Mee blijven doen aan de samenleving

In de afgelopen week heb ik een dagje meegelopen met de afdeling ‘werk en inkomen’, de vroegere sociale dienst zal ik maar zeggen. Dit onderdeel is nieuw in mijn portefeuille en ik vind het heel nuttig om niet alleen dossiers te lezen, maar ook mensen op de werkvloer te spreken en natuurlijk ook de mensen om wie het gaat: mensen met een bijstandsuitkering en werkzoekenden.  

Uitgangspunt van ons beleid is, dat mensen in principe economisch zelfredzaam moeten zijn. Dat wil zeggen dat we ernaar streven dat iedereen, naar vermogen, in het eigen levensonderhoud kan voorzien en dus zo min mogelijk afhankelijk is van een uitkering.

Een paar dingen vond ik in de afgelopen week opvallend. Zo sprak ik mensen die een WW uitkering hadden gekregen, die vele malen hoger is dan de bijstandsuitkering. De WW uitkering bedroeg bijvoorbeeld voor iemand 1700 euro netto per maand, de bijstandskuitkering 900 euro netto per maand. Tijdens de WW periode was het niet erg aantrekkelijk om te solliciteren op banen die een lager netto bedrag per maand opleveren dan die 1700 euro, want het maandloon wordt niet, zoals bij de bijstand, aangevuld tot het maximum bedrag waar je recht op hebt. De WW gaat uit van aantal uren dat je werkt. Kreeg je die 1700 euro voor een 36 urige werkweek en kan je een baan krijgen waarbij je in die zelfde 36 uur 1200 euro netto overhoudt, dan ben je de ‘resterende’ 500 euro dus gewoon kwijt. Gevolg is daarom, dat mensen pas een lager betaalde baan willen accepteren als ze in de bijstandsuitkering komen, want dan is die 1200 euro opeens wél 300 euro meer dan de bijstandsuitkering. Maar dan blijkt het heel lastig om nog een baan te vinden, omdat je al een jaar of langer thuis gezeten hebt. Ik zou er wel voor zijn om mensen in de WW te belonen voor het vinden van (lager betaald) werk en dit dus aan te vullen tot het bedrag dat ze ook zouden krijgen als ze geen werk hebben gevonden. Maar dat systeem kunnen we als gemeente helaas niet veranderen. Wat wel kan, is mensen tijdig informeren over de noodzaak van het zoeken naar werk, voordat ze afhankelijk worden van een bijstandsuitkering. In de praktijk blijkt dat mensen vaak helemaal niet weten hoe laag de bijstandsuitkering is. Ze schrikken zich rot als ze dat horen. Onze afdeling doet nu een proef met dienstverlening aan mensen die in de laatste drie maanden van de WW uitkering zitten. Eigenlijk is dit werk dat het UWV zou moeten doen, maar die organisatie heeft daar geen tijd voor. Mensen stellen het contact met de gemeente in het algemeen erg op prijs. Soms zijn we de eerste die na een jarenlange WW periode persoonlijk contact zoeken. Binnenkort wordt deze aanpak geëvalueerd.

Wat me ook opviel was het enthousiasme waarmee mensen zich binnen het project ‘Meewerken’ inzetten voor vrijwilligerswerk, ter voorbereiding op het vinden van betaald werk. Ik geloof persoonlijk niet in ‘verplicht vrijwilligerswerk’. Mensen moeten gemotiveerd zijn om iets voor de samenleving te betekenen en vanuit die motivatie aan de slag gaan. Dat willen de meeste mensen ook graag: iets bijdragen aan de samenleving. Daarmee doen zij tegelijkertijd nieuwe (werk)ervaring op, maar krijgen zij ook weer hun zelfvertrouwen terug. Dat is dan ook precies wat ‘Meewerken’ hen oplevert. Niet dankzij de gemeente stromen zij dan door naar betaald werk, maar dankzij hun eigen inzet.

Meewerken op camping 'de Woensberg'

Meewerken op camping ‘de Woensberg’

Gelukkig zijn er in Huizen al veel bedrijven en maatschappelijke organisaties die bereid zijn om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt ‘mee te laten werken’. In de afgelopen week bezocht ik bijvoorbeeld camping ‘de Woensberg’, waar acht mensen vanuit ‘Meewerken’ dagelijks begeleid worden bij het aanleren van nieuwe taken en vaardigheden. Bedrijven als ‘de Woensberg’, maar ook al die andere bedrijven en maatschappelijke organisaties in Huizen, doen dit zonder daar al te veel aandacht voor te krijgen. Dat vind ik onterecht. We zouden die bedrijven en organisaties veel meer in het zonnetje moeten zetten. Enerzijds om publiekelijk onze waardering voor hun inzet te tonen, anderzijds om bedrijven die niets voor deze doelgroep doen te enthousiasmeren om hiervoor óók hun verantwoordelijkheid te nemen. Als we willen dat iedereen in onze samenleving kan meedoen, dan hebben we al deze bedrijven en organisaties namelijk keihard nodig. We weten nog niet precies hoe we dit gaan doen, maar we gaan daar beslist actie op ondernemen! Binnenkort spreek ik hierover met onze eigen ‘Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling’ (RMO).  

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *