Maatschappelijk innoveren tussen wens en werkelijkheid

Voor wie dit nog niet wisten: ik heb in Utrecht Nederlands recht gestudeerd (daar heb ik mijn mr. titel aan te danken) en daarna heb ik ook  weer in Utrecht bestuurskunde (of precies gezegd: recht, bestuur en management) gestudeerd (en daar heb ik mijn drs. titel aan te danken). Een paar weken geleden kreeg ik als oud-student een uitnodiging voor een lustrumviering van de faculteit Rechtsgeleerdheid, Economie en Bestuur en Organisatiewetenschap in Utrecht. Ik wist niet wat ik zag. Kennelijk is dit nu al vijf jaar één faculteit. Dat was me helemaal ontgaan en dat was in ‘mijn tijd’ echt ondenkbaar. Het programma van de viering zag er interessant uit, met als thema “Maatschappelijk innoveren tussen wens en werkelijkheid”. Ik besloot daarom om op deze uitnodiging in te gaan. Zo kwam ik afgelopen zaterdag dus terecht in een bomvol academiegebouw in Utrecht.

Voor mij weer even nostalgie, want het was best weer even geleden dat ik hier mijn bul kreeg. Dit keer was ik te gast bij een bijzonder inspirerende bijeenkomst, met sprekers als Jolande Sap, Sadik Harchaoui, Herman Wijffels, Agnes Jongerius, Paul Schnabel, Wouter Koolmees, Hanke Bruins Slot en vele anderen. De middag deed me beseffen hoe belangrijk het is dat in ons land -naast de politieke waan van de dag- ook door universiteiten wordt meegedacht over hoe het met onze samenleving verder moet. Ik wil u een paar inspirerende woorden van sprekers niet onthouden.

Sadik Harchaoui bijvoorbeeld, voorzitter van de Raad van Bestuur van Forum, maakte zich zorgen over het gebrek aan lange termijnperspectieven bij het immigratievraagstuk. Door de discussie over immigratie, zoals die nu in ons land gevoerd wordt, is er bij buitenlandse ondernemingen een kentering aan het ontstaan in het beeld van een tolerant Nederland. Nederland is grimmiger geworden ten opzichte van allochtonen en minder open minded. Dat beeld naar buitenlandse investeerders is ronduit slecht voor onze economie en volgens Sadik Harchaoui in tal van opzichten schadelijk voor de toekomst van ons land. Met een rekensommetje over de bevolkingssamenstelling in de Randstad legde hij haarscherp vast, dat nu al 17,7% van de bevolking bestaat uit niet-westerse allochtonen. Kijken we naar het totaal aantal allochtonen in de Randstad, dan komen we al gauw op ruim 40%. We weten bovendien, dat we in 2040 een enorm tekort zullen hebben aan hoog opgeleiden. Ook weten we dat veel allochtone jongeren aansluiting bij de maatschappij dreigen te missen. Allochtonen met gelijke startkwalificaties als autochtonen (dus met dezelfde vooropleiding) komen toch minder gemakkelijk aan een baan.  Op dit moment is 24 tot 28 % van de allochtone jongeren werkloos. Dit is zorgelijk, want als we het economisch goed willen blijven doen, hebben we deze jongeren straks keihard nodig. Sadik Harchaoui pleitte dan ook voor het maximaal benutten van de talenten van (tweede- en derde generatie) autochtone jongeren én vrouwen. Niet afkomst moet centraal staan, maar toekomst.

Jolande Sap sprak over twee paradoxen, die ik ook in mijn dagelijkse praktijk als wethouder wel herken. Mondige burgers willen hun eigen leven bepalen, zonder bemoeizucht door de overheid. Maar diezelfde overheid moet wel ingrijpen als de buren zich misdragen. Dan moet de overheid opeens alles oplossen en de overheid reageert daarop met ‘incidentenpolitiek’. De tweede paradox is dat de overheid zegt dat er meer ruimte moet komen voor professionals. Maar diezelfde overheid gaat regelmatig op de stoel van professionals zitten en belemmert op die manier innovatie vanuit professionals. Die spiraal van enerzijds opgeklopte verwachtingen bij burgers en anderzijds toenemend wantrouwen in professionals maakt dat echte innovatie in de pulbieke sector niet van de grond komt.  Zij pleit voor een politiek die gaat over visies en idealen (en dus niet over incidenten) en voor een andere stijl van politiek bedrijven. Nu is degene die het hardste schreeuwt vaak de winnaar, niet degene met de beste ideeën. De verantwoordelijkheid voor de publieke zaak zou veel minder bij de overheid en veel meer bij de burger zelf én de professionals neergelegd moeten worden.

En dan Herman Wijffels. Ik kan het niet helpen, maar altijd als ik die man hoor spreken hoop ik dat hij de nieuwe leider van het CDA wil worden of dat we iemand zoals hij daarvoor vinden. Wat een visie! Wat een charisma! Dit keer hield hij een betoog over duurzaamheid, mede omdat hij in Utrecht ook hoogleraar duurzaamheid en maatschappelijke verandering is geworden. Hij begon met de vraag: ‘waarom maken we ons druk om duurzaamheid’. Het antwoord daarop was: ‘hetzelfde als de vraag naar leiderschap. Er is tekort aan!’ Hij ging vervolgens in op twee problemen: het ecologisch probleem (overshoot) en het sociaal-organisatorisch probleem (een mismatch tussen mensen en vraagstukken van nu en onze huidige maatschappelijke orde en instituties). Voor wat betreft die overshoot (= meer ge- en verbruiken van natuurlijke hulpbronnen dan op duurzame basis mogelijk is) legde hij haarfijn uit wat er aan de hand is. Al op dit moment, met zo’n 7 miljard wereldburgers, is het meer-gebruik meer dan 50%, waarbij het zwaartepunt bij de westerse wereld ligt. Als we dat afzetten tegen de groei van de wereldbevoling van 6 miljard in 2000 naar 9 miljard mensen in 2050, komt er als we niets doen een verdrievoudiging van het consumptieniveau, dat nu dus al veel te hoog ligt.  We leven alsof onze planeet geen limiet kent, maar dat is helaas niet zo. Onze houding zal dus fundamenteel moeten veranderen. In onze westerse wereld is bijvoorbeeld van alles wat we kopen  na drie maanden 99% afval  geworden. We zullen echt veel zorgvuldiger met grondstoffen om moeten gaan.

Het tweede deel van de probleemstelling ging over de organisaties. Door opleiding en emancipatie past de klassieke piramidale organisatievorm niet meer bij de mensen van nu. Daardoor worden competenties en creativiteit van mensen ook onderbenut en dat tast ook zingeving aan die mensen in arbeid ervaren. Vraagstukken van deze tijd vragen om een andere organisatie. Wijffels noemt m.b.t. die vraagstukken voorbeelden als:

* sociale zekerheid en sociaal beleid van organisaties * de wijze waarop onze democratie functioneert * mondiale vraagstukken t.o.v. de huidige natie-staten * mededingingsrecht en intellectuele eigendom * organisatie van bestuur en governance.

In het industriële tijdperk konden we volstaan met eendimentionaal denken. Het draaide om groei en om winst. Nu zijn meer afwegingen nodig. De cultuur is echter nog niet veranderd. Die is atomisch, egocentrisch van aard. Je gaat voor je eigen belang. Maar hier kunnen we niet mee verder, gezien de problemen waar we voor staan. In tal van opzichten is onze maatschappelijke orde niet meer aan de maat voor deze tijd.

Wijffels schetst een paar contouren, ontwikkelingsrichtinen, voor oplossingen.

In de eerste plaatst ethisch. Willen we in deze wereld,  die één samenhangend leefsysteem is, overleven, dan moet er een uitgebreide, relationele ethiek komen. Het moet weer gaan om de vraag hoe we ons tot elkaar verhouden. Elke beslissing die we nemen (dus ook bijvoorbeeld in ons aankoopgedrag) heeft een morele component. Wij moeten met elkaar (burgers, professionals en overheid) veel meer verantwoordelijkheid nemen voor gemeenschappelijke vraagstukken. En daar moeten dus ook instituties op worden aangepast.

In de tweede plaats het terugdringen van de overshoot, zowel in beleid, als in hoe we individueel acteren. En dan niet alleen terugdringen, maar ook ruimte maken voor nieuwe mensen op deze planeet. Processen uit de industriële tijd kunnen we ons niet meer permitteren. Voorraden (grondstoffen) raken op en de negatieve effecten van het verbruik zijn enorm. We zullen dus veel meer cyclisch met grondstoffen om moeten gaan, voortdurend hergebruiken, weg met de wegwerpmaatschappij. Dat vraagt onder andere om een bio-based economy, meer gebruik maken van bio-massa, óók in de chemische sector en in de life sciences.

In de derde plaats moet de wijze waarop de financiële sector zich verhoudt tot de reële economie op de schop. De reële economie wordt nu geexploiteerd door de financiële sector, in plaats van dat deze sector dienend is aan de  reële economie. Die dienende rol moet weer terug komen.

Het grote probleem in Nederland is volgens Wijffels dat we momenteel sterk in een nostalgisch politiek-maatschappelijke sfeer zitten. We willen het liefst terug naar het oude en politieke partijen die dit voorstaan krijgen veel stemmen. Maar we kunnen niet terug naar het oude. We moeten écht vernieuwen. We zullen onszelf moeten overstijgen in het eigen belang, door rekening te houden met het algemeen belang. En dat is ook wat natie-staten zullen moeten doen, op basis van het subsidiariteitsbeginsel. Dat betekent dus het intensiveren van relaties op alle niveau’s.  Maar ook afstappen van de huidige regels m.b.t. intellectueel eigendom. Kennis hoort open source te zijn, eigendom van de mensheid en niet van individuele actoren.

Wijffels pleit ervoor om op alle niveau’s een overgang te maken van het één dimensionaal denken naar het meer dimensionaal denken. Van het in de juiste orde zetten van doelen en middelen. Op dit moment is het doel en het middel vaak van plaats gewisseld. Winst is bijvoorbeeld een doel geworden, in de zin van aandeelhouderswaarde. Maar winst mag nooit een primair doel zijn, maar moet slechts een middel zijn om diensten te kunnen blijven leveren. Organisaties moeten zich zo ontwikkelen, dat mensen zich er weer in kunnen herkennen, waarin ieder naar zijn vermogen mede-verantwoordelijkheid kan nemen. Van human resource naar human development dus. Nu gaan mensen naar hun werk, terwijl ze het beste van zichzelf thuis laten. De sociale zekerheid moet van zorg-gericht naar ontwikkelingsgericht. Potenties van mensen ontwikkelen en structuren maken waarin mensen weer tot hun recht kunnen komen. De democratie moet van een partijendemocratie opschuiven naar een burgerdemocratie.

Deze omslag vraagt om leiderschap. Wijffels omschrijft leiderschap in een tegenstelling tot management, wat het runnen van de bestaande orde is. Leiderschap is mensen meenemen naar een nieuwe orde. Daar is visie én moed voor nodig. 

Ik hoop dat deze drie sprekers u net zo inspireren en aan het denken zetten als zij mij hebben gedaan. Er zijn meer vragen dan oplossingen. Maar één ding is wat mij betreft zeker: er rust een grote verantwoordelijkheid op ons aller schouders!

Gelukkig nieuwjaar

Morgen en overmorgen zal er worden teruggeblikt op het jaar 2010. Voor velen een bewogen jaar, zakelijk, sportief, politiek of privé.

Met de viering van de jaarwisseling staan we stil bij alle gebeurtenissen in het afgelopen jaar, zowel bij de mooie als bij de verdrietige gebeurtenissen. Maar we kijken ook vol verwachting vooruit naar alles wat het jaar 2011 ons brengen zal.

Ik hoop u persoonlijk te mogen ontmoeten tijdens de nieuwjaarsreceptie van de gemeente Huizen (6 januari) of de nieuwjaarsbijeenkomst van het CDA Huizen (7 januari) of op een van de vele andere nieuwjaarsbijeenkomsten die we de komende weken zullen hebben.

Maar ik wil u en allen die om u heen staan nu al vast een heel gelukkig, gezond en voorspoedig 2011 toewensen. 

Janny Bakker

IJspret

Het is al weer de laatste week van het jaar 2010. Ik werk wel deze week, maar toch ook weer niet. Er zijn nauwelijks afspraken gemaakt en dus geniet ik van de bijzondere afspraken die er wel zijn, zoals een bezoek aan een echtpaar dat 50 jaar getrouwd is en het aanbrengen van het eerste bordje van de serie nieuwe toeristische bewegwijzering in Huizen. Tussentijds inspecteer ik met veel plezier het ijs op het Gooimeer (gisteren ging mijn zoon daar nog met één schaats doorheen) en ik heb vandaag zelf geconstateerd dat het ijs vooraan bij het surfstrand me wel houdt. Echt tochten maken zit er helaas nog niet in. Maar toch heerlijk om op de valreep in 2010 nog even het gekraak onder de ijzers te hebben gevoeld.

Voor cultuur mogen we best iets over hebben

Ik heb een heerlijk (cultureel) weekend achter de rug. Vrijdagavond genoot ik met mijn collega’s in theater de Boerderij van het optreden van Knijn, met de bekende en minder bekende fantastische Ierse muziek.

Gisteravond was ik samen met mijn zoon bij onze toneelvereniging ‘Ontwaakt’ te gast, in theater de Graaf Wichman. Dat was een avondje onspannen en lachen bij ‘Kus van een Rus’.

Vandaag zondag, dus dag waarin de kerk centraal stond (is ook onze cultuur!), waarbij voor mijn zoon in de tienerdienst in de Goede Herderkerk zelfs een heuse band optrad (True Colors).

Gelukkig is er in Huizen nog veel te genieten op het gebied van kunst en cultuur. En dat in een weekend, waarin Nederland volop protesteert tegen door het kabinet voorgenomen bezuinigingen op kunst en cultuur.

Ik zie dat protest eigenlijk niet zo zitten. We zullen de komende jaren in Nederland nu eenmaal miljarden moeten bezuinigen als we onze welvaart ook voor toekomstige generaties overeind willen houden. Dat betekent ook keuzes maken. Ik zie dan liever dat er minder bezuinigd wordt op zorg voor onze ouderen en gehandicapten en dat Nederland een veilig land blijft om in te wonen. Dat betekent dat we dus privé wat meer moeten gaan betalen voor kunst en cultuur. Veel liefhebbers van kunst en cultuur kunnen best wat meer betalen voor een kaartje. Voor een keer uit eten gaan is 100 euro voor 2 personen tegenwoordig niets meer. En voor een commercieel concert betalen mensen (ook jongeren!) ook al snel meer dan 100 euro voor een kaartje. Kwaliteit verdient zichzelf echt wel terug.

Ikzelf zou (met mijn inkomen) bijvoorbeeld best meer dan de huidige €12,50 over hebben voor een fantastische avond uit bij onze toneelvereniging Ontwaakt. Zelfs het dubbele van dit bedrag is nog niet eens veel te noemen als ik zie wat daarvoor geboden wordt. Het is te gek voor woorden dat voor mensen zoals ik, die best iets meer kunnen betalen, het meest gebruik maken van de gesubsidieerde tarieven.

Ik geloof dus ook niet dat kunst en cultuur door een meer kostendekkende bijdrage elitair worden. Voor de minima zijn hiervoor trouwens ook regelingen getroffen en en wat mij betreft wordt beleving van kunst en cultuur op deze manier ook in de toekomst toegankelijk gehouden voor de mensen met een lager inkomen. Maar wees eerlijk, voor wie van ons Huizers met een goed inkomen is een hogere eigen bijdrage voor een avondje uit nou echt een groot probleem?

Ik ben heel benieuwd hoe alle kabinetsplannen gaan uitpakken. Maar ik heb er wel vertrouwen in dat de kunst- en cultuursector voldoende creativiteit weet te bundelen, zodat ook met minder subsidies een sprankelend cultureel aanbod in stand kan blijven.

Onverdoofd ritueel slachten

Vandaag volgde ik samen met mijn zoon delen van het debat over de regeringsverklaring. Mijn zoon spitste zijn oren bij een opmerking van Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren in de richting van het CDA, die zich nooit zou hebben verzet tegen het onverdoofd ritueel slachten. “Is het CDA het daarmee eens dan?” vroeg hij me verontwaardigd.

Ik weet eigenlijk niet goed wat onze partij in den Haag hierover als standpunt heeft. Dierenwelzijn is (helaas) nooit erg prominent op de agenda van het CDA te vinden geweest. Lokaal is dat gelukkig anders, want inmiddels heb ik al vele CDA collega wethouders ontmoet, die zich juist vanuit de grondbeginselen van het CDA inzetten voor dierenwelzijn.

Jaren geleden sprak professor Jonker in de Oude Kerk van Huizen over het  bijbelverhaal van Jona, die teleurgesteld was over het feit dat God de stad Ninevé niet verwoestte, ondanks de onheilsboodschap die Jona hierover in die stad had moeten brengen. God reageert in dit verhaal verbaasd op de teleurstelling van Jona en Hij vraagt aan Jona: “Waarom zou Ik geen medelijden voelen met een grote stad als Ninevé, waarin alleen al meer dan 120.000 kinderen wonen en ook nog veel vee aanwezig is?” (Jona 4:11)

Dat verhaal heeft indruk op mij gemaakt. Kennelijk maakt God zich óók druk om het vee. Hij voelt er medelijden mee. Er is dan ook juist voor mensen die vanuit een christelijke levensovertuiging politiek bedrijven helemaal niets mis mee om hetzelfde te doen. Ons zorgen maken om het vee, om de dieren, om hun welzijn. Wat mij betreft zou het CDA er dan ook mee in moeten stemmen als er een wetsvoorstel komt om het onverdoofd slachten van dieren te verbieden. Andere landen, zoals Zwitserland, Noorwegen, Zweden, Finland en IJsland zijn ons hierin al voorgegaan.

In een richtlijn van de Europese Unie is vastgelegd dat bij het slachten of doden van dieren elke vermijdbare pijn, opwinding of elk vermijdbaar lijden moet worden voorkomen. Daarom worden dieren voorafgaand aan het slachten verdoofd. Maar volgens sommige religieuze overtuigingen (islam en jodendom) moeten dieren ritueel worden geslacht, dat wil zeggen zonder verdoving. Hier is sprake van een dilemma, met dierenwelzijn aan de ene kant en religieuze overtuigingen aan de andere kant. Daar moeten we, juist ook als CDA-ers, zeker niet lichtvaardig over denken, maar daarover moeten we wel het gesprek aan willen gaan. Zo lijken er  in Nieuw-Zeeland bijvoorbeeld mogelijkheden te zijn gevonden om de belangen van dierenwelzijn en de verschillende religieuze overtuigingen met elkaar in evenwicht te brengen, door bij het slachten van dieren gebruik te maken van elektrische bedwelming, die niet in strijd wordt geacht met de voorschriften van bepaalde religies.  Ik kan mij niet voorstellen dat we in Nederland -met de huidige technologische kennis én met het voor ons land gelukkig ook nog steeds kenmerkende respect voor religieuze overtuigingen- niet tot dit soort oplossingen zouden kunnen komen.

Spetterende Huizerweek!

Ik heb deze week (waarschijnlijk net als u) enorm genoten van de Huizer week. Het begon al met het voorproefje op de vrijdagavond voor de Huizerdag. Wat een sfeertje op het Oude Raadhuisplein zeg! De wijn en de tapa’s smaakten heerlijk en we hadden het super gezellig. En dan de Huizerdag… Natuurlijk heel erg geholpen door het prachtige weer, maar het was ook voor het overige echt door de stichting Huizerdag perfect georganiseerd. Ik heb veel mensen gesproken die zelf niet uit Huizen kwamen en helemaal enthousiast waren over de sfeer op de Huizerdag. Ik ben benieuwd hoeveel mensen van buiten Huizen zijn geweest. We wachten de tellingen van de SMH nog even af. De publiciteit, die zowel door de stichting Huizerdag als door de SMH is geregeld, was in ieder geval heel goed.

En dan waren er door de weeks nog de vissertjes in de haven en de bootjes bij Jan Schra. Ik heb daarvan alleen foto’s gezien, maar dat leek zeker voor herhaling vatbaar.

Vrijdag deden we opnieuw mee met de Taeje Bokkesrace en werden we als gemeentebestuur zelfs eerste met de HZ 45! Ik moet toegeven dat ik daar zelf niet heel veel aan heb bijgedragen, maar we hadden wel een heel fanatiek team (u had Petra van Hartskamp en Liesbet Tijhaar eens moeten zien hangen in de zeilen…).

Natuurlijk hadden we nu eindelijk ook eens nieuwe zeilen, dus we hebben de kansen gepakt!

Vrijdagavond was er weer South Sea jazz. Wij hadden onze zoon van 13 meegenomen en dat bleek geen goed idee. Hij ontmoette er te weinig leeftijdsgenoten en dan is het al gauw “saaai…”. Ik zelf heb vooral erg genoten van Massada. Het zijn toch nog echt onze “Huizer” jongens en ze krijgen de zaal nog steeds in beweging!

En dan de spetterende afsluiting op de Huizer botterdagen, met al die botters in de haven (zo zou het eigenlijk het hele jaar moeten zijn…), de oldtimers, de zeemansliedjes en de oude ambachten. Oude tijden herleefden. Complimenten aan de stichting Huizer botterdagen voor de fantastische organisatie! 

Tijdens de hele Huizer week heb ik ook weer mensen met klederdrachten in ons dorp gezien. Dat vind ik zelf nog altijd prachtig. Wist u dat mijn beide oma’s nog in Huizer klederdracht hebben gelopen? Zo lang is het nog niet geleden dat dit gewoon tot het straatbeeld van Huizen behoorde. Hierover mijmerend vond ik zelfs nog een paar foto’s terug (ik denk al zo’n 20 jaar geleden hoor…) waarop ik samen met mijn moeder en haar buurvrouw in Huizer klederdracht deelneem aan het ringsteken op de Huizerdag. Ja, ja, Blaricum doet dit nu, maar Huizen was daar al veel eerder mee bezig. We waren wel wat verregend, waardoor de anders zo trotse Huizer kappen een beetje zielig omlaag hingen, maar we deden het toch maar. Leuk he? We hebben al 24 jaar een Huizerdag dus het wordt ook een beetje jeugdsentiment… Kijken of u mij nog herkent?

Huizerdag: met mijn moeder in klederdracht

Huizerdag: Ringsteken voor het gemeentehuis

Huizerdag: Bij het Dienstencentrum (nu de Brassershoeve)

Gewoon hard doorwerken

Wat een dramatische ontwikkeling voor het CDA deze week. Op dinsdagavond liepen we nog opgewekt campagne te voeren. Op woensdagavond was er alleen nog maar verbijstering. Ik had best wel verlies ingecalculeerd, maar geen 20 zetels!

Donderdag was mijn agenda gewoon weer vol en ook vandaag viel er weer genoeg te doen. Lastige dossiers, over bijvoorbeeld de vraag hoe we zorg en maatschappelijke ondersteuning die in de thuissituatie van mensen nodig is zo kunnen organiseren, dat de schotten tussen wat het rijk betaalt (AWBZ) en wat de gemeente betaalt (WMO) wegvallen. Ik wil dat er gewoon goed gekeken wordt naar wat er nodig is en dan pas naar wie dat moet gaan betalen. Dat lijkt logisch, maar zo zit ons systeem helaas niet in elkaar. Er waren ook luchtiger en zelfs feestelijke dossiers, zoals de afronding van het project “6 camperplaatsen” op de kop van de oude haven. Geen tijd dus om te kniezen, maar gewoon hard doorwerken!

Ik denk eigenlijk dat het voor onze burgers, die zorg of maatschappelijke ondersteuning nodig hebben, of voor de mensen die graag hun camper op een mooi plekje in Huizen willen neerzetten, niet zoveel uitmaakt welke politieke kleur de bestuurders hebben die zich daarvoor inzetten. Het gaat er vooral om dat we de grote en kleine problemen in onze samenleving in het oog hebben en die ook (helpen) oplossen. Daarom geloof ik ook niet zo in al die analyses, die zeggen dat politieke partijen die zich qua ideologische uitgangspunten in “het midden” bevinden in de toekomst minder kans van slagen zullen hebben dan de partijen die zich duidelijk als “links” of “rechts” profileren. Burgers kijken naar de prioriteit die we als bestuurders geven aan hun problemen, naar hoe we die problemen aanpakken en naar de resultaten daarvan. Als de problemen waar we ons als bestuurders mee bezig houden te ver af staan van de dagelijkse werkelijkheid van onze burgers, dan spreekt wat we doen hen ook minder aan. En als de resultaten niet direct in hun dagelijkse werkelijkheid worden ervaren, dan is er ook geen herkenning. 

Ik denk persoonlijk dat daar voor de komende jaren de uitdaging voor onze CDA vertegenwoordigers in de Tweede Kamer ligt: laten zien dat wij echt dicht bij mensen staan, zeker als die mensen op hulp van de overheid zijn aangewezen. Daarbij maakt het niet uit welke achtergrond mensen hebben. Ieder mens is uniek en ieder mens verdient het om menswaardig en respectvol te worden behandeld. Daar heeft altijd onze kracht gelegen! Ik hoop dan ook van harte we in elk geval niet in een kabinet met de PVV stappen! Dat zou alles waar we als CDA voor staan ongeloofwaardig maken.

We zullen mijns inziens wel meer de taal van gewone mensen moeten gaan spreken, concreter moeten worden in waar we voor staan, minder beleidsjargon gebruiken. Ik hoop dat we als CDA de komende jaren tijd nemen voor reflectie op deze dramatische verkiezingsnederlaag, om straks ook weer sterk terug te komen. Gewoon hard doorwerken dus!

 

In de ban van de vulkaan

Mijn korte vakantie in de Algarve (Portugal) van vorige week kreeg een onverwachte verlenging. De vulkaan op IJsland is weer actief en toen we ons maandagavond op de luchthaven van Faro meldden, bleek dit een reden om vanaf dat moment geen vluchten meer uit te voeren. We werden dus nog laat in de nacht afgevoerd naar een hotel, met de mededeling dat we de volgende ochtend om 6.00 uur paraat moesten staan voor de mogelijke eerste vlucht naar Amsterdam, die om 9.00 uur gepland stond. Wij stonden dus om 6.00 uur met bagage en al in de hal van het hotel, maar er was niemand die ons enige informatie kon geven. De tijd verstreek en om 8.00 uur werd wel duidelijk dat er geen vlucht om 9.00 uur zou zijn. Wachten dus maar weer. Dat wachten duurde tot 19.00 uur, toen we het bericht kregen dat we nog een nacht in het hotel door zouden moeten brengen en dat we daarna maar weer nieuw bericht af moesten wachten. Uiteindelijk konden we woensdag 22.15 vertrekken met een extra ingelaste vlucht. Op de luchthaven bleek dat het vliegtuig 4 uur vertraging had, maar we waren al lang blij dat er in ieder geval een vliegtuig ging, dus wachten maar weer. Om 2.15 gingen we de lucht in en om 6 uur plaatselijke tijd waren we weer veilig terug op Nederlandse bodem. Na 45 minuten tevergeefs wachten bleken de koffers zoek te zijn, maar vooruit, wij waren er tenminste.

De Collegevergadering van afgelopen dinsdag woonde ik dus niet bij. Eerst hoopten we nog op een vroege vlucht op dinsdag, waardoor ik in de middag zou kunnen aanschuiven. De agendapunten waar ik bij moest zijn werden dus verschoven naar de middag. Toen bleek dat er geen vlucht op dinsdag zou zijn, werd de collegevergadering op woensdag voortgezet, in de hoop dat ik er in ieder geval woensdagochtend weer zou zijn. Maar ook dat lukte dus niet. Woensdagmiddag hoorde ik van Fons Hertog dat een aantal onderwerpen voor de collegevergadering van afgelopen dinsdag alsnog mochten worden doorgeschoven naar aankomende dinsdag. Het gaat om onderwerpen waar ik als wethouder financien en als wethouder sport eigenlijk niet bij afwezig kon zijn. Gelukkig heeft het Presidium besloten dat die stukken voor 1 keer iets later aangeleverd mogen worden, gezien de overmachtssituatie.

Zo hebben we in Huizen dus toch ook zijdelings even last gehad van de vulkaan, maar is de gemeente -ondanks dat- toch goed bestuurd gebleven.

Henk van Amstel overleden

Vanavond kreeg ik droevige bericht dat Henk van Amstel na een ziekbed van bijna 14 maanden vandaag – toch nog plotseling – is overleden. In de afgelopen jaren zag ik Henk vaak, in de Raad, in de commissies, in het AB van het Gewest en bij tal van gemeentelijke en gewestelijke aangelegenheden. Hij was er graag bij en genoot er ook zichtbaar van. De laatste keer dat hij met mij meereed vanaf het AB in Hilversum terug naar Huizen was nog maar enkele weken voorafgaand aan de gemeenteraadsverkiezingen. Ik vroeg hem of hij nog van plan was om door te gaan als raadslid en hij vertelde me dat hij dat eigenlijk het liefste zou doen. Hij zou het raadswerk zo missen en ook alle persoonlijke contacten die hij daardoor had. Het mocht niet meer zo zijn. De gezondheid van Henk liet hem in de steek en hij nam na de verkiezingen zichtbaar geemotioneerd afscheid van het raadswerk, dat hij zoveel jaren in Huizen heeft mogen doen. In de afgelopen week is Fons Hertog nog bij hem op bezoek geweest, om hem de legpenning van de gemeente Huizen te overhandigen. Niets wees er toen nog op dat Henk zo snel al zou overlijden. Hij was volgens Fons mentaal nog heel sterk.

Ik zal Henk missen. Ik wens zijn vrouw, kinderen en overige familie en vrienden de kracht toe uit de bron waar Henk uit putte.

 

Verbinden of aanpakken?

Deze week sprak ik met twee vrouwen over de gemeenteraadsverkiezingen. De eerste was Marian. Ze woont en werkt in Almere Haven en heeft één driejarige dochter. Zij was niet gaan stemmen, maar als ze was gaan stemmen, dan had ze waarschijnlijk wel PVV gestemd. Ik reageerde verbaasd: “Waarom?” Haar antwoord was: “Kom hier maar eens wonen”. En daarna volgde een opsomming van de bedreigingen door een groep Marokkaanse  jongeren, die zij en haar gezin dagelijks in hun eigen woonomgeving meemaken.

Daarna sprak ik Fatima. Zij woont en werkt in Huizen. Ze is van Marokkaanse komaf en ze heeft een gezin met opgroeiende jongens. Eén daarvan zit nog op de basisschool. De anderen op de middelbare school. “Ik heb op jou gestemd” zei ze. Ik vroeg ook aan haar: “Waarom?” Haar antwoord was: “Ik ben zo bang.”

Deze week werd Wouter Bos vervangen door Job Cohen. Alom lees ik positieve verhalen over zijn “bindende” kwaliteiten. Maar wie moeten we nu eigenlijk aan elkaar verbinden? Marian en Fatima? Daar geloof ik niets van. Marian wordt niet bedreigd door Fatima en Fatima is niet bang voor Marian. Twee culturen soms? Of twee religies? Ook daar geloof ik niet in. Nederland is altijd een land geweest waar godsdienstvrijheid en tolerantie jegens andere culturen hoog in het vaandel hebben gestaan en ik geloof echt niet dat Nederlanders daar nu opeens anders over denken. Ik geloof dat het veel platter is. Marian is bang voor jongeren die zich niet weten te gedragen in onze samenleving. Die anderen het leven zuur maken, tasjes van oude vrouwen roven, gewelddadig zijn naar andere jongeren, inbraken plegen, mensen met het mes op de keel dwingen om geld te pinnen. Daar gaat haar angst over.

En Fatima is bang voor de beeldvorming over Marokkaanse jongeren in het algemeen. Ze is bang dat die ook op haar eigen jongens gaat afstralen en dat zij daar last van gaan krijgen, in hun dagelijks leven, of bij het vinden van een baan. Ze is bang voor de haat die aan het ontstaan is ten opzichte van haar geloof en de gevolgen die dat voor hen als groep zal krijgen.

We moeten ons volgens mij helemaal niet bezig houden met het verbinden van culturen, maar we moeten diegenen aanpakken die niet willen deugen. Daar zit naar mijn stellige overtuiging het probleem.

Ik ben nog steeds van mening dat we met opvoedingsondersteuning moeten doorgaan en dat we daarmee moeten proberen om te voorkomen dat jongeren afglijden, dat ze zonder diploma de school verlaten en in de criminaliteit terecht komen.

Maar wat er in Nederland mijns inziens ontbreekt, is een adequate aanpak aan het eind van het traject, als jongeren ontspoord zijn en als niets meer helpt, ook onze strafmaatregelen niet. Omdat daar de mogelijkheden ophouden, lijkt het er nu haast op dat de betreffende jongeren de baas op straat zijn geworden.

Ruud Lubbers heeft ooit eens voorgesteld om heropvoedingskampen in te richten voor deze groep en ook in Rotterdam komen deze geluiden vanuit het CDA nu weer op. Dat klinkt heel zwaar, maar ik ben ervan overtuigd dat voor de feitelijk maar kleine groep jongeren, die het voor ons allemaal verziekt, ook zware maatregelen nodig zijn. Als we erin slagen om die jongeren te isoleren en misschien daardoor zelfs weer op het rechte pad te krijgen, dan valt de bodem weg onder het ongenuanceerde geroep van de PVV over religie en cultuur.