Respect in een tijd van sociale ongelijkheid

Tijdens mijn vakantie las ik het boek van Richard Sennet: “Respect in een tijd van sociale ongelijkheid”. Ik wil daaruit graag wat hoofdlijnen met u delen.

Sennet begint dit boek met het beschrijven van een woningbouwproject in een woonwijk in Chicago, waarin hij als kind opgroeide. Het project was goed bedoeld (huisvesting voor de armen), maar het probleem was dat het woningbouwproject de mensen de controle over hun eigen leven ontnam. Zij waren volgens Sennet “de betaalde toeschouwers van hun eigen behoeften, slechts consumenten van de zorg die aan hen werd verleend. Zij ervoeren dan ook het typische gebrek aan respect dat eruit bestaat dat men niet wordt gezien, dat men niet wordt beschouwd als een volwaardig mens”.

Wanneer zien wij een volwassen persoon eigenlijk als ‘volwaardig mens’? Opmerkelijk genoeg is dat in iedere cultuur verschillend. Sennet beschrijft dit als voor onze westerse samenleving als volgt: “In onze cultuur is er niets beschamends aan als iemand zegt: “ik heb hulp nodig”, zolang de persoon die deze uitlating doet de situatie nog beheerst. Mensen willen zelf de controle hebben over wat zij zien en de manier waarop zij gezien worden. Alleen dan kunnen zij zich een ‘volwaardig mens’ voelen. (…) Een van de culturele consequenties van deze traditie is dat mensen zich vernederd voelen als ze om hulp moeten vragen of hun zwakte moeten tonen. (…)” 

In Amerika ontdekten bijstandsonderzoekers Richard Cloward en Frances Fox Piven dat bijstandsgerechtigden vaak het gevoel hebben dat zij zonder respect behandeld worden en dat men hen ‘moet hebben’, zelfs wanneer ze kunnen aantonen daadwerkelijk hulp nodig te hebben. Sennet verklaart dit gevoel als volgt: “Eenmaal in de bijstand verliest men al snel de controle. Niets is meer privé. Men kan zich niet meer verschuilen”(…).

Deze week moest ik hieraan denken, toen ik een gesprek had met iemand die deze ervaring in onze eigen gemeente Huizen ook heeft gehad. Het gevoel dus, om niet beschouwd te worden als volwaardig mens. Een gevoel van ongelijkheid. Immers, de hulpverlener die tegenover jou zit, heeft meer macht dan jij. Hij of zij kan voor jou essentiële beslissingen nemen. Jij hebt er zelf geen controle meer op. Die ervaring leidt tot schaamte, onmacht, woede en frustratie.

De ongelijkheid tussen mensen die Sennet beschrijft, gaat vooral hierover. Het is niet zo erg om te erkennen dat mensen ongelijk bedeeld zijn als het gaat om talenten. Niet iedereen is een begaafd wiskundige of een virtuoos pianospeler. Daar gaat het dus ook helemaal niet om. Ongelijkheid wordt pas ervaren, als er geen wederzijds respect is.

De centrale vraag die Sennet in zijn boek stelt is: “Hoe kan men met wederzijds respect de grenzen van ongelijkheid overschrijden?” De kern van zijn antwoord is, dat we moeten leren om het elementaire feit te respecteren dat ieder mens anders is. Echt respect hebben voor iemand betekent dat je jezelf niet op de ander moet projecteren. Je moet de autonomie en de behoeften van anderen serieus nemen.

In onze gemeente doen onze consulenten er alles aan om mensen autonomie toe te kennen en om hun behoeften als uitgangspunt te nemen. Vraagsturing noemen we dat. We willen niet dat mensen die hulp van de gemeente nodig hebben zelf daarop de controle verliezen. In tegendeel, we willen juist dat zij met een beetje hulp vanuit de gemeente de regie over hun leven (weer) zelf kunnen oppakken. 

We moeten wel erkennen dat er altijd een zekere mate van afhankelijkheid is in de relatie tussen een consulent en een hulpvrager. Die afhankelijkheid is echter niet het grootste probleem. Het wordt pas een groot probleem, als we de fout maken om te ontkennen dat inwoners die bij ons komen met een verzoek om hulp, zelf in staat zijn om mee te denken over de voorwaarden van die afhankelijkheid. Die fout leidt er toe dat we het zelfrespect van mensen beschadigen en daar kunnen zij -ook na heel veel jaren- nog heel erg onder lijden.  

Ik vind het erg goed dat onze consulenten juist rond dit thema ook onderling ‘intervisie’ organiseren. ‘Wederzijds respect’ is zo’n gemakkelijk en algemeen geaccepteerd begrip. Maar écht respect hebben voor anderen, in welke situatie die ander zich ook bevindt en welke keuzes die ander ook maakt of heeft gemaakt, dat vraagt voortdurend om een persoonlijke inspanning. Er zitten ook grenzen aan die inspanning, die consulenten voor zichzelf ook mogen en moeten stellen. Dat is soms erg moeilijk en al helemaal niet vanzelfsprekend. Maar het is wel waar we in Huizen voor gaan: “met wederzijds respect de grenzen van ongelijkheid overschrijden”.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *