Excursie naar waterschap

Op vrijdag 26 september organiseerden de Huizer CDA vrouwen een excursie naar het waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Mannen waren nadrukkelijk ook uitgenodigd om mee te gaan, maar de opkomst bestond toch voornamelijk uit vrouwen. Het gezelschap werd in het mooie gebouw in Amsterdam, met prachtig uitzicht over de Amstel, hartelijk ontvangen. Na het vertonen van een film over het werk van het waterschap gaven Wim Zwanenburg (CDA fractievoorzitter) en Gerard Korrel (DB lid) een nadere toelichting op wat het waterschap in onze regio zoal doet.

Excursie naar waterschap

Excursie naar waterschap

Duidelijk werd dat het waterschap iets anders is dan de drinkwatervoorziening. Dat we in ons land veilig kunnen leven onder zeeniveau, is een belangrijke verantwoordelijkheid van het waterschap. Om droge voeten te houden en overstromingen te voorkomen, moeten we blijven investeren in het onderhoud van onze dijken. In de polders staan gemalen van de waterschappen die zorgen dat het water op het juiste peil blijft, in droge en natte tijden. In droge tijden moet er voldoende zoet water zijn dat nodig is voor de land- en tuinbouw en in natuurgebieden. In perioden van hevige regenval moet het overtollige water snel afgevoerd worden of tijdelijk worden geborgen, opgevangen in calamiteitenpolders of waterbergingsgebieden. De waterschappen zijn ook verantwoordelijk de kwaliteit van ons oppervlaktewater en daaraan leveren ze een bijdrage door het beheer van de waterzuiveringsinstallaties die het rioolwater reinigen, zodat dit weer schoon op de meren, rivieren, grachten en kanalen kan worden geloosd. De waterschappen moeten er ook voor zorgen dat met gepaste maatregelen rekening wordt gehouden met klimaatverandering.

Op 18 maart 2015 worden de waterschapsverkiezingen gehouden, gelijktijdig met de verkiezingen voor de provinciale staten. Het maakt wel degelijk uit welke politieke partijen het voor het zeggen hebben in het waterschap. Sommige partijen kiezen voor één issue, bijvoorbeeld alleen de aanleg van natuurgebieden. Het CDA vindt natuur en milieu ook een belangrijk issue, maar kijkt breder naar de belangen die er in het hele waterbeheer spelen. Het gaat dan naast milieu ook over bijvoorbeeld wonen, recreatie en economie. Als het waterschap een probleem aanpakt, dan wil het CDA dat alle partijen hierbij betrokken worden en dat er samen gezocht wordt naar de beste oplossing. Dan moet je bereid zijn om met alle belangen rekening te houden en goed te communiceren. En dat is bij uitstek een manier van werken waar het CDA goed in is.

Voor meer informatie kan ook de website worden bezocht: www.cda.nl/agv

Respect in een tijd van sociale ongelijkheid

Tijdens mijn vakantie las ik het boek van Richard Sennet: “Respect in een tijd van sociale ongelijkheid”. Ik wil daaruit graag wat hoofdlijnen met u delen.

Sennet begint dit boek met het beschrijven van een woningbouwproject in een woonwijk in Chicago, waarin hij als kind opgroeide. Het project was goed bedoeld (huisvesting voor de armen), maar het probleem was dat het woningbouwproject de mensen de controle over hun eigen leven ontnam. Zij waren volgens Sennet “de betaalde toeschouwers van hun eigen behoeften, slechts consumenten van de zorg die aan hen werd verleend. Zij ervoeren dan ook het typische gebrek aan respect dat eruit bestaat dat men niet wordt gezien, dat men niet wordt beschouwd als een volwaardig mens”.

Wanneer zien wij een volwassen persoon eigenlijk als ‘volwaardig mens’? Opmerkelijk genoeg is dat in iedere cultuur verschillend. Sennet beschrijft dit als voor onze westerse samenleving als volgt: “In onze cultuur is er niets beschamends aan als iemand zegt: “ik heb hulp nodig”, zolang de persoon die deze uitlating doet de situatie nog beheerst. Mensen willen zelf de controle hebben over wat zij zien en de manier waarop zij gezien worden. Alleen dan kunnen zij zich een ‘volwaardig mens’ voelen. (…) Een van de culturele consequenties van deze traditie is dat mensen zich vernederd voelen als ze om hulp moeten vragen of hun zwakte moeten tonen. (…)” 

In Amerika ontdekten bijstandsonderzoekers Richard Cloward en Frances Fox Piven dat bijstandsgerechtigden vaak het gevoel hebben dat zij zonder respect behandeld worden en dat men hen ‘moet hebben’, zelfs wanneer ze kunnen aantonen daadwerkelijk hulp nodig te hebben. Sennet verklaart dit gevoel als volgt: “Eenmaal in de bijstand verliest men al snel de controle. Niets is meer privé. Men kan zich niet meer verschuilen”(…).

Deze week moest ik hieraan denken, toen ik een gesprek had met iemand die deze ervaring in onze eigen gemeente Huizen ook heeft gehad. Het gevoel dus, om niet beschouwd te worden als volwaardig mens. Een gevoel van ongelijkheid. Immers, de hulpverlener die tegenover jou zit, heeft meer macht dan jij. Hij of zij kan voor jou essentiële beslissingen nemen. Jij hebt er zelf geen controle meer op. Die ervaring leidt tot schaamte, onmacht, woede en frustratie.

De ongelijkheid tussen mensen die Sennet beschrijft, gaat vooral hierover. Het is niet zo erg om te erkennen dat mensen ongelijk bedeeld zijn als het gaat om talenten. Niet iedereen is een begaafd wiskundige of een virtuoos pianospeler. Daar gaat het dus ook helemaal niet om. Ongelijkheid wordt pas ervaren, als er geen wederzijds respect is.

De centrale vraag die Sennet in zijn boek stelt is: “Hoe kan men met wederzijds respect de grenzen van ongelijkheid overschrijden?” De kern van zijn antwoord is, dat we moeten leren om het elementaire feit te respecteren dat ieder mens anders is. Echt respect hebben voor iemand betekent dat je jezelf niet op de ander moet projecteren. Je moet de autonomie en de behoeften van anderen serieus nemen.

In onze gemeente doen onze consulenten er alles aan om mensen autonomie toe te kennen en om hun behoeften als uitgangspunt te nemen. Vraagsturing noemen we dat. We willen niet dat mensen die hulp van de gemeente nodig hebben zelf daarop de controle verliezen. In tegendeel, we willen juist dat zij met een beetje hulp vanuit de gemeente de regie over hun leven (weer) zelf kunnen oppakken. 

We moeten wel erkennen dat er altijd een zekere mate van afhankelijkheid is in de relatie tussen een consulent en een hulpvrager. Die afhankelijkheid is echter niet het grootste probleem. Het wordt pas een groot probleem, als we de fout maken om te ontkennen dat inwoners die bij ons komen met een verzoek om hulp, zelf in staat zijn om mee te denken over de voorwaarden van die afhankelijkheid. Die fout leidt er toe dat we het zelfrespect van mensen beschadigen en daar kunnen zij -ook na heel veel jaren- nog heel erg onder lijden.  

Ik vind het erg goed dat onze consulenten juist rond dit thema ook onderling ‘intervisie’ organiseren. ‘Wederzijds respect’ is zo’n gemakkelijk en algemeen geaccepteerd begrip. Maar écht respect hebben voor anderen, in welke situatie die ander zich ook bevindt en welke keuzes die ander ook maakt of heeft gemaakt, dat vraagt voortdurend om een persoonlijke inspanning. Er zitten ook grenzen aan die inspanning, die consulenten voor zichzelf ook mogen en moeten stellen. Dat is soms erg moeilijk en al helemaal niet vanzelfsprekend. Maar het is wel waar we in Huizen voor gaan: “met wederzijds respect de grenzen van ongelijkheid overschrijden”.

Werkbezoek aan DAC-WESPP

Gisteren bracht ik een werkbezoek aan DAC WESPP in Hilversum. Deze organisatie is onderdeel van GGZ Centraal en zorgt voor “dagactiviteiten, werk en scholing voor mensen met een psychiatrische achtergrond”.  (bron:  http://www.ggzcentraal.nl/merken/mauritzhof/dac-wespp/dac-wessp-gooi-en-vechtstreek)

Ik werd rondgeleid door een zeer gedreven Arjan Kamphuis, die niet alleen voorzitter van de cliëntenraad is, maar ook voorzitter van de regioraad Gooi en Vechtstreek. Hij zet zich enorm in voor het mogelijk maken van een zinvolle dagbesteding voor mensen met een psychiatrische achtergrond. 

Arjan Kamphuis

Arjan Kamphuis

 De locatie in Hilversum heeft een regionale functie. Het kent een secretariaat en een afdeling waar computervaardigheden geleerd kunnen worden en waar administratief werk gedaan wordt. Heel indrukwekkend vond ik persoonlijk het restaurant, waar dagelijks voor ca. 12 mensen wordt gekookt voor slechts € 3,50. De medewerkers doen zelf alle boodschappen en zetten in een brandschone keuken voor hun gasten een gezonde maaltijd op tafel. Het is veel organiseerwerk, maar ook dat wordt door de medewerkers zelf allemaal geregeld. Petje af!

Ook zeer onder de indruk was ik van ‘de schatkamer’. Een winkel, waar tal van leuke snuisterijen te koop zijn, maar ook hele mooie zelfgemaakte spullen van hout, zoals vogelhuisjes, insectenhotels, schaakspellen, tafels en kasten etc. Het atelier waar deze spullen worden gemaakt bevindt zich boven de winkel. Norbert Akkerman is het enthousiaste aanspreekpunt voor de winkel. Hij kwam speciaal voor mijn bezoek nog even naar de winkel terug.

Norbert Akkerman

Norbert Akkerman

 Wat me diep raakte in de gesprekken met de mensen die in DAC-WESPP aan het werk waren is de openheid waarmee mensen bereid waren hun levensverhaal met mij te delen. En die verhalen zijn stuk voor stuk aangrijpend. Wat kunnen mensen soms diep in de put raken door omstandigheden van buitenaf, maar ook door de ziekte waar zij mee te dealen hebben. Zulke mooie mensen, met zoveel talenten! Maar ook zulke beschadigde mensen, die heel graag gewoon mee willend doen in de samenleving, maar ook bang zijn om, zoals zij dat noemden: “weer naar buiten” te gaan.

Ik vind dat we ons als samenleving moeten inspannen om deze mensen in te sluiten en niet buiten te sluiten. Dat lukt alleen als we hen ook de veiligheid kunnen bieden die daarvoor nodig is.

Arjan Kamphuis sprak zijn zorg uit over toekomstige bezuinigingen. Is er straks bij gemeenten nog wel een plekje voor mensen met psychische beperkingen? En wat gaat er gebeuren met voorzieningen als DAC-WESPP ?

In onze regio wordt fors ingezet op wat wij noemen: het preventieve voorveld: Voorkomen dat mensen door ziekte of sociale omstandigheden onnodig in zware zorgsituaties terecht komen. Wat mij betreft levert DAC-WESPP een bewijs dat die aanpak werkt.