Kunst in de kerk

Gisteren mocht ik de Kunst Pinkster Expositie openen in de Oosterlichtkerk. Ik had van tevoren voor mijn speech wat gedachten op papier gezet, maar niet echt een speech uitgeschreven. Na afloop vroeg de organisatie mij om de speech, die ik dus nu toch maar uitschrijf en (als beloofd aan de organisatie) aan mijn blog toevertrouw.

Geachte aanwezigen,

Wat fijn dat jullie met zoveel mensen hiernaar toe zijn gekomen. En wat ziet het er prachtig uit in de kerk. Zoveel kunst: schilderijen, beelden, foto’s, tekeningen, gedichten, wat een creativiteit!

Voor mij is het een beetje  vreemd om op deze plaats te staan. We kennen allemaal het principe van de scheiding tussen kerk en staat. Ik voel me er wat ongemakkelijk bij om als wethouder hier in de kerk te staan. Het thema van deze expositie is “Jij, ik … wij”. En zoals ik al werd aangekondigd: ik ben als wethouder verantwoordelijk voor het sociale domein, ofwel voor verbinding van mensen in onze lokale samenleving met anderen. Heel passend dus bij dit thema.

Van tevoren heb ik het fraai opgemaakte programmaboekje thuisbezorgd gekregen, waarin ik al een beetje heb kunnen zien hoeveel moois er de komende weken met deze expositie te beleven is, niet alleen in deze Oosterlichtkerk, maar ook in de Kruiskerk en in de Goede Herderkerk.  Alle werken hebben een relatie met het thema ‘verbondenheid’. Volgens de inleiding van dit boekje laten de werken zien hoe belangrijk verbinding is voor het welzijn en het samenleven van mensen. En welzijn en samenleven, daar heeft ook de gemeente een belangrijke verantwoordelijkheid in. In die zin ben ik hier wel op mijn plaats.

Maar als ik verder lees in de inleiding, dan zie ik dat het met het gekozen thema ook gaat over de verbondenheid met God. Daar past mij als wethouder bescheidenheid. We kennen in ons land de ‘scheiding tussen kerk en staat’ en dat principe moeten we koesteren. Eeuwen geleden was het heel gewoon dat de staat zich met de kerk bemoeide en dat de kerk zich met de staat bemoeide. Dat veranderde, onder andere door de Verlichting. Het beginsel ‘godsdienst is een privé zaak’ stamt uit die tijd, uit de liberale theorie. Marx vond dat niet ver genoeg gaan. Volgens het Marxisme moest de mens van de godsdienst bevrijd worden. Binnen het socialisme en de westerse democratieën ging men niet zover, maar kwam men tot de overtuiging dat godsdienst niet moest worden afgeschaft, maar dat er wel een scheiding moest plaatsvinden tussen godsdienst en politiek. De socialist Bernstein zag in godsdienst geen privézaak, maar een publieke aangelegenheid van grote betekenis. Hij vond de steun aan de godsdienst een cultuuropdracht voor het openbaar gezag. U zult begrijpen dat ik mij ook als CDA wethouder (niet voor niets werd ik zojuist ook zo aan u voorgesteld) wel prettig voel bij die opvatting. En uit het feit dat hier ook raadsleden van CDA en ChristenUnie aanwezig zijn maak ik op dat ik daarin niet alleen sta.

Onze samenleving kenmerkt zich door een grote pluraliteit van verschillende godsdienstige en levensbeschouwelijke overtuigingen. Religieuze neutraliteit is dan ook voor de overheid van groot belang. In politiek opzicht horen geloofs- en levensovertuigingen tot de private levenssfeer van burgers. Maar wat mij betreft betekent dit niet dat geloofs- en levensovertuigingen ingeperkt moeten worden tot uitsluitend een zaak van het innerlijk. De overheid hoort ook ruimte te bieden aan sociale en institutionele ontplooiing ervan binnen de gemeenschappen waarin mensen leven.

Een bekende uitspraak van Jezus is: “Geef aan de keizer wat van de keizer is en aan God wat van God is“. Jezus kende dus ook al een scheiding tussen kerk en staat. Maar waar ligt precies de grens? Ik geloof niet in een ‘vadertje staat’ gedachte, waarbij de overheid vooral van bovenaf gezag uitoefent over haar onderdanen. In een democratie mag de levensovertuiging van verschillende groepen burgers in politiek beleid best tot zijn recht komen.

Terug naar het thema: Jij, ik … wij.

Ik las een tekst bij één van de kunstwerken van Nicole Dijkstra: “we maken een mooie  wereld”. Dat is wat ook zichtbaar wordt in alle kunst in deze expositie. Mensen die op de een of andere manier uitdrukking geven aan hun inspiratie om de wereld een beetje mooier te maken. Om mensen met elkaar te verbinden. Veelkleurige mensen, zoals Henny Lustig dat in een toelichting op haar schilderij beschrijft. Want we zijn allemaal anders, we zijn allemaal uniek. Ook Huizen is veranderd. Ik ben hier geboren en getogen. In mijn jeugd woonden hier zo’n 17.000 mensen. Het merendeel was lid van de Hervormde kerk. En bijna iedereen was blank. Inmiddels zijn er heel veel mensen van buitenaf bijgekomen. Ook recent weer heel veel mensen die gevlucht zijn, onder meer uit Syrië. Eén van de schilderijen (van Theresia Moosdorff) beeldt uit hoe zij als ‘goede buur’ betrokken was bij een Syrisch gezin dat in Huizen is komen wonen. Het thema ‘jij, ik … wij’ is een prachtig thema, dat al die facetten in zich heeft. Ik kwam hier zojuist de fotograaf Jan Wouda tegen, een ver familielid die ik al heel lang niet meer gezien heb. Over verbondenheid gesproken.

Maar dan die verbondenheid met God. Jezus zegt: “Mijn koninkrijk is niet van deze wereld“. Het gaat in de verbondenheid met God écht om een andere dimensie. Die verbondenheid is dan ook niet zo gemakkelijk in woorden uit te drukken. Maar jullie laten hier duidelijk zien dat die verbondenheid een bron van creativiteit en inspiratie is, juist ook voor de verbinding met anderen in het gewone, dagelijkse leven.

In de inleiding van het programmaboekje staat dat de Geest mensen gaven geeft. Het doet mij herinneren aan frase uit een voor mij bekend lied: “Want de Geest spreekt alle talen en doet ons elkaar verstaan”. Zo vinden we elkaar, mensen onderling hier in de kerk, mensen vanuit deze kerk met mensen in onze samenleving die niet bekend zijn met de kerk, maar ook mensen vanuit de overheid en mensen vanuit de kerk. Ik ben blij met onze goede samenwerking. Ik wil jullie van harte feliciteren met deze mooie expositie. Ga vooral ook in de andere kerken kijken en laat je inspireren.  Een mooi pinksterfeest gewenst!