Klus Strategisch Beraad bijna geklaard

1

Gisteren presenteerden we als strategisch beraad van het CDA ons rapport: “Kiezen en Verbinden”. Een politieke visie vanuit het radicale midden.

Vanaf juni zijn we als strategisch beraad iedere twee weken op zaterdag bijeen geweest. Het waren bijzonder inspirerende bijeenkomsten, waarbij tal van onderwerpen de revue passeerden. Geen bespreekpunt was taboe en er werd met veel respect voor elkaars standpunten gediscussieerd. Het was een bijzonder mooie ervaring om deel uit te mogen maken van zo’n bijzondere groep mensen, met zoveel kennis en competenties. Toen we gisteren als (bijna) voltallig strategisch beraad bij elkaar zaten, had ik ook echt het gevoel om tussen vrienden te zitten. We deelden in de opluchting dat het rapport bij onze achterban erg goed is gevallen en ook in de trots dat we dit toch op een relatief korte termijn voor elkaar hebben gekregen.

Half december sloeg bij mij wel even de twijfel toe. Gaan we het op tijd halen? Is de inhoud wel vernieuwend en inspirerend genoeg? De verwachtingen waren zo hoog gespannen, dat ik er een beetje zenuwachtig van werd. We hebben toen ook besloten om een weekend (vrijdag en zaterdag) aan een stuk door te werken, om van alle losse eindjes die we tot dan toe op schrift hadden gezet één samenhangend verhaal te maken. In dat weekend is ook een enorme slag gemaakt. Maar ook daarna moest nog hard gewerkt worden om alle puntjes op de i te zetten.

Ik denk dat het voor onze partij goed is dat dit rapport er nu is. Het geeft een helder beeld aan een ieder, waar het CDA nu precies voor staat. Dat beeld was in de afgelopen periode wat vertroebeld geraakt. Voor mij is het erg belangrijk dat we dezelfde vaste ankerpunten, die de christen democratie al vanaf het begin dragen, weer opnieuw hebben bevestigd . Ik noem daar enkele ankerpunten van, die in ons rapport -samen met andere ankerpunten- uitvoeriger aan de orde komen, die mij in het bijzonder aanspreken:

  • De bijbel en de christelijk sociale traditie blijven de bronnen vanwaaruit wij onze inspiratie putten.
  • Het CDA blijft ook de partij die waarden en normen voortdurend op de agenda zet, niet alleen om aan te geven waar we voor zijn, maar ook waar we tegen zijn en waar we ons dus altijd tegen zullen blijven verzetten, zoals de zucht naar het snelle geld, de onverschilligheid en het zaaien van verdeeldheid tussen mensen.
  • Het CDA gelooft in de kracht van de samenleving, die onder meer zichtbaar wordt in de nog steeds grote onderlinge betrokkenheid van mensen en de vele (innovatieve) initiatieven van maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven.
  • Het CDA biedt zekerheid en houvast, maar daagt mensen ook uit om mee te doen. In het rapport wordt dat treffend verwoord met: “Iedereen heeft het recht om mee te doen en de plicht om bij te dragen”. Niemand mag aan de kant blijven staan. Dat is pas écht sociaal. Zij die niet de veerkracht bezitten of onvoldoende toegerust zijn om hun plek op de arbeidsmarkt te vinden, moeten natuurlijk altijd op de solidariteit van de samenleving kunnen blijven rekenen.
  • Het CDA blijft ook kiezen voor het gezin. Voor een sterke samenleving zijn sterke gezinnen nodig. In gezinnen worden waarden en normen overgedragen op de kinderen en wordt een veilige omgeving geboden om te leren. 
  • Het CDA kiest ervoor om de overheid, maar óók de markt, als instrument te zien voor de samenleving. Daarmee kiest het CDA dus niet voor links (meer overheid) of rechts (meer markt) maar voor het midden (meer samenleving). Dat is een radicale keuze, vandaar de term “radicale midden”. De keuze voor de samenleving betekent dat het CDA veel ruimte wil voor het maatschappelijk initiatief en de verschillen accepteert die dat tot gevolg heeft.

In het rapport worden de grootste uitdagingen van de komende tijd benoemd en wordt beschreven hoe we die uitdagingen tegemoet willen treden. Het zal niemand die mij goed kent verrassen dat ik buitengewoon tevreden ben voor de keuze voor vraaggestuurde zorg en keuzevrijheid in de zorg. Ook kiest het CDA met nadruk voor de inclusieve samenleving, waar ook mensen met beperkingen, tot hun recht kunnen komen. Het CDA kiest ook voor een slagvaardige overheid en degelijke overheidsfinanciën. We mogen het voor onze kinderen toch niet accepteren dat iedere Nederlander al met een schuld van 50.000 euro wordt geboren? We zullen echt zuiniger moeten worden, ook al vraagt dat soms om pijnlijke keuzes. Ook de keuze voor duurzaamheid spreekt mij zeer aan. Respectvol omgaan met natuur en milieu en dat combineren met een gezonde economische groei. Hoewel het Strategisch Beraad nergens met geld strooit, wordt een uitzondering gemaakt voor onderwijs. Daar dient verder in geïnvesteerd te worden, om Nederland op een toppositie te houden en om mensen maximaal te laten meedoen in de samenleving.  

Aan het eind van het rapport wordt voorgesteld om met elkaar in beweging te komen, om Nederland structureel te versterken. Die bewegingen zijn:

  1. Van vrijblijvend naar betrokken
  2. Van grenzen naar ruimte
  3. Van verbruiken naar waarderen
  4. Van polarisatie naar participatie
  5. Van nazorg naar voorzorg

De klus van het strategisch beraad is bijna geklaard. Bijna, want met het rapport dat er nu ligt gaan we de komende maanden het land in. We hopen dat tal van CDA afdelingen het rapport gaan agenderen, zodat er binnen onze partij een gedegen, inhoudelijke discussie over kan gaan plaatsvinden. Gisteren op het congres was daarvoor de aftrap, die me het vertrouwen gaf dat we tot veel zinvolle en geïnspireerde gesprekken zullen komen. In het congres op 2 juni zal de partij zich uitspreken over de strategische koers.

 

Armoede zuigt mensen leeg…

0

Het is al weer bijna het eind van 2011. Er is veel gebeurd in het afgelopen jaar waar we op terug mogen kijken. Voor mij persoonlijk was het erg belangrijk dat in de laatste raadsvergadering van het jaar unaniem door de gemeenteraad werd ingestemd met de voorgestelde integrale aanpak van schuldhulpverlening.

 Integraal betekent onder andere ook dat we als gemeente samenwerken met maatschappelijke organisaties. Want armoede bestrijden kunnen we als gemeente niet alleen. Daar hebben we maatschappelijke organisaties bij nodig. De gemeente moet daar wel regie in voeren en dat doen we dus ook. Vanaf begin 2012 is er op de Amer een breed maatschappelijk centrum, waar gemeente (schuldhulploket, Meedoen) en maatschappelijke organisaties (schuldhulpmaatjes, voedselbank, fonds bijzondere noden) samenwerken aan het voorkomen van problematische schulden en het helpen oplossen van problemen van mensen die in armoede zijn terecht gekomen.

 Aan het eind van het jaar ben ik ook weer wat meer thuis en dus wat intensiever met mijn proefschrift bezig. Dat gaat over de betekenis van maatschappelijke organisaties voor de armoedebestrijding in ons land. Mij trof deze week een uitspraak van een medewerkster van een maatschappelijke organisatie, die ik eens interviewde, over mensen die in armoedesituaties leven:  

Armoede zuigt mensen leeg. Het maakt ze energieloos, initiatiefloos. Armoede leidt tot isolatie. Het leidt tot individuele, sociale, culturele en educatieve isolatie. Als je heel lang van weinig geld moet leven, dan wordt je zelfbeeld negatief. Je verwijt jezelf dat je jezelf of je kinderen niet kunt bieden wat anderen zichzelf of hun kinderen wel kunnen bieden. Mensen worden daardoor vaak overweldigd door schuldgevoel. Dat klopt niet met de werkelijkheid. Daar proberen we mensen uit te trekken.  We proberen om in plaats van dat één dimensionale wat meer dimensie aan iemands leven te geven. Want dat slijt er zo van af als je constant in geldgebrek zit. Het plezier. Het je geluk kunnen halen uit kleine dingen. Dat kan vaak niet meer.  De overheid zorgt voor het bestaansminimum. Maar wij zorgen ook voor wat extra. Niet alleen door het financiële. Maar ook doordat we mensen als mens benaderen. We krijgen soms ook bedankbrieven waarin staat: “Je keek me gewoon in de ogen. Je haalde mijn schaamte weg”. 

Mijn nieuwjaarswens voor 2012:

Ik hoop van harte dat de voorgenomen samenwerking van gemeente en maatschappelijke organisaties in 2012 zal leiden tot het daadwerkelijk terugdringen van armoede in Huizen. Het is zo gemakkelijk om te zeggen, dat mensen zelf daarvoor maar verantwoordelijkheid moeten nemen. Want juist mensen die langdurig in een situatie van armoede leven kunnen zich zo “leeggezogen” voelen, dat ze nauwelijks nog initiatief op kunnen brengen. Ik wens vooral deze mensen in onze gemeente de warmte, hartelijkheid en betrokkenheid van anderen toe. Er schuilt heel veel kracht in onze locale samenleving. Laten we in 2012 de mensen die daar een beetje extra van nodig hebben met elkaar tot steun zijn!

 

Terugblik op de Dag van de Wethouder 2011

0
Afgelopen woensdag 23 november vond de vijfde editie plaats van de Dag van de Wethouder. In Deventer werd de dag hartelijk geopend met een gloedvol betoog, doorspekt met de nodige humor, door voormalig Minister-president Jan Peter Balkenende. Daarna volgde een speech van de voorzitter van de wethoudersvereniging, Saskia Bolten.   

Bij opening wethouderscongres met J.P. Balkenende en voorzitter Saskia Bolten

De vereniging kijkt terug op een succesvolle groei waarbij het ledenaantal na de verkiezingen in 2010 van 230 leden tot op heden weer is gestegen tot ruim 600 leden. Ook de ondersteuning van het bureau van de vereniging is vanaf september 2011 gegroeid. Ton Roerig is als directeur in september aangesteld en samen met Iris Kester zullen zij vanaf heden samen de vereniging ondersteunen. In het jaarplan 2012 wordt beschreven dat de vereniging o.a. volgend jaar coaches voor wethouders zal aanstellen, er komt een opleidingengids en er worden discussie bijeenkomsten georganiseerd over bedreigingen jegens wethouders.

In aansluiting op de ledenvergadering werden de leden door John Bijl gevraagd om actief in te gaan op stellingen geïnspireerd door het rapport ‘De vallende wethouder’. Zo was bijvoorbeeld 44% van de wethouders van mening dat het goed is dat er bij een politieke crisis een time-out (voor de wethouder) van enkele dagen wordt gesteld.

Na de pauze startten om 15.00 uur twee workshoprondes die allen ingingen op het thema van de dag ‘Wethouder zijn, wethouder blijven’. Verdeeld over de acht borden waar de wethouder dagelijks op schaakt; de fractie, de raad, het college, de media, ambtenaren, externe partners, andere overheden en de burger, werd er gewerkt aan de professionalisering van het wethoudersvak.

In het monumentale stadhuis van Deventer werd de Dag onder het genot van een hapje & een drankje afgesloten met de resultaten van de stemming op de stellingen eerder die middag. In 2012 vindt de Dag van de Wethouder plaats op 21 november.

Zorgen over PGB

6

Ik maak me zorgen over de toekomst van het PGB en ik ben niet de enige. Veel mensen vanuit belangenorganisaties hebben mij hierover benaderd. De algemene gedachte is dat men in den Haag echt niet begrijpt wat de nieuwe voorstellen voor het PGB gaan betekenen in de individuele situatie van veel mensen.  Er wordt weliswaar door de staatssecretaris voortdurend gezegd: “U houdt uw recht op zorg”, maar dat is wel iets anders dan: “U houdt ook de regie over uw eigen leven”.

Ook voor gemeenten breken spannende tijden aan. In het bestuursakkoord stond de afspraak dat de gemeente zelf kan bepalen of zij een PGB toekent  of niet (in het wetsvoorstel heet dat in jargon de “kan- bepaling”). Maar zelfs daarover is nu in den Haag discussie ontstaan. De motie Wolbert over het PGB is verworpen omdat de VVD niet meestemde. De VVD heeft echter wel aangekondigd om bij de wetsbehandeling op de “kan-bepaling” terug te komen. Want zij vindt de “kan-bepaling” te vrijblijvend. Stel je ook eens voor dat men er in den Haag op gaat vertrouwen dat gemeenten hier goed mee om zullen gaan. Bah! Het is frustrerend om vanuit de gemeente dit soort top-down mechanismes in den Haag steeds weer voor de kiezen te krijgen, terwijl we het PGB (en in het verlengde daarvan in Huizen ook het PVB) al lang naar tevredenheid van de gebruikers hebben geregeld! Het kabinet komt binnenkort waarschijnlijk met een op dit punt aangepast wetsvoorstel naar de Kamer en dan moeten we als gemeente helaas maar weer afwachten hoe iedereen er op gaat reageren.

Maar zoals de Tweede Kamer kennelijk bezorgd is over de uitvoering door gemeenten, zo ben ik ook bezorgd over de uitvoering van dit soort belangrijke maatregelen door het rijk. Als lokaal bestuurder ben ik gewend om beslissingen voor te bereiden in nauw overleg met het ‘maatschappelijk middenveld’. Zeker als het om WMO beleid gaat is het essentieel om van de gebruikers zelf te horen wat de uitvoering van voorgenomen beleid in de praktijk van iedere dag voor hen zal gaan betekenen. En steeds opnieuw heb ik weer de ervaring dat gebruikers bereid én in staat zijn om hierover constructief mee te denken. De aanbesteding van de WMO taxi in onze regio is hiervan een goed voorbeeld: Betrek gebruikers in een vroeg stadium (al bij de ambtelijke voorbereiding) en er komt een kwalitatief veel beter resultaat uit, dat nog voordeliger is ook. In de afgelopen week bleek die constructieve houding ook weer, toen we met vertegenwoordigers van alle WMO Raden uit onze regio overleg voerden over de vraag naar hun visie op de regionale WMO agenda.

Waarom lukt dit in den Haag toch steeds maar niet? Het zou toch mogelijk moeten zijn om met organisaties die gebruikers vertegenwoordigen alternatieven uit te werken die enerzijds passen binnen de kaders van de noodzakelijke bezuiniging, maar tegelijkertijd ook veel meer recht doen aan de individuele situatie van mensen? Ik blijf me hierover verbazen, omdat ik weet dat het ook echt anders kan! Op dit moment maak ik me echter vooral zorgen over de effecten van het nu voorgestelde beleid in het leven van gewone mensen, die we zullen gaan zien vanaf het moment waarop de PGB maatregelen van kracht zullen worden. Hopelijk valt ergens het tij nog te keren?

OV taxi wordt WMO taxi

0

In de afgelopen week hebben we als bestuurders van de acht gemeenten in onze regio (Laren doet nog even niet mee) een presentatie gehad van de taxi-bedrijven achter “de Vier Gewesten BV”, die per 1 januari a.s. voor onze regio de WMO taxiregeling zullen gaan uitvoeren. Het gaat om drie familiebedrijven, namelijk:

- Bestax BV

- Taxi Hop BV

- Verhoef personenvervoer BV.

Wij verwachten veel van de samenwerking met onze nieuwe partner(s), mede doordat zij een heel andere schaalgrootte kennen dan Connexxion, die tot 1 januari de OV taxiregeling voor de provincie Noord-Holand en de gemeenten uitvoerde. Ook het feit dat nu de gemeenten zelf -en dus niet meer de provincie- de regie hebben, maakt dat wij er vertrouwen in hebben dat het WMO vervoer sterk verbeterd zal gaan worden: kortere lijnen, betere communicatie en meer invloed van de gebruikers zelf.  En het moet ook beter worden, want tot op heden vormen de problemen rond mobiliteit voor veel mensen met beperkingen het grootste struikelblok voor hun deelname aan de samenleving.

Natuurlijk gingen we ook even poseren voor de nieuwe WMO taxi, die er vanaf 1 januari 2012 als volgt uit zal komen te zien:

Bestuurders en vervoerders voor de nieuwe WMO taxi

Een mooi voorbeeld van regionale samenwerking trouwens, zoals we die in het Gewest Gooi en Vechtstreek steeds vaker zien. Persoonlijk ben ik vooral ook heel tevreden over de rol die onze WMO Raden in dit hele proces van de aanbesteding hebben gespeeld en die zij ook (bij de bewaking van het functioneren van de WMO-taxi) zullen blijven vervullen. Het bewijst maar weer eens dat we -door de expertise vanuit de gebruikers écht serieus te nemen- tot veel betere resultaten kunnen komen dan wanneer we dingen voor mensen regelen vanuit onze eigen ivoren toren.

Moet Mauro blijven?

4

Moet Mauro blijven? Deze vraag heeft in de afgelopen week de gemoederen in ons land flink in beweging gebracht, tot zelfs in de Tweede Kamer aan toe. Al die Nederlanders, die zo hard roepen dat we ‘overspoeld’ worden met buitenlanders en die zelfs om die reden op de PVV hebben gestemd, staan nu vooraan om het voor Mauro op te nemen. En dat is ook niet verwonderlijk. Wat Mauro heeft ‘een gezicht’ gekregen.

Toen ik nog voorzitter was van de stichting Kerk en Vluchteling in Huizen, had ik ook dagelijks te maken met mensen die voor mij een ‘gezicht’ gekregen hadden. En ik heb sindsdien de overtuiging dat geen enkele asielzoeker (of economische vluchteling) voor zijn of haar plezier het eigen land ontvlucht. Ieder mens, ieder gezin, dat naar Nederland komt heeft, net als Mauro, een eigen verhaal. Het zijn mensen zoals u en ik. Kinderen, jongeren, en volwassenen. Zij zoeken allemaal, net als wij, naar kansen om van hun eigen leven iets zinvols te maken. En de ouders die hier met hun kinderen naartoe komen maken zich, net als wij, druk om de toekomst van hun kinderen.

Als CDA vrouwen in Huizen stuurden wij enkele weken geleden een brief aan minister Leers, met de volgende boodschap:

We zullen als CDA, misschien tegen de publieke opinie in, een duidelijke christen-democratische stellingname moeten kiezen die de gastvrijheid, maar óók de menselijke maat als uitgangspunt neemt. Daar hoort wat het CDAV Huizen betreft het volgende bij:  

a.         Zo veel als mogelijk opvang van vluchtelingen in de eigen regio organiseren (daar mag dus ook meer ontwikkelingsgeld naar toe). Dit niet vanuit het eigenbelang, maar vanuit het belang van de mensen die het betreft. Deze door oorlog of armoede vaak totaal ontredderde mensen krijgen in onze westerse wereld namelijk óók nog eens een culturele shock te verwerken. Veelal zijn deze mensen -ook op de langere termijn-  uiteindelijk gelukkiger in hun eigen cultuur dan in een vervreemdend en complex westers land als Nederland.

b.         Snelle asielprocedures in Nederland, om wachtende mensen niet lang in de huidige gekmakende onzekerheid te laten.

c.         Mensen iets ruimer de tijd geven om het land te verlaten (het besluit dat dit onvermijdelijk is moet verwerkt worden en mensen moeten weer een nieuw plan kunnen maken, ook mentaal).

d.         In die tijd in ieder geval opvang garanderen (geen mensen op straat).

e.         Meer investeren in organisaties als Cordaid, voor maatwerk aan mensen in individuele terugkeerprogramma’s.

f.          Een strenge aanpak voor mensen die niet in Nederland mogen blijven, maar willens en wetens hun uitzetting tegenwerken (hoe begrijpelijk vanuit hun perspectief soms ook). Deze mensen moeten niet in de illegaliteit terechtkomen, maar daadwerkelijk uitgezet worden.

g.         Altijd oog houden voor schrijnende situaties van mensen (niet omdat omstanders het ‘zielig’ vinden, maar na overleg met professionele én maatschappelijke organisaties die dit ook goed kunnen beoordelen en die van oudsher ook de CDA achterban vormen). In die zin voorziet ons stelsel niet voor niets in een eigen discretionaire bevoegdheid van de minister. Maak daar ruimhartig gebruik van, als dat nodig is.

h.         Maatwerk leveren als er kinderen van asielzoekers bij een uitzetting zijn betrokken, die zo lang in Nederland wonen, dat zij de taal van het land van herkomst vaak niet eens meer spreken en totaal ‘verwesterd’ zijn. Deze kinderen mogen uiteindelijk niet de dupe worden van het gedrag van hun ouders of van rigide regelgeving.

Wij hebben van minister Leers nog geen reactie op deze brief ontvangen, maar voelen ons wel gesteund door de brede CDA achterban, die op het congres gisteren ook pleitte voor een meer mensgericht asielbeleid.

In mijn optiek moeten kinderen als Mauro direct na hun aankomst in Nederland weer met hun biologische ouders herenigd worden. Dat is waar kinderen thuis horen. Als die ouders er niet zijn, of niet te vinden zijn, dan zouden deze kinderen, -begeleid door een Nederlandse organisatie- in een kindertehuis in het land van herkomst (of in een veilig buurland) opgevangen moeten worden. Daar kunnen zij zich binnen hun eigen taal en cultuur verder ontwikkelen. Dat zijn ook rechten van een kind.  

Voor Mauro is dit nu te laat. Dat geldt, zoals ik me dat heb laten vertellen, ook voor zo’n 75 andere kinderen in een vergelijkbare situatie. Laten we dan ook erkennen dat het huidige asielbeleid, destijds ingezet door Job Cohen, vanuit het oogpunt van de rechten van het kind, hier gefaald heeft. Dat we in het verleden onvoldoende rekening hebben gehouden met het gegeven dat een kind zich na enkele jaren nu eenmaal hecht aan een nieuwe omgeving. Voor deze kinderen dienen we als CDA compassie te hebben. Mededogen, barmhartigheid, om het maar in christelijke termen te zeggen. Genade moet nu dan dus ook maar gelden voor recht. Om vervolgens het recht zodanig aan te passen, dat we ons in de toekomst niet meer hoeven te schamen met hoe wij in ons land met deze mensen (met én zonder gezicht naar het brede Nederlandse publiek toe) omgaan.

Wordt 2012 het jaar van de verbinding?

1

Ik kwam in de afgelopen weken even niet toe aan mijn weblog, maar hier ben ik weer. Wat is er intussen veel gebeurd! Terugkijkend op de afgelopen weken kan ik nog nagenieten van alle activiteiten die in Huizen georganiseerd zijn. Het voorproefje op het Oude Raadhuisplein, waar heel veel mensen elkaar ontmoetten, de Huizerdag in de stralende zon en de Huizer botterdagen, waar de goede contacten tussen gemeenten in onze regio werden verstevigd.  

Samenwerking bij de Taeje Bokkesrace

Maar wat te denken van de activiteiten van de vele sportverenigingen die in de afgelopen weken weer van start zijn gegaan? De talloze activiteiten die voor jongeren én ouderen werden georganiseerd. De spontane nieuwe initiatieven, zoals het opzetten van een systeem van ‘schuldhulpmaatjes’ vanuit de kerken. De serviceclubs, die zich inzetten voor de locale samenleving door het organiseren van het South Sea Jazzfestival of door het realiseren van een monument voor de Huizer vissers. En dan alle activiteiten vanuit zorginstellingen en welzijnsorganisaties, die hun stinkende best doen om de eigen kracht van kwetsbare burgers te versterken. Zomaar wat voorbeelden uit mijn dagelijkse ervaringen in de afgelopen weken!
Maar niet alleen organisaties komen iedere keer weer verrassend uit de hoek. Ook individuele burgers blijven me inspireren. In ons WMO beleid hebben we de regie (weer) teruggelegd bij de burger en wat blijkt uit de gesprekken die onze consulenten met burgers hebben? Die burgers pakken die regie uitstekend op, ze nemen hun verantwoordelijkheid, voor zichzelf, maar ook voor hun omgeving.
Het is allemaal eigenlijk overweldigend wat er in ons dorp gebeurt. Ik onderga dit alles bijna als ‘vanzelfsprekend’. En misschien is dit ook wel zo. Er zit zo enorm veel kracht in de samenleving, dat het bijna belachelijk is om als bestuurder te denken dat  je daar zelf een dominante rol in zouden moeten hebben. 
Vandaag las ik de trendrede 2012. Het is de tweede keer, dat een aantal trendwatchers bij elkaar zijn gaan zitten om te zien wat er in ons land aan de hand is. Een goed leesbaar stuk, waarin toch ook wel een flink aantal stevige uitspraken worden gedaan, die mij als bestuurder aan het denken zetten.
Wat dacht u bijvoorbeeld van deze trend:
“Er is woede en onbegrip. We lopen vast in allerlei systemen. We zijn verkloofd. We zien mensen langzaam afstand nemen van het systeem van onbeperkte, maar vooral van betekenisloze groei – enkrimp. Men ziet deze periode als een stap terug, maar het is eerder een stap opzij. Woede creëert nieuwe wegen. Veel individuen zetten zwijgend een kleine stap. En straks zal blijken, dat we collectief een nieuwe richting zijn ingeslagen. Het wachten is op een charismatische nieuwe semantiek, op nieuwe autoriteiten met een fris vocabulaire, in een andere toonsoort dan we gewend zijn geweest de afgelopen jaren”.
Of deze: 
“De burger zoekt geen macht, voert geen actie en zit niet lijdzaam bij de pakken neer. Hij zet een zwijgende revolutie in gang, waarbij oude patronen langzamerhand opzij worden geschoven. Zelfsturing is een kernwoord voor 2012″.
 
Eén van de vragen die aan het eind open blijven is: “Blijven we bij de pakken neerzitten? Of herpakken we de kracht die in onze cultuur schuilt?”
De trendwatchers pleiten er aan het eind van hun betoog voor om 2012 te bestempelen als het jaar van de ‘verbinding’. Dat spreekt mij wel aan. Voor mij is dan de kernvraag, of het gaat lukken om de verbinding te leggen tussen de kracht die in onze cultuur schuilt en de richting die  we als overheid én burgers steeds weer gezamenlijk zullen moeten kiezen.
Wauw, wat een uitdaging. Want wat schuilt er een kracht in ons eigen dorp Huizen, in onze regio, in ons land!
Ik krijg er weer helemaal energie van!

Tweede waterveld voor Huizer hockeyclub

0

Als wethouder sport heb ik beslist niet alleen maar ‘gezeur’. De opening van het tweede waterveld van de Huizer hockeyclub (HHC) van afgelopen zaterdag was een mooi feestje om bij te wonen en dan ook nog eens met stralend zomers weer. Het tweede waterveld is er niet alleen voor de top. Ook bijna alle jeugdspelers kunnen vanaf nu wekelijks zelf ervaren hoe het voelt om op een waterveld te hockeyen. Natuurlijk is hier veel werk aan vooraf gegaan, zowel voor de vele vrijwilligers van de HHC die hun schouders onder de sponsoring hebben gezet als voor onze ambtenaren. Heel bijzonder en zeer verdiend vond ik dan ook de openlijke complimenten voor onze ambtenaren Liesbeth Schoppen en Frans Elbers, zowel in de speech van Heleen Kropholler, de voorzitter van de HHC als in de speech van Jan Albers, de voorzitter van de Nederlandse hockeybond. Ik zelf ben ook echt hartstikke trots op deze twee kanjers! Jan Albers deed zelfs bij mij nog een poging om Frans ook op andere hockeyvelden in te mogen schakelen, wat natuurlijk voor Frans heel eervol is. Als wethouder ga ik daar overigens  helemaal niet over, maar het management mag wel heel zuinig op hem zijn!    

Het tweede waterveld ligt er prachtig bij!

Toespraak van de voorzitter van de HHC

Frans Elbers letterlijk en figuurlijk in het zonnetje!

Eigen bijdrage GGZ

3

In de afgelopen week werd ik door een psychiater gewezen op een wel heel vreemde passage uit het regeerakkoord VVD-CDA.

“De eigen bijdragen in de eerste lijn-ggz worden verhoogd en voor de tweede lijn-ggz wordt een eigen bijdrage ingevoerd”.

 Om eerlijk te zijn heb ik daar bij de totstandkoming van het regeerakkoord echt overheen gelezen. Ik heb mijn twijfels bij het eigen bijdragesysteem voor kostenbeheersing in de zorg, omdat de kosten in de zorg mijns inziens niet stijgen door de vraag, maar door een ongebreideld uitbreiden van het aanbod, ook als daar bij de betrokkenen helemaal geen behoefte aan is.

Ik ben wel een voorstander van inkomensafhankelijke eigen bijdragen. Dat sluit aan bij mijn overtuiging dat mensen in principe zelf verantwoordelijk zijn voor hun gezondheid en hun welzijn en dus ook –voor zover dat in hun vermogen ligt-  daar zelf financieel in voorzien. Pas als dat niet mogelijk is, komt hulp vanuit de overheid in beeld. “Gespreide verantwoordelijkheid waar het kan, solidariteit waar het moet” noemen we dat.

 Het bijzondere hier is echter, dat de eigen bijdrage alleen in de GGZ wordt toegepast. Er wordt dus een verschil gemaakt  tussen mensen met een aandoening van de hersenfuncties en mensen met een aandoening in andere lichamelijke functies. De minister zou volgens de betreffende psychiater het beleid hebben verdedigd met een uitspraak dat “mensen eerst meer moeten zoeken naar hulp in de eigen omgeving”. In het algemeen kan ik deze mening delen, maar dit argument schiet om meerdere  redenen tekort voor mensen met een psychiatrische aandoening.

 Ten eerste, de problematiek die psychiaters in de regel behandelen zijn geen kleine klachten, maar ernstige depressies, manisch depressiviteit, schizofrenie, dan wel andere ernstige verstoringen in hersenfuncties die zich uiten in stoornissen in denken, voelen of gedrag. Deze stoornissen zijn niet op te lossen met ‘praten’ met de buurman of buurvrouw.

 Ten tweede leert de ervaring dat de drempel om naar een psychiater te gaan erg hoog is. Immers, als bekend is dat je onder behandeling van een psychiater bent (geweest), verlaagt dat toch de kansen op een baan en zelfs op vriendschappen. Er is nu eenmaal helaas nog veel onbegrip en negatieve beeldvorming rond mensen met een psychiatrische aandoening in onze maatschappij.

 Ten derde is een gevolg van een ernstige psychiatrische aandoening vaak ook dat mensen maatschappelijk minder goed functioneren. In veel gevallen uit zich dit onder meer in een laag inkomen of in schuldenproblematiek. Daarbij opgeteld dat deze mensen ook niet altijd een goed beeld hebben van de ernst van de eigen aandoening, is de kans groot dat men zich vanwege de kosten gaat afsluiten voor behandeling. Los van de gevolgen die dit voor de betrokkene heeft, vergroten we hiermee overigens ook een bredere maatschappelijke problematiek, met alle kosten (voor o.a. gemeenten en politie) die dat weer met zich meebrengt.

 Ik vind het dan ook echt heel erg fout dat nu juist de mensen met een psychiatrische aandoening kennelijk minder serieus worden genomen dan mensen met een ‘aantoonbaar’ lichamelijk defect. Natuurlijk is dit onkunde, maar ik vind het ook een respectloze opvatting die volstrekt haaks staat op de ernst en de omvang van het lijden van deze mensen en dat van hun naasten. Het ventileren van deze opvatting door nota bene onze eigen overheid is overigens ook -vanuit een maatschappelijke context gezien, waar we nu juist proberen om betrokkenheid bij deelname van GGZ cliënten aan de samenleving te vergroten- niet zonder risico’s.  

 Ik heb de betreffende psychiater dan ook beloofd om in mijn netwerk  duidelijk maken dat deze eenzijdige maatregel voor mensen met psychiatrische aandoeningen écht onverstandig is en ook zeker niet past bij ons christen democratisch uitgangspunt dat we er als overheid moeten zijn voor alle burgers die op eigen kracht hun deelname aan de samenleving niet kunnen organiseren, ongeacht de (medische) reden daarvan. 

 Eigen bijdragen in de zorg zijn goed te onderbouwen, maar dan inkomensafhankelijk en zeker niet alleen ten koste van een doelgroep waarvan we nu al weten dat zij zich toch niet zullen verweren!

Uitgangspunten CDA onder de loep

0

Gisteravond waren we met een delegatie vanuit Huizen aanwezig bij een bijeenkomst over de CDA uitgangspunten. De bijeenkomst was in Houten (één van de vier soortgelijke bijeenkomsten door het hele land) en werd uitstekend geleid door Jacobine Geel. Wat een aansprekend mens is dat toch! Er werd volop gediscussieerd en daar was ook veel ruimte voor. Over de betekenis van de C van het CDA bijvoorbeeld, maar ook over onze kernwaarden zoals gespreide verantwoordelijkheid, gerechtigheid, solidariteit en rentmeesterschap. Passen die oude woorden nog in deze tijd en zo ja, hoe vertalen we die dan in de praktijk. Mooie woorden zijn belangrijk, ook voor onszelf, om ons steeds weer te realiseren welke idealen we nastreven. Maar geloofwaardig zijn we pas als we die woorden ook zichtbaar omzetten in daden.

CDA Huizen doet ook actief mee in de discussie

We hadden ook een interessante discussie over de ‘ik cultuur’. Aanwezige jongeren wezen erop dat jongeren van nu juist heel erg in een ‘wij cultuur’ leven. Ze zoeken elkaar op en delen dingen samen. Wat me uit deze discussie duidelijk werd is dat we heel vaak ‘beelden’ hebben die -als we echt goed kijken- niet altijd blijken te kloppen. Dat geldt niet alleen voor de beeldvorming van onze jeugd, maar ook van bijvoorbeeld groepen allochtonen, religies etc. We moeten onze beelden steeds weer durven herzien en dat kan alleen als we dicht bij mensen blijven.

Jacobine Geel probeert een samenvatting te geven

Ik vind het goed om zo nu en dan eens stil te staan bij waar we mee bezig zijn. Die reflectie zouden we misschien zelfs wat vaker moeten hebben. Het was voor mij in ieder geval een inspirerende avond. Nu er weer tegenaan in de praktijk van alle dag!
Naar boven