In de pers krijgt het niet veel aandacht, omdat de materie complex is. Maar toch is er wel iets aan de hand in Nederland en veel mensen die nu afhankelijk zijn van huishoudelijke hulp via de WMO maken zich terecht zorgen. Afgelopen week stelde de CDA fractie in onze gemeenteraad vragen over de gevolgen van de gigantische bezuinigingen op de huishuishoudelijke hulp (75%!) voor de inwoners van Huizen. Hieronder zal ik die vragen nog een keer herhalen en ook mijn antwoord daarop, namens het college.

  • Hoeveel mensen in Huizen krijgen momenteel huishoudelijke hulp via de WMO?

In Huizen worden momenteel 966 mensen ondersteund met hulp bij het huishouden. Hiervan ontvangen 94 mensen een pgb.

  •  Kan het college iets zeggen over de gemiddelde inkomens van deze mensen ?

 Ik kan daarover exacte cijfers geven, maar dat zal ik wel bij de mededelingen aan de commissie doen, anders wordt het hier wat lang. Kern van de vraag is natuurlijk, wat de bezuiniging op de Huishoudelijke Hulp betekent voor mensen met een laag inkomen, want volgens het kabinet blijft voor die groep 25% van het budget over. Daarover kan ik helder zijn. Meer dan 40% van de mensen die huishoudelijke hulp krijgen in Huizen hebben een inkomen op bijstands of AOW niveau. Het gaat dus niet lukken om deze mensen allemaal huishoudelijke hulp te blijven garanderen. Ik zie het zo, dat de huishoudelijke hulp wordt afgeschaft en dat we als gemeente nog een beperkt budget krijgen om in schrijnende situaties nog iets te doen. Die schrijnende situaties zie ik als er sprake is van verwaarlozing, dus als mensen doordat ze hun huis niet meer kunnen schoonhouden in een instelling moeten worden opgenomen. In die situaties kunnen we als gemeente nog iets doen. Maar dat betekent wel dat de plicht tot compensatie voor het wonen in een schoon huis moet komen te vervallen. Dat gaat namelijk niet, met het budget wat we daarvoor vanuit het Rijk nog krijgen.

  • Wat zijn de gevolgen van de bezuiniging van 75% op het budget voor huishoudelijke hulp per 1 januari 2015?

 De huishoudelijke hulp (HH) wordt met ingang van 2014 inkomensafhankelijk gemaakt voor nieuwe cliënten en vanaf 2015 ook voor bestaande cliënten. De korting bedraagt landelijk uiteindelijk € 1,2 miljard, dit is 75% van het huidige macrobudget. Op basis van ons huidige aandeel in het macrobudget betekent dit een korting voor Huizen van ca € 2.550.000. In 2012 bedraagt het budget HH voor de gemeente Huizen afgerond € 2.880.000 (incl. pgb). Als wordt uitgegaan van een daling van 75% (bij ongewijzigd beleid) betekent dit een lastenverlaging van € 2.160.000. Daarnaast zullen ook de inkomsten uit eigen bijdrage dalen met € 350.000 tot € 450.000. Per saldo wordt in dat geval verwacht dat de korting op de HH voor Huizen zal leiden tot een structureel nadeel van minimaal € 750.000 per jaar. Dit kunnen we alleen maar oplossen door het beleid aan te passen. 

  • Kan het College al iets zeggen over de gevolgen voor de inwoners van Huizen van de gecombineerde bezuiniging en decentralisatie?

Er zal niet alleen sprake zijn van een ingrijpende bezuiniging op de WMO, maar de begeleiding en de persoonlijke verzorging zullen vanuit de AWBZ naar de WMO worden gedecentraliseerd. Hierdoor krijgt de gemeente er een grote taak bij.Voor het regeerakkoord gingen de gemeenten uit van een bezuiniging van 5% op het budget voor begeleiding. Deze taakstelling is omgebogen naar een bezuiniging van 25% voor begeleiding en persoonlijke verzorging. Het kabinet is voornemens de dienstverlening te versoberen en meer te richten op waar ze het hardste nodig is. Hieruit maakt het college op dat de opdracht niet alleen te realiseren is met efficiency winst en gekanteld werken. Waarschijnlijk worden gemeenten gedwongen het voorzieningenpakket te versoberen. Dit betekent waarschijnlijk dat de gemeente Huizen nieuwe arrangementen voor zijn inwoners moet ontwikkelen om te komen tot de besparingen.

  •  Welke mogelijkheden ziet het college om binnen het sterk verlaagde budget toch passende ondersteuning te realiseren?

Door voorzetting van de vraaggestuurde werkwijze. Het accent zal hierbij liggen op “de ondersteuning bieden die mensen minimaal nodig hebben om volwaardig deel te nemen aan de maatschappij”. We moeten het denken in voorzieningen nu echt loslaten en denken in oplossingen voor mensen die het zonder ondersteuning niet redden.

  • Is het college, in navolging van de gemeente Den Haag, van mening dat ook de gemeente Huizen via een brief haar bezorgdheid over de voorgenomen maatregel aan het kabinet en de leden van de Tweede Kamer kenbaar zou moeten maken?

 Het college is voornemens om een brief te sturen aan het kabinet en de leden van de Tweede Kamer om haar zorgen uit te spreken van over de gecombineerde bezuinigingen op de HH en de decentralisatie. Maar om nu -zoals den Haag dit doet- alleen maar te zeggen dat het niet kan, vinden we niet constructief. Het College ziet in Huizen wel mogelijkheden om ook met een fors bijgesteld budget ondersteuning te bieden die minimaal nodig is om aan de samenleving mee te kunnen blijven doen. Maar daarvoor moeten in den Haag wel een aantal zaken helder geregeld worden. Het college zal dan ook vragen om helderheid ten aanzien van de opdracht die gemeenten binnen de compensatieplicht te vervullen hebben. Wij zijn van mening dat de huidige invulling van de compensatieplicht niet meer uit te voeren is nadat de fikse korting is doorgevoerd en dat er dus andere criteria vastgesteld moeten worden op basis waarvan de gemeente een compensatieplicht heeft (denk aan verwaarlozing als ondergrens). Ook zal het college om middelen vragen waardoor inwoners die in 2014 al geconfronteerd worden met de veranderingen te kunnen spreken en middels een vraaggestuurd gesprek samen met hen tot oplossingen te komen. Hiermee kan worden voorkomen dat mensen al voor de decentralisatie in 2015 overbelast raken en kunnen mogelijke extra kosten als de taken overkomen door een verslechterde situatie bij inwoners worden opgevangen.

Omdat bovenstaande ook echt politieke keuzes vraagt, komt de brief die we als College willen sturen aan de orde in de commissie OMD van januari.