Knapenvereniging in Huizen

De schoolvakantie zit er weer op. Maandag gaan de kinderen / jongeren weer in het gewone ritme. Circa 100 jongens uit Huizen in de leeftijd tussen de 12 en 18 jaar hebben hun laatste vakantieweek doorgebracht in het ‘KV kamp’. Ik vind het de moeite waard om hier in mijn Blog eens aandacht aan te besteden, want deze vereniging is toch wel uniek voor Huizen.

De Knapenvereniging (ook wel kortweg KV) is volgens de eigen website (http://www.knapenvereniging.nl) een vriendenclub van zo’n 180 enthousiaste jongens (tussen de 12 en de 18 jaar) verdeeld over 12 afdelingen, onder leiding van 38 leiders. De KV is een moderne, maar ook een hele oude vereniging (ruim 100 jaar oud), die uitgaat van de Hervormde gemeente Huizen, maar ik weet dat ook jongens die geen lid zijn van deze kerk gewoon welkom zijn. Van diverse mannen die in Huizen opgroeiden en die ooit lid waren van de KV, hoor ik nog steeds terug dat zij daar vrienden voor het leven hebben gemaakt. 

Als je zondag om iets voor 12 uur door het dorp fietst, kom je ongetwijfeld hele groepen jongens tegen, die dan op weg zijn naar de KV. Iedere zondag van 12.00 tot 13.00 uur komen de jongens namelijk bij elkaar. Ze hebben samen een half uur bijbelstudie, waarna er iets ontspannends wordt gedaan, dat eigenlijk altijd verrassend goed aansluit bij de belangstelling van de jongens. Daarom gaan ze er ook graag heen. Naast de zondagse vergaderingen organisereert de KV een voetbaltoernooi, een gezellige dag uit en een gezamenlijke Jaarvergadering in november. Daarnaast organiseren de afdelingen zelf ook nog allerlei aktiviteiten (o.a. zwemmen, bowlen, uiteten etc.). En dan is er dus ook het jaarlijkse kamp, waar de jongens enorm naar uitzien. 

Dit jaar gingen de jongens naar de kampeerboerderij de Roerdomp in Westelbeers. Via Facebook konden we een beetje volgen wat ze de hele week aan het doen waren. Dat varieerde van behoorlijk lange fietstochten, tot klimmen en abseilen, badkuipvaren, een dagje Efteling, fiets-em-erin en nog veel meer. Daarnaast werd ook iedere dag de tijd genomen om met de jongens in gesprek te gaan over hun geloof. Ik vind dat in deze tijd heel bijzonder.  

Afgelopen zaterdag kwamen de jongens volledig uitgeteld, maar vol met enthousiaste verhalen, weer terug in Huizen. Ik heb grote bewondering voor de mensen die het kamp hebben geleid en alle vrijwilligers die daarbij betrokken zijn geweest. Ga er maar aanstaan, koken voor zo’n 100 jongens en ze ook nog een beetje in het gareel houden. Het is vrijwilligerswerk dat -buiten de kerken- niet zo bekend is in Huizen en daar wil ik met dit blog verandering in brengen. Niet alle jongens zullen zich bij de KV thuis voelen, maar dat hoeft ook niet. Er zijn voor andere groepen jongeren weer andere ontmoetingsplekken. Maar Huizen heeft met de KV goud in handen en dat mag best eens gezegd worden!

Dierenbeschermingscentrum in bedrijf

De zomervakantie staat voor velen weer voor de deur. Voor huisdieren niet altijd het meest gemakkelijke moment. Helaas zijn er nog steeds mensen die in deze periode gemakkelijker dan anders afstand doen van hun huisdier. Als mensen door welke omstandigheden dan ook niet meer voor hun dier kunnen zorgen, dan kan een dierenasiel de zorg voor dat dier overnemen en er ook weer voor zorgen dat het dier bij een nieuwe eigenaar een tweede kans krijgt. In onze regio hebben we het dierenasiel Crailo, waar afstandsdieren kunnen worden gebracht. Daarvoor moeten de eigenaren van het dier uiteraard wel een bijdrage betalen, want de zorg voor een dier kost nu eenmaal geld. Maar gelukkig voelen veel mensen zich uiteindelijk toch verantwoordelijk voor hun huisdier.

 

20140708_152827 20140708_153827

Sommige dieren worden niet netjes door hun eigenaar naar het dierenasiel gebracht. Deze dieren lopen het risico om een zwerfdier te worden, met alle ellendige gevolgen daarvan voor het dier zelf. Huizen heeft de opvang van zwerfdieren inmiddels ondergebracht bij het Dierenbeschermingscentrum in Amersfoort. Deze week gingen onze ambtenaren daar op werkbezoek en zij constateerden dat dit vorig jaar geopende centrum inmiddels vol in bedrijf is. De dieren hebben het er goed. Maar het centrum doet uiteraard heel veel moeite om juist ook voor deze zwerfdieren weer een veilig en warm plekje te vinden bij mensen thuis. (zie: www.dbca.dierenbescherming.nl)

Ik wens iedereen (mens én dier) een veilige en fijne vakantie toe.

 

 

Zijn sociale wijkteams een hype?

Met belangstelling las ik het artikel van Margot Limburg van 6 juli jl. in het blad ‘Binnenlands Bestuur’. Zij stelt daarin dat gemeenten het ene na het andere sociale wijkteam uit de grond, stampen. Beter gecoördineerde zorg voor minder geld is het idee. De praktijk blijkt volgens haar anders. Wijkteams kunnen ook een markt voor zorg creëren of juist extra hulpvragen oproepen. Vandaar haar vraag, of we met de sociale wijkteams wellicht een bureaucratisch monster aan het optuigen zijn.

In het artikel worden ook opvattingen van o.a. Jos de Blok, directeur van Buurtzorg Nederland, de vereniging voor sociale diensten, Divosa, en de brancheorganisatie voor schuldhulpverlening, de NVVK, uiteengezet.

Jos de Blok, op zichzelf een voorstander van sociale wijkteams, beschrijft in het artikel het risico dat er een te groot overleg­circuit wordt opgetuigd, waar betrokkenen zelf (de inwoners) te weinig in worden gehoord.

De vereniging voor sociale diensten Divosa noemt de wijkteams een trend die zelfs al een hype dreigt te worden. Daarbij lijkt het erop dat het inrichten van een wijkteam eerder doel is dan middel. Volgens Divosa-leden hebben de wijkteams veel voordelen, maar bestaat het risico dat de teams te zwaar worden opgetuigd. Groot bezwaar is dat de wijkteams in sommige gemeenten worden ingezet voor iedereen met een hulpvraag en dus als toegang dienen voor álle dienstverlening. Dat is onnodig en het kost veel geld. Met name als de grote groep mensen waar de problematiek enkelvoudig is, via deze brede toegangspoort naar hulp wordt geleid. Daarbij kost volgens Divosa het oprichten van wijkteams veel geld. De leden van Divosa vinden bovendien dat wijkteams erg op zorg gericht zijn en minder op participatie. ‘Het kan daarmee ook een markt voor zorg creëren of juist extra hulpvragen ophalen’, is de vrees.

De brancheorganisatie voor schuldhulpverlening, NVVK, is ook kritisch over de inzet van wijkteams. Voorzitter Joke de Kock: ‘In sneltreinvaart worden de teams ingericht, soms zelfs visieloos. Als je maar een sociaal wijkteam hebt, lijkt het idee.’ Volgens De Kock worden de teams ook te zwaar opgetuigd. Tegelijkertijd is schuldhulpverlening niet in alle teams aanwezig. Over de problemen die ontstaan als een regisseur zonder kennis van zaken zich met schuldhulp bezighoudt, komen inmiddels de eerste geluiden binnen. Ook wordt schuldenproblematiek soms niet opgepakt.

In Huizen (en dat geldt overigens voor de hele regio Gooi en Vechtstreek) hebben we in de afgelopen jaren heel bewust gekozen voor een centrale toegang tot alle individuele maatschappelijke ondersteuning via de gemeentelijke consulenten. Achterliggende gedachte was, dat onze inwoners zélf daardoor weer in staat gesteld worden om aan te geven wat nodig is, zonder dat professionals dat perse voor hen moeten vaststellen. We blijven die vraaggestuurde lijn ook na 2015 voortzetten. Onze inwoners hoeven dus niet naar een sociaal wijkteam, waarin professionals met elkaar de schaarse middelen moeten verdelen. Zij kunnen met hun hulpvraag terecht bij de gemeentelijke consulent.

Wij weten uit gesprekken met onze inwoners dat de formele scheiding tussen zorgvoorzieningen (met name via de huisarts) en welzijnsvoorzieningen (met name via de gemeentelijke consulent) in het dagelijks leven van mensen niet altijd mogelijk en/of wenselijk is. Daarom is het nu al van groot belang dat er in complexe individuele situaties een goede afstemming plaats vindt tussen huisartsen en gemeentelijke consulenten. In Huizen investeren huisartsen en consulenten daar al enkele jaren in.

Toch zien wij zeker wel een rol voor sociale wijkteams, met name waar het gaat om signalering van knelpunten in buurten en wijken en de preventie van sociaal isolement. Daarvoor is afstemming van preventieve activiteiten tussen de eerstelijnszorg en de welzijnssector beslist nodig. Wat ons betreft tuigen we daarvoor geen grote bureaucratische wijkteams op, maar bestaan onze wijkteams vooralsnog uit de wijkverpleegkundige (als schakel naar de huisarts en de eerstelijnszorg) en de welzijnswerker (als schakel naar de gemeentelijke consulent). Samen hebben zij in buurten en wijken een sterk netwerk (denk maar aan huisartsen, schoolbegeleiders, wijkagenten, maatschappelijk werkers etc.), dat hen behulpzaam kan zijn bij het signaleren van problemen en het vroegtijdig helpen aanpakken van problemen in het eigen netwerk van mensen, waarbij dan vaak helemaal geen gemeentelijke voorzieningen nodig zijn.

Ik maak mij in deze constructie niet zoveel zorgen over het ontstaan van een nieuwe ‘markt’ en het oproepen van extra hulpvragen. Dat risico is er mijns inziens niet, omdat de toegang tot zorg en individuele maatschappelijke ondersteuning gewoon via het gesprek bij resp. de huisarts en de gemeentelijke consulenten blijft verlopen. Veel belangrijker vind ik dat sociale wijkteams hun signalerende functie in buurten en wijken goed kunnen vervullen. Niet iedereen komt helaas nog uit zichzelf of via de huisarts bij de gemeente terecht. Als de sociale wijkteams erin slagen om beter en tijdiger te signaleren waar individuele hulp nodig is en de noodzaak van individuele hulp uit het gesprek met de inwoner duidelijk kan worden vastgesteld, dan horen we er als gemeente juist ook voor deze inwoners te zijn.

Mee blijven doen aan de samenleving

In de afgelopen week heb ik een dagje meegelopen met de afdeling ‘werk en inkomen’, de vroegere sociale dienst zal ik maar zeggen. Dit onderdeel is nieuw in mijn portefeuille en ik vind het heel nuttig om niet alleen dossiers te lezen, maar ook mensen op de werkvloer te spreken en natuurlijk ook de mensen om wie het gaat: mensen met een bijstandsuitkering en werkzoekenden.  

Uitgangspunt van ons beleid is, dat mensen in principe economisch zelfredzaam moeten zijn. Dat wil zeggen dat we ernaar streven dat iedereen, naar vermogen, in het eigen levensonderhoud kan voorzien en dus zo min mogelijk afhankelijk is van een uitkering.

Een paar dingen vond ik in de afgelopen week opvallend. Zo sprak ik mensen die een WW uitkering hadden gekregen, die vele malen hoger is dan de bijstandsuitkering. De WW uitkering bedroeg bijvoorbeeld voor iemand 1700 euro netto per maand, de bijstandskuitkering 900 euro netto per maand. Tijdens de WW periode was het niet erg aantrekkelijk om te solliciteren op banen die een lager netto bedrag per maand opleveren dan die 1700 euro, want het maandloon wordt niet, zoals bij de bijstand, aangevuld tot het maximum bedrag waar je recht op hebt. De WW gaat uit van aantal uren dat je werkt. Kreeg je die 1700 euro voor een 36 urige werkweek en kan je een baan krijgen waarbij je in die zelfde 36 uur 1200 euro netto overhoudt, dan ben je de ‘resterende’ 500 euro dus gewoon kwijt. Gevolg is daarom, dat mensen pas een lager betaalde baan willen accepteren als ze in de bijstandsuitkering komen, want dan is die 1200 euro opeens wél 300 euro meer dan de bijstandsuitkering. Maar dan blijkt het heel lastig om nog een baan te vinden, omdat je al een jaar of langer thuis gezeten hebt. Ik zou er wel voor zijn om mensen in de WW te belonen voor het vinden van (lager betaald) werk en dit dus aan te vullen tot het bedrag dat ze ook zouden krijgen als ze geen werk hebben gevonden. Maar dat systeem kunnen we als gemeente helaas niet veranderen. Wat wel kan, is mensen tijdig informeren over de noodzaak van het zoeken naar werk, voordat ze afhankelijk worden van een bijstandsuitkering. In de praktijk blijkt dat mensen vaak helemaal niet weten hoe laag de bijstandsuitkering is. Ze schrikken zich rot als ze dat horen. Onze afdeling doet nu een proef met dienstverlening aan mensen die in de laatste drie maanden van de WW uitkering zitten. Eigenlijk is dit werk dat het UWV zou moeten doen, maar die organisatie heeft daar geen tijd voor. Mensen stellen het contact met de gemeente in het algemeen erg op prijs. Soms zijn we de eerste die na een jarenlange WW periode persoonlijk contact zoeken. Binnenkort wordt deze aanpak geëvalueerd.

Wat me ook opviel was het enthousiasme waarmee mensen zich binnen het project ‘Meewerken’ inzetten voor vrijwilligerswerk, ter voorbereiding op het vinden van betaald werk. Ik geloof persoonlijk niet in ‘verplicht vrijwilligerswerk’. Mensen moeten gemotiveerd zijn om iets voor de samenleving te betekenen en vanuit die motivatie aan de slag gaan. Dat willen de meeste mensen ook graag: iets bijdragen aan de samenleving. Daarmee doen zij tegelijkertijd nieuwe (werk)ervaring op, maar krijgen zij ook weer hun zelfvertrouwen terug. Dat is dan ook precies wat ‘Meewerken’ hen oplevert. Niet dankzij de gemeente stromen zij dan door naar betaald werk, maar dankzij hun eigen inzet.

Meewerken op camping 'de Woensberg'

Meewerken op camping ‘de Woensberg’

Gelukkig zijn er in Huizen al veel bedrijven en maatschappelijke organisaties die bereid zijn om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt ‘mee te laten werken’. In de afgelopen week bezocht ik bijvoorbeeld camping ‘de Woensberg’, waar acht mensen vanuit ‘Meewerken’ dagelijks begeleid worden bij het aanleren van nieuwe taken en vaardigheden. Bedrijven als ‘de Woensberg’, maar ook al die andere bedrijven en maatschappelijke organisaties in Huizen, doen dit zonder daar al te veel aandacht voor te krijgen. Dat vind ik onterecht. We zouden die bedrijven en organisaties veel meer in het zonnetje moeten zetten. Enerzijds om publiekelijk onze waardering voor hun inzet te tonen, anderzijds om bedrijven die niets voor deze doelgroep doen te enthousiasmeren om hiervoor óók hun verantwoordelijkheid te nemen. Als we willen dat iedereen in onze samenleving kan meedoen, dan hebben we al deze bedrijven en organisaties namelijk keihard nodig. We weten nog niet precies hoe we dit gaan doen, maar we gaan daar beslist actie op ondernemen! Binnenkort spreek ik hierover met onze eigen ‘Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling’ (RMO).  

 

 

 

Overdracht sportportefeuille

Met Marianne Verhage 'aan de wind'

Met Marianne Verhage ‘aan de wind’

Het is al weer een tijdje geleden dat ik geblogd heb. Rond de verkiezingen was daarvoor weinig gelegenheid en bovendien vond ik het in de afgelopen periode ook best lastig om in een blog mijn rollen van wethouder en politiek leider van het CDA te scheiden. In de afgelopen weken is het nieuwe college van start gegaan en inmiddels is het ‘gewone werk’ ook weer gestart. Voor mij zijn veel dingen hetzelfde gebleven, maar er zijn ook wel nieuwe onderdelen in mijn portefeuille bijgekomen waar ik me best even in heb moeten inlezen. De participatiewet bijvoorbeeld, met alles wat daarbij komt kijken. Het Tomin dossier. Het dossier personeelszaken, etc. De samenwerking met het nieuwe team is inspirerend. Op veel dossiers komen door de komst van nieuwe wethouders ook weer nieuwe invalshoeken naar voren en we leren veel van elkaar. Het VNG congres van de afgelopen week was voor ons als nieuw college vooral ook ‘teambuilding’. We hebben het superleuk gehad met elkaar.

Portefeuille wethouder

Ik heb inmiddels ook mijn portefeuille toerisme en evenementen overgedragen aan Marlous Verbeek en mijn portefeuille sport overgedragen aan Marianne Verhage. Het voelt wel vreemd, om van de vertrouwde dossiers afscheid te moeten nemen. Maar ik ben ervan overtuigd dat er door beide collega’s voortvarend aan gewerkt zal blijven worden.

Liesbeth Schoppen en Marianne Verhage

Liesbeth Schoppen en Marianne Verhage

In het kader van de overdracht van de portefeuille sport ben ik in de afgelopen week samen met Marianne Verhage en met de ambtenaren Liesbeth Schoppen en Frans Elbers een kijkje gaan nemen bij de sporthal en de verenigingsaccommodatie van SV Huizen. We staan er een beetje verwaaid op, maar wat is het uitzicht vanaf de kantine van SV Huizen mooi! En wat wordt ook de sporthal prachtig!

Ik ben er trots op dat we dit in Huizen hebben kunnen realiseren, tegen de stroom in. Het dossier was niet altijd gemakkelijk, maar er staat nu wel wat!

Marianne pakt de zaken voortvarend aan, zo ook dit dossier. Zij mag de afronding ervan gaan doen. Ik draag het met een goed gevoel aan haar over. Sportief Huizen is bij haar in goede handen.

CDA vrouwen weer in actie in voor Anker

 Al vele jaren organiseren de Huizer CDA vrouwen samen met de Huizer CDA fractie op 31 januari een feestje ter gelegenheid van de verjaardag van koningin Beatrix in het woonzorgcentrum ‘Voor Anker’. Traditiegetrouw wordt hierbij een oranjebittertje of een glaasje advocaat geschonken en wordt een film over een bepaalde periode van het koningshuis vertoond. Dit jaar was het een heel bijzonder feestje, omdat koningin Beatrix nu prinses Beatrix is geworden.

In mijn welkomstwoord memoreerde ik het bijzondere jaar voor prinses Beatrix. Niet alleen deed zij na 33 jaar koningin te zijn geweest afstand van de troon, ook moest zij haar zoon Friso begraven. Zowel als koningin als privé heeft prinses Beatrix mooie, maar ook hele zware jaren gehad. Binnenkort zal zij verhuizen van huis ten Bosch in den Haag naar kasteel Drakensteyn in de Lage Vuursche. 

Na het zingen van twee coupletten van het Wilhelmus werd een film vertoond over de troonsafstand door prinses Beatrix.

Daarna was het tijd voor de oranjebitter en het glaasje advocaat. De bewoners genoten ook van de hapjes en vooral de bitterballen vonden gretig aftrek. “Het is echt een verjaardagsfeestje” aldus één van de bewoners.

De bijeenkomst eindigde met een film over de aanvaarding van het koningschap door Willem Alexander. De inmiddels bekende beelden leidden toch weer tot emotionele reacties van aanwezigen.

De bewoners van voor Anker hebben genoten en het CDA beloofde weer plechtig, als prinses Beatrix het mag meemaken, om volgend jaar weer terug te komen om haar 79e verjaardag te vieren.

 

foto voor Anker 2014

 

Uitgiftepunt voedselbank in Thomaskerk

Deze week hoorde ik dat er een uitgiftepunt van de voedselbank komt in de Thomaskerk. Dat is om meerdere redenen fantastisch nieuws, waar ik helemaal blij van word.
 
In de eerste plaats vind ik het een grote pluim waard, dat de katholieke kerk in Huizen niet alleen met woorden en met collectes mensen in armoedesituaties ondersteunt, maar ook bereid is om heel concreet een bijdrage te leveren aan het helpen oplossen van locale armoedeproblematiek. Het is nogal wat, om als geloofsgemeenschap je eigen kerkgebouw structureel open te stellen voor cliënten van de voedselbank. Chapeau!
 
In de tweede plaats werken de diverse kerken in Huizen, de Stichting Tolvrij, de Voedselbank het Gooi  en Omstreken en Humanitas afdeling ’t Gooi nauw samen binnen het bestuur van het fonds bijzondere noden.
De laatste jaren is daar veel dynamiek in gekomen. Niet langer beslist een ‘elite’ groepje mensen op afstand over bijzondere hulpaanvragen van mensen in armoedesituaties. Het bestuur van het fonds bijzondere noden bestaat nu namelijk volledig uit mensen die zelf dagelijks te maken hebben met deze mensen en daar nauw bij betrokken zijn. Dat kan via het verstrekken van voedselpakketten of via het aanbieden van een schuldhulpmaatje zijn. Daar waar de protestantse kerken in Huizen zich vooral inzetten voor het leveren van schuldhulpmaatjes, doet de katholieke kerk nu ook een hele praktische duit in het zakje, door het eigen kerkgebouw beschikbaar te stellen voor mensen in armoedesituaties. En daarmee verbreden we in Huizen ook de zichtbare betrokkenheid van kerken en maatschappelijke organisaties bij mensen in armoedesituaties.
 
Hoe zit dat nu eigenlijk, zou u misschien denken. Armoedebestrijding is toch een taak van de overheid?
 
Dat is ook zo. Als gemeentelijke overheid hebben wij een taak om te voorkomen dat mensen onder de armoedegrens moeten leven. Daarvoor is er de bijstandsuitkering en zijn er tal van mogelijkheden in de bijzondere bijstand en via de Wet Maatschappelijke Ondersteuning. Maar toch kan de gemeentelijke overheid dit niet alleen.
 
Mensen in armoedesituaties, die niet afhankelijk zijn van een bijstandskuitkering, zijn bij de gemeente vaak niet bekend. Kerken en maatschappelijke organisaties kunnen de gemeente helpen, door armoede te signaleren en door mensen in contact te brengen met de gemeente.
Bovendien doen zich in het leven van mensen in armoedesituaties soms (urgente) problemen voor, waarbij de overheid wettelijk geen mogelijkheden heeft om snel en adequaat hulp te bieden. Dat lukt dan bijvoorbeeld weer wél door de inzet van een fonds bijzondere noden.
 
Armoede is overigens veel meer dan alleen een gebrek aan geld. Mensen in armoedesituaties worden vaak ook op allerlei manieren sociaal buitengesloten. Wat we als overheid in die situaties minder goed kunnen, is tijd maken voor échte ontmoeting met deze mensen. Hen opzoeken, het ‘er voor hen zijn’ en erkennen dat zij ertoe doen. Maar dat is nu juist wat de kerken en de genoemde maatschappelijke organisaties zo goed kunnen. En vanuit hun ervaring weet ik ook, dat de mensen die zij ontmoeten niet alleen om hulp vragen, maar ook heel veel te bieden hebben.
 
De persoonlijke betrokkenheid van zoveel inwoners van Huizen, die via de kerken en de genoemde maatschappelijke organisaties hun verantwoordelijkheid willen nemen voor mensen die in maatschappelijk kwetsbare situaties leven, is dan ook niet door de overheid te vervangen.  
Wat we als gemeente, samen met de kerken en de genoemde maatschappelijke organisaties willen uitdragen, is (en ik kies daarvoor de woorden van prof. van Regemortel): dat niemand in Huizen wordt opgegeven, dat niemand het etiket van ‘hopeloos geval’, ‘onbereikbaar’ of ‘on(be)handelbaar’ krijgt. Wij zijn er in Huizen met elkaar voor al die mensen die in maatschappelijk kwetsbare situaties leven, waaronder ook mensen in armoedesituaties. En de overheid, de kerken en de genoemde maatschappelijke organisaties dragen daar elk vanuit de eigen mogelijkheden aan bij. 
 
Als dat nog geen participatiesamenleving is?!
 
 
 

Nieuwe rekentool VNG niet geschikt voor schuldenvrij Huizen

Recent heeft de VNG een rekentool ontwikkeld, waarmee gemeenten zicht krijgen op de risico’s die zij lopen door in het verleden aangegane leningen. Lange tijd was het heel gewoon dat gemeenten schulden maakten. Maar inmiddels is wel duidelijk geworden dat de toekomst minder rooskleurig uitgepakt heeft dan bij het aangaan van die schulden was verwacht. De rekentool van de VNG geeft gemeenten met schulden nu de mogelijkheid om hier beter zicht op te krijgen en om daarmee ook een realistisch beeld van hun begrotingspositie te schetsen.

Ambtenaren van onze gemeente reisden ook af naar den Haag, om te bezien of de nieuwe rekentool ook voor Huizen relevant zou kunnen zijn. Dat bleek niet het geval. Slechts enkele gemeenten in ons land, waaronder ook Huizen, hebben namelijk geen schulden. En voor die gemeenten heeft de rekentool dus geen toegevoegde waarde.

Het is geen kwestie van ‘geluk’ dat onze gemeente zich in deze positie bevindt. Soms wordt dat wel gedacht. Immers, de gemeente Huizen kon door groeigemeente te zijn veel geld verdienen met grondverkopen? Ook zijn er andere meevallers geweest in het verleden, zoals o.a. de uitkering van de aandelen van NUON.

Maar veel andere gemeenten hadden diezelfde meevallers en horen nu toch tot de gemeenten met schulden. Kenmerkend voor Huizen is de begrotingsdiscipline, die de afgelopen 30 jaar in Huizen strict heeft gegolden. We gaven niet meer uit dan er binnenkwam. We hielden zelfs ieder jaar een beetje over. En als je 30 jaar lang 1 tot 2 miljoen over weet te houden, dan groeit vanzelf het vermogen.

Intussen werden de gespaarde gelden ingezet voor infrastructuur, sport en recreatie, bibliotheek, scholen etc. Zaken die Huizen tot een mooie gemeente maken waar het prettig wonen, werken en recreëren is.

Ook in de afgelopen jaren hebben wij vastgehouden aan de ‘Huizer aanpak’. Als wethouder financiën mag ik mij gelukkig prijzen met een financiële afdeling, die hierover ook goed adviseert. Zuinig zijn, voorzichtig met middelen omgaan, maar wel doen wat nodig is. Dat is de consistente lijn in Huizen.

We zullen die discipline ook de komende jaren moeten volhouden, als de begroting van de gemeente zal verdubbelen door de taken die er in het sociale domein bijkomen. Voor aanloop en implementatiekosten voor deze nieuwe taken hebben we al wel extra middelen vrijgemaakt uit het overschot van de jaarrekening 2012. Ook hebben we ons zelf opgelegd om de nieuwe taken uit te gaan voeren met de middelen die overkomen van het rijk. Dat betekent dat we na 2015, met minder middelen dan nu, toch goede en passende ondersteuning zullen moeten bieden aan mensen die dit nodig hebben. De inmiddels in Huizen beproefde vraaggestuurde aanpak, waarbij niet het aanbod wordt gesubsidieerd, maar de behoefte van burgers wordt gefaciliteerd, zal daarvoor worden voortgezet.

Zondag in de uitverkoop?

Dit keer eens geen eigen blog, maar een ‘gastblog’ (waar ik uiteraard wel helemaal achter sta!) van onze Huizer CDA fractievoorzitter Bert Rebel, die gisteren als spreker aanwezig is geweest op de discussieavond ‘Zondag in de uitverkoop’. 

Gisteravond vond er in ’t Visnet een discussieavond plaats over de koopzondag in Huizen, onder de titel Zondag in de uitverkoop. De avond werd georganiseerd door de SGP en de CU. Ik zie terug op een zeer geslaagde avond, en velen met mij, zoals bleek uit de nazit.

Er was een goede opkomst: ruim 80 mensen, van velerlei pluimage: zeker niet alleen uit SGP/CU-hoek, ook waren aanwezig CDA-leden en -sympathisanten/kiezers, D66-leden (de gehele fractie en zeker 5 lijstopvolgers/kandidaten), evenals overigen.

Opvallend was de afwezigheid van de Huizense Ondernemers Federatie (HOF). Hoewel nadrukkelijk uitgenodigd, wilden zij zich niet mengen in deze discussie; onbegrijpelijk, gelet ook op hun brief van augustus 2013, waarin een pleidooi werd gehouden voor een beperkt aantal koopzondagen.

Wél was aanwezig Han Landman, prominent winkelier in het oude dorp, die aangaf dat het voor Huizen op dit moment veel belangrijker is alle energie te steken in het succes en de levendigheid van de winkels in de 6 dagen dat deze nu open zijn, dan een discussie te voeren over de openstelling op een 7e dag; een standpunt dat met applaus vanuit de zaal werd beantwoord.

Als 1e spreker kreeg ik de gelegenheid om de uitkomst van ons onderzoek Winkelopenstelling op zondag te presenteren (Zie voor het hele onderzoek ook: http://www.cdahuizen.nl/meerderheid-huizer-winkeliers-tegen-zondagopenstelling).

In het verkiezingsprogramma ‘Voor elkaar’ van het CDA Huizen staat in artikel 7.5.8:

“Het CDA is tegen een 24-uurs economie. De zondag ziet het CDA als dag van rust, bezinning, ontmoeting en ontspanning. Hierbij past geen verruiming van de wettelijke mogelijkheden tot openstelling van winkels op zondag. Druk in die richting vanuit het groot-winkelbedrijf zou naar de mening van het CDA ten koste gaan van de eigenaren en medewerkers in het midden- en kleinbedrijf.”

In het Collegeprogramma 2010-2014 haalde het CDA dit punt binnen. De afspraak tussen CDA, VVD, PvdA en Leefbaar Huizen die in het collegeprogramma werd vastgelegd luidt:

“Er worden geen initiatieven genomen en ondersteund om de bestaande mogelijkheden van de winkelopenstelling op zondag te verruimen. Een uitzondering kan zijn een eventueel ruimere openstelling in het havengebied (nautisch havenkwartier) gezien de beoogde toeristisch recreatieve ontwikkeling en betekenis.”

In de afgelopen collegeperiode was er voordurend discussie in de gemeenteraad over het Huizer standpunt betreffende de winkelopenstelling op zondag. De collegepartijen hielden zich aan de afspraak met het CDA op dit punt. Wel lieten VVD, Leefbaar Huizen en PvdA weten dat zij na 19 maart 2014 niet opnieuw een dergelijke afspraak willen maken.

Omdat het CDA Huizen de stem van de winkeliers in deze discussie miste, deed Jelmer van Slooten in opdracht van het CDA Huizen in mei 2012 onderzoek naar het standpunt van de Huizer winkeliers in deze kwestie. Zowel de winkeliers uit het Hart van Huizen als de winkeliers van het Winkelcentrum Oostermeent werden bij dit onderzoek betrokken (in totaal 123 winkels, een response van 74,1%). De resultaten van dit onderzoek waren duidelijk:

22% van de winkeliers is vóór winkelopenstelling op zondag

57,7% van de winkeliers is daar tegen.

20,3 % is neutraal.

Voornamelijk de winkeliers met een kleine of middelgrote winkel zitten niet te wachten op een zondagse winkelopenstelling. Hun argumentatie daarvoor is:

  • Behoud van de zondag als vrije dag (44,7% van alle winkeliers wil de gemeenschappelijke vrije dag liever niet opgeven. 17,9% van alle winkeliers houdt de winkel om religieuze redenen gesloten);
  •  We werken al 6 dagen per week;
  •  We verwachten door extra werkdag op zondag geen directe omzetstijging.

De winkeliers met een grote winkel willen liever  wel een winkelopenstelling op zondag, met als belangrijkste reden: Stijging van de omzet. Overigens verwacht slechts 27,6% van de winkeliers die omzetstijging. 47,2% van de winkeliers verwacht helemaal geen omzetstijging.

65% van alle winkeliers wil de winkel het liefst op zondag gesloten houden. 27% wil een beperkte openstelling (tot 10 zondagen) en 8% wil een ruime openstelling (meer dan 10 zondagen per jaar).

Na mijn presentatie werden de 2e Kamerleden Sharon Gesthuizen (SP) en Kees Verhoeven (D66), geïnterviewd, die vervolgens met elkaar in debat gingen.

Het SP-standpunt luidt: geen winkelopenstelling op zondag, deze dag benutten om te rusten en voor sociale ontmoeting; één dag die niet gedomineerd wordt door het marktdenken.

Het standpunt van D66 ging daar, zoals verwacht, dwars tegen in: we leven nu eenmaal in een andere wereld dan vroeger, en als mensen op zondag willen winkelen, dan moet dat toch kunnen! De positie van de ondernemer en de werknemer zijn duidelijk secundair bij D66. Als een ondernemer er voor kiest, om welke reden dan ook, zijn/haar winkel op zondag dicht te houden, prima, maar dan moet hij/zij daarvan ook de gevolgen accepteren, daarvoor is hij/zij immers ondernemer. En een werknemer die niet wil werken op zondag moet, zo nodig, maar op zoek gaan naar een andere baan….

Vervolgens kreeg Fedde Monsma, coördinator Detailhandel bij CNV Dienstenbond, het woord. Hij hield een pleidooi voor de positie van de werknemer in deze discussie. Hoewel het wettelijk schijnt te zijn geregeld dat in de politieke discussie in gemeenten over winkelopenstelling op zondag betrokken moet worden de positie van de werknemer, blijkt, uit CNV-onderzoek, dat dit in geen enkele gemeente gebeurt. Daarnaast blijkt in de praktijk dat het wettelijk recht van een werknemer om te mogen weigeren op zondag te moeten werken, zijn/haar positie verzwakt: bij selectie van nieuw personeel valt deze, wanneer vooraf de wens wordt aangegeven niet op zondag te willen werken, af. En ter behoud van zijn/haar baan wordt een werknemer min of meer gedwongen wél op zondag te werken.

Daarnaast gaf Monsma aan dat in het huidige CAO-overleg als wens van de werkgevers boven aan het lijstje staat de zondagtoeslag voor werken op zondag (dubbel loon!) te schrappen.

Verder kwamen aan het woord de oud-voorzitter van de SGP-jongeren Jacques Rozendaal en CU-raadslid in Almere Roelie Bosch. Rozendaal benadrukte niet alleen het belang van de zondagsrust op grond van het 4e van de Tien Geboden, maar wees ook op de sociale cohesie in onze maatschappij, die dreigt te verdwijnen met de komst van steeds meer koopzondagen. Roelie Bosch sloot daarop aan, door aan te geven dat een besluit om op een beperkt aantal zondagen de winkels open te doen in de praktijk betekent dat dit aantal zondagen snel toeneemt: in Almere is begonnen met 12 zondagen, maar thans zijn de winkels alle zondagen in Almere geopend. Argument in de discussie daartoe te besluiten, was ook de nadrukkelijke wens om koopkracht uit omliggende gemeenten naar Almere te trekken.

De avond werd besloten met vragen vanuit de zaal aan de sprekers, waar volop gebruik van werd gemaakt. Het viel daarbij op dat er een brede discussie plaatsvond, waarbij het zeker niet alleen (eigenlijk: nauwelijks) ging om de wens tot handhaving van de zondag als rustdag vanuit religieuze overwegingen. Argumenten als: geen 24-uurs economie, één dag geen marktdenken, de mens is meer dan een consument, het belang van de (vooral kleine) ondernemer én de werknemers, alsook de waarde van een collectieve rustdag teneinde mensen in de gelegenheid te stellen gemeenschappelijke activiteiten met elkaar te kunnen ondernemen, kwamen uitgebreid aan de orde, zowel van de kant van de sperkers, als uit de zaal.

Ik zie terug op een goede avond. Het heeft mij in ieder geval gesterkt in de opvatting dat we als CDA-Huizen vast moeten houden aan ons standpunt dat we de zondag zien als een dag van rust, bezinning, ontmoeting en ontspanning, en dat hierbij geen winkelopenstelling op zondag past.

Bert Rebel

 

 

Initiatief Regio Gooi en Vecht door CG Raad in het zonnetje gezet

Vandaag is het Internationale dag van mensen met een beperking. De Verenigde Naties hebben in 1992 deze dag ingesteld met als doel de discussie over mensenrechten en gelijke kansen voor mensen met een beperking op de agenda te houden. CG-Raad en Platform VG willen deze dag niet onopgemerkt voorbij laten gaan. Zij zetten daarom drie initiatieven in het zonnetje die de participatie en gelijkberechtiging van mensen met een beperking bevorderen.

Vol trots kan ik melden dat het convenant zelfregie, dat op 14 november op initiatief van onze regio is getekend door de regiogemeenten (namens de gemeenten Blaricum, Bussum, Eemnes, Hilversum, Huizen, Laren, Muiden en Naarden), het Centrum Indicatiestelling Zorg  (CIZ),  de Sociale Verzekeringsbank (SVB), branchevereniging Actiz, LOC Zeggenschap in Zorg, Per Saldo en Zorgbelang als één van de drie initiatieven door de CG Raad is gekozen.  

De CG Raad meldt op haar website (http://www.cg-raad.nl/): Onder het motto ‘Drie december, drie keer goed’ brengen CG-Raad en Platform VG op de Internationale dag van mensen met een beperking drie goede initiatieven onder de aandacht. Initiatieven die inspirerend zijn en navolging verdienen.

Het gaat om:
• Twee scholen die echt werk maken van integratie en zo vooruitlopen op passend onderwijs;
• Een woonzorgboerderij die helemaal aansluit bij de wensen van de bewoners en dus een goed voorbeeld is van zorg op maat en
• Een samenwerkingsproject van gemeenten om burgers de regie te geven bij begeleiding en ondersteuning.

In een quote over ons initiatief op de website van de CG Raad merk ik op, dat veel burgers uit onze gemeente bezorgd zijn over wat er straks in de langdurige zorg gaat gebeuren. ‘Mijn antwoord is dan: u bepaalt wat er nodig is en u houdt zelf de regie’. Voor Nederland zijn we uniek met deze aanpak, waarmee we veel bezorgdheid bij belanghebbenden weg kunnen nemen. De samenwerkingsprojecten waar het convenant over gaat zijn bedoeld om dit niet alleen mooie woorden te laten zijn, maar om die -ook na de decentralisatie van onderdelen van de AWBZ naar gemeenten- in daden om te zetten.