Voorlichtingsbijeenkomsten PGB

In de afgelopen week bezocht ik een voorlichtingsbijeenkomst over de veranderingen m.b.t. het PGB. Deze bijeenkomsten worden in de hele regio (zo ook in Huizen) georganiseerd en zijn bedoeld om mensen met een PGB te informeren over de veranderingen m.b.t. het zogenaamde ‘trekkingsrecht’ die hen te wachten staan vanaf 1 januari 2015. Zie hierover o.a. http://www.svb.nl/int/nl/ssp/index.jsp

Omdat het de laatste keer was dat we in Huizen zo’n bijeenkomst hadden, had ik mij voorgenomen om eens te komen luisteren. De opkomst was goed. Er waren ca. 40 personen aanwezig in de Raadszaal. Saloua Chaara begon met een korte toelichting op het gemeentelijke beleid. Tot mijn verrassing leidde die toelichting direct al tot veel discussie, waaruit ook veel wantrouwen in de richting van de gemeente naar voren kwam. Saloua wist alle vragen te beantwoorden. Goede suggesties nam zij gelijk over. Want natuurlijk kunnen zaken in de uitvoering altijd beter en helpt het als mensen verbeterpunten aangeven. Ondanks de emotie en soms zelfs de boosheid uit het publiek bleef zij rustig en vriendelijk. 

PGB3

Na Saloua nam Tessy van Elk, medewerkster van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) het woord. Zij legde heel helder uit wat de SVB vanaf 1 januari 2015 voor PGB houders gaat doen. Maar ook dit verhaal leidde tot veel emotionele reacties uit het publiek.

PGB1

Ik heb na afloop nog wel een tijdje over deze bijeenkomst nagedacht. Huizen schafte als tweede gemeente in Nederland de controle op het PGB af. We voerden als eersten de persoonsvolgende financiering in (een soort PGB met trekkingsrecht bij de gemeente). We werken al jaren vraaggestuurd als het gaat om maatschappelijke ondersteuning en we hanteren daarbij open einde financiering. We interviewden vooruitlopend op de decentralisaties bijna alle ouders met thuiswonende gehandicapte kinderen met een PGB om ons goed voor te bereiden op de nieuwe taken die op ons afkomen. Maar dit alles is dus voor mensen met een PGB op dit moment nog niet genoeg om vertrouwen in het beleid van de gemeente te hebben.

Op de belofte van Saloua (door mijzelf ook bevestigd) dat de gemeente er is voor de PGB houders en dat wij de zorg zullen blijven garanderen die noodzakelijk is, werd eigenlijk vooral met wantrouwen gereageerd. Eén aanwezige vroeg bijvoorbeeld om meer regels op schrift. Toen Saloua uitlegde dat we juist minder regels wilden zei deze aanwezige: “Nou, dan gaan we straks allemaal zelf bepalen wat nodig is”. Daarop zei Saloua: “Dat willen wij nu juist ook zo graag. Dat niet wij als gemeente, maar juist uzelf aangeeft wat u nodig heeft”. Hoeveel duidelijker kunnen we dit nog zeggen?

Ik vond het opvallend dat er veel vragen waren over bestaande ‘rechten’ zoals hulp bij het huishouden en een vast bedrag voor onkosten. Van dit laatste zei Saloua: “Dat is straks niet meer standaard. Als u bepaalde kosten zelf kunt betalen, dan heeft u die vaste bijdrage niet nodig. Maar als u die kosten niet kunt dragen, dan zorgen wij in uw individuele situatie wel voor een passende vergoeding”. Die uitspraak leidde tot grote verontwaardiging.

Terugkijkend op deze bijeenkomst denk ik, dat niet alleen de gemeente de cultuuromslag heeft moeten maken naar vraaggestuurd werken, maar dat ook betrokkenen zelf daar nog erg aan moeten wennen. Niet langer gaan we straks allerlei ‘rechten’ verzilveren. We gaan samen met mensen kijken naar wat zij nodig hebben, voor zichzelf, of voor hun partner of kind dat zorg nodig heeft. En ja, inderdaad, wat nodig is garanderen we, maar wat niet nodig is regelen we dus ook niet. En vooral dat laatste zal de komende tijd nog wel verontwaardiging blijven opleveren. Daar moeten we ons dan ook maar op voorbereiden. Het is mijn ambitie (en Saloua verwoordde die ambitie ook heel goed voor alle medewerkers van de gemeente) dat al onze inwoners de zorg krijgen die zij nodig hebben om zo volwaardig mogelijk aan de samenleving te kunnen blijven meedoen. En daar staan wij in Huizen dan ook voor. Niet meer en niet minder.

Lid van het partijbestuur van het (landelijk) CDA

Tijdens het najaarscongres van het CDA in Alkmaar op zaterdag 8 november ben ik door de CDA leden gekozen tot lid van het landelijke partijbestuur van het CDA. Ik moest het opnemen tegen mijn collega uit Oss, wethouder René Peters, voor de bestuursfunctie ‘vrij gekozen lid sociale zaken’.

In één minuut moest ik uitleggen waarom ik de meest geschikte kandidaat voor deze functie zou zijn. Ik heb ervoor gekozen om niet mijn CV te presenteren, maar mensen centraal te stellen. Die mensen ken ik persoonlijk uit mijn dagelijkse praktijk als wethouder. Ik noemde een school in Huizen, die een volwaardige werkplek biedt aan iemand met een verstandelijke beperking en een Huizer ondernemer, die zich inzette om iemand die al jaren in de bijstand had gezeten weer aan het werk te helpen. Daarna maakte ik duidelijk waarom het CDA voor deze mensen het verschil kan maken. Ik gebruikte daarvoor deze tekst:

“Deze mensen, maar ook de school en de ondernemer, hebben een sterk CDA nodig. Omdat het CDA vindt dat iedereen in de samenleving een taak heeft en omdat het ons altijd eerst om mensen gaat en niet om vastgeroeste regels. Dat maakt het CDA uniek. Dat is al acht jaar mijn drijfveer als wethouder en die eigen sociale koers wil ik ook als lid van uw partijbestuur hoog op de agenda houden”.

Tijdens de lunchpauze kon er gestemd worden en daarna begon het tellen van de stemmen. Toen ik, samen met de andere kandidaten voor het partijbestuur, het podium betrad voor de uitslag, had ik nog geen idee wat het zou worden. Ik bleek de meerderheid van de stemmen te hebben gekregen.

Ik vond het best spannend. Als je eenmaal zover bent dat er nog maar twee kandidaten over zijn, dan wil je natuurlijk ook winnen. En René Peters ligt ook erg goed binnen het CDA, dat bleek alleen al uit de grote hoeveelheid stemmen die ook op hem was uitgebracht. Hij was een waardig tegenkandidaat. In Oss zijn er binnenkort herindelingsverkiezingen en ik ben ervan overtuigd dat René het daar heel goed gaat doen. We hebben afgesproken om na die verkiezingen eens een kop koffie met elkaar te drinken en onze ervaringen te delen. Ik zie ernaar uit.

foto 1

Ik heb heel veel zin in deze nieuwe ‘nevenfunctie’. Ik denk dat ik het CDA veel te bieden heb, maar ik denk ook dat ik veel kan hebben aan nieuwe netwerken waar ik vanuit de functie als bestuurslid van het CDA in terecht zal komen. Daardoor doe ik weer nieuwe contacten op en kan ik ook veel leren van wat elders in het land gebeurt. Omdat ik ook in Huizen de portefeuille sociale zaken (wij noemen dat hier sociaal domein) heb, is dat alleen maar goed voor Huizen.

Ik zie niet op tegen het extra werk dat het lidmaatschap van het partijbestuur met zich mee zal brengen. Het gaat gemiddeld om één vergadering/verplichting per maand. Om in termen van mijn echtgenoot te blijven: “Dat kan er ook nog wel bij”.

 

 

Samenstelling partijbestuur

Het landelijk partijbestuur bestaat naast de voorzitter (Ruth Peetoom), de vicevoorzitter, secretaris en penningmeester uit maximaal negen ‘vrij gekozen’ leden. De overige leden komen uit de provinciale afdelingen (iedere provincie heeft één lid) en uit het vrouwenberaad en de jongerenorganisatie van het CDA.

De fractievoorzitters van de Tweede Kamer en de Eerste Kamer zijn adviserende leden, zo ook de leider van de CDA delegatie in Europa, de directeur van het wetenschappelijk instituut en de voorzitter van de Bestuurdersvereniging.

Het landelijk CDA partijbestuur had al eerder de voordracht bekend gemaakt voor drie openstaande vacatures in het partijbestuur. Uit de 31 sollicitaties werden vijf kandidaten voorgedragen voor de functies van vrij gekozen lid ‘bedrijfsleven’, ‘sociale zaken’ en ‘senioren’. De verkiezing van de vrij gekozen partijbestuursleden vond plaats op het najaarscongres van 8 november in Alkmaar.