Toekomst langdurige zorg

Gisteren vond in Rotterdam een ontmoeting plaats tussen de wethouders en ambtelijk vertegenwoordigers van de 11 zogenaamde ‘proeftuingemeenten’ en staatssecretaris van Rijn. Thema was: ‘de toekomst van de langdurige zorg’. Drie van de 11 gemeenten hielden een korte presentatie. Rotterdam presenteerde de eigen ervaringen met de wijkteams. Leeuwarden vertelde over de ervaringen met het wijkgericht werken vanuit een ontschot budget. En namens onze regio presenteerde Hans Uneken onze ervaringen met vraaggestuurd werken, persoonsvolgende bekostiging en het digitaal leefplein.  Daarna volgde een open gesprek over de ervaringen vanuit de 11 ‘proeftuingemeenten’, waarbij zowel de successen als de leerpunten aan de orde kwamen.

Over het algemeen viel het mij op dat door de aanwezige gemeenten op alle niveau’s met veel drive wordt gewerkt aan een situatie waarin alle inwoners de zorg of ondersteuning die zij nodig hebben ook daadwerkelijk krijgen, passend bij hun persoonlijke omstandigheden. Daarbij wordt ook samen met inwoners gezocht naar oplossingen die voorheen niet denkbaar waren. Er is veel meer individueel maatwerk mogelijk dan voorheen. We zien nu ook al een verschuiving van zorg naar welzijn. We zien veel meer burgerinitiatieven. Er wordt op wijkniveau intensiever samengewerkt tussen gemeenten, huisartsen en andere professionals in de wijk. Kortom, in veel opzichten is de verschuiving van taken vanuit het Rijk naar gemeenten mijns inziens een hele goede keuze geweest en ik vind het prijzenswaardig dat staatssecretaris van Rijn de moed, de visie en de daadkracht heeft gehad om deze enorme omwenteling tot stand te brengen. Dat mag ook wel eens gezegd worden!

We constateerden met elkaar dat de decentralisaties tot nu toe eigenlijk redelijk vloeiend door de gemeenten konden worden uitgevoerd. Natuurlijk zijn er hier en daar knelpunten die moeten worden opgelost, maar die waren er onder het oude regime ook, zo niet vele malen meer. Voor de nabije toekomst werden nog wel een aantal zaken benoemd die nog verder moeten worden doorontwikkeld. Zo werd er gesproken over lastigheden in de samenwerking met zorgverzekeraars, zeker als financieringssystemen niet op elkaar aansluiten. Ook willen gemeenten nog ervaring opdoen met sociale wijkteams (die in iedere gemeente weer een andere naam hebben overigens) en zijn er wat de wijkaanpak betreft vele wegen die naar Rome zouden kunnen leiden. Ook het dilemma tussen enerzijds wijkgericht werken enerzijds en anderzijds de vrijheid van inwoners als het gaat om de keuze van (zorg)aanbieders kwam aan de orde, evenals de vraag hoe we wegblijven van bureaucratie en administratieve rompslomp en hoe we erin slagen om onze inwoners écht regie (terug) te geven. Kortom, in korte tijd kwamen tal van thema’s op tafel, waar de ‘proeftuingemeenten’ nog willen door ontwikkelen.

De wereld is veranderd. Er is minder geld voor langdurige zorg, er wordt een groter beroep gedaan op de kracht van de samenleving en er is ook meer bewustwording, dat mensen om gelukkig oud te worden meer nodig hebben dan alleen goede zorg. Gemeenten kunnen verbindingen leggen met welzijnswerk voor het versterken van het sociale netwerk van mensen, gemeenten kunnen mensen bijstaan bij het vinden van passend werk en gemeenten kunnen financiële problematiek helpen oplossen (zie ook mijn blog over eigen bijdragen op de website van de gemeente Huizen: http://www.huizen.nl/bestuur/wethouder-bakker-vertelt_41621/item/hoe-zit-het-met-de-eigen-bijdrage_6589.html). De toekomst van de langdurige zorg is mijns inziens dan ook absoluut niet somber, integendeel, ik zie heel veel kansen, mits we ons er voortdurend van bewust blijven dat we de inwoner centraal blijven stellen en niet verzanden in structuur- of systeemdiscussies. Wat dat betreft was de bijeenkomst van gisteren vanuit bestuurlijk oogpunt bezien veelbelovend, want die mening werd zowel door de wethouders als door de staatssecretaris gedeeld.

Als elke seconde telt …

In de afgelopen week was het weer tijd voor een herhalingscursus reanimatie. Een paar jaar geleden, toen onze gemeente begon met het project ‘burgerhulpverlening’ ben ik samen met mijn echtgenoot met die cursus begonnen bij de Stichting Reanimatie Huizen en sindsdien moet dit dus jaarlijks worden herhaald. Het kost een avond per jaar, maar dat hebben wij er graag voor over. Immers elke week worden er in ons land 300 mensen getroffen door een hartstilstand buiten het ziekenhuis. Het gaat om jonge en oudere mensen, mannen en vrouwen. Het kan dus iedereen overkomen, ook vrienden of familieleden in onze eigen omgeving. Als iemand een hartstilstand krijgt, dan nemen zijn of haar kansen om dit zonder complicaties te overleven enorm toe als er binnen 6 minuten gereanimeerd wordt. En omdat de aanrijtijd van een ambulance vaak net iets te lang is om binnen 6 minuten ter plaatse te zijn, zijn burgerhulpverleners (die dus kunnen reanimeren en een AED kunnen gebruiken) van levensbelang. Dit komt dus ook tijdens zo’n reanimatiecursus allemaal aan de orde.

foto reanimatiecursus

In Huizen hebben we er in nauw overleg met onze Regionale Ambulancevoorziening voor gekozen om een groot aantal AED’s (dat zijn apparaten waarmee een soort elektrische schok kan worden gegeven om het hart weer op gang te brengen) in buitenkastjes te plaatsen, waardoor nu bijna overal in onze gemeente, 24 uur per dag, op maximaal 6 minuten afstand AED’s beschikbaar zijn. Ook hebben heel veel mensen uit Huizen zich aangemeld als burgerhulpverlener. Maar helaas zijn dat er nog niet genoeg. Aanmelden kan nog steeds via www.hartslagnu.nl.

Hoe gaat het in zijn werk? Als burgerhulpverlener volgt u een reanimatiecursus. Dat kost u 1 avond. De kosten hiervan zijn 25 euro. Die worden in de meeste gevallen vergoed door uw zorgverzekeraar. Dat geldt dus ook voor de jaarlijkse herhalingscursussen, waarbij de kennis weer even wordt opgefrist en u het reanimeren en het gebruik van een AED ook weer kunt oefenen.

Als iemand een hartstilstand krijgt, dan wordt meestal 112 gebeld. Op dat moment worden twee ambulances gestuurd naar de plek waar het slachtoffer ligt, maar er worden ook gelijk sms-jes gestuurd naar burgerhulpverleners die dus zijn ingeschreven bij Hartslag Nu en die in de nabije omgeving van het slachtoffer wonen. Uit het sms-je blijkt of u direct moet gaan reanimeren, of dat u de AED moet halen. De plek van de AED (en de code van het slot van het buitenkastje) worden daarbij ook doorgegeven. Er worden dus altijd meerdere mensen benaderd. Het doel is dat in ieder geval één of twee personen binnen 6 minuten ter plaatse zijn. Het kan natuurlijk ook gebeuren dat u zelf in de buurt bent als iemand een hartstilstand krijgt. Tijdens de cursus leert u hoe u dit kunt herkennen. U gaat in die situatie natuurlijk zelf 112 (laten) bellen en start gelijk met reanimeren.

In de afgelopen drie jaren heb ik zelf drie keer een oproep gekregen. Eén keer moest ik een reanimatie beginnen. De beide andere keren was er al iemand anders ter plaatse. Het is best even schrikken als je dat overkomt. Maar het is wel heel fijn als je op dat moment weet wat je te doen staat en dat je niet machteloos moet toekijken.

Als u meer wilt weten over burgerhulpverlening, of zelf ook burgerhulpverlener wilt worden, dan kunt u informatie krijgen op de website www.hartslagnu.nl of www.hartstichting.nl/6-minutenzone. U kunt natuurlijk ook de website van de gemeente Huizen bezoeken.

 

Nieuwbouw kinderboerderij

Het is voor mij een lang gekoesterde wens, die nu eindelijk in vervulling lijkt te gaan: nieuwbouw van onze kinderboerderij. Jaren geleden werd daar het gebouw ‘de Ruif’ geplaatst. Dat was destijds een enorme voortuitgang, maar nu is het gebouw wel erg gedateerd. Vandaag was ik er nog en zag ik met eigen ogen wat een schamele huisvesting de medewerkers en de vrijwilligers van de kinderboerderij momenteel hebben. Er is geen verwarming, wat vandaag niet zo erg was natuurlijk, maar als het buiten koud is, dan is het ook echt koud in ‘de Ruif’. Een vloer zit er niet in en ook de keuken, of wat daarvoor door moet gaan, is echt heel armoedig. Kantoorruimte is er niet en eigenlijk is er ook geen representatieve ruimte om gasten te ontvangen. Groepen kinderen zijn welkom in ‘de Ruif’, maar dan moet het weer dat wel toestaan. En dagbesteding voor bijvoorbeeld mensen met een beperking is er al helemaal niet mogelijk. Daarvoor voldoet ‘de Ruif’ beslist niet aan de voorwaarden die de Arbo wet (Arbeidsomstandighedenwet) stelt.

kinderboerderij

Binnenkort is dat verleden tijd. We gaan (als de gemeenteraad daar op 25 juni a.s. mee instemt), een nieuwe, volledig energie-neutrale accommodatie voor de kinderboerderij bouwen. En daar ben ik om meerdere redenen heel erg blij mee.

In de eerste plaats is dat vanwege de recreatieve functie van de kinderboerderij. Vandaag was het er behoorlijk druk vanwege de opening van de bijenschans door mijn collega Gerrit Pas. En dan is duidelijk zichtbaar hoe kinderen (en hun ouders) genieten van de dieren van de kinderboerderij. Dit is voor Huizen (én Blaricum) echt een prachtige recreatieve voorziening, waar ouders met hun jonge kinderen graag naartoe gaan.

In de tweede plaats is dat vanwege de educatieve functie van de kinderboerderij. Want laten we eerlijk zijn: daar waar onze generatie nog opgroeide tussen de dieren (bijna iedereen had thuis wel konijnen, duiven of kippen en er waren ook veel meer boerenbedrijven dan nu), zien kinderen nu nauwelijks nog dieren. Gevolg is dat kinderen soms echt geloven dat melk uit een pak komt en dat ze er geen idee van hebben dat daar een koe aan vooraf gegaan is. Kinderen leren daardoor ook niet meer hoe ze met dieren om moeten gaan, wat  heel veel dierenleed in de toekomst tot gevolg kan hebben. Ik vind de kinderboerderij echt een unieke plek om kinderen te leren over de manier waarop zij moeten omgaan met hun leefmilieu en met de dieren die met ons samen leven. Gerrit Pas deed het vandaag ook fantastisch bij de opening van de bijenschans, door voor de kinderen van scouting Flevo heel klein te maken wat zij daar zelf aan kunnen doen. De bijenstand kan bijvoorbeeld op peil blijven als we niet meer met gif spuiten tegen onkruid en als we plantjes poten waar bloemen uit groeien die goed zijn voor bijen. De gemeente geeft al het goede voorbeeld, maar in iedere tuin kan dit worden nageleefd. Waar leer je dit tegenwoordig nog?

Tenslotte krijgen mensen met een beperking dankzij de kinderboerderij straks ook mogelijkheden om gewoon aan de samenleving mee te doen. Met de stichting Philadelphia zijn hierover al afspraken gemaakt. Van de meer dan 40 cliënten van Philadelphia die in Huizen wonen kunnen tenminste acht mensen straks op de kinderboerderij een nuttige dagbesteding vinden, gewoon midden in de samenleving. Daarnaast hebben we ook afspraken gemaakt met Versa Welzijn om het concept ‘Tijd voor meedoen’ uit te breiden naar locaties buiten de wijkcentra, zoals onder meer naar de kinderboerderij. Bij de wijkcentra melden mensen zich vaak aan die niet vanzelfsprekend een plekje in de samenleving kunnen vinden. Zij krijgen hulp bij het vinden van een plek die echt bij hun talenten past en waar ze zelf ook echt blij van worden. Zo’n plek zou straks ook de kinderboerderij heel goed kunnen zijn. Een plek waar het goed toeven is, samen met kinderen en hun ouders of grootouders, met vriendelijke mensen die echt aandacht voor je hebben, in een mooie groene omgeving met heel veel prachtige dieren. Ik werd er vandaag zelf ook al weer heel blij van om daar te zijn.

Zodra het plan door de gemeenteraad is goedgekeurd gaan we met het bestuur van de Kinderboerderij aan de slag met de realisatie van de nieuwbouw. Bij een kinderboerderij moet altijd rekening gehouden worden met de komst van jonge dieren. Het voorjaar van 2016 is dus minder geschikt voor bouwaangelegenheden. Daarom is de verwachting dat de nieuwbouw van de kinderboerderij begin 2017 zal zijn afgerond. Mét passende (kantoor)ruimte voor de beheerders en de vrijwilligers, mét een fatsoenlijke keuken en koffie/thee/limonade uitgiftepunt, mét kleedruimtes en een douche voor de mensen die er een dagbesteding hebben en mét voldoende ruimte voor natuur- en milieueducatie.  Ik kan eigenlijk niet wachten!

Opening ‘Meentamorfose’

Met gepaste trots mocht ik zaterdag het wijkcentrum ‘Meentamorfose’ openen. De opening ging gepaard met een heus buurtfeest, waarvoor een enorme belangstelling was. Leuk om al die buurtbewoners op deze manier te laten kennis maken met ‘hun’ nieuwe wijkcentrum.

 

opening wijkcentrum 2

De openingsceremonie was het doorknippen van heel veel gekleurde linten, door ook weer heel veel mensen die allemaal gebruik maken van het wijkcentrum. Oud en jong, ziek en gezond, mensen met beperkingen, professionals en vrijwilligers, kunstenaars en sporters, iedereen was er. Ook de wijkagenten waren aanwezig, maar ook al mijn collega wethouders en heel veel raadsleden. Dat laatste is belangrijk, want de raadsleden hebben niet alleen de complete renovatie van de voormalige school tot het huidige wijkcentrum mogelijk gemaakt, maar zij maakten met hun aanwezigheid ook zichtbaar hoe groot de betrokkenheid van de Huizer politiek bij deze wijk is. En dan is het toch heel mooi om te mogen zien waar de investering die we in dit wijkcentrum hebben gedaan toe heeft geleid.

opening wijkcentrum 1

In mijn speech, die ter gelegenheid van zo’n opening altijd vooral kort moet zijn, heb ik drie zaken benoemd. In de eerste plaats was dat de bouw van het wijkcentrum. Het heeft nogal wat voeten in de aarde gehad voordat het besluit is genomen om dat op deze plek te doen. Uiteindelijk heeft de doorslag gegeven dat de plek fantastisch is, midden in de wijk, goed zichtbaar en omgeven door groen. Het is ook doodzonde, met het oog op duurzaamheid, om een gebouw dat nog goed is te slopen. Bij de renovatie is -behalve het achterstallig onderhoud- veel aandacht besteed aan duurzaamheid. Er zijn 32 zonnepanelen op het dak geplaatst om volledig in het energiegebruik te kunnen voorzien. Het dak is geïsoleerd, er is een nieuwe HR ketel geplaatst, er is overal LED verlichting aangebracht etc. Immers, als we in Huizen in 2050 klimaatneutraal willen zijn, dan moeten we zelf het goede voorbeeld geven.

In de tweede plaats heb ik aandacht besteed aan de functie van dit wijkcentrum. Natuurlijk is dat in de eerste plaats een ontmoetingsplek voor de buurt. Tal van activiteiten vinden hier plaats. Maar wat ik er bijzonder aan vind is dat die activiteiten niet door professionals worden ‘bedacht’, maar door de buurtbewoners zelf. Versa Welzijn noemt dit ‘Tijd voor Meedoen’. Het komt erop neer dat mensen die een idee hebben, of een passie, of een bijzonder talent, dit hier kunnen delen met anderen. Ik heb hiervan al hele bijzondere voorbeelden gezien. Het is hartverwarmend om te ervaren wat dit voor mensen oplevert.

Tenslotte heb ik iedereen bedankt die heeft meegewerkt aan de renovatie. Dat is vooral Mieke van Dijk van de gemeente Huizen, die helaas zelf niet bij de opening aanwezig kon zijn, maar héél wat uren bezig is geweest om alles in goede banen te leiden, daarbij geholpen door het bouwbedrijf Bloemendaal, de bouwkundige begeleiding van Henk Burgmans en de architect Gertjan Eekel. Vanuit Versa Welzijn was het vooral Simone Henrichs die hier heel hard aan heeft gewerkt. Wat een prestatie heeft zij hier neergezet. En dat in zo’n korte tijd. Het is ook ongelofelijk hoeveel mensen zij daarbij heeft weten te enthousiasmeren. Hulde! En dan heb ik ook nog Jenny Kleve genoemd, die de egel- en eekhoornopvang (achter het wijkcentrum) heeft ingericht, maar daarbij heel intensief heeft samengewerkt met Simone Henrichs en haar team. Zij heeft haar openingsfeestje in september.

Het wijkcentrum is nu officieel geopend. En het is prachtig! Het centrum is ruim, modern, gezellig en fris en de grote ramen laten veel licht naar binnen. Een plek waar het goed toeven is, voor iedereen die in deze wijk woont of er gewoon eens langs wil komen. De kwaliteit van een samenleving begint, waar mensen naar elkaar omzien. Het zijn de inwoners van deze wijk, die zaterdag hebben laten zien waar zij met elkaar toe in staat zijn.

Principes in de politiek

Foto van J.S. Bach's matheus passion, einde van aria nr. 41 "Geduld".

Foto van J.S. Bach’s matheus passion, einde van aria nr. 41 “Geduld”. (bron: Wikipedia)

Vandaag was het ‘goede vrijdag’. In de kerk wordt dan het lijdensverhaal van Jezus voorgelezen en in veel kerken wordt dit lijdensverhaal met de ‘Matthäus passion’ van Bach bezongen. In de Goede Herderkerk, waar ik vanavond was, werd daarbij de vraag gesteld: “Wat zou jij doen?”

Als bestuurder probeerde ik mij te verplaatsen in de situatie van Pilatus. Tot drie keer toe spreekt deze bestuurder uit: “Ik vind geen schuld in deze man”. En toch levert hij Hem uit, om gekruisigd te worden. Hij vreesde een opstand en was kennelijk zo bang voor zijn eigen positie, dat hij het maar liever niet al te nauw nam met zijn principes.

Tja, wat zou ik doen?

Schilderij van Duccio (bron: Wikipedia)

Schilderij van Duccio (bron: Wikipedia)

Het dilemma van Pilatus is echt niet iets van 2000 jaar geleden. Ook in deze tijd komt het voor dat je als bestuurder je rug recht moet houden als het om principes gaat. Zo nam de Zweedse minister van buitenlandse zaken. Margot Wallström, het op voor mensenrechten in Saudi Arabië (zie ook dit artikel in de Guardian). Zij sprak zich uit tegen praktijken waarin jonge meisjes gedwongen worden uitgehuwelijkt aan oude mannen, waarin vrouwen niet mogen reizen en waarin een kritische blogger wordt veroordeeld tot 1000 stokslagen en tien jaar gevangenisstraf. Gevolg van haar principiële standpunt is dat Zweedse zakenmensen geen visum meer krijgen voor Saudi Arabië en dat Zweden nu dus miljarden aan inkomsten misloopt. Margot Wallström koos wél voor haar principes, ook nu Zweden daarvoor deze prijs moet betalen en daarmee haar positie wellicht onmogelijk wordt.

Tja, wat zou ik doen?

Foto van Margot Wahlstrom (bron: Wikipedia)

Foto van Margot Wahlstrom (bron: Wikipedia)

Deze week hebben wij als Amnestygroep Huizen aan Amnesty International Nederland gevraagd om er bij Europese regeringsleiders op aan te dringen om dappere bestuurders als Margot Wallström te steunen. Eduard Nazarski, directeur van Amnesty, plaatste een bericht op zijn Facebook pagina: “Welk EU land gaat Zweden nu echt actief steunen in zijn opstelling tov Saudi Arabië?”

Ik vind het ongelofelijk dapper als bestuurders staan voor hun principes. Laten we bestuurders als Margot Wallström dan ook massaal steunen! We mogen toch niet accepteren dat het zo oorverdovend stil blijft in Europa en dat een klein land als Zweden alleen komt te staan tegenover de enorme druk vanuit Saudi Arabië?

Of zijn wij ook bang dat het ons iets zal kosten?

 

Inclusieve arbeidsmarkt

Het lijkt bijna onrealistisch: binnen 10 jaar moeten er in onze regio 1462 banen bijkomen voor mensen met een arbeidsbeperking. Dat zijn er bijna 150 per jaar. En toch gaan we daarvoor, omdat we het onacceptabel vinden dat mensen vanwege een arbeidsbeperking aan de kant staan. Iedereen die (deels) een eigen inkomen kan verdienen hoort mee te kunnen doen op de arbeidsmarkt en ook mensen met een arbeidsbeperking moeten dus in staat gesteld worden om hun talenten in te zetten. Dat geldt zeker ook voor mensen met een Wajong uitkering en voor mensen in de sociale werkvoorziening. Juist ook voor hen willen we een zogenaamde ‘inclusieve arbeidsmarkt’ realiseren. Dat is een arbeidsmarkt die hen niet uitsluit, maar juist opneemt. Op vrijdag 6 maart tekenen we daarom als tien gemeenten in de regio Gooi en Vechtstreek een ‘convenant inclusieve arbeidsmarkt’, samen met UWV,  werkgevers-, werknemers- en onderwijsorganisaties.

Ondertekening convenant inclusieve arbeidsmarkt

Banenafspraak

In 2013 hebben de sociale partners en het kabinet op nationaal niveau in het Sociaal Akkoord een banenafspraak gemaakt, met als doel om in ons land 125.000 mensen met een arbeidsbeperking aan werk te helpen. Voor onze regio betekent dit concreet dat we voor deze mensen 1462 banen in tien jaar tijd moeten realiseren. Als overheid moeten we zelf voor 212 van die banen zorgen. De andere 1250 banen moeten door de bedrijven in onze regio worden gerealiseerd.

Werkkamer Gooi en Vechtstreek

In de afgelopen maanden is hard gewerkt aan de oprichting van een ‘Werkkamer’, waarin we als gemeenten samen met UWV, werkgeversorganisaties (VNO, NCW West en MKB Nederland), werknemersorganisaties (FNV en CNV) en onderwijs (ROC-Amsterdam, college Hilversum) niet alleen ieder voor zich aan de slag gaan, maar ook samen de krachten bundelen bij het uitvoeren van concrete acties die moeten leiden tot de realisatie van de banenafspraak. Voorzitter van de Werkkamer is de Hilversumse wethouder Arjo Klamer. Namens de regiogemeenten (Blaricum, Bussum, Eemnes, Hilversum, Huizen, Laren, Muiden, Naarden, Weesp en Wijdemeren) hebben de Hilversumse wethouder Wimar Jaeger (namens de wethouders met de portefeuille economie) en ikzelf (namens de wethouders met de portefeuille sociaal domein) er zitting in, maar uiteraard werken alle wethouders ook zelf in de eigen gemeente keihard mee aan het realiseren van de banenafspraak. Saloua Chaara is namens de regio Gooi en Vechtstreek secretaris van de werkkamer.

Hoe gaan we dat aanpakken?

De werkkamer gaat er allereerst voor zorgen dat we in onze regio duidelijke informatie geven aan werkgevers die mensen met een arbeidsbeperking in dienst willen nemen. Voor hen moet het heel overzichtelijk zijn wat daarvoor de regels zijn en zij mogen beslist geen last meer hebben van allerlei bureaucratisch gedoe. Dat moeten we hen dus uit handen nemen. Ook moet heel duidelijk zijn voor werkgevers bij wie zij moeten zijn als zij mensen met een arbeidsbeperking in dienst willen nemen. Gemeenten en Tomin werken daarin al samen, maar ook met het UWV moeten afspraken worden gemaakt, zodat het voor werkgevers straks niet meer uitmaakt met wie zij te maken hebben, omdat de dienstverlening vanuit gemeenten/Tomin en vanuit UWV hetzelfde is.

Belangrijk speerpunt

Ik vind het een enorme klus, waar we aan begonnen zijn. Maar ik vind dit wel één van de belangrijkste speerpunten voor de komende jaren. De kwaliteit van onze samenleving staat of valt wat mij betreft met de mate waarin we als samenleving bereid zijn om iedereen een kans te geven om naar vermogen aan de samenleving mee te doen. In Huizen onderzoekt de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkelingen (RMO) momenteel welke initiatieven er in Huizen al zijn. We willen bedrijven en organisaties die de inclusieve samenleving zichtbaar maken in het zonnetje zetten en daarmee ook andere bedrijven en organisaties enthousiasmeren. Maar ik vind het ook heel belangrijk om de mensen die het betreft zichtbaar te maken. Als werkgevers zien wat voor prachtige mensen dit zijn en met hoeveel passie en motivatie zij hun werk doen, dan heb ik er alle vertrouwen in dat we vooroordelen kunnen wegnemen en heel veel werkgevers over de streep zullen trekken!

Schuldhulpverlening in Huizen

Donderdag las ik in het Nieuwsblad voor Huizen de kop ‘Raad schrikt van belabberde staat schuldhulpverlening’. Ik herkende deze uitspraak van PvdA raadslid Margot Leeuwin en die was absoluut niet representatief voor de rest van de Raad. Niet verbazend overigens, want Huizen heeft geen wachtlijsten voor schuldhulpverlening en heeft vergeleken met de rest van Nederland 5 tot 6 % betere slagingspercentages van schuldhulpverlening. De ambitieuze doelstelling die de Raad gesteld heeft is dat 70% van alle mensen een schuldhulpverleningstraject positief afrondt. Dat is in werkelijkheid nu 73%. Niet bepaald belabberd dus, integendeel. En zeker geen reden om mij op te winden over één raadslid dat zich kennelijk met dit soort boude uitspraken politiek wil profileren. Tenminste, dat was donderdagochtend mijn eerste reactie.

Verbeterpunten

Wat is er nu precies aan de hand? In opdracht van de Rekenkamercommissie Huizen heeft het Verwey Jonker Instituut onderzoek gedaan naar de schuldhulpverlening in Huizen. De onderzoekers geven in het eindrapport aan, dat naast bovengenoemde positieve punten nadrukkelijk is gezocht naar verbeterpunten. En over die verbeterpunten gaat het in het rapport. Op hoofdlijnen gaat het dan om de volgende zaken:

  • De resultaten van schuldhulpverlening zouden duidelijker in beeld gebracht moeten worden, zodat de Raad daarop beter kan sturen.
  • De kosten voor schuldhulpverlening zijn in Huizen relatief hoog, vergeleken met andere gemeenten.
  • Er moeten duidelijke afspraken op schrift gesteld worden m.b.t. privacy.
  • We zouden meer kunnen doen aan signalering en preventie, vooral als het gaat om schulden onder jongeren en ZZP-ers en schulden bij mensen die zich niet zelf bij de gemeente melden.
  • Er zijn afspraken nodig voor verbetering van prestaties van de Kredietbank.
  • Er moet meer aandacht komen voor nazorg.

Het is goed dat de Rekenkamercommissie gedegen onderzoek laat doen naar de uitvoeringspraktijk en ook verbeterpunten in kaart brengt. Daar is de Rekenkamercommissie ook voor bedoeld. Naar aanleiding van dit rapport heeft het College dan ook laten weten met de aanbevelingen aan de slag te zullen gaan.

In de commissievergadering van dinsdag 3 maart heb ik uitgelegd dat het rapport gaat over de periode tot 1 januari 2014. Sindsdien zijn de afspraken met de Kredietbank al aangescherpt en zijn er ook nieuwe afspraken over preventie gemaakt met o.a. de woningbouwcorporatie (Alliantie). N.a.v. vragen van de SGP fractie is ook afgesproken om in gesprek te gaan met het Leger des Heils over hun specifieke preventieproject. Een ‘schuldhulpbankje’ zoals het rapport suggereert hebben we trouwens nooit gehad in Huizen. Voorheen moesten mensen daarvoor naar de sociale dienst en ik begrijp dat één van de geïnterviewden dit heeft gevoeld alsof iedereen aan de buitenkant kon zien waarvoor hij of zij kwam. Intussen is de sociale dienst opgeheven en is er nog maar één loket maatschappelijke zaken. Het is dus niet zichtbaar of mensen komen voor een uitkering, een traplift of schuldhulpverlening. Een aantal aanbevelingen zijn dus vorig jaar al ter hand genomen, voordat het rapport uitkwam. Toen het rapport er eind vorig jaar lag heb ik dit besproken in het bestuur van het Fonds Bijzondere Noden en is er besloten om weer een keer een ‘netwerkbijeenkomst’ te organiseren met partijen met wie wij bij de schuldhulpverlening en armoedebestrijding samenwerken. Die netwerkbijeenkomst vond donderdag 5 maart plaats.

Schaamte

Tijdens de netwerkbijeenkomst is intensief gesproken over de ervaringen van organisaties die zich in Huizen dagelijks bezig houden met schuldenproblematiek. Aanwezig waren o.a. Amaris maatschappelijk werk, Fonds Bijzondere Noden, schuldhulpmaatjes (Tolvrij), Humanitas, de Alliantie, Vluchtelingenwerk en een gemeentelijk consulent. Stuk voor stuk mensen die zich met hart en ziel inzetten voor mensen met problematische schulden. Ik was (opnieuw) diep onder de indruk van het werk dat zij doen. Samen hebben we gesproken over problemen waar zij tegenaan lopen en er werden goede suggesties gedaan voor oplossingen daarvoor. Deze mensen begrepen niets van de kop in de krant en hoewel ik hen heb uitgelegd dat het alleen maar politiek profileren van één raadslid was, heb ik mij daar in hun richting toch diep voor geschaamd.

Vanochtend was ik in gesprek was met één van de twee teamleiders maatschappelijke zaken. Het ging over een inwoner van onze gemeente, die door eigen toedoen in de schulden was geraakt, maar nu wel erg diep in de narigheid zat. Haar medewerker had deze inwoner een voorschot gegeven, zodat hij zijn huur kon doorbetalen en ook wat leefgeld had. Intussen wordt er hard gewerkt aan een structurele oplossing. Naar aanleiding van dit gesprek vroeg deze teamleider mij naar die kop in de krant. Ze begreep er niets van: “We hebben geen wachtlijsten. We helpen iedereen, zelfs als zij voor de tweede of derde keer bij de gemeente aankloppen. Waar komt dit vandaan?” Opnieuw heb ik uitgelegd dat dit niets met de prestaties van haar team van doen had, maar dat het uitsluitend een ongenuanceerde uitspraak was van één raadslid.

Waar ik donderdagochtend nog schouderophalend kennis heb genomen van de uitspraken van Margot Leeuwin in de krant, ben ik er nu boos over, omdat ik mij realiseer wat dit betekent voor de mensen die zich totaal niet met politiek bezig houden, maar wel dagelijks intensief werken aan het helpen oplossen van schuldenproblematiek van onze inwoners. Als zij in de krant lezen dat de schuldhulpverlening in Huizen ‘belabberd’ is, dan doet dit iets met hen. En daarom kan ik het niet laten om hier een blog aan te wijden, al was het alleen maar om deze mensen te laten weten dat ik weet hoeveel goed werk zij doen met welke goede resultaten voor inwoners van Huizen in hele moeilijke situaties, dat ik volledig achter hen sta en dat ik het juist voor hen zo onrechtvaardig vind dat dit soort onterechte uitlatingen worden gedaan.

Oppositie nieuwe stijl

In de afgelopen jaren ben ik gewend geraakt aan kritische, maar altijd constructieve oppositie vanuit partijen als Dorpsbelangen Huizen, D66, Groen Links, ChristenUnie en SGP. Sinds vorig jaar zijn de politieke verhoudingen in Huizen anders. VVD, PvdA en Leefbaar Huizen vormen nu de oppositie en ik moet zeggen dat ik erg moet wennen aan de nieuwe stijl van oppositie voeren, die er kennelijk op gericht is om met stevige uitspraken de pers te halen, zonder enige verantwoordelijkheid te nemen voor de effecten die deze uitspraken kunnen hebben, of het nu om de belangen van de gemeente Huizen gaat, of om de organisaties of mensen die in onze gemeente werkzaam zijn. Ik weet niet goed hoe we in Huizen het tij moeten keren. Ik vrees dat we het er voorlopig mee moeten doen. Het enige dat we kunnen doen, is iedere keer maar weer duidelijk uitleggen hoe het écht zit.

BEL-Team maatschappelijke zaken

Op 1 december 2014 zijn we gestart met een ‘BEL-Team’: een team van deskundige consulenten dat (op kantoortijden) permanent beschikbaar is om vragen van inwoners uit Huizen, Blaricum, Eemnes en Laren te beantwoorden die verband houden met de nieuwe taken waar de gemeente per 1 januari jl. verantwoordelijk voor is geworden (voortvloeiend uit de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, de Jeugdwet en de Participatiewet). Heel veel mensen hebben hier inmiddels gebruik van gemaakt en nog steeds bellen dagelijks gemiddeld zo’n 80 mensen met het BEL-Team. Een schot in de roos dus. Ik ben ook enorm trots op de professionaliteit van onze consulenten, die werkelijk bijna alle vragen direct kunnen beantwoorden. Daar waar dat niet het geval is, krijgen zij hulp vanuit de beleidsafdeling. Een super goed georganiseerde samenwerking. En zolang er nog zoveel vragen komen, blijven we hiermee ook doorgaan.

BEL-team aan het werk

BEL-team aan het werk

Hoewel veel mensen vragen hebben over hun persoonlijke situatie, is de door velen gevreesde situatie waarin vanaf 1 januari 2015 ‘alles fout gaat’ tot op heden uitgebleven. Dat hoor ik niet alleen in onze regio, maar ook bijvoorbeeld van mijn collega uit Almere en van andere collega’s verder weg in het land.

Dat doet mij denken aan een situatie die ik een paar jaar geleden meemaakte bij het opheffen van de zogenaamde ‘Ondersteunende Begeleiding’ (OB). Deze voorziening werd door het rijk wegbezuinigd (dus niet overgeheveld naar de gemeenten) en van meerdere kanten hoorde ik dat er grote onrust over was. De mensen die het betrof zouden tussen wal en schip raken. De maatregel zou tot grote persoonlijke drama’s leiden. Kortom: onverantwoord!

Als wethouder in de gemeente Huizen vind ik (en vond ik dus ook toen) dat niemand in onze gemeente onevenredig getroffen mag worden door een algemene maatregel vanuit het rijk. Ook hier stelde ik dus ‘maatwerk’ voor. Hoewel we er als gemeente geen geld voor kregen, vroeg ik een zorginstelling in Huizen die ca. 50% van het aantal cliënten met OB in Huizen bediende om hoeveel mensen het ging. Die vraag alleen al was lastig, want men registreerde niet op mensen, maar op uren OB. Maar met enige inspanning kon toch een aantal worden genoemd: 50 mensen zouden in de problemen komen door deze maatregel (in heel Huizen dus ongeveer 100). Dat vond ik een te overzien risico. Ik stelde dus voor om deze mensen allemaal naar de gemeente te sturen voor een gesprek. Daar waar nodig, zou de gemeente de financiering van de OB overnemen. Dat vond de zorginstelling te ver gaan. Men stelde voor om dan eerst zelf nog eens goed naar de situatie van betrokkenen te kijken. Dat vond ik uiteraard een nog beter idee en omdat ik eigenlijk zelf ook niet wist wat OB nu precies inhield vroeg ik om voor mij -geanonimiseerd- per betrokkene een half A-4 tje te produceren, waarop zou staan wat er met die persoon aan de hand was, waarom OB noodzakelijk was en wat in dit individuele geval OB dan precies inhield. Dat werd toegezegd. Na enkele weken ontvingen wij 17 van die halve A-4 tjes. Wat was er met die andere mensen gebeurd? Men kon het me niet vertellen. Wel dat zij het inmiddels hadden opgelost. Navraag bij het CIZ leverde op, dat van de 17 beschreven situaties in 10 gevallen sprake was van gediagnostiseerd Alzheimer. Voor deze mensen bleef OB gewoon beschikbaar. Van de 50 mensen waren er dus nog 7 over met een hulpvraag waarvoor OB moest worden ingezet. Ik was bijna geneigd om ongezien akkoord te gaan, maar het CIZ vond de omschrijvingen erg ‘dun’. Dus spraken we af dat deze 7 mensen een gesprek zouden hebben met de gemeente. Er is er één gekomen. En daar hebben we het voor geregeld.

Natuurlijk is de situatie nu anders dan toen. Het gaat nu om veel meer mensen en vaak ook om veel zwaardere ondersteuningsvragen. Maar wat ik destijds wel heb geleerd, is dat we niet altijd direct moeten ingaan op de angst dat er van alles vreselijk fout zal gaan. In Huizen  zijn we gewend om de zaken goed voor te bereiden en dat hebben we nu ook (voor een belangrijk deel ook in regionaal verband) gedaan. Onze werkwijze is zodanig ingericht, dat we waar nodig op het individuele niveau met de betrokken inwoner in gesprek kunnen gaan om te kijken hoe we problemen die zich dan toch nog voordoen samen kunnen oplossen. Daar is ons BEL-Team nu dus ook mee bezig. En uiteraard is dit ook in de gesprekken bij mensen thuis ons gezamenlijk doel.

belteam1

Hulp voor mensen met psychische problemen

Het is al weer december, nog maar een kleine maand te gaan voor de ‘magische datum’ van 1 januari, de dag waarop gemeenten verantwoordelijk worden voor nieuwe taken op het gebied van jeugd, zorg en participatie. In de afgelopen week startte voor Huizen, Blaricum, Eemnes en Laren (HBEL) een ‘Belteam’ om de vele vragen van inwoners te kunnen beantwoorden. En iedere keer als er weer op TV getoond wordt wat er allemaal fout kan gaan, staat de telefoon bij het Belteam de volgende dag roodgloeiend.
Natuurlijk kan er van alles fout gaan, hoe goed we ook zijn voorbereid. Maar ik ben ervan overtuigd dat er ook heel veel beter kan gaan vanaf 1januari.

Zo sprak ik deze week de ouders van een 30 jarige jongeman, die autistisch is en een licht verstandelijke beperking heeft. Zij kwamen met mij praten over de mogelijkheid om een ouderinitiatief te starten, waardoor hun zoon, die zelfstandig woont, in een minder eenzame omgeving zou kunnen wonen. Tijdens dit gesprek werd duidelijk dat in de afgelopen jaren veel is misgegaan. De problemen voor hun zoon waren eigenlijk pas écht begonnen toen hij zijn baan kwijtraakte. Daarna kwam de vereenzaming en het verlies van zelfrespect en daarna ging het van kwaad tot erger en kwam hij in de psychiatrie terecht. Alleen een passende woning bleek voor hem niet de oplossing. Het gesprek ging daarom al snel over werk (Participatiewet) individuele begeleiding (WMO) én passende huisvesting. De individuele begeleiding was inmiddels via Sherpa opgepakt. Voor het zoeken naar passend werk komt er een afspraak met de consulent. En voor het passend wonen bleek er op de korte termijn vooral behoefte te zijn aan een laagdrempelige inloop, een ‘steunpunt’ voor mensen met psychische problemen, zoals Sherpa die ook kent in Baarn en Hilversum. Dat steunpunt zou moeten komen in de buurt van de Kostmand, waar Sherpa meer gelijksoortige situaties kent. Dat komt goed uit, want op de locatie Landweg kan in samenwerking met Versa Welzijn al op hele korte termijn een dergelijk steunpunt worden gerealiseerd. De verbinding met Versa Welzijn is dus ook gelijk maar gelegd. Aanstaande donderdag wordt over deze locatie door de gemeenteraad een besluit genomen. Het is mij deze week weer extra duidelijk geworden hoeveel behoefte daaraan is. Hopelijk kunnen we hier na donderdag vol gas op geven!

Ik zie deze casus als voorbeeld van de enorme kansen die de decentralisaties voor onze inwoners zullen gaan bieden. Immers, in onze gemeenten kijken we naar de mens als geheel, waardoor in het gesprek met onze consulenten problemen rond wonen, zorg, werk, vrije tijdsbesteding etc. in één keer kunnen worden opgepakt en mensen niet meer van het kastje naar de muur worden gestuurd.

Maar ik zie deze casus ook als voorbeeld van wat ons allemaal nog te doen staat voor mensen die in onze gemeente wonen, maar die wij nu nog niet kennen. Vanuit de regio hebben wij de stichting Mee gevraagd om te onderzoeken hoeveel mensen met een psychische aandoening in onze regio op dit moment zelfstandig wonen (al dan niet met een indicatie voor begeleid wonen) maar net als de jonge man in deze casus meer hulp nodig hebben. Ik hoop daarmee een beeld te krijgen van de omvang van de problematiek in Huizen.

Met Philadelphia zijn we inmiddels in gesprek over 40 nieuw te bouwen woonstudio’s voor mensen met een verstandelijke beperking die nu in Huizen in een veel te kleine woning verblijven. Misschien komt uit het onderzoek van MEE wel naar voren dat er ook passender woonvoorzieningen nodig zijn voor mensen met een psychische aandoening, die met lichte ondersteuning wel zelfstandig kunnen wonen. In dat geval zal ons college zich daar zeker ook sterk voor maken.

Voorlichtingsbijeenkomsten PGB

In de afgelopen week bezocht ik een voorlichtingsbijeenkomst over de veranderingen m.b.t. het PGB. Deze bijeenkomsten worden in de hele regio (zo ook in Huizen) georganiseerd en zijn bedoeld om mensen met een PGB te informeren over de veranderingen m.b.t. het zogenaamde ‘trekkingsrecht’ die hen te wachten staan vanaf 1 januari 2015. Zie hierover o.a. http://www.svb.nl/int/nl/ssp/index.jsp

Omdat het de laatste keer was dat we in Huizen zo’n bijeenkomst hadden, had ik mij voorgenomen om eens te komen luisteren. De opkomst was goed. Er waren ca. 40 personen aanwezig in de Raadszaal. Saloua Chaara begon met een korte toelichting op het gemeentelijke beleid. Tot mijn verrassing leidde die toelichting direct al tot veel discussie, waaruit ook veel wantrouwen in de richting van de gemeente naar voren kwam. Saloua wist alle vragen te beantwoorden. Goede suggesties nam zij gelijk over. Want natuurlijk kunnen zaken in de uitvoering altijd beter en helpt het als mensen verbeterpunten aangeven. Ondanks de emotie en soms zelfs de boosheid uit het publiek bleef zij rustig en vriendelijk. 

PGB3

Na Saloua nam Tessy van Elk, medewerkster van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) het woord. Zij legde heel helder uit wat de SVB vanaf 1 januari 2015 voor PGB houders gaat doen. Maar ook dit verhaal leidde tot veel emotionele reacties uit het publiek.

PGB1

Ik heb na afloop nog wel een tijdje over deze bijeenkomst nagedacht. Huizen schafte als tweede gemeente in Nederland de controle op het PGB af. We voerden als eersten de persoonsvolgende financiering in (een soort PGB met trekkingsrecht bij de gemeente). We werken al jaren vraaggestuurd als het gaat om maatschappelijke ondersteuning en we hanteren daarbij open einde financiering. We interviewden vooruitlopend op de decentralisaties bijna alle ouders met thuiswonende gehandicapte kinderen met een PGB om ons goed voor te bereiden op de nieuwe taken die op ons afkomen. Maar dit alles is dus voor mensen met een PGB op dit moment nog niet genoeg om vertrouwen in het beleid van de gemeente te hebben.

Op de belofte van Saloua (door mijzelf ook bevestigd) dat de gemeente er is voor de PGB houders en dat wij de zorg zullen blijven garanderen die noodzakelijk is, werd eigenlijk vooral met wantrouwen gereageerd. Eén aanwezige vroeg bijvoorbeeld om meer regels op schrift. Toen Saloua uitlegde dat we juist minder regels wilden zei deze aanwezige: “Nou, dan gaan we straks allemaal zelf bepalen wat nodig is”. Daarop zei Saloua: “Dat willen wij nu juist ook zo graag. Dat niet wij als gemeente, maar juist uzelf aangeeft wat u nodig heeft”. Hoeveel duidelijker kunnen we dit nog zeggen?

Ik vond het opvallend dat er veel vragen waren over bestaande ‘rechten’ zoals hulp bij het huishouden en een vast bedrag voor onkosten. Van dit laatste zei Saloua: “Dat is straks niet meer standaard. Als u bepaalde kosten zelf kunt betalen, dan heeft u die vaste bijdrage niet nodig. Maar als u die kosten niet kunt dragen, dan zorgen wij in uw individuele situatie wel voor een passende vergoeding”. Die uitspraak leidde tot grote verontwaardiging.

Terugkijkend op deze bijeenkomst denk ik, dat niet alleen de gemeente de cultuuromslag heeft moeten maken naar vraaggestuurd werken, maar dat ook betrokkenen zelf daar nog erg aan moeten wennen. Niet langer gaan we straks allerlei ‘rechten’ verzilveren. We gaan samen met mensen kijken naar wat zij nodig hebben, voor zichzelf, of voor hun partner of kind dat zorg nodig heeft. En ja, inderdaad, wat nodig is garanderen we, maar wat niet nodig is regelen we dus ook niet. En vooral dat laatste zal de komende tijd nog wel verontwaardiging blijven opleveren. Daar moeten we ons dan ook maar op voorbereiden. Het is mijn ambitie (en Saloua verwoordde die ambitie ook heel goed voor alle medewerkers van de gemeente) dat al onze inwoners de zorg krijgen die zij nodig hebben om zo volwaardig mogelijk aan de samenleving te kunnen blijven meedoen. En daar staan wij in Huizen dan ook voor. Niet meer en niet minder.