Naar een actief donorregistratiesysteem

Op 13 februari a.s. zal in de Eerste Kamer een hoofdelijke stemming plaatsvinden over een voorstel tot wijziging van het beslissysteem in de Wet op de orgaandonatie naar een actief donorregistratie (ADR) systeem. Binnen het CDA wordt hier verschillend wordt gedacht. Uit peilingen blijkt dat 61% van de CDA achterban voorstander is van een ADR systeem. Op het CDA Congres van 30 juni 2012 werd door de leden van het CDA een resolutie aangenomen vóór invoering van het ADR systeem.

Tot nu toe wordt de keuze van veel Nederlanders om hun beslissing over orgaandonatie niet te laten registreren vooral ingegeven door gemakzucht of door angst voor de dood en vrijwel nooit doordat zij bezwaren zouden hebben tegen orgaandonatie. Als die bezwaren er zijn (en ook dat is legitiem), dan kan dat ook geregistreerd worden. Het gaat erom dat maximale duidelijkheid ontstaat over de wens van de overledene m.b.t. orgaandonatie. Dat kan een duidelijk ‘ja’ of ‘nee’ zijn, of ‘ik laat dat aan mijn nabestaanden over’ of (en dat is de kern van het ADR systeem): ‘ik heb er geen bezwaar tegen’.

In de afgelopen weken is er binnen én buiten de Eerste Kamer stevig over dit onderwerp gediscussieerd. Ik ben persoonlijk een groot voorstander van het ADR systeem en daar ben ik ook vaak over aangesproken. Een paar kwesties komen daarbij steeds aan de orde.

Zelfbeschikkingsrecht en subsidiariteit

Het ADR doet een appèl op de verantwoordelijkheid van mensen om te kiezen en die keus te registreren. Wie geen donor wil zijn houdt alle gelegenheid om dit te registreren. Actieve donorregistratie is geheel in lijn met de bepalingen uit de Grondwet en de Europese Verdrag van de Rechten van de Mens. Beperkingen van grondrechten, zoals de onaantastbaarheid van het lichaam (artikel 11 van de Grondwet) zijn immers legitiem wanneer het gaat om een zwaarwegend legitiem doel, dat proportioneel en subsidiair is. De legitimiteit van dit doel, het verbeteren van de volksgezondheid, is onder andere door de Raad van State erkend. De meeste Europese Landen maken inmiddels gebruik van een opt-out systeem, waardoor Nederland beduidend  lagere aantallen orgaandonoren heeft ten opzichte van bijvoorbeeld  België, Frankrijk, Finland en Noorwegen. In deze landen, die door het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens aan dezelfde grondrechten gehouden zijn, heeft het invoeren van een ADR-systeem niet tot inperking van grondrechten geleid. Overigens is de overheid  volgens art. 22 lid 1 van de Grondwet ook verplicht maatregelen te treffen ‘ter bevordering van de volksgezondheid’. Het vaak gehoorde misverstand dat de overheid straks zou gaan over wat er na overlijden met ons lichaam gebeurt is helemaal niet aan de orde. Het enige wat de overheid met deze wetswijziging doet is zorgen dat de keuze van iedereen geregistreerd staat, dus óók van de grote groep mensen die geen bezwaar heeft gemaakt tegen registratie. Van deze mensen wordt geen ja of nee geregistreerd, maar alleen het simpele feit dat ze geen bezwaar hebben aangetekend. Wie dat niet wil, moet alsnog een ja of nee registreren, of registreren dat men het aan de nabestaanden over laat. Die opties blijven gewoon mogelijk.

Positie van de nabestaanden

In de afgelopen week is veel gediscussieerd over de positie van de nabestaanden. Wat is hun rol bij mensen van wie geregistreerd staat dat zij geen bezwaar gemaakt hebben? De juridische discussie hierover laat ik graag aan de Eerste Kamer over. Vanuit de praktijk weet ik, dat artsen nooit zullen overgaan tot een donatieprocedure als nabestaanden hier ernstig bezwaar tegen hebben. Nog afgezien van het leed dat daarmee aan nabestaanden zou worden aangedaan (en wat geen enkele zorgprofessional voor zijn of haar rekening zou nemen) zou dit ook het draagvlak voor donatie schaden. Wat dat betreft heb ik veel vertrouwen in de professionaliteit van artsen en donatiefunctionarissen. Zij geven echter wel aan dat het behulpzaam is bij het voeren van gesprekken met nabestaanden dat hun geliefde geen bezwaar heeft laten registreren.

Proportionaliteit

Nieuwe ontwikkelingen in de transplantatiegeneeskunde, zoals ‘machine preservatie’ bieden kansen voor een oudere groep nierpatiënten, maar gaan het probleem voor de totale groep wachtenden niet oplossen, zeker niet als er onvoldoende donoren zijn. Een globale norm is dat wel 24.000 registraties nodig zijn voor één extra donor.

De beroepsgroep heeft een inspanning geleverd door een enorme toename van donatie bij leven te bevorderen, maar het netto resultaat is dat de afname van postmortale donaties wordt opgevangen door donaties bij leven. In absolute zin verandert dit dus weinig.

Alle mogelijke overige maatregelen zoals meer voorlichting, donorketens in ziekenhuizen, inzet donatiefunctionarissen, gesprekstechnieken bij artsen verbeteren, donorformulieren aanbieden bij gemeentelijke balies etc. etc. zijn al ingevoerd op basis van het Masterplan Orgaandonatie (2008). Deze maatregelen brachten wel iets verbetering en moeten ook zeker in stand worden gehouden, maar ook zij losten het probleem niet op en de heldere doelstelling die het kabinet formuleerde in het Masterplan, te weten een stijging van 25% naar minimaal 800 postmortale transplantaties in 2013, werd bij lange na niet gehaald. Over het jaar 2016 waren er bijvoorbeeld helaas maar 689 postmortale transplantaties. Vanuit het Masterplan Orgaandonatie 2008 ontbreekt nu alleen nog de essentiële systeemwijziging naar een actief donorregistratie-systeem.

 Positie wilsonbekwamen

Onze CDA fractie in de Tweede Kamer heeft terecht aandacht gevraagd voor de positie van kwetsbare groepen in onze samenleving, zoals wilsonbekwamen, maar ook laaggeletterden, mensen met verstandelijke beperkingen etc. Zij hebben te maken met vele ingrijpende wetten en met de complexiteit van regelingen, bijvoorbeeld bij het afsluiten van hun zorgverzekering of bij beslissingen over medische ingrepen en behandelingen. Zoals dat terecht is geconstateerd in het WRR rapport ‘Weten is nog geen doen’, zijn zij daarbij afhankelijk van hun omgeving en zorgvuldigheid van professionals en artsen. In het ADR-wetsvoorstel wordt een extra jaar uitgetrokken voor een publiekscampagne om iedereen goed, uitgebreid en volledig te informeren voorafgaand aan de invoering van ADR. Laaggeletterden en wilsonbekwamen kunnen zich ook altijd laten bijstaan door hun vertegenwoordigers. Voor deze groepen is overigens ook gratis en onafhankelijke cliëntondersteuning beschikbaar. De stichting Lezen en Schrijven, waar Marja van Bijsterveldt als voorzitter RvT bij betrokken is, heeft zich al bereid verklaard om laaggeletterden hierbij te ondersteunen. Vanzelfsprekend kunnen mensen altijd ook terugkomen op hun initiële besluit en wordt ook in het orgaandonatieteam na een overlijden altijd ook het gesprek gevoerd met nabestaanden.

Hersendood

Het thema ‘hersendood’ leidt in de discussie gemakkelijk tot misverstanden, die vaak ingegeven worden door angst en onbekendheid. De Nederlandse vereniging voor Neurologie (NVN) maakte heel duidelijk welke zorgvuldige procedures voor het vaststellen van hersendood in acht worden genomen, in reactie op alle onjuiste berichten die over dit thema op de Eerste Kamer werden afgevuurd en in social media worden verspreid.

Effecten van een ADR systeem

Er staan grote belangen voor vele mensen op het spel. Jaarlijks overlijden 150 mensen op de wachtlijst en worden 100 mensen van de wachtlijst gehaald omdat ze te ziek zijn geworden. En ondertussen loopt de wachtlijst voor een donororgaan de laatste 2 jaar weer op. Een geslaagde orgaandonatie heeft niet alleen effect op de kwaliteit van leven van de ontvangers, maar ook op dat van hun naasten. Ook de maatschappelijke effecten zijn groot. Velen kunnen weer participeren in een sociaal en arbeidzaam leven.

We kunnen niet op voorhand exact aangeven wat precies de effecten zullen zijn van het ADR systeem voor mensen die nu op de wachtlijst staat of die in de toekomst op de wachtlijst zullen staan, anders dan cijfers die we uit andere landen kennen. Maar we weten wel wat de effecten zullen zijn als we niet overgaan tot een ADR systeem. En die zijn voor de mensen die het betreft ronduit dramatisch!

Ik hoop dan ook van harte dat er in de Eerste Kamer een meerderheid wordt gevonden voor invoering van het ADR systeem.

 

Kunst in de kerk

Gisteren mocht ik de Kunst Pinkster Expositie openen in de Oosterlichtkerk. Ik had van tevoren voor mijn speech wat gedachten op papier gezet, maar niet echt een speech uitgeschreven. Na afloop vroeg de organisatie mij om de speech, die ik dus nu toch maar uitschrijf en (als beloofd aan de organisatie) aan mijn blog toevertrouw.

Geachte aanwezigen,

Wat fijn dat jullie met zoveel mensen hiernaar toe zijn gekomen. En wat ziet het er prachtig uit in de kerk. Zoveel kunst: schilderijen, beelden, foto’s, tekeningen, gedichten, wat een creativiteit!

Voor mij is het een beetje  vreemd om op deze plaats te staan. We kennen allemaal het principe van de scheiding tussen kerk en staat. Ik voel me er wat ongemakkelijk bij om als wethouder hier in de kerk te staan. Het thema van deze expositie is “Jij, ik … wij”. En zoals ik al werd aangekondigd: ik ben als wethouder verantwoordelijk voor het sociale domein, ofwel voor verbinding van mensen in onze lokale samenleving met anderen. Heel passend dus bij dit thema.

Van tevoren heb ik het fraai opgemaakte programmaboekje thuisbezorgd gekregen, waarin ik al een beetje heb kunnen zien hoeveel moois er de komende weken met deze expositie te beleven is, niet alleen in deze Oosterlichtkerk, maar ook in de Kruiskerk en in de Goede Herderkerk.  Alle werken hebben een relatie met het thema ‘verbondenheid’. Volgens de inleiding van dit boekje laten de werken zien hoe belangrijk verbinding is voor het welzijn en het samenleven van mensen. En welzijn en samenleven, daar heeft ook de gemeente een belangrijke verantwoordelijkheid in. In die zin ben ik hier wel op mijn plaats.

Maar als ik verder lees in de inleiding, dan zie ik dat het met het gekozen thema ook gaat over de verbondenheid met God. Daar past mij als wethouder bescheidenheid. We kennen in ons land de ‘scheiding tussen kerk en staat’ en dat principe moeten we koesteren. Eeuwen geleden was het heel gewoon dat de staat zich met de kerk bemoeide en dat de kerk zich met de staat bemoeide. Dat veranderde, onder andere door de Verlichting. Het beginsel ‘godsdienst is een privé zaak’ stamt uit die tijd, uit de liberale theorie. Marx vond dat niet ver genoeg gaan. Volgens het Marxisme moest de mens van de godsdienst bevrijd worden. Binnen het socialisme en de westerse democratieën ging men niet zover, maar kwam men tot de overtuiging dat godsdienst niet moest worden afgeschaft, maar dat er wel een scheiding moest plaatsvinden tussen godsdienst en politiek. De socialist Bernstein zag in godsdienst geen privézaak, maar een publieke aangelegenheid van grote betekenis. Hij vond de steun aan de godsdienst een cultuuropdracht voor het openbaar gezag. U zult begrijpen dat ik mij ook als CDA wethouder (niet voor niets werd ik zojuist ook zo aan u voorgesteld) wel prettig voel bij die opvatting. En uit het feit dat hier ook raadsleden van CDA en ChristenUnie aanwezig zijn maak ik op dat ik daarin niet alleen sta.

Onze samenleving kenmerkt zich door een grote pluraliteit van verschillende godsdienstige en levensbeschouwelijke overtuigingen. Religieuze neutraliteit is dan ook voor de overheid van groot belang. In politiek opzicht horen geloofs- en levensovertuigingen tot de private levenssfeer van burgers. Maar wat mij betreft betekent dit niet dat geloofs- en levensovertuigingen ingeperkt moeten worden tot uitsluitend een zaak van het innerlijk. De overheid hoort ook ruimte te bieden aan sociale en institutionele ontplooiing ervan binnen de gemeenschappen waarin mensen leven.

Een bekende uitspraak van Jezus is: “Geef aan de keizer wat van de keizer is en aan God wat van God is“. Jezus kende dus ook al een scheiding tussen kerk en staat. Maar waar ligt precies de grens? Ik geloof niet in een ‘vadertje staat’ gedachte, waarbij de overheid vooral van bovenaf gezag uitoefent over haar onderdanen. In een democratie mag de levensovertuiging van verschillende groepen burgers in politiek beleid best tot zijn recht komen.

Terug naar het thema: Jij, ik … wij.

Ik las een tekst bij één van de kunstwerken van Nicole Dijkstra: “we maken een mooie  wereld”. Dat is wat ook zichtbaar wordt in alle kunst in deze expositie. Mensen die op de een of andere manier uitdrukking geven aan hun inspiratie om de wereld een beetje mooier te maken. Om mensen met elkaar te verbinden. Veelkleurige mensen, zoals Henny Lustig dat in een toelichting op haar schilderij beschrijft. Want we zijn allemaal anders, we zijn allemaal uniek. Ook Huizen is veranderd. Ik ben hier geboren en getogen. In mijn jeugd woonden hier zo’n 17.000 mensen. Het merendeel was lid van de Hervormde kerk. En bijna iedereen was blank. Inmiddels zijn er heel veel mensen van buitenaf bijgekomen. Ook recent weer heel veel mensen die gevlucht zijn, onder meer uit Syrië. Eén van de schilderijen (van Theresia Moosdorff) beeldt uit hoe zij als ‘goede buur’ betrokken was bij een Syrisch gezin dat in Huizen is komen wonen. Het thema ‘jij, ik … wij’ is een prachtig thema, dat al die facetten in zich heeft. Ik kwam hier zojuist de fotograaf Jan Wouda tegen, een ver familielid die ik al heel lang niet meer gezien heb. Over verbondenheid gesproken.

Maar dan die verbondenheid met God. Jezus zegt: “Mijn koninkrijk is niet van deze wereld“. Het gaat in de verbondenheid met God écht om een andere dimensie. Die verbondenheid is dan ook niet zo gemakkelijk in woorden uit te drukken. Maar jullie laten hier duidelijk zien dat die verbondenheid een bron van creativiteit en inspiratie is, juist ook voor de verbinding met anderen in het gewone, dagelijkse leven.

In de inleiding van het programmaboekje staat dat de Geest mensen gaven geeft. Het doet mij herinneren aan frase uit een voor mij bekend lied: “Want de Geest spreekt alle talen en doet ons elkaar verstaan”. Zo vinden we elkaar, mensen onderling hier in de kerk, mensen vanuit deze kerk met mensen in onze samenleving die niet bekend zijn met de kerk, maar ook mensen vanuit de overheid en mensen vanuit de kerk. Ik ben blij met onze goede samenwerking. Ik wil jullie van harte feliciteren met deze mooie expositie. Ga vooral ook in de andere kerken kijken en laat je inspireren.  Een mooi pinksterfeest gewenst!

Lid van het partijbestuur van het (landelijk) CDA

Tijdens het najaarscongres van het CDA in Alkmaar op zaterdag 8 november ben ik door de CDA leden gekozen tot lid van het landelijke partijbestuur van het CDA. Ik moest het opnemen tegen mijn collega uit Oss, wethouder René Peters, voor de bestuursfunctie ‘vrij gekozen lid sociale zaken’.

In één minuut moest ik uitleggen waarom ik de meest geschikte kandidaat voor deze functie zou zijn. Ik heb ervoor gekozen om niet mijn CV te presenteren, maar mensen centraal te stellen. Die mensen ken ik persoonlijk uit mijn dagelijkse praktijk als wethouder. Ik noemde een school in Huizen, die een volwaardige werkplek biedt aan iemand met een verstandelijke beperking en een Huizer ondernemer, die zich inzette om iemand die al jaren in de bijstand had gezeten weer aan het werk te helpen. Daarna maakte ik duidelijk waarom het CDA voor deze mensen het verschil kan maken. Ik gebruikte daarvoor deze tekst:

“Deze mensen, maar ook de school en de ondernemer, hebben een sterk CDA nodig. Omdat het CDA vindt dat iedereen in de samenleving een taak heeft en omdat het ons altijd eerst om mensen gaat en niet om vastgeroeste regels. Dat maakt het CDA uniek. Dat is al acht jaar mijn drijfveer als wethouder en die eigen sociale koers wil ik ook als lid van uw partijbestuur hoog op de agenda houden”.

Tijdens de lunchpauze kon er gestemd worden en daarna begon het tellen van de stemmen. Toen ik, samen met de andere kandidaten voor het partijbestuur, het podium betrad voor de uitslag, had ik nog geen idee wat het zou worden. Ik bleek de meerderheid van de stemmen te hebben gekregen.

Ik vond het best spannend. Als je eenmaal zover bent dat er nog maar twee kandidaten over zijn, dan wil je natuurlijk ook winnen. En René Peters ligt ook erg goed binnen het CDA, dat bleek alleen al uit de grote hoeveelheid stemmen die ook op hem was uitgebracht. Hij was een waardig tegenkandidaat. In Oss zijn er binnenkort herindelingsverkiezingen en ik ben ervan overtuigd dat René het daar heel goed gaat doen. We hebben afgesproken om na die verkiezingen eens een kop koffie met elkaar te drinken en onze ervaringen te delen. Ik zie ernaar uit.

foto 1

Ik heb heel veel zin in deze nieuwe ‘nevenfunctie’. Ik denk dat ik het CDA veel te bieden heb, maar ik denk ook dat ik veel kan hebben aan nieuwe netwerken waar ik vanuit de functie als bestuurslid van het CDA in terecht zal komen. Daardoor doe ik weer nieuwe contacten op en kan ik ook veel leren van wat elders in het land gebeurt. Omdat ik ook in Huizen de portefeuille sociale zaken (wij noemen dat hier sociaal domein) heb, is dat alleen maar goed voor Huizen.

Ik zie niet op tegen het extra werk dat het lidmaatschap van het partijbestuur met zich mee zal brengen. Het gaat gemiddeld om één vergadering/verplichting per maand. Om in termen van mijn echtgenoot te blijven: “Dat kan er ook nog wel bij”.

 

 

Samenstelling partijbestuur

Het landelijk partijbestuur bestaat naast de voorzitter (Ruth Peetoom), de vicevoorzitter, secretaris en penningmeester uit maximaal negen ‘vrij gekozen’ leden. De overige leden komen uit de provinciale afdelingen (iedere provincie heeft één lid) en uit het vrouwenberaad en de jongerenorganisatie van het CDA.

De fractievoorzitters van de Tweede Kamer en de Eerste Kamer zijn adviserende leden, zo ook de leider van de CDA delegatie in Europa, de directeur van het wetenschappelijk instituut en de voorzitter van de Bestuurdersvereniging.

Het landelijk CDA partijbestuur had al eerder de voordracht bekend gemaakt voor drie openstaande vacatures in het partijbestuur. Uit de 31 sollicitaties werden vijf kandidaten voorgedragen voor de functies van vrij gekozen lid ‘bedrijfsleven’, ‘sociale zaken’ en ‘senioren’. De verkiezing van de vrij gekozen partijbestuursleden vond plaats op het najaarscongres van 8 november in Alkmaar.

 

Strijden tegen onrecht

In de afgelopen week besloot Nederland actief mee te doen aan de strijd tegen IS. De beelden die we op TV zagen waren gruwelijk en barbaars: onthoofdingen, verkrachting, moord op onschuldige burgers. Dit staat haaks op alles waar wij in geloven. Dit is een bedreiging van onze rechtsorde en van vrede en veiligheid in de wereld. Hier moet een einde aan komen en snel ook. Ik denk dat veel Nederlanders, net als ik, het besluit van onze regering om mee te doen aan de internationale coalitie om deze terreur te stoppen, dan ook van harte ondersteunden.

 Toch worden we in deze verwarrende tijden wel gedwongen tot nadenken. Zo gebeurde dat ook vanochtend in de Goede Herderkerk, waar de dominee het verhaal vertelde van Judith, een vrouw uit een apocrief Bijbelboek. Judith onthoofdt de leider van een terreurgroep en redt daarmee haar volk van een gruwelijke dood. Kern van het verhaal, althans, zo begreep ik het, is dat we altijd moeten vechten tegen terreur. Zo staat dat ook in ons volkslied: “de tirannie verdrijven”. Natuurlijk bevestigde de predikant dat in de bijbel staat: “Gij zult niet doden”. Maar, zo zei hij ook: “soms is niets doen erger dan doden, als door niets doen de levens van talloze onschuldige mensen worden bedreigd”.

Ik heb ik het hier persoonlijk wel moeilijk mee. Want hoe rijm ik dit alles met mijn eigen geloof in een God die zegt: “Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden. (Zacharia 4:6)”.

Ik heb geen pasklaar antwoord op dit dilemma. Ik denk wel, dat we in ieder geval heel voorzichtig moeten zijn met het verwijzen naar Gods wil, als het gaat om een rechtvaardiging van onze daden. Laten we daar toch vooral bescheiden in blijven, temeer omdat ook terreurgroepen als IS zich rechtvaardigen met een verwijzing naar de wil van hun God.

Ik denk dat we als christenen de dialoog moeten blijven aangaan, zeker met elkaar, maar ook met aanhangers van andere religies. Wat gaat er toch steeds mis in onze wereld, waardoor mensen elkaar het licht in de ogen niet gunnen? En waar begint onze persoonlijke verantwoordelijkheid voor een wereld waar gerechtigheid heerst? Zijn we zelf wel eerlijk waar het gaat om de verdeling van rijkdom en macht? Krijgen mensen dichtbij in ons eigen land, maar ook wereldwijd, van ons wel allemaal gelijke kansen? En hoe bevooroordeeld zijn wij eigenlijk over de levenswijze van anderen?

Ik hoop dat het geweld in Irak en Syrië stopt. Ik hoop dat ook voor al die andere landen in onze wereld waar oorlog heerst en waar mensen zich niet meer veilig voelen. Maar ik hoop én ik geloof dat in onze wereld uiteindelijk alleen de liefde overwint.

 

Excursie naar waterschap

Op vrijdag 26 september organiseerden de Huizer CDA vrouwen een excursie naar het waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Mannen waren nadrukkelijk ook uitgenodigd om mee te gaan, maar de opkomst bestond toch voornamelijk uit vrouwen. Het gezelschap werd in het mooie gebouw in Amsterdam, met prachtig uitzicht over de Amstel, hartelijk ontvangen. Na het vertonen van een film over het werk van het waterschap gaven Wim Zwanenburg (CDA fractievoorzitter) en Gerard Korrel (DB lid) een nadere toelichting op wat het waterschap in onze regio zoal doet.

Excursie naar waterschap

Excursie naar waterschap

Duidelijk werd dat het waterschap iets anders is dan de drinkwatervoorziening. Dat we in ons land veilig kunnen leven onder zeeniveau, is een belangrijke verantwoordelijkheid van het waterschap. Om droge voeten te houden en overstromingen te voorkomen, moeten we blijven investeren in het onderhoud van onze dijken. In de polders staan gemalen van de waterschappen die zorgen dat het water op het juiste peil blijft, in droge en natte tijden. In droge tijden moet er voldoende zoet water zijn dat nodig is voor de land- en tuinbouw en in natuurgebieden. In perioden van hevige regenval moet het overtollige water snel afgevoerd worden of tijdelijk worden geborgen, opgevangen in calamiteitenpolders of waterbergingsgebieden. De waterschappen zijn ook verantwoordelijk de kwaliteit van ons oppervlaktewater en daaraan leveren ze een bijdrage door het beheer van de waterzuiveringsinstallaties die het rioolwater reinigen, zodat dit weer schoon op de meren, rivieren, grachten en kanalen kan worden geloosd. De waterschappen moeten er ook voor zorgen dat met gepaste maatregelen rekening wordt gehouden met klimaatverandering.

Op 18 maart 2015 worden de waterschapsverkiezingen gehouden, gelijktijdig met de verkiezingen voor de provinciale staten. Het maakt wel degelijk uit welke politieke partijen het voor het zeggen hebben in het waterschap. Sommige partijen kiezen voor één issue, bijvoorbeeld alleen de aanleg van natuurgebieden. Het CDA vindt natuur en milieu ook een belangrijk issue, maar kijkt breder naar de belangen die er in het hele waterbeheer spelen. Het gaat dan naast milieu ook over bijvoorbeeld wonen, recreatie en economie. Als het waterschap een probleem aanpakt, dan wil het CDA dat alle partijen hierbij betrokken worden en dat er samen gezocht wordt naar de beste oplossing. Dan moet je bereid zijn om met alle belangen rekening te houden en goed te communiceren. En dat is bij uitstek een manier van werken waar het CDA goed in is.

Voor meer informatie kan ook de website worden bezocht: www.cda.nl/agv

Overdracht sportportefeuille

Met Marianne Verhage 'aan de wind'

Met Marianne Verhage ‘aan de wind’

Het is al weer een tijdje geleden dat ik geblogd heb. Rond de verkiezingen was daarvoor weinig gelegenheid en bovendien vond ik het in de afgelopen periode ook best lastig om in een blog mijn rollen van wethouder en politiek leider van het CDA te scheiden. In de afgelopen weken is het nieuwe college van start gegaan en inmiddels is het ‘gewone werk’ ook weer gestart. Voor mij zijn veel dingen hetzelfde gebleven, maar er zijn ook wel nieuwe onderdelen in mijn portefeuille bijgekomen waar ik me best even in heb moeten inlezen. De participatiewet bijvoorbeeld, met alles wat daarbij komt kijken. Het Tomin dossier. Het dossier personeelszaken, etc. De samenwerking met het nieuwe team is inspirerend. Op veel dossiers komen door de komst van nieuwe wethouders ook weer nieuwe invalshoeken naar voren en we leren veel van elkaar. Het VNG congres van de afgelopen week was voor ons als nieuw college vooral ook ‘teambuilding’. We hebben het superleuk gehad met elkaar.

Portefeuille wethouder

Ik heb inmiddels ook mijn portefeuille toerisme en evenementen overgedragen aan Marlous Verbeek en mijn portefeuille sport overgedragen aan Marianne Verhage. Het voelt wel vreemd, om van de vertrouwde dossiers afscheid te moeten nemen. Maar ik ben ervan overtuigd dat er door beide collega’s voortvarend aan gewerkt zal blijven worden.

Liesbeth Schoppen en Marianne Verhage

Liesbeth Schoppen en Marianne Verhage

In het kader van de overdracht van de portefeuille sport ben ik in de afgelopen week samen met Marianne Verhage en met de ambtenaren Liesbeth Schoppen en Frans Elbers een kijkje gaan nemen bij de sporthal en de verenigingsaccommodatie van SV Huizen. We staan er een beetje verwaaid op, maar wat is het uitzicht vanaf de kantine van SV Huizen mooi! En wat wordt ook de sporthal prachtig!

Ik ben er trots op dat we dit in Huizen hebben kunnen realiseren, tegen de stroom in. Het dossier was niet altijd gemakkelijk, maar er staat nu wel wat!

Marianne pakt de zaken voortvarend aan, zo ook dit dossier. Zij mag de afronding ervan gaan doen. Ik draag het met een goed gevoel aan haar over. Sportief Huizen is bij haar in goede handen.

CDA vrouwen weer in actie in voor Anker

 Al vele jaren organiseren de Huizer CDA vrouwen samen met de Huizer CDA fractie op 31 januari een feestje ter gelegenheid van de verjaardag van koningin Beatrix in het woonzorgcentrum ‘Voor Anker’. Traditiegetrouw wordt hierbij een oranjebittertje of een glaasje advocaat geschonken en wordt een film over een bepaalde periode van het koningshuis vertoond. Dit jaar was het een heel bijzonder feestje, omdat koningin Beatrix nu prinses Beatrix is geworden.

In mijn welkomstwoord memoreerde ik het bijzondere jaar voor prinses Beatrix. Niet alleen deed zij na 33 jaar koningin te zijn geweest afstand van de troon, ook moest zij haar zoon Friso begraven. Zowel als koningin als privé heeft prinses Beatrix mooie, maar ook hele zware jaren gehad. Binnenkort zal zij verhuizen van huis ten Bosch in den Haag naar kasteel Drakensteyn in de Lage Vuursche. 

Na het zingen van twee coupletten van het Wilhelmus werd een film vertoond over de troonsafstand door prinses Beatrix.

Daarna was het tijd voor de oranjebitter en het glaasje advocaat. De bewoners genoten ook van de hapjes en vooral de bitterballen vonden gretig aftrek. “Het is echt een verjaardagsfeestje” aldus één van de bewoners.

De bijeenkomst eindigde met een film over de aanvaarding van het koningschap door Willem Alexander. De inmiddels bekende beelden leidden toch weer tot emotionele reacties van aanwezigen.

De bewoners van voor Anker hebben genoten en het CDA beloofde weer plechtig, als prinses Beatrix het mag meemaken, om volgend jaar weer terug te komen om haar 79e verjaardag te vieren.

 

foto voor Anker 2014

 

Fatsoen en respect

Soms kost het me moeite om een onderwerp te bedenken voor mijn weblog, zeker als ik moet kiezen uit tal van thema’s die me in de week daarvoor hebben bezig gehouden. In de afgelopen week zijn er ook weer veel boeiende ontwikkelingen geweest, met name ook rond alle gesprekken die ik heb gevoerd over de ontwikkelingen in het sociale domein waar we als gemeente mee te maken krijgen.  Maar toch is er een gebeurtenis die me de hele week heeft bezig gehouden en die ik maar niet uit mijn hoofd kan krijgen. Het gaat over een uitzending van Pauw en Witteman van vorige week maandag. Pieter Heerma, ons CDA Tweede Kamerlid, was daar te gast en hij had een gloedvol betoog over zijn inspiratie voor de politiek. “Er is geen grotere politieke motivatie dan het prematuur afschrijven van jouw politieke ideologie”, aldus Heerma. En daarmee bedoelde hij de situatie van het CDA in de jaren ’90, toen we een paars kabinet hadden en het CDA passé leek, met de typische CDA focus op gezin, middeninkomens en waarden en normen. Weggehoond werden we. Maar hij bedoelde ook de situatie waarin het CDA zich momenteel bevindt, volgens velen in de marge van de politieke macht. Juist omdat anderen het CDA zo graag in die rol zien, ontstaat saamhorigheid en strijdbaarheid. En uiteindelijk zullen mensen ook zien dat die typische CDA thema’s nog altijd actueel zijn en dat ons land een middenpartij als het CDA hard nodig heeft. Dat hebben we in het verleden laten zien en dat zal ook in de toekomst zo zijn.

Kort daarna kwam cabaretier Theo Maassen aan het woord, over de kritiek op zijn show “met alle respect”. Hij vond het vooral leuk om blinde vlekken in onze eigen cultuur aan te pakken. En toen kwam een korte terugblik op een deel van zijn show, waarbij hij een kruisbeeld van Jezus in zijn armen hield en daarover grappen begon te maken, als ‘een typische hangjongere’ en ‘wat een lijf heeft die gozer’ en ‘je hebt geen idee wat er de afgelopen 2000 jaar gebeurd is he? Maar ik kan je wel even bijspijkeren’. En aan het slot, met een sneer naar moslims, nog de opmerking: ‘fijn dat wij een profeet hebben die we wel belachelijk mogen maken’.

Ik vond het misselijkmakend. Dat op een dergelijke manier de spot wordt gedreven met de persoon van Jezus Christus, die voor mij persoonlijk en voor vele andere christenen van zo grote betekenis is, deed haast fysiek pijn.

Kom op Pieter Heerma, dacht ik. Dit laat je toch niet zomaar gebeuren? Maar veel verder dan: “Ik vond het ook niet smaakvol” en “ik moest om dat specifieke stukje ook niet lachen” kwam hij niet.

Zijn we als CDA-ers al zover, dat we niet eens meer durven zeggen dat bepaalde uitingen respectloos zijn en kwetsend voor grote groepen mensen, zowel moslims als christenen als andere gelovigen, voor wie het geloof nog steeds ‘heilig’ is? Dat vrijheid van meningsuiting een groot goed is, maar dat we daarmee ook te ver kunnen gaan? 

Ik vind het stuitend dat er kennelijk vooral hard wordt geklapt als het maar grof is. Dat we met elkaar niet meer het fatsoen op kunnen brengen om met respect om te gaan met de levensovertuiging van anderen. En ik vind dat we als CDA fatsoen én respect op de agenda moeten blijven zetten, ook al levert ons dat op de korte termijn een plaats op in de marge van het politieke krachtenveld.

CDA fractie stelt vragen over bezuiniging huishoudelijke hulp

In de pers krijgt het niet veel aandacht, omdat de materie complex is. Maar toch is er wel iets aan de hand in Nederland en veel mensen die nu afhankelijk zijn van huishoudelijke hulp via de WMO maken zich terecht zorgen. Afgelopen week stelde de CDA fractie in onze gemeenteraad vragen over de gevolgen van de gigantische bezuinigingen op de huishuishoudelijke hulp (75%!) voor de inwoners van Huizen. Hieronder zal ik die vragen nog een keer herhalen en ook mijn antwoord daarop, namens het college.

  • Hoeveel mensen in Huizen krijgen momenteel huishoudelijke hulp via de WMO?

In Huizen worden momenteel 966 mensen ondersteund met hulp bij het huishouden. Hiervan ontvangen 94 mensen een pgb.

  •  Kan het college iets zeggen over de gemiddelde inkomens van deze mensen ?

 Ik kan daarover exacte cijfers geven, maar dat zal ik wel bij de mededelingen aan de commissie doen, anders wordt het hier wat lang. Kern van de vraag is natuurlijk, wat de bezuiniging op de Huishoudelijke Hulp betekent voor mensen met een laag inkomen, want volgens het kabinet blijft voor die groep 25% van het budget over. Daarover kan ik helder zijn. Meer dan 40% van de mensen die huishoudelijke hulp krijgen in Huizen hebben een inkomen op bijstands of AOW niveau. Het gaat dus niet lukken om deze mensen allemaal huishoudelijke hulp te blijven garanderen. Ik zie het zo, dat de huishoudelijke hulp wordt afgeschaft en dat we als gemeente nog een beperkt budget krijgen om in schrijnende situaties nog iets te doen. Die schrijnende situaties zie ik als er sprake is van verwaarlozing, dus als mensen doordat ze hun huis niet meer kunnen schoonhouden in een instelling moeten worden opgenomen. In die situaties kunnen we als gemeente nog iets doen. Maar dat betekent wel dat de plicht tot compensatie voor het wonen in een schoon huis moet komen te vervallen. Dat gaat namelijk niet, met het budget wat we daarvoor vanuit het Rijk nog krijgen.

  • Wat zijn de gevolgen van de bezuiniging van 75% op het budget voor huishoudelijke hulp per 1 januari 2015?

 De huishoudelijke hulp (HH) wordt met ingang van 2014 inkomensafhankelijk gemaakt voor nieuwe cliënten en vanaf 2015 ook voor bestaande cliënten. De korting bedraagt landelijk uiteindelijk € 1,2 miljard, dit is 75% van het huidige macrobudget. Op basis van ons huidige aandeel in het macrobudget betekent dit een korting voor Huizen van ca € 2.550.000. In 2012 bedraagt het budget HH voor de gemeente Huizen afgerond € 2.880.000 (incl. pgb). Als wordt uitgegaan van een daling van 75% (bij ongewijzigd beleid) betekent dit een lastenverlaging van € 2.160.000. Daarnaast zullen ook de inkomsten uit eigen bijdrage dalen met € 350.000 tot € 450.000. Per saldo wordt in dat geval verwacht dat de korting op de HH voor Huizen zal leiden tot een structureel nadeel van minimaal € 750.000 per jaar. Dit kunnen we alleen maar oplossen door het beleid aan te passen. 

  • Kan het College al iets zeggen over de gevolgen voor de inwoners van Huizen van de gecombineerde bezuiniging en decentralisatie?

Er zal niet alleen sprake zijn van een ingrijpende bezuiniging op de WMO, maar de begeleiding en de persoonlijke verzorging zullen vanuit de AWBZ naar de WMO worden gedecentraliseerd. Hierdoor krijgt de gemeente er een grote taak bij.Voor het regeerakkoord gingen de gemeenten uit van een bezuiniging van 5% op het budget voor begeleiding. Deze taakstelling is omgebogen naar een bezuiniging van 25% voor begeleiding en persoonlijke verzorging. Het kabinet is voornemens de dienstverlening te versoberen en meer te richten op waar ze het hardste nodig is. Hieruit maakt het college op dat de opdracht niet alleen te realiseren is met efficiency winst en gekanteld werken. Waarschijnlijk worden gemeenten gedwongen het voorzieningenpakket te versoberen. Dit betekent waarschijnlijk dat de gemeente Huizen nieuwe arrangementen voor zijn inwoners moet ontwikkelen om te komen tot de besparingen.

  •  Welke mogelijkheden ziet het college om binnen het sterk verlaagde budget toch passende ondersteuning te realiseren?

Door voorzetting van de vraaggestuurde werkwijze. Het accent zal hierbij liggen op “de ondersteuning bieden die mensen minimaal nodig hebben om volwaardig deel te nemen aan de maatschappij”. We moeten het denken in voorzieningen nu echt loslaten en denken in oplossingen voor mensen die het zonder ondersteuning niet redden.

  • Is het college, in navolging van de gemeente Den Haag, van mening dat ook de gemeente Huizen via een brief haar bezorgdheid over de voorgenomen maatregel aan het kabinet en de leden van de Tweede Kamer kenbaar zou moeten maken?

 Het college is voornemens om een brief te sturen aan het kabinet en de leden van de Tweede Kamer om haar zorgen uit te spreken van over de gecombineerde bezuinigingen op de HH en de decentralisatie. Maar om nu -zoals den Haag dit doet- alleen maar te zeggen dat het niet kan, vinden we niet constructief. Het College ziet in Huizen wel mogelijkheden om ook met een fors bijgesteld budget ondersteuning te bieden die minimaal nodig is om aan de samenleving mee te kunnen blijven doen. Maar daarvoor moeten in den Haag wel een aantal zaken helder geregeld worden. Het college zal dan ook vragen om helderheid ten aanzien van de opdracht die gemeenten binnen de compensatieplicht te vervullen hebben. Wij zijn van mening dat de huidige invulling van de compensatieplicht niet meer uit te voeren is nadat de fikse korting is doorgevoerd en dat er dus andere criteria vastgesteld moeten worden op basis waarvan de gemeente een compensatieplicht heeft (denk aan verwaarlozing als ondergrens). Ook zal het college om middelen vragen waardoor inwoners die in 2014 al geconfronteerd worden met de veranderingen te kunnen spreken en middels een vraaggestuurd gesprek samen met hen tot oplossingen te komen. Hiermee kan worden voorkomen dat mensen al voor de decentralisatie in 2015 overbelast raken en kunnen mogelijke extra kosten als de taken overkomen door een verslechterde situatie bij inwoners worden opgevangen.

Omdat bovenstaande ook echt politieke keuzes vraagt, komt de brief die we als College willen sturen aan de orde in de commissie OMD van januari.

Met CDA vrouwen in gesprek over de ‘C’ van het CDA

Aanstaande dinsdag is er bij mij thuis weer de tweejaarlijkse ‘haardvuurbijeenkomst’. In huiselijke kring gaan we dan als Huizer CDA vrouwen in gesprek over een actueel politiek thema. Dit keer gaat het over de ‘C’ van het CDA. Na een diapresentatie over mijn reis door Sulawesi, waar religie in de maatschappij nog heel zichtbaar aanwezig is, discussiëren we over christelijk geïnspireerde politiek in Nederland. We doen dit aan de hand van de meest recente uitgave van het blad ‘Christen Democratische Verkenningen’ (hierna: CDV), met als thema ‘Het christelijke in de Nederlandse politiek (herfst 2012). In het navolgende geef ik een korte impressie van een artikel van de hand van de redactie van deze uitgave (Erik Borgman, Pieter Jan Dijkman en Paul van Geest) dat ook als input voor ons gesprek zal dienen.  

Secularisatie wordt vaak als verklaring gebruikt voor de neergang van christelijke politiek. Maar dat is volgens het CDV (pag. 27 ev.) te gemakkelijk, omdat de schuld van de neergang van de christelijke politiek dan te snel buiten de christelijke politiek zelf wordt gelegd en wordt losgemaakt van de mensen die hierin werken. Geloof is namelijk niet uit de samenleving verdwenen. Ze heeft alleen, zoals dit in alle eeuwen steeds opnieuw is gebeurd, andere verschijningsvormen gekregen. Minder institutioneel en traditioneel. Meer individueel en dynamisch. Nederlanders zijn niet ‘van God los’. Ze blijven zoeken naar wat voor hen heilig is.

Hans Wiegel schreef onlangs in het NRC Handelsblad dat de meeste kiezers het geloof niet meer laten meespelen in de partijkeuze. Het is de vraag of dit klopt. In 2006 haalde het CDA nog 41 zetels en die waren voor het grootste deel te danken aan het feit dat iets minder dan de helft van alle kerkleden op het CDA stemde. Ongeveer 12% van de onkerkelijken stemden toen ook CDA. In 2010 stemde nog een kwart van alle kerkleden CDA en nog 5% van de onkerkelijken stemden CDA. In 2012 werden het 13 zetels (CDV, p. 29). Politicologen als Te Grotenhuis, Van der Meer en Elsinga tonen overtuigend aan dat veel mensen die gelovig zijn best vanuit hun geloofsovertuiging willen stemmen, maar dan moet wel duidelijk zijn dat de politici aansluiten bij datgene wat zij vanuit hun geloof belangrijk vinden.

Het misverstand rond de christelijke politiek is vaak dat christenpolitici worden geacht het christelijke in de samenleving in te brengen om een goddeloze samenleving van de ondergang te redden. Dat is een onjuiste voorstelling van zaken. In de christelijke politiek wordt immers niet verondersteld dat de samenleving van God los is. Christelijke politiek gaat juist over het inspelen op het goede dat al aanwezig is en is geworteld in het besef dat mensen in hun handelen mede de schepping gestalte geven (CDV p. 32). Het CDA is geen exclusieve club van christenen, of een confessioneel CDA. Het is een partij die leeft naar de christelijke waarden, waarin rechten en vrijheden van alle burgers gerespecteerd en eerbiedigd worden. In de christelijke traditie wordt al ruim 2000 jaar een vorm van samenleven geoefend, die te herleiden is aan de betekenis die Paulus en Augustinus aan het woord agapè hebben gegeven. Deze christelijke liefde gaf het christendom een ongekende en universele kracht. (…) Mensen zijn geen geïsoleerde individuen. Zij hebben het recht en de plicht zich te ontplooien en zo een samenleving te vormen die niet uit elkaar valt.

In de ‘C’ is de oorspronkelijke bron verwoord die herleid kan worden tot de persoon en de werkzaamheid van Jezus Christus. En juist omdat de scheiding niet getrokken kan worden tussen wat zich in het privédomein afspeelt en het handelen in het publieke domein, houdt de ‘C’ van het CDA verband met drijfveren van mensen.

Het CDA moet niet in de valkuil trappen van de ‘getuigenispolitiek’ (dit is Gods gebod en daarom moet zo worden gehandeld), maar ook niet in die van het nietszeggende cultuurchristendom, waarin het christendom geen enkele kritische rol meer vervult. Christendemocratische politiek zou zich erop moeten toeleggen de argumenten, visies en perspectieven te expliciteren van maatschappelijke praktijken en politieke voorstellen, waarvan op goede gronden kan worden beweerd dat ze in de lijn liggen van de christelijke traditie en die op goede gronden christelijk kunnen worden genoemd (CDV p. 34).

Drie richtlijnen zijn volgens CDV (p. 35-36) voor het CDA van belang:

In de eerste plaats moet christelijke politiek bescheiden zijn. Getuigenis is een taak voor de kerk, niet voor de politiek. De overheid moet vooral bezig zijn met het bewaken van rust en vrede in het land, zodat mensen zich kunnen ontplooien op een manier die zij zelf als ‘goed’ kunnen ervaren.

In de tweede plaats zou christelijke politiek opgevat kunnen worden als een ‘levensvorm’ of heilzame sociale praktijk. De nadruk ligt dan met name op het christelijk mensbeeld -dat wij elkaar gegeven zijn om verantwoordelijkheid voor elkaar te dragen- en het uitoefenen van heel diepe christelijke deugden, zoals luisteren, vertrouwen en vergeven.

In de derde plaats zou het CDA nog nadrukkelijker dan nu positie kunnen kiezen voor thema’s die religieuze minderheidsgroeperingen nauw aan het hart liggen. Feitelijk is er een overgrote politieke meerderheid die God snel uit het publieke domein wil verwijderen. Godsdienstvrijheid wordt door haar ondergeschikt gemaakt aan andere grondrechten (denk maar aan de discussie over ritueel slachten, vrijheid van onderwijs etc.). De christendemocratie is altijd opgekomen voor publieke waarden. De toekomst van het CDA zal mede afhangen van de vraag of het CDA erin slaagt om een overtuigende waardenagenda te voeren, die soms lijnrecht ingaat tegen de heersende cultuur. In de hele westerse cultuur is een toenemende nadruk op wetenschap, technocratie en schaalvergroting. Dat betekent dat vragen naar oorsprong, doel en waardigheid en welzijn van mensen alleen nog maar belangrijker worden.  

Er is reden om moed te hebben. De christelijke traditie is een traditie van hoop. De inspiratie van de christelijke idealen geeft moed. Wie moed heeft moppert niet. Die gaat gewoon aan het werk. (CDV p. 9) 

Wilt u dinsdag met de CDA vrouwen meepraten over dit onderwerp? Neem dan even contact met mij op.