Maatschappelijke ondersteuning / volksgezondheid

Armoede zuigt mensen leeg…

0

Het is al weer bijna het eind van 2011. Er is veel gebeurd in het afgelopen jaar waar we op terug mogen kijken. Voor mij persoonlijk was het erg belangrijk dat in de laatste raadsvergadering van het jaar unaniem door de gemeenteraad werd ingestemd met de voorgestelde integrale aanpak van schuldhulpverlening.

 Integraal betekent onder andere ook dat we als gemeente samenwerken met maatschappelijke organisaties. Want armoede bestrijden kunnen we als gemeente niet alleen. Daar hebben we maatschappelijke organisaties bij nodig. De gemeente moet daar wel regie in voeren en dat doen we dus ook. Vanaf begin 2012 is er op de Amer een breed maatschappelijk centrum, waar gemeente (schuldhulploket, Meedoen) en maatschappelijke organisaties (schuldhulpmaatjes, voedselbank, fonds bijzondere noden) samenwerken aan het voorkomen van problematische schulden en het helpen oplossen van problemen van mensen die in armoede zijn terecht gekomen.

 Aan het eind van het jaar ben ik ook weer wat meer thuis en dus wat intensiever met mijn proefschrift bezig. Dat gaat over de betekenis van maatschappelijke organisaties voor de armoedebestrijding in ons land. Mij trof deze week een uitspraak van een medewerkster van een maatschappelijke organisatie, die ik eens interviewde, over mensen die in armoedesituaties leven:  

Armoede zuigt mensen leeg. Het maakt ze energieloos, initiatiefloos. Armoede leidt tot isolatie. Het leidt tot individuele, sociale, culturele en educatieve isolatie. Als je heel lang van weinig geld moet leven, dan wordt je zelfbeeld negatief. Je verwijt jezelf dat je jezelf of je kinderen niet kunt bieden wat anderen zichzelf of hun kinderen wel kunnen bieden. Mensen worden daardoor vaak overweldigd door schuldgevoel. Dat klopt niet met de werkelijkheid. Daar proberen we mensen uit te trekken.  We proberen om in plaats van dat één dimensionale wat meer dimensie aan iemands leven te geven. Want dat slijt er zo van af als je constant in geldgebrek zit. Het plezier. Het je geluk kunnen halen uit kleine dingen. Dat kan vaak niet meer.  De overheid zorgt voor het bestaansminimum. Maar wij zorgen ook voor wat extra. Niet alleen door het financiële. Maar ook doordat we mensen als mens benaderen. We krijgen soms ook bedankbrieven waarin staat: “Je keek me gewoon in de ogen. Je haalde mijn schaamte weg”. 

Mijn nieuwjaarswens voor 2012:

Ik hoop van harte dat de voorgenomen samenwerking van gemeente en maatschappelijke organisaties in 2012 zal leiden tot het daadwerkelijk terugdringen van armoede in Huizen. Het is zo gemakkelijk om te zeggen, dat mensen zelf daarvoor maar verantwoordelijkheid moeten nemen. Want juist mensen die langdurig in een situatie van armoede leven kunnen zich zo “leeggezogen” voelen, dat ze nauwelijks nog initiatief op kunnen brengen. Ik wens vooral deze mensen in onze gemeente de warmte, hartelijkheid en betrokkenheid van anderen toe. Er schuilt heel veel kracht in onze locale samenleving. Laten we in 2012 de mensen die daar een beetje extra van nodig hebben met elkaar tot steun zijn!

 

Zorgen over PGB

6

Ik maak me zorgen over de toekomst van het PGB en ik ben niet de enige. Veel mensen vanuit belangenorganisaties hebben mij hierover benaderd. De algemene gedachte is dat men in den Haag echt niet begrijpt wat de nieuwe voorstellen voor het PGB gaan betekenen in de individuele situatie van veel mensen.  Er wordt weliswaar door de staatssecretaris voortdurend gezegd: “U houdt uw recht op zorg”, maar dat is wel iets anders dan: “U houdt ook de regie over uw eigen leven”.

Ook voor gemeenten breken spannende tijden aan. In het bestuursakkoord stond de afspraak dat de gemeente zelf kan bepalen of zij een PGB toekent  of niet (in het wetsvoorstel heet dat in jargon de “kan- bepaling”). Maar zelfs daarover is nu in den Haag discussie ontstaan. De motie Wolbert over het PGB is verworpen omdat de VVD niet meestemde. De VVD heeft echter wel aangekondigd om bij de wetsbehandeling op de “kan-bepaling” terug te komen. Want zij vindt de “kan-bepaling” te vrijblijvend. Stel je ook eens voor dat men er in den Haag op gaat vertrouwen dat gemeenten hier goed mee om zullen gaan. Bah! Het is frustrerend om vanuit de gemeente dit soort top-down mechanismes in den Haag steeds weer voor de kiezen te krijgen, terwijl we het PGB (en in het verlengde daarvan in Huizen ook het PVB) al lang naar tevredenheid van de gebruikers hebben geregeld! Het kabinet komt binnenkort waarschijnlijk met een op dit punt aangepast wetsvoorstel naar de Kamer en dan moeten we als gemeente helaas maar weer afwachten hoe iedereen er op gaat reageren.

Maar zoals de Tweede Kamer kennelijk bezorgd is over de uitvoering door gemeenten, zo ben ik ook bezorgd over de uitvoering van dit soort belangrijke maatregelen door het rijk. Als lokaal bestuurder ben ik gewend om beslissingen voor te bereiden in nauw overleg met het ‘maatschappelijk middenveld’. Zeker als het om WMO beleid gaat is het essentieel om van de gebruikers zelf te horen wat de uitvoering van voorgenomen beleid in de praktijk van iedere dag voor hen zal gaan betekenen. En steeds opnieuw heb ik weer de ervaring dat gebruikers bereid én in staat zijn om hierover constructief mee te denken. De aanbesteding van de WMO taxi in onze regio is hiervan een goed voorbeeld: Betrek gebruikers in een vroeg stadium (al bij de ambtelijke voorbereiding) en er komt een kwalitatief veel beter resultaat uit, dat nog voordeliger is ook. In de afgelopen week bleek die constructieve houding ook weer, toen we met vertegenwoordigers van alle WMO Raden uit onze regio overleg voerden over de vraag naar hun visie op de regionale WMO agenda.

Waarom lukt dit in den Haag toch steeds maar niet? Het zou toch mogelijk moeten zijn om met organisaties die gebruikers vertegenwoordigen alternatieven uit te werken die enerzijds passen binnen de kaders van de noodzakelijke bezuiniging, maar tegelijkertijd ook veel meer recht doen aan de individuele situatie van mensen? Ik blijf me hierover verbazen, omdat ik weet dat het ook echt anders kan! Op dit moment maak ik me echter vooral zorgen over de effecten van het nu voorgestelde beleid in het leven van gewone mensen, die we zullen gaan zien vanaf het moment waarop de PGB maatregelen van kracht zullen worden. Hopelijk valt ergens het tij nog te keren?

OV taxi wordt WMO taxi

0

In de afgelopen week hebben we als bestuurders van de acht gemeenten in onze regio (Laren doet nog even niet mee) een presentatie gehad van de taxi-bedrijven achter “de Vier Gewesten BV”, die per 1 januari a.s. voor onze regio de WMO taxiregeling zullen gaan uitvoeren. Het gaat om drie familiebedrijven, namelijk:

- Bestax BV

- Taxi Hop BV

- Verhoef personenvervoer BV.

Wij verwachten veel van de samenwerking met onze nieuwe partner(s), mede doordat zij een heel andere schaalgrootte kennen dan Connexxion, die tot 1 januari de OV taxiregeling voor de provincie Noord-Holand en de gemeenten uitvoerde. Ook het feit dat nu de gemeenten zelf -en dus niet meer de provincie- de regie hebben, maakt dat wij er vertrouwen in hebben dat het WMO vervoer sterk verbeterd zal gaan worden: kortere lijnen, betere communicatie en meer invloed van de gebruikers zelf.  En het moet ook beter worden, want tot op heden vormen de problemen rond mobiliteit voor veel mensen met beperkingen het grootste struikelblok voor hun deelname aan de samenleving.

Natuurlijk gingen we ook even poseren voor de nieuwe WMO taxi, die er vanaf 1 januari 2012 als volgt uit zal komen te zien:

Bestuurders en vervoerders voor de nieuwe WMO taxi

Een mooi voorbeeld van regionale samenwerking trouwens, zoals we die in het Gewest Gooi en Vechtstreek steeds vaker zien. Persoonlijk ben ik vooral ook heel tevreden over de rol die onze WMO Raden in dit hele proces van de aanbesteding hebben gespeeld en die zij ook (bij de bewaking van het functioneren van de WMO-taxi) zullen blijven vervullen. Het bewijst maar weer eens dat we -door de expertise vanuit de gebruikers écht serieus te nemen- tot veel betere resultaten kunnen komen dan wanneer we dingen voor mensen regelen vanuit onze eigen ivoren toren.

Wordt 2012 het jaar van de verbinding?

1

Ik kwam in de afgelopen weken even niet toe aan mijn weblog, maar hier ben ik weer. Wat is er intussen veel gebeurd! Terugkijkend op de afgelopen weken kan ik nog nagenieten van alle activiteiten die in Huizen georganiseerd zijn. Het voorproefje op het Oude Raadhuisplein, waar heel veel mensen elkaar ontmoetten, de Huizerdag in de stralende zon en de Huizer botterdagen, waar de goede contacten tussen gemeenten in onze regio werden verstevigd.  

Samenwerking bij de Taeje Bokkesrace

Maar wat te denken van de activiteiten van de vele sportverenigingen die in de afgelopen weken weer van start zijn gegaan? De talloze activiteiten die voor jongeren én ouderen werden georganiseerd. De spontane nieuwe initiatieven, zoals het opzetten van een systeem van ‘schuldhulpmaatjes’ vanuit de kerken. De serviceclubs, die zich inzetten voor de locale samenleving door het organiseren van het South Sea Jazzfestival of door het realiseren van een monument voor de Huizer vissers. En dan alle activiteiten vanuit zorginstellingen en welzijnsorganisaties, die hun stinkende best doen om de eigen kracht van kwetsbare burgers te versterken. Zomaar wat voorbeelden uit mijn dagelijkse ervaringen in de afgelopen weken!
Maar niet alleen organisaties komen iedere keer weer verrassend uit de hoek. Ook individuele burgers blijven me inspireren. In ons WMO beleid hebben we de regie (weer) teruggelegd bij de burger en wat blijkt uit de gesprekken die onze consulenten met burgers hebben? Die burgers pakken die regie uitstekend op, ze nemen hun verantwoordelijkheid, voor zichzelf, maar ook voor hun omgeving.
Het is allemaal eigenlijk overweldigend wat er in ons dorp gebeurt. Ik onderga dit alles bijna als ‘vanzelfsprekend’. En misschien is dit ook wel zo. Er zit zo enorm veel kracht in de samenleving, dat het bijna belachelijk is om als bestuurder te denken dat  je daar zelf een dominante rol in zouden moeten hebben. 
Vandaag las ik de trendrede 2012. Het is de tweede keer, dat een aantal trendwatchers bij elkaar zijn gaan zitten om te zien wat er in ons land aan de hand is. Een goed leesbaar stuk, waarin toch ook wel een flink aantal stevige uitspraken worden gedaan, die mij als bestuurder aan het denken zetten.
Wat dacht u bijvoorbeeld van deze trend:
“Er is woede en onbegrip. We lopen vast in allerlei systemen. We zijn verkloofd. We zien mensen langzaam afstand nemen van het systeem van onbeperkte, maar vooral van betekenisloze groei – enkrimp. Men ziet deze periode als een stap terug, maar het is eerder een stap opzij. Woede creëert nieuwe wegen. Veel individuen zetten zwijgend een kleine stap. En straks zal blijken, dat we collectief een nieuwe richting zijn ingeslagen. Het wachten is op een charismatische nieuwe semantiek, op nieuwe autoriteiten met een fris vocabulaire, in een andere toonsoort dan we gewend zijn geweest de afgelopen jaren”.
Of deze: 
“De burger zoekt geen macht, voert geen actie en zit niet lijdzaam bij de pakken neer. Hij zet een zwijgende revolutie in gang, waarbij oude patronen langzamerhand opzij worden geschoven. Zelfsturing is een kernwoord voor 2012″.
 
Eén van de vragen die aan het eind open blijven is: “Blijven we bij de pakken neerzitten? Of herpakken we de kracht die in onze cultuur schuilt?”
De trendwatchers pleiten er aan het eind van hun betoog voor om 2012 te bestempelen als het jaar van de ‘verbinding’. Dat spreekt mij wel aan. Voor mij is dan de kernvraag, of het gaat lukken om de verbinding te leggen tussen de kracht die in onze cultuur schuilt en de richting die  we als overheid én burgers steeds weer gezamenlijk zullen moeten kiezen.
Wauw, wat een uitdaging. Want wat schuilt er een kracht in ons eigen dorp Huizen, in onze regio, in ons land!
Ik krijg er weer helemaal energie van!

Eigen bijdrage GGZ

3

In de afgelopen week werd ik door een psychiater gewezen op een wel heel vreemde passage uit het regeerakkoord VVD-CDA.

“De eigen bijdragen in de eerste lijn-ggz worden verhoogd en voor de tweede lijn-ggz wordt een eigen bijdrage ingevoerd”.

 Om eerlijk te zijn heb ik daar bij de totstandkoming van het regeerakkoord echt overheen gelezen. Ik heb mijn twijfels bij het eigen bijdragesysteem voor kostenbeheersing in de zorg, omdat de kosten in de zorg mijns inziens niet stijgen door de vraag, maar door een ongebreideld uitbreiden van het aanbod, ook als daar bij de betrokkenen helemaal geen behoefte aan is.

Ik ben wel een voorstander van inkomensafhankelijke eigen bijdragen. Dat sluit aan bij mijn overtuiging dat mensen in principe zelf verantwoordelijk zijn voor hun gezondheid en hun welzijn en dus ook –voor zover dat in hun vermogen ligt-  daar zelf financieel in voorzien. Pas als dat niet mogelijk is, komt hulp vanuit de overheid in beeld. “Gespreide verantwoordelijkheid waar het kan, solidariteit waar het moet” noemen we dat.

 Het bijzondere hier is echter, dat de eigen bijdrage alleen in de GGZ wordt toegepast. Er wordt dus een verschil gemaakt  tussen mensen met een aandoening van de hersenfuncties en mensen met een aandoening in andere lichamelijke functies. De minister zou volgens de betreffende psychiater het beleid hebben verdedigd met een uitspraak dat “mensen eerst meer moeten zoeken naar hulp in de eigen omgeving”. In het algemeen kan ik deze mening delen, maar dit argument schiet om meerdere  redenen tekort voor mensen met een psychiatrische aandoening.

 Ten eerste, de problematiek die psychiaters in de regel behandelen zijn geen kleine klachten, maar ernstige depressies, manisch depressiviteit, schizofrenie, dan wel andere ernstige verstoringen in hersenfuncties die zich uiten in stoornissen in denken, voelen of gedrag. Deze stoornissen zijn niet op te lossen met ‘praten’ met de buurman of buurvrouw.

 Ten tweede leert de ervaring dat de drempel om naar een psychiater te gaan erg hoog is. Immers, als bekend is dat je onder behandeling van een psychiater bent (geweest), verlaagt dat toch de kansen op een baan en zelfs op vriendschappen. Er is nu eenmaal helaas nog veel onbegrip en negatieve beeldvorming rond mensen met een psychiatrische aandoening in onze maatschappij.

 Ten derde is een gevolg van een ernstige psychiatrische aandoening vaak ook dat mensen maatschappelijk minder goed functioneren. In veel gevallen uit zich dit onder meer in een laag inkomen of in schuldenproblematiek. Daarbij opgeteld dat deze mensen ook niet altijd een goed beeld hebben van de ernst van de eigen aandoening, is de kans groot dat men zich vanwege de kosten gaat afsluiten voor behandeling. Los van de gevolgen die dit voor de betrokkene heeft, vergroten we hiermee overigens ook een bredere maatschappelijke problematiek, met alle kosten (voor o.a. gemeenten en politie) die dat weer met zich meebrengt.

 Ik vind het dan ook echt heel erg fout dat nu juist de mensen met een psychiatrische aandoening kennelijk minder serieus worden genomen dan mensen met een ‘aantoonbaar’ lichamelijk defect. Natuurlijk is dit onkunde, maar ik vind het ook een respectloze opvatting die volstrekt haaks staat op de ernst en de omvang van het lijden van deze mensen en dat van hun naasten. Het ventileren van deze opvatting door nota bene onze eigen overheid is overigens ook -vanuit een maatschappelijke context gezien, waar we nu juist proberen om betrokkenheid bij deelname van GGZ cliënten aan de samenleving te vergroten- niet zonder risico’s.  

 Ik heb de betreffende psychiater dan ook beloofd om in mijn netwerk  duidelijk maken dat deze eenzijdige maatregel voor mensen met psychiatrische aandoeningen écht onverstandig is en ook zeker niet past bij ons christen democratisch uitgangspunt dat we er als overheid moeten zijn voor alle burgers die op eigen kracht hun deelname aan de samenleving niet kunnen organiseren, ongeacht de (medische) reden daarvan. 

 Eigen bijdragen in de zorg zijn goed te onderbouwen, maar dan inkomensafhankelijk en zeker niet alleen ten koste van een doelgroep waarvan we nu al weten dat zij zich toch niet zullen verweren!

Wat doet een wethouder uit Huizen in het strategisch beraad van het CDA?

0

In Huizen hebben we al jaren een innovatief beleid op het gebied van maatschappelijke ondersteuning. Als ik dit beleid aan gewone mensen uitleg, begrijpen ze vaak niet wat er zo innovatief aan is. “Vraaggestuurd”, dus ondersteuning bieden op basis van wat mensen zelf vinden dat zij écht nodig hebben en op een manier zoals zij het graag zouden willen, dat klinkt toch eigenlijk heel gewoon?

De mensen die het betreft weten wel beter. Als je door ziekte of beperkingen afhankelijk bent geworden van hulpmiddelen of van ondersteuning of zorg door anderen, dan ervaar je dagelijks aan den lijve hoe weinig “vraaggestuurd” zorg en welzijn in ons land geregeld zijn. Veel voorzieningen passen totaal niet bij wat mensen daadwerkelijk nodig hebben, maar worden gebruikt vanwege gebrek aan beter. En wat wel nodig of gewenst is, dat is er vaak gewoonweg niet. Ik kan daar -uit mijn eigen praktijk als wethouder- tal van voorbeelden van geven.

In Huizen zijn we het daarom anders gaan doen. We gaan dus uit van “vraagsturing”. De kern is dat we de regie over de vraag hoe iemand zijn of haar eigen leven wil inrichten hebben neergelegd bij de betrokkene zelf, óók als daarbij ondersteuning van anderen nodig is. Niet de (gemeentelijke) overheid bepaalt wat nodig is. Ook niet de professional. Ook niet een ‘indicatie-orgaan’. Maar uitsluitend de betrokkene zelf. Mocht datgene wat nodig is er simpelweg niet zijn, dan moet de (gemeentelijke) overheid ervoor zorgen dat het er komt.

Vraagsturing is niet: “U vraagt, wij draaien”. Het is veel meer “samen de beste oplossing zoeken”. Dan sta je als overheid en burger naast elkaar, niet tegenover elkaar. Dan neem je ook beiden je verantwoordelijkheid. Inherent daaraan is dus, dat de betrokken burger zelf ook aangeeft wat hij of zij op eigen kracht kan doen, al dan niet met behulp van de eigen sociale omgeving. Als dit niet voldoende is, dan geeft de betrokkene ook zelf aan waar en welke professionele ondersteuning nodig is. En als overheid sta je er dan natuurlijk voor in, dat die passende ondersteuning er komt. 

 Als ik nu de landelijke discussies volg, dan denk ik: “Kom nou eens in Huizen kijken”. Natuurlijk moet er bezuinigd worden, óók in de zorg en óók in de maatschappelijke ondersteuning. Als we dat niet doen, dan houden we op de langere termijn de zorg en de ondersteuning niet meer betaalbaar voor de mensen die dat écht nodig hebben. Dat zou pas echt asociaal zijn. Maar we moeten niet de fout maken die we -bijna als reflex- altijd maken als we gaan bezuinigen, namelijk met de botte bijl voorzieningen wegsaneren.

Hoe dan wel?

Laten we -óók in de AWBZ- een kanteling maken van aanbodsturing naar vraagsturing. Maar dan ook een echte kanteling, dus rigoureus! Geen voorzieningen blijven financieren, maar de vraag gaan  financieren. Dat kan door middel van een PGB, maar het kan ook, zoals we dat in Huizen doen, klantvolgend. Ik pleit dus voor een veel meer op de individu toegespitste aanpak op de terreinen van zorg en welzijn. Als we dat in Nederland gewoon gaan doen, dus óók in de AWBZ, dan gaan we hetzelfde zien als wat in Huizen is gebeurd:

1.) Gebleken is dat veel meer mensen dan wij aanvankelijk dachten in staat zijn om hun leven op eigen kracht te regelen, zonder daar persé door de overheid gefinancierde hulp bij nodig te hebben;

2.) Maar voor iedereen die daarbij wél door de overheid gefinancierde zorg of ondersteuning  nodig heeft, wordt die zorg of ondersteuning dan ook wel gegarandeerd ! (al dan niet met een PGB);

3.) Voorkomen wordt dat mensen die de eigen zorg of ondersteuning prima zelf kunnen regelen toch een beroep doen op (overheids)voorzieningen;

4.) Voorkomen wordt dat voorzieningen, soms met de beste bedoelingen, constant maar uitdijen of toenemen, terwijl de toegevoegde waarde voor mensen die daarvan gebruik maken nihil is.

 De invoering van vraagsturing leidt in Huizen inmiddels al tot een beter passende zorg en ondersteuning voor onze burgers, maar levert tegelijkertijd ook behoorlijke bezuinigingen op, door tal van zaken niet meer te bekostigen, omdat er simpelweg geen vraag naar blijkt te zijn. Dat noemen we in Huizen: sociaal bezuinigen!

In de afgelopen week is bekend geworden dat het CDA een strategisch beraad heeft gevormd, dat mee moet gaan denken over de strategische koers van het CDA. Door CDA voorzitter Ruth Peetoom ben ik enige tijd geleden benaderd om deel te nemen aan het strategisch beraad. Zij deed dit, nadat zij mij in den Haag een toespraak had horen houden voor de bestuurdersvereniging van het CDA, waarin ik mijn visie op zorg en ondersteuning naar voren heb gebracht in relatie tot de situaties die ik meemaak in mijn dagelijkse praktijk als wethouder. Een visie, die mijns inziens naadloos aansluit bij datgene waar het CDA altijd voor heeft gestaan: de menselijke maat! Ik ben dan ook zeer vereerd dat aan mij gevraagd is om aan het strategisch beraad bij te dragen. Ik zie het ook als een grote verantwoordelijkheid.  Het zal niemand verrassen dat ik de visie die ik heb op passende zorg en ondersteuning voor mensen die dat nodig hebben, ook buiten Huizen, stevig zal inbrengen.

We mogen als CDA mijns inziens nooit(!) meegaan in kille saneringen in de zorg en in de ondersteuning van mensen. Dat staat haaks op onze uitgangspunten, op ons mensbeeld, op wie wij zijn en op wie wij willen zijn voor anderen! Wij moeten er daarentegen pal voor staan, dat zorg en ondersteuning voor mensen die dat nodig hebben beschikbaar is en beschikbaar blijft. En dan niet magertjes en schraal, maar aansluitend bij de wens van veel mensen om hun levensloop, ondanks ziekte of beperkingen, op een waardige manier voort te kunnen zetten.

 Ik ben ervan overtuigd dat dit kan. Oók binnen het huidige beperkte beschikbare budget. En óók binnen de huidige coalitie. Maar het vraagt wel om visie én daadkracht om deze omslag in ons land te maken.

College van Huizen 2 dagen naar VNG congres

0

Dinsdag en woensdag was het weer zover: het jaarlijkse VNG congres. Dit keer werd het congres gehouden in de Achterhoek. Belangrijk onderwerp tijdens dit congres was het bestuursakkoord met het rijk. Na veel wikken en wegen is ingestemd met het bestuursakkoord, behalve met de paragraaf die gaat over de sociale werkvoorziening. Die paragraaf is voor gemeenten niet uitvoerbaar en dan is het mijns inziens ook terecht dat we daar geen handtekening onder zetten. Met het akkoord voor de rest van het bestuursakkoord ben ik wel gelukkig. We hebben daarmee o.a. duidelijkheid over de (maximale) financiële risico’s die we als gemeenten lopen met de overheveling van alle taken van rijk naar gemeenten (nl. 15 euro per inwoner, dus max. € 600.000) en we krijgen als gemeenten ook maximale vrijheid bij de uitvoering van de WMO. Dat is (nu al!) heel hard nodig.

Maar of we nu wel of geen akkoord hebben is onduidelijk. Volgens Annemarie Jorritsma wel. Volgens Piet Hein Donner niet. En een akkoord vraagt toch om overeenstemming tussen 2 partijen!

Piet Hein Donner liet met de voor hem gebruikelijke beeldende uitspraken weten er wel vertrouwen in te hebben deze ‘hobbel’ met gemeenten te zullen overwinnen. “Je struikelt nooit over een berg, wel over een molshoop” aldus Donner. Mijn interpretatie van de situatie is dan ook, dat we een akkoord hebben, maar dat er op het gebied van de sociale werkvoorziening nog een nadere uitwerking moet komen. Daarover zullen partijen met elkaar weer in gesprek gaan, waarbij de VNG het voortouw zal moeten nemen en met concrete voorstellen zal moeten komen.

College van B&W stemt in met voorstel VNG mbt bestuursakkoord

Natuurlijk is zo’n congres niet alleen maar vergaderen. Er is ook tijd voor gezelligheid en voor gesprekken met collega’s uit het hele land. En er zijn ook boeiende excursies te maken in het gebied. Ik heb mij bijvoorbeeld verdiept in het thema ‘Domotica in de zorg’ en bezocht een op dit terrein innovatieve zorginstelling in Montferland.
Onderweg maakten we een prachtige wandeling door de natuur van Montferland, in een gebied dat ‘t Paaske heet. Een boswachter van natuurmonumenten gaf uitleg over het natuurlijke meertje (‘t Paaske) en over de bomen en de dieren die in het bos leven.
Ook de wethoudersvereniging deed goede zaken tijdens het congres. Met 25 nieuwe leden erbij is de vereniging nu groter dan ooit. Belangenbehartiging voor- en deskundigheidsbevordering van wethouders blijven belangrijke thema’s.
Kortom, een geslaagd congres!
Volgend jaar bestaat de VNG 100 jaar. Dan wordt het congres in den Haag georganiseerd. Maar nu eerst maar weer eens aan het werk in Huizen!

Gilde Gooi Noord bestaat 25 jaar

0

In het kader van het 25 jarig bestaan van het Gilde Gooi Noord werd afgelopen donderdag een feestelijke bijeenkomst gehouden bij Fort Werk 4 in Bussum. De vrijwilligers van Gilde Gooi Noord werden getracteerd op een middag oud-Hollandse spelen en de externe contacten (waaronder ikzelf dus) op een receptie in de sfeervolle tuin bij het Fort.

Ik heb grote bewondering voor de vele 50+ ers van het Gilde Gooi Noord, die hun kennis en ervaring belangeloos beschikbaar stellen aan onze samenleving. Zij zijn bijvoorbeeld gids tijdens fietstochten, of helpen ouderen bij het aanleren van computervaardigheden. Maar ze doen nog veel meer, ook aan individuele hulp en advies. (zie daarvoor hun website: www.gildegooinoord.nl). Dat alles gebeurt vaak in stilte. Ik vind daarom dat ik ze bij dit jubileum best even in de schijnwerpers mag zetten. Hulde!

Eerst mensen, dan regels

0

In de afgelopen week was ik deelnemer aan een ronde tafelgesprek over de WMO. Aan tafel zaten leden van diverse WMO Raden, belangenorganisaties en enkele wethouders. Er werd uitgebreid gediscussieerd over ‘de kanteling’. Dit is een begrip dat voor ingewijden heel gewoon is, maar voor gewone mensen natuurlijk onbegrijpelijk. Kern van het begrip is dat we als gemeenten anders (dus gekanteld) moeten gaan denken als het gaat om de toepassing van regels. Er is in complexe situaties van mensen vaak veel aan de hand waardoor mensen niet (meer) volwaardig in de maatschappij kunnen deelnemen. Gebrek aan sociale contacten, een problematische gezondheid, werkloosheid, geldproblemen, gebrek aan zingeving, dit alles kan leiden tot een versmalling van het bestaan van mensen en uiteindelijk tot een sociaal isolement. Met ‘de kanteling’ willen we bevorderen dat de problemen waarmee mensen worstelen integraal worden aangepakt en dat het uiteindelijke resultaat is, dat mensen weer gewoon op eigen kracht (of met hulp van hun eigen sociale netwerk) aan de samenleving kunnen meedoen. Binnen gemeenten staan op dit moment de regels, maar vooral ook de organisatiecultuur, een passende oplossing voor mensen helaas vaak nog in de weg. Daar moeten we iets aan veranderen. Immers, geen enkel mens is gelijk en geen enkele situatie is gelijk. Het resultaat dat we samen met kwetsbare burgers kunnen bereiken moet dan ook niet gehinderd worden door regels die voortkomen uit een in onze samenleving niet langer realistisch gelijkheidsdenken of angst voor willekeur. Om die reden heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) een ‘gekantelde verordening’ voorgesteld. De nieuwe WMO verordening die we als gemeenten allemaal moeten hebben zal in Huizen echter verder gaan dan het model. Wij streven naar een verordening die nauwelijks nog regels gaat bevatten! Onze visie is, dat we vooral goed moeten luisteren naar mensen die ondersteunng nodig hebben, om  vervolgens samen te zoeken naar passende oplossingen. Niet alles hoeft door de overheid te worden geregeld. Wat mensen op eigen kracht (nog) kunnen moet weer centraal komen te staan. Dat is het vertrekpunt. Maar als daar aanvullend (professionele) hulp nodig is, dan moeten we er als overheid wel zijn!

Als overheid kunnen we niet alle problemen van mensen oplossen. We hebben daarbij een betrokken samenleving nodig, waarin mensen ook naar elkaar omzien.  Gelukkig heb ik deze week weer veel voorbeelden gezien waarbij professionele hulp én de inzet van vrijwilligers samen leidt tot het voorkomen van een sociaal isolement. Zo werd vandaag (donderdag 21 april) door professionals én vrijwilligers van de Marke en vrijwilligers van de Zonnebloem en de Rikistichting, samen met de kinderen en de meester van klas 7 van de Eben Haëzerschool in Huizen een feestelijke ochtend verzorgd voor de ouderen van de Marke. Bij de opening van deze bijeenkomst heb ik daar ook mijn waardering voor uitgesproken:  Als overheid kunnen we veel doen voor de ouderenzorg, maar we kunnen de aandacht die mensen voor elkaar hebben niet regelen. Het is fantastisch om te zien met hoeveel motivatie mensen écht vanuit hun hart voor anderen zorgen.  Juist ook ouderen lopen een groter risico om sociaal geïsoleerd te raken. Het is fijn dat daar in Huizen zoveel aandacht voor is. En de jeugd van nu, zijn hopelijk de vrijwilligers van straks!

Deze week weer werd ik helaas ook weer geconfronteerd met casuïstiek waaruit de noodzaak van een integrale aanpak van mensen of gezinnen in probleemsituaties duidelijk naar voren kwam. Soms zijn we onvoldoende op de hoogte van de problemen van mensen. En als die dan bij ons bekend worden, is het vaak echt crisis. We zijn in Huizen op de goede weg om in dit soort crisissituaties doortastend op te treden, maar er zijn ook nog wel belemmeringen om dit te doen. Ook in Huizen zijn we er wat ‘de kanteling’ betreft nog niet. Er liggen dus nog genoeg uitdagingen!

Provincie steunt regionale samenwerking maatschappelijke ondersteuning

0

Twee weken geleden ging een persbericht van het Gewest Gooi en Vechtstreek uit, waarvan ik eigenlijk niets in de media heb teruggezien. Misschien is de boodschap  ingewikkeld, maar daarom niet minder belangrijk. Als wethouders WMO in de regio Gooi en Vechtstreek spannen we ons namelijk enorm in om in nauwe samenwerking tot een goed systeem van maatschappelijke ondersteuning in onze gemeenten te komen, waardoor mensen die ondersteuning nodig hebben ook écht worden geholpen.  Het nieuws is, dat we daarbij nu ook de steun van de provincie hebben! Hier dus het persbericht, voor de mensen die hier wél belangstelling voor hebben.

De provincie Noord-Holland ondersteunt, op initiatief van gedeputeerde Rob Meerhof, de gemeenten in de Gooi en Vechtstreek bij de totstandkoming van de regionale samenwerking op het terrein van wonen, welzijn en zorg (samengevat maatschappelijke ondersteuning). De portefeuillehouders van de negen gemeenten in de Gooi en Vechtstreek willen de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) gezamenlijk oppakken. De regionale samenwerking komt mede dankzij een provinciale bijdrage van €150.000,- in een stroomversnelling terecht.

Nu met elkaar zorgen dat ook straks iedereen mee kan doen

Iedereen wil zo lang en zo zelfstandig mogelijk mee kunnen doen aan de samenleving. Gemeenten ondersteunen inwoners die hierbij problemen ondervinden. Door vergrijzing en bezuinigingen van het Rijk is het steeds moeilijker voor gemeenten om deze maatschappelijke ondersteuning betaalbaar te houden en om tegelijk de kwaliteit op peil te houden. Door nu slim samen te werken en met inwoners en aanbieders van zorg en welzijn in de Gooi en Vechtstreek de maatschappelijke ondersteuning te vernieuwen, verwachten de gemeenten ook de komende jaren ervoor te kunnen zorgen dat iedereen mee kan doen.

De vraag centraal

De gemeenten willen een verandering realiseren van het verstrekken van voorzieningen op basis van individuele rechten naar het op maat ondersteunen van inwoners op verschillende leefgebieden. De maatschappelijk ondersteuning is gericht op het vergroten van de zelfstandigheid van inwoners en het versterken van de eigen regie van mensen op het dagelijks leven. Bij deze vernieuwing staat het activeren én ondersteunen van de eigen kracht van mensen centraal. De wethouders in de Gooi en Vechtstreek zijn ervan overtuigd dat deze doelstellingen gerealiseerd kunnen worden door mensen zelf oplossingen te laten formuleren voor problemen. En vervolgens door de vraag van mensen sturend te laten zijn bij de vormgeving van de maatschappelijke ondersteuning. Door de vraag van mensen centraal te stellen verwachten de gemeenten dat inwoners een hogere kwaliteit ervaren, gelijkwaardigheid in de dienstverlening ervaren en een doelmatiger inzet van publieke middelen. Dit betekent dat er in de toekomst geen blauwdrukken (zoals regelingen en indicatiebesluiten) van ondersteuning meer af te geven zijn. Vraagsturing vraagt om een andere organisatie van dienstverlening. Voor de burger moet dit alles leiden tot een goede dienstverlening, meer keuzevrijheid, en een pakket van maatregelen dat echt past bij de eigen situatie en mogelijkheden.

Visie omzetten in een uitvoeringsprogramma

Tijdens een recent georganiseerde regionaal congres is deze visie besproken met raadsleden, aanbieders, wethouders en ambtenaren. Met behulp van de gelden van de provincie Noord Holland wordt nu gewerkt aan het vertalen van de visie in een uitvoeringsprogramma dat als basis kan dienen voor de lokale Wmo beleidsplannen. Om dit proces goed te begeleiden hebben de wethouders Wmo in de Gooi en Vechtstreek een bestuurlijke taskforce geformeerd. In deze stuurgroep zitten wethouder Janny Bakker (gemeente Huizen), wethouder Gerard Boekhoff (gemeente Bussum) en wethouder Eric van der Want (gemeente Hilversum). De lokale Wmo beleidsplannen worden in het najaar van 2011 ter besluitvorming aan de gemeenteraden voorgelegd.

Naar boven