Deze week hoorde ik dat er een uitgiftepunt van de voedselbank komt in de Thomaskerk. Dat is om meerdere redenen fantastisch nieuws, waar ik helemaal blij van word.
 
In de eerste plaats vind ik het een grote pluim waard, dat de katholieke kerk in Huizen niet alleen met woorden en met collectes mensen in armoedesituaties ondersteunt, maar ook bereid is om heel concreet een bijdrage te leveren aan het helpen oplossen van locale armoedeproblematiek. Het is nogal wat, om als geloofsgemeenschap je eigen kerkgebouw structureel open te stellen voor cliënten van de voedselbank. Chapeau!
 
In de tweede plaats werken de diverse kerken in Huizen, de Stichting Tolvrij, de Voedselbank het Gooi  en Omstreken en Humanitas afdeling ’t Gooi nauw samen binnen het bestuur van het fonds bijzondere noden.
De laatste jaren is daar veel dynamiek in gekomen. Niet langer beslist een ‘elite’ groepje mensen op afstand over bijzondere hulpaanvragen van mensen in armoedesituaties. Het bestuur van het fonds bijzondere noden bestaat nu namelijk volledig uit mensen die zelf dagelijks te maken hebben met deze mensen en daar nauw bij betrokken zijn. Dat kan via het verstrekken van voedselpakketten of via het aanbieden van een schuldhulpmaatje zijn. Daar waar de protestantse kerken in Huizen zich vooral inzetten voor het leveren van schuldhulpmaatjes, doet de katholieke kerk nu ook een hele praktische duit in het zakje, door het eigen kerkgebouw beschikbaar te stellen voor mensen in armoedesituaties. En daarmee verbreden we in Huizen ook de zichtbare betrokkenheid van kerken en maatschappelijke organisaties bij mensen in armoedesituaties.
 
Hoe zit dat nu eigenlijk, zou u misschien denken. Armoedebestrijding is toch een taak van de overheid?
 
Dat is ook zo. Als gemeentelijke overheid hebben wij een taak om te voorkomen dat mensen onder de armoedegrens moeten leven. Daarvoor is er de bijstandsuitkering en zijn er tal van mogelijkheden in de bijzondere bijstand en via de Wet Maatschappelijke Ondersteuning. Maar toch kan de gemeentelijke overheid dit niet alleen.
 
Mensen in armoedesituaties, die niet afhankelijk zijn van een bijstandskuitkering, zijn bij de gemeente vaak niet bekend. Kerken en maatschappelijke organisaties kunnen de gemeente helpen, door armoede te signaleren en door mensen in contact te brengen met de gemeente.
Bovendien doen zich in het leven van mensen in armoedesituaties soms (urgente) problemen voor, waarbij de overheid wettelijk geen mogelijkheden heeft om snel en adequaat hulp te bieden. Dat lukt dan bijvoorbeeld weer wél door de inzet van een fonds bijzondere noden.
 
Armoede is overigens veel meer dan alleen een gebrek aan geld. Mensen in armoedesituaties worden vaak ook op allerlei manieren sociaal buitengesloten. Wat we als overheid in die situaties minder goed kunnen, is tijd maken voor échte ontmoeting met deze mensen. Hen opzoeken, het ‘er voor hen zijn’ en erkennen dat zij ertoe doen. Maar dat is nu juist wat de kerken en de genoemde maatschappelijke organisaties zo goed kunnen. En vanuit hun ervaring weet ik ook, dat de mensen die zij ontmoeten niet alleen om hulp vragen, maar ook heel veel te bieden hebben.
 
De persoonlijke betrokkenheid van zoveel inwoners van Huizen, die via de kerken en de genoemde maatschappelijke organisaties hun verantwoordelijkheid willen nemen voor mensen die in maatschappelijk kwetsbare situaties leven, is dan ook niet door de overheid te vervangen.  
Wat we als gemeente, samen met de kerken en de genoemde maatschappelijke organisaties willen uitdragen, is (en ik kies daarvoor de woorden van prof. van Regemortel): dat niemand in Huizen wordt opgegeven, dat niemand het etiket van ‘hopeloos geval’, ‘onbereikbaar’ of ‘on(be)handelbaar’ krijgt. Wij zijn er in Huizen met elkaar voor al die mensen die in maatschappelijk kwetsbare situaties leven, waaronder ook mensen in armoedesituaties. En de overheid, de kerken en de genoemde maatschappelijke organisaties dragen daar elk vanuit de eigen mogelijkheden aan bij. 
 
Als dat nog geen participatiesamenleving is?!
 
 
 

Recommended Posts