Naar een responsievere organisatie

Met grote en kleinere gemeenten uit het land hebben we een paar keer per jaar een zogenaamde ‘strategische’ casustafel. Afhankelijk van de door de gemeenten ingebrachte casuïstiek schuiven de deskundigen vanuit de betreffende ministeries aan. Op die manier proberen we de ‘leefwereld’ (zoals we die op plaatselijk niveau in de contacten met inwoners aantreffen) te verbinden met de ‘systeemwereld’, waar zowel het Rijk als de gemeenten een verantwoordelijheid in hebben.

In de afgelopen week waren we weer bij elkaar op onze inmiddels vaste locatie in het stadskantoor in Utrecht. Er stond een casus centraal, waarbij een huisvestingsprobleem aan de orde was. Een vader haalt zijn kinderen uit een eerdere relatie weg bij zijn ex-vrouw, die in een andere gemeente woont dan hij en die de opvoeding van de kinderen niet meer aankan. De kinderen trekken bij hem en zijn nieuwe partner in. Daarmee voorkomt de vader dat de kinderen in een jeugdzorginstelling moeten worden geplaatst. Maar, zijn twee kamerwoning is veel te klein voor zijn nu opeens grote gezin van zes personen. Dat levert veel spanningen op.

Op het eerste gezicht lijkt de casus niet zo ingewikkeld, want voor dit soort situaties hebben we onze urgentiecriteria. Mensen die volgens die criteria dringend (passender) huisvesting nodig hebben, krijgen voorrang op de wachtlijst. De criteria zijn helder. Dat is eerlijk, want er zijn veel schrijnende situaties en weinig passende sociale huurwoningen.

Nu kwam dit gezin volgens de urgentiecriteria echter niet in aanmerking voor een ruimere woning. Ook het toepassen van de hardheidsclausule door de wethouder wonen werd ambtelijk ontraden. Wat is in deze situatie de rol van de coördinerend wethouder sociaal domein? Dat was de vraag waarover we ons hebben gebogen. Niets doen (in de zin van dit gezin laten zitten waar het zit, in een veel te krappe woning) levert namelijk weer andere problemen op, bijvoorbeeld gedragsproblemen bij de kinderen, overlast bij de buren en alle daarmee verband houdende maatschappelijke kosten.

Collega’s brachten in, dat er een pilot wordt gedaan in het kader van de zogenaamde ‘citydeal’, waarin wordt bezien of we wellicht nog andere waarden zouden moeten verbinden aan de huidige urgentiecriteria, zoals betrokkenheid (deze vader nam immers zelf de verantwoordelijkheid voor zijn kinderen) en maatschappelijk rendement (niets doen leidt tot hoge kosten elders). Ik vind dat een interessante gedachte, die ook heel goed zou passen in de visie van onze uitvoeringsorganisatie, om breed en integraal te denken bij het oplossen van problemen van mensen. Maar tegelijkertijd vrees ik ook dat écht maatwerk willen leveren zich slecht verhoudt tot het opstellen van wéér nieuwe criteria, waar vervolgens onze professionals nou net in dat ene individuele geval opnieuw geen kant mee op kunnen.

Minder regels en meer ruimte voor professionals? Zit daar misschien de oplossing? Die vraag houdt me de laatste tijd erg bezig. Als we dat willen, dan moeten we mijns inziens meerdere vormen van professionaliteit gaan erkennen en waarderen. Het gaat niet alleen om technisch-instrumentele professionaliteit, zoals in deze casus het kennen en toepassen van de urgentiecriteria. Het gaat ook om normatieve professionaliteit. Daarmee bedoel ik het expliciet zoeken van een professional naar wat het leven van een ander tot een goed leven kan maken. En het gaat tenslotte ook om persoonlijke professionaliteit. Iedere professional brengt nu eenmaal altijd ook zichzelf mee.

In onze programmabegroting wordt de wens uitgesproken om in te zetten op het versterken van de responsiviteit van onze professionals. In het sociale domein betekent responsiviteit, dat professionals kunnen inschatten wat wérkelijk voor de ander van betekenis. Ik geloof dat dit de stap is, die we als gemeentelijke organisatie moeten gaan maken. En ja, als we een responsievere organisatie willen zijn, dan betekent dat mijns inziens toch echt dat er minder regels moeten komen en dat er meer ruimte moet worden gegeven aan onze professionals. Maar dan moeten we wel duidelijkheid geven over de waarden die daarbij van belang zijn. En dat is ook een politieke vraag.

In de afgelopen twee maanden heb ik zogenaamde ‘lunchgesprekken’ gevoerd met onze consulenten. Ik heb ze inmiddels bijna allemaal gesproken en dat was voor mij heel leerzaam. Ik ben onder de indruk van hun vakmanschap en hun professionaliteit, in alle drie hierboven genoemde opzichten. Maar ik ben ook geschrokken van de druk die wij als gemeentelijke organisatie op deze mensen leggen door onze focus op hun technisch-instrumentele professionaliteit, die ook getoetst wordt volgens onze eigen interne regels en werkprocessen. Wat doen we met het gegeven dat deze mensen in de dagelijkse praktijk ook nu al hun normatieve- en persoonlijke professionaliteit inzetten?

Natuurlijk is de eerste vraag die bovenstaande zal oproepen of dit niet tot grotere willekeur leidt. Ik ben daar eigenlijk niet zo bang voor. Ook op dit moment speelt de persoon van de professional en diens normatieve professionaliteit feitelijk ook al een rol, maar dit blijft nu heel impliciet. Ik vind dat we dit in onze organisatie bespreekbaar en transparant moeten maken, omdat ik denk dat onze consulenten daardoor veel meer ruimte krijgen om responsief te zijn. Dat vraagt wel om voortdurende reflectie op de werkvloer en we zullen dus ook moeten nadenken over (nieuwe) vormen die we daarvoor kiezen, zoals bijvoorbeeld intervisie, supervisie, casuïstiekbespreking, collegiale consultatie of werkbegeleiding.

Dit najaar gaan we met de uitkomsten van de lunchgesprekken aan de slag. Ik verheug me op de gesprekken hierover met mijn collega’s en met het management. En uiteindelijk verwacht ik dat dit ook thema’s zijn waar het in het debat in de Raad over zal moeten gaan.

 

Tweede waterveld voor Huizer hockeyclub

Als wethouder sport heb ik beslist niet alleen maar ‘gezeur’. De opening van het tweede waterveld van de Huizer hockeyclub (HHC) van afgelopen zaterdag was een mooi feestje om bij te wonen en dan ook nog eens met stralend zomers weer. Het tweede waterveld is er niet alleen voor de top. Ook bijna alle jeugdspelers kunnen vanaf nu wekelijks zelf ervaren hoe het voelt om op een waterveld te hockeyen. Natuurlijk is hier veel werk aan vooraf gegaan, zowel voor de vele vrijwilligers van de HHC die hun schouders onder de sponsoring hebben gezet als voor onze ambtenaren. Heel bijzonder en zeer verdiend vond ik dan ook de openlijke complimenten voor onze ambtenaren Liesbeth Schoppen en Frans Elbers, zowel in de speech van Heleen Kropholler, de voorzitter van de HHC als in de speech van Jan Albers, de voorzitter van de Nederlandse hockeybond. Ik zelf ben ook echt hartstikke trots op deze twee kanjers! Jan Albers deed zelfs bij mij nog een poging om Frans ook op andere hockeyvelden in te mogen schakelen, wat natuurlijk voor Frans heel eervol is. Als wethouder ga ik daar overigens  helemaal niet over, maar het management mag wel heel zuinig op hem zijn!    

Het tweede waterveld ligt er prachtig bij!

Toespraak van de voorzitter van de HHC

Frans Elbers letterlijk en figuurlijk in het zonnetje!

Beachvolleybal zoals beachvolleybal moet zijn!

Gisteren zat het weer nog wat tegen, maar vandaag schijnt de hele dag de zon en is het beachvolleybal aan de Zomerkade in Huizen zoals het hoort te zijn! De spelers op blote voeten. De toeschouwers in zwembroek, bikini of badpak op een handdoek of (zelf meegenomen) luie stoel op het strand. Wat een sfeer! In één woord: fantastisch!

Ik sprak vandaag enkele organisatoren, waaronder ook vrijwilligers van de volleybalvereniging Huizen, die tijdens dit festival ook weer veel van hun vrije tijd in het volleybal steken. Zij lieten mij met klem weten, dat ik de ambtenaren vooral de complimenten moet overbrengen. Het zand op het strand was keurig op tijd in een goede condititie gebracht. Alles zag er daardoor al bij aanvang van het beachvolleybal netjes en schoon uit. Maar ook tussendoor, dus ook in het weekend (!), kwamen mensen van de gemeente nog controleren of alles goed was, werden prullenbakken geleegd en werd gekeken of nog ergens geholpen kon worden. Niet alleen de volleybalclub Huizen was hiervan onder de indruk, maar ook de landelijke organisatie achter het beachvolleybal liet weten het zelden zo goed mee te maken.

Met enige spot werd mij verteld dat er een journalist rondliep, die aan iedereen vroeg of er klachten zijn: “Ongetwijfeld zal er iemand gevonden worden die iets te klagen heeft. Maar mocht dit de teneur van de berichtgeving in de krant worden, dan kan ik in ieder geval uit eigen observatie zeggen dat het een heel mooi festival is, waar niets op aan te merken valt!”

Als wethouder moet je soms een olifantenhuid hebben waar het gaat om negativisme. Ik deel de observatie van de volleybalclub, dat het vandaag echt feest was op het strand in Huizen en dat alles piekfijn voor elkaar was. Dit is zoals we Huizen graag op de kaart willen zetten. Sportief, ondernemend, gezellig!

Maar vooral voor onze ambtenaren ben ik blij met de welgemeende complimenten en ik zal die dan ook graag aan hen doorgeven. Eveneens uit eigen observatie kan ik in alle oprechtheid zeggen dat de leden van ons evenemententeam zich de afgelopen weken werkelijk uit de naad gewerkt hebben om het kunst- en cultuurfestival (inclusief het beachfestival) te helpen realiseren. Zij stonden de evenementenorganisaties met raad en daad bij. Zij hebben er vele overuren voor gedraaid en sommigen van hen werden zelfs in de avonduren en in de weekenden thuis gebeld om problemen op te lossen.

Ik heb veel bewondering voor de evenementenorganisaties en de ondernemers die dit geweldige evenement neergezet hebben. Maar ik vind dat de ambtenaren van ons evenemententeam én de ambtenaren die het werk op en om het evenement hebben gedaan minstens zoveel recht op bewondering hebben, voor de mega-prestatie die zij -naast hun reguliere werkzaamheden- ten behoeve van dit evenement hebben geleverd.

Dat gemeenteambtenaren hier zo’n belangrijke rol in hebben gespeeld komt ongetwijfeld niet in de krant, vandaar dus in ieder geval ook een beetje aanvullende en eerlijke berichtgeving vanaf mijn weblog.

De komende week hoor ik wel weer wat er allemaal niet goed ging. We zullen alle klachten natuurlijk ook serieus in behandeling nemen, om te kijken of het volgende keer nóg beter kan.

Maar ik heb dit tenminste maar eens gezegd!

In de ban van de vulkaan

Mijn korte vakantie in de Algarve (Portugal) van vorige week kreeg een onverwachte verlenging. De vulkaan op IJsland is weer actief en toen we ons maandagavond op de luchthaven van Faro meldden, bleek dit een reden om vanaf dat moment geen vluchten meer uit te voeren. We werden dus nog laat in de nacht afgevoerd naar een hotel, met de mededeling dat we de volgende ochtend om 6.00 uur paraat moesten staan voor de mogelijke eerste vlucht naar Amsterdam, die om 9.00 uur gepland stond. Wij stonden dus om 6.00 uur met bagage en al in de hal van het hotel, maar er was niemand die ons enige informatie kon geven. De tijd verstreek en om 8.00 uur werd wel duidelijk dat er geen vlucht om 9.00 uur zou zijn. Wachten dus maar weer. Dat wachten duurde tot 19.00 uur, toen we het bericht kregen dat we nog een nacht in het hotel door zouden moeten brengen en dat we daarna maar weer nieuw bericht af moesten wachten. Uiteindelijk konden we woensdag 22.15 vertrekken met een extra ingelaste vlucht. Op de luchthaven bleek dat het vliegtuig 4 uur vertraging had, maar we waren al lang blij dat er in ieder geval een vliegtuig ging, dus wachten maar weer. Om 2.15 gingen we de lucht in en om 6 uur plaatselijke tijd waren we weer veilig terug op Nederlandse bodem. Na 45 minuten tevergeefs wachten bleken de koffers zoek te zijn, maar vooruit, wij waren er tenminste.

De Collegevergadering van afgelopen dinsdag woonde ik dus niet bij. Eerst hoopten we nog op een vroege vlucht op dinsdag, waardoor ik in de middag zou kunnen aanschuiven. De agendapunten waar ik bij moest zijn werden dus verschoven naar de middag. Toen bleek dat er geen vlucht op dinsdag zou zijn, werd de collegevergadering op woensdag voortgezet, in de hoop dat ik er in ieder geval woensdagochtend weer zou zijn. Maar ook dat lukte dus niet. Woensdagmiddag hoorde ik van Fons Hertog dat een aantal onderwerpen voor de collegevergadering van afgelopen dinsdag alsnog mochten worden doorgeschoven naar aankomende dinsdag. Het gaat om onderwerpen waar ik als wethouder financien en als wethouder sport eigenlijk niet bij afwezig kon zijn. Gelukkig heeft het Presidium besloten dat die stukken voor 1 keer iets later aangeleverd mogen worden, gezien de overmachtssituatie.

Zo hebben we in Huizen dus toch ook zijdelings even last gehad van de vulkaan, maar is de gemeente -ondanks dat- toch goed bestuurd gebleven.

Week vol emoties

Iedereen die trouw mijn weblog leest weet dat ik daarin terugblik op gebeurtenissen die mij in de afgelopen week hebben bezig gehouden of hebben geraakt. Het zou gek zijn om dan helemaal niets te schrijven over
het vertrek van burgemeester Frans Willem van Gils. In de afgelopen jaren heb ik, net als mijn collega  wethouders, intensief met Frans Willem samengewerkt en ik vind het spijtig, dat het gelopen is zoals het
 gelopen is. Maar ik respecteer de keuze die nu door de Frans Willem en de fractievoorzitters is gemaakt.
 
Veel mensen die me hier in de afgelopen week over hebben aangesproken vinden het vreemd dat er niet openlijk wordt gezegd wat nu precies de redenen zijn voor het vertrek van de burgemeester. Ik kan dat wel
begrijpen, maar ook ik kan niet meer zeggen dan datgene wat in de officiële persverklaring staat en door de gemeentelijke woordvoeder is gezegd. 

Gelukkig waren er deze week ook positieve gebeurtenissen.

Donderdag was het 10 december, de dag van de rechten van de mens. Op die avond was ik -nu eens als lid van de Amnesty International groep Huizen- aanwezig op het gemeentehuis, waar vele tientallen kinderen uit de groepen 7 en 8 van de basisscholen in Huizen met hun ouders (en soms ook grootouders) aanwezig waren voor de uitreiking van de prijzen voor de gedichtenwedstrijd die Amnesty in Huizen voor de 9e keer heeft georganiseerd. Ik heb meegedaan in de vierkoppige jury en dus de vele honderden gedichten gelezen. Het is hartverwarmend om te lezen dat de jeugd van Huizen zo oprecht betrokken is bij onrecht in de wereld en zich ook echt realiseert hoe goed we het hier in Nederland eigenlijk hebben. Dat is straks de nieuwe generatie in de strijd tegen mensenrechtenschendingen en dat vind ik heel erg hoopgevend voor de toekomst!

Afgelopen vrijdag ben ik voor de eerste keer in mijn leven “BAB” geweest, buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand dus. Ik mocht mijn nichtje Marieke met haar Sander in het huwelijk aan elkaar verbinden. Een emotionele, maar toch vooral feestelijke gebeurtenis.  

Kortom: Het was een week vol emoties.

 

Weer aan de slag

Na een boeiende reis door Brazilië had ik deze eerste week toch wel even moeite om de problemen in ons eigen dorp weer ter hand te nemen. Een week geleden liep ik nog rond in Sao Paulo, een stad met 20 miljoen inwoners. Er zijn wijken met enorme flatgebouwen, maar ook onafzienbare krottenwijken. De verschillen tussen arm en rijk zijn schrijnend zichtbaar. Hele basale dingen, als een dak boven het hoofd, voedsel, kleding en gezondheidszorg zijn niet voor iedereen beschikbaar. Omdat de bewoners van de krottenwijken geen aansluiting hebben op de riolering zijn er grote problemen in de drinkwatervoorziening. Ook de milieuproblemen zijn immens. Bijna 40% van de beroepsbevolking is werkloos en de criminaliteit is schrikbarend.

Bij zo’n eerste week terug in Huizen valt het dan even niet mee om weer vol energie bezig te zijn met de Huizer agenda. Maar inmiddels is de knop weer om. Er liggen weer veel nieuwe uitdagingen te wachten voor de komende periode.

Het WMO beleidsplan moet worden geschreven en de komende weken komen diverse groepen van belanghebbenden bij elkaar om de belangrijkste knelpunten, die actieve deelname aan onze samenleving belemmeren, in kaart te brengen.

De begrotingsbehandeling voor 2008 moet worden voorbereid. Inmiddels lijkt uit de juni-circulaire van het rijk dat de financiële situatie voor Huizen beter uit ziet dan de sombere voorspellingen in het voorjaar. Dat is natuurlijk goed nieuws, maar tegelijkertijd is het ook wel hinderlijk dat we de inkomsten die we als gemeente van het rijk krijgen zo moeilijk voorspelbaar zijn.

Maar ook daarnaast zijn er nog tal van dossiers die weer opgepakt moeten worden en die me de komende tijd zullen bezig houden. De visie op breedtesport, de evaluatie van het armoedebeleid, de gezondheidsnota, het beleid m.b.t. dierenwelzijn, de regionaal economische samenwerking, de nota toerisme: alles draait op volle toeren! Als ik dan zie met hoeveel deskundigheid en enthousiasme onze medewerkers op al die dossiers aan de slag zijn, dan prijs ik mijzelf echt heel gelukkig met de fantastische ambtelijke ondersteuning. Ophouden dus met relativeren. Ik heb er weer zin in!

Dilemma’s

Mijn agenda stelde me dit weekend voor dilemma’s. Vrijdagavond was er een muziekwedstrijd in het kerkje De Engel, waar mijn zoontje Jorn aan meedeed. Maar er was ook een personeelsfeest waar ik graag bij aanwezig wilde zijn. De oplossing was “splitsen“. Eerst naar de muziekwedstrijd en dan gezellig dansen op het personeelsfeest.

Zaterdag opnieuw een dilemma. Mensen met een verstandelijke beperking hadden een dag georganiseerd over “de WMO in makkelijke taal“. Maar onze eigen Kees de Kok was kandidaat voor een bestuursfunctie binnen het landelijke CDA en ik moest natuurlijk op het CDA congres wel op hem gaan stemmen! “Splitsen” dus maar weer. Eerst naar het congres en eind van de middag naar de WMO bijeenkomst.

Het is niet altijd plezierig om van het een naar het ander te moeten rennen. “Zoef, daar gaat ze weer” zeggen ze dan thuis. Maar het is soms ook onmogelijk om te kiezen tussen prive en werk of tussen partijpolitieke- en locale aangelegenheden. Zo vond ik het zaterdag erg belangrijk om naar het CDA congres te gaan. Op zo’n congres ontmoet je toch weer veel mensen met wie je dingen kunt bespreken die voor Huizen van belang zijn. Daarnaast spelen er op landelijk niveau ook lastige discussies, waar je op het CDA congres invloed op kunt uitoefenen. Maar dit keer was er natuurlijk vooral onze Kees de Kok, die in de schijnwerpers stond. Hij moest het opnemen tegen de landelijk bekende Hannie van Leeuwen en dat redde hij net niet. Maar zijn presentatie op het congres was fantastisch en het verschil was (gezien de bekendheid van Hannie) dan ook echt maar heel klein. Het Huizer CDA mag heel trots zijn op dit fractielid!

Ik moest helaas vervroegd van het CDA congres vertrekken, maar werd in Huizen bijzonder hartelijk ontvangen in het buurthuis Meentamorfose, waar mensen met een verstandelijke beperking de hele dag hard gewerkt hadden aan het vertalen van hun wensen m.b.t. maatschappelijke ondersteuning in Huizen. Er waren prachtige schilderijen gemaakt, die WMO thema’s verbeeldden. Maar er waren ook ontroerende gedichten en afbeeldingen van klei. De aanwezigen lieten weten dat ze het mooi zouden vinden als ze deze resultaten ook op het gemeentehuis tentoon zouden kunnen stellen. Daar gaan we natuurlijk een plan voor maken. Maar de uitkomsten van deze dag gaan zeker ook besproken worden in de WMO Raad, waar ook mensen met een verstandelijke beperking in vertegenwoordigd zijn.

Regionale samenwerking

Terwijl bestuurders in de regio over elkaar heen lijken te buitelen waar het om regionale samenwerking gaat, wordt door onze medewerkers gelukkig gewoon doorgewerkt.

Daarom kon op 25 april jl. een uniek project succesvol worden afgesloten. In dit project hebben de gemeenten Naarden, Weesp, Wijdemeren, Muiden en Huizen in een periode van nog geen 1 1/2 jaar intensief met elkaar samengewerkt bij de aanschaf en ingebruikname van een gezamenlijk nieuw belastingpakket. 

Een woordvoerder van de leverancier van de software (Getronics Pink Rocade) was onder de indruk van de manier waarop de samenwerking is verlopen. “Dat maken we wel eens anders mee“, verzuchtte hij. Als blijk van waardering daarvoor kreeg ik een cheque van 1250 euro overhandigd, die de gemeente Huizen (als trekker van het project) mag gebruiken voor de ondersteuning van de gehandicaptensport, in het bijzonder het project “Sport kent geen grenzen” van atletiekvereniging de Zuidwal.    

Persoonlijk ben ik een warm voorstander van regionale samenwerking. Maar wel in alle nuchterheid. Voor alle deelnemende gemeenten moet met de samenwerking iets te winnen zijn. Dat kan zijn door gezamenlijk kwaliteitswinst te behalen, of een kostenbesparing te realiseren. Soms kan bijvoorbeeld ook een gezamenlijke lobby sterker zijn dan dat alle negen gemeenten in onze regio voor zichzelf op pad gaan. Als er voor onze gemeente door samenwerking met anderen geen enkele winst te behalen is, dan moeten we er vooral niet aan beginnen.

Dit project is een mooi voorbeeld van hoe het dus wel kan. Er is door de hoofden belastingen en door de medewerkers van de belastingadministraties van alle deelnemende gemeenten met veel inzet gewerkt aan dit project. Resultaat: kostenbesparing voor alle gemeenten, een uitstekend werkend product en een stevige basis voor blijvende onderlinge kennisuitwisseling. Hulde!

Trots op het zorgloket

In de eerste twee weken van januari hebben maar liefst 300 mensen contact opgenomen met het zorgloket. Soms met eenvoudige vragen, soms met meer complexe vragen.

Soms komen er vragen waar je van achter een bureau niet gemakkelijk een antwoord op kunt geven. Dat was in de afgelopen week ook het geval. Een echtpaar waarvan de vrouw ernstig ziek is had vragen over een voorziening die de gemeente had verstrekt, waarvan we niet goed duidelijk konden krijgen wat nu precies het probleem was. “Laten we er maar eens gaan kijken” stelde ik de coördinator van het zorgloket voor. En binnen enkele dagen was de afspraak gemaakt. Dat was ook goed, zo bleek tijdens het bezoek. We konden met eigen ogen zien hoe de situatie was en vanuit het zorgloket kon daardoor ook gericht actie worden ondernomen in de richting van de leverancier van de voorziening.

Ik zat samen met de coördinator van het zorgloket nog wat met het echtpaar na te praten over hun situatie en over de contacten die zij met de gemeente en de diverse zorginstellingen hebben gehad. Er was nogal wat aan te merken op de diverse instanties, maar, zo merkte het echtpaar op: “Het zorgloket is prima! Daar zijn we goed geholpen, door mensen die kennis van zaken hebben en die ook begrip hebben voor onze problemen”.

Het is niet voor het eerst dat ik positieve reacties hoor over het zorgloket. Maar het vervult me toch steeds weer met trots dat ik deze signalen krijg van mensen die met het zorgloket in aanraking komen. In twee weken 300 mensen te woord moeten staan en dan toch maar mooi deze goede PR! Medewerkers van het zorgloket: complimenten!

Ambtenaren

De eerste begrotingsraad van ons nieuwe College ligt achter ons. Gisteren (donderdag) hebben negen fracties in de Raad de voor hen belangrijke kwesties uit hun schriftelijke algemene beschouwingen nog eens mondeling toegelicht en daarbij werden ook veel vragen gesteld. We hadden ons allemaal goed op alle mogelijke vragen voorbereid, maar toch voelde ik me aan het begin van de begrotingsraad best wat nerveus. 

Onnodig achteraf, want voorafgaand aan de anderhalf uur die we hadden om alle vragen te beantwoorden waren de betrokken ambtenaren al aan de slag geweest om ons daarin bij te staan. Feiten waren boven tafel gehaald, optelsommen nog eens nagerekend en sommige antwoorden zelfs al helemaal netjes op schrift gezet.

Bij de start van de beantwoording van alle vragen kon ik dan ook namens het hele College zeggen dat wij ons bijzonder gesteund voelen door ons ambtelijk apparaat, niet alleen tijdens een inwerkperiode, maar ook tijdens het hele proces van de totstandkoming van de begroting. Het College gaat weliswaar in de presentatie van de begroting “de zeepkist” op, maar voordat dat mogelijk is, moet door veel mensen in ons gemeentehuis heel veel werk worden verzet.  

Over het imago van ‘ambtenaren’ wordt wel eens wat lacherig gedaan. Ten onrechte! Huizers mogen wat mij betreft dan ook best weten dat in ons Huizer gemeentehuis keihard gewerkt wordt, onder vaak heel hoge druk. Voor veel ambtenaren is hun werk dan ook echt geen “van negen tot vijf baan”. En het resultaat van al dat werk is van een continue hoge kwaliteit. 

Vandaag (vrijdag) zijn de besprekingen over de begroting afgerond, in een heel goede sfeer. De begroting en de belastingnota voor 2007 zijn vrijwel ongewijzigd vastgesteld. Wel hebben we aan de Raad heel wat beloftes gedaan, dus we gaan er de komende maanden weer keihard tegenaan. 

Ik ga nu zelf gezellig een midweekje samen met mijn zoontje naar Pompei en Napels. Maar na de herfstvakantie doen we op het gemeentehuis, als waardering voor al het zwoegen van onze fantastische ambtenaren, iets lekkers bij de koffie!