traditie van hoop. De inspiratie van de christelijke idealen geeft moed. Wie moed heeft moppert niet. Die gaat gewoon aan het werk. (CDV p. 9) 

Wilt u dinsdag met de CDA vrouwen meepraten over dit onderwerp? Neem dan even contact met mij op.