Samenwerking in de regio

0

Vandaag hebben we als negen regiogemeenten (raadsleden, wethouders, burgemeesters en ambtenaren) uitvoerig gediscussieerd over de gewenste regionale samenwerking.

Aan deze discussie is een uitvoerig proces vooraf gegaan, waarin -onder leiding van Ben Hammer (oud wethouder van Hilversum en oud DB lid van het Gewest)- een rapport is opgesteld met concrete aanbevelingen voor regionale samenwerking. Sommige politieke partijen, waaronder ook het CDA, hebben hier regionale bijeenkomsten voor georganiseerd, om te bezien in hoeverre op partijniveau een eenduidig standpunt over de noodzakelijke c.q. gewenste regionale samenwerking kon worden gevonden.

regionale CDA bijeenkomst ter voorbereiding van 20 mei

Vandaag was het dan zover. Een echte “Gooise landdag”, om in termen van Hans Hillen te blijven. Wat opviel was de goede sfeer, waarin de onderlinge discussie plaats vond. Diverse thema’s passeerden de revu.
Hoewel het lastig is om nu al conclusies te trekken uit wat er allemaal is gewisseld vandaag, vielen een paar zaken wel op.
a. Er is bij alle partijen een gevoel van urgentie voor regionale samenwerking. Bij kleinere gemeenten is dit overigens wel meer dan bij (middel)grote gemeenten, zeker met het oog op de overheveling van nieuwe taken vanuit het rijk naar gemeenten;
b. De bestaande uitvoerende diensten van het Gewest (GAD, GGD, RAV) worden zeer gewaardeerd en staan dus ook niet ter discussie;
c. Voor overige beleidsterreinen is er behoefte aan een duidelijke regionale agenda, waar gemeenteraden ‘kaderstellend’ in zijn;
d. Er is behoefte aan een betere ‘democratische legitimatie’ van de besluitvorming in het Gewest.  Het huidige AB voorziet daar onvoldoende in.
e. Communicatie blijft een sleutelwoord. Hoe communiceren we als Gewestelijke organisatie met de gemeenten en hoe ontvankelijk zijn die gemeenten voor communicatie vanuit het Gewest.

Bestuurlijk trekker van dit dossier (wethouder Jan Rensen uit Hilversum) gaf bij het afsluiten van de bijeenkomst aan dat het Dagelijks Bestuur van het Gewest op basis van het rapport én alles wat daarover vandaag is gewisseld op korte termijn met nadere voorstellen zal komen. Ik ben van mening dat er veel kansen liggen voor gemeenten om een aantal zaken die op regionaal niveau spelen ook écht goed met elkaar te organiseren.  

Sijsjesberg gaat open: “Beloofd is beloofd”

1

Bijna dagelijks vragen mensen mij of Sijsjesberg nog op schema ligt. Iedereen lijkt te popelen om te gaan zwemmen. Tot nu toe was steeds mijn antwoord dat we volgens de planning in de derde week van mei open zouden gaan. Gisteren leek even een kink in de kabel te komen. Hoewel de oplevering van het vernieuwde Sijsjesberg volgens planning verloopt en het zwembad dus ook, zoals beloofd, in de derde week van mei de poort kan openen, is er een probleem met het gras. De graszoden die gisteren zijn gelegd moeten twee weken met rust gelaten worden.

Nu heeft Sijsjesberg nog een behoorlijk stuk ligweides waar het oorspronkelijke gras nog ligt, maar toch is ongeveer de helft van het gras nieuw. Als we bedenken dat er bij mooi weer ongeveer 2500 mensen in het zwembad kunnen, dan zouden dit er nu dus nog ongeveer 1250 kunnen zijn. Bij wat minder mooi weer hoeft dit geen probleem op te leveren. Maar hoe houden we het beheersbaar als het prachtig weer wordt en de mensen Sijsjesberg binnenstromen? We kunnen dan immers niet aan de poort zomaar 1250 mensen weer terugsturen? En als dit lastig blijkt, hoe houden we de mensen dan van het nieuwe gras af? Het te vroeg betreden van het nieuwe gras kan namelijk een enorme schadepost opleveren.

Na rijp beraad hebben we de volgende oplossing bedacht.

Het zwembad gaat op 21 mei gewoon open. Beloofd is beloofd. Maar de eerste week is die openstelling er alleen voor de ongeveer 1700 abonnementshouders. Zij hebben immers ook al voor het gebruik van het zwembad in deze periode betaald en kunnen nu haast niet wachten om baantjes te komen trekken!  Het diepe bad en het instructiebad zijn voor hen geopend en van het achterste gedeelte van de ligweiden kan gebruik worden gemaakt. De rest van de ligweiden wordt afgezet. Ook het peuterbad is nog niet te gebruiken. De coatinglaag daarvan moet nog een week uitharden. Abonnementshouders met kinderen kunnen natuurlijk al wel genieten van de nieuwe familieglijbaan!

De mensen die voor een dagje naar Sijsjesberg willen komen en dus een los kaartje willen kopen, zijn 1 week later welkom, dus vanaf 28 mei, als het gras voldoende vast ligt.

Het zal de eerste weken voor het personeel van Sijsjesberg, maar ook voor de bezoekers, best even wennen zijn in het nieuwe zwembad, maar ik reken erop dat mensen er begrip voor zullen hebben dat alles nog een beetje op zijn plek moet vallen. Hoewel er nu nog volop gewerkt wordt, ziet het zwembad er nu al fantastisch uit en dat maakt straks alles meer dan goed!

Het bad wordt gevuld met water (10 mei 2011)

 

In hoog tempo worden de grasmatten gelegd (10 mei 2011)

Drie keer een feestelijke opening

0

Op een heerlijke zonnige zaterdag mocht ik als wethouder van sport en recreatie drie feestelijke openingshandelingen verrichten.

De eerste was de opening van het vaarseizoen bij de ‘Zeetak’ van Flevo scouting om 13.15 uur.  Een gezellige boel, met heel veel kinderen en minstens zoveel pannekoeken. De boot die ik te water moest laten bleef even hangen, maar één van de scouts had een scherp zakmes bij zich waarmee het touw los kon worden gesneden, dus alles kwam toch nog goed.

Om 14.00 uur moest ik aanwezig zijn bij SV Huizen, voor de officiële opening van de nieuwe tribune en de ‘gedraaide’ velden. Het is heel mooi geworden bij SV Huizen. Het heeft veel voeten in de aarde gehad, maar de accommodatie is nu optimaal ingericht, zodat ook echt ieder stukje grond kan worden benut voor het voetballen. Geheel tot mijn verrassing was voor de officiële opening een hoogwerker besteld, dus voor ik er erg in had zweefde ik hoog boven de velden. Ik kon het niet laten om snel even wat foto’s van het mooie uitzicht te maken.

Gelukkig heb ik geen last van hoogtevrees, dus het was voor mij vooral een mooi avontuur, passend bij een club als SV Huizen, die nog steeds voor de grote hoogten gaat!

De wedstrijd die volgde kon ik helaas niet bijwonen, want om 14.45 uur was de opening van het vernieuwde clubgebouw van de Activiteiten Vereniging Oude Haven (AVOH) gepland. Ook een heel feestelijke gebeurtenis, compeet met champagne en heerlijke hapjes. De gemeente heeft na uitvoerig overleg met de AVOH besloten om de erfpacht weer voor 25 jaar te verlengen, omdat we deze vereniging graag in de oude haven behouden. Commerciële partijen in de haven zijn nuttig en nodig om de Huizer haven meer aanzien te geven, maar verenigingen zijn daarop een welkome aanvulling. Door duidelijkheid over de erfpacht werd de vereniging dan ook in staat gesteld om te investeren in hun clubgebouw en het resultaat (mede dankzij de aannemer/lid AVOH Maurice de Jonge en de vele vrijwilligers die hun handen uit de mouwen hebben gestoken) mag er dan ook zijn.

Kortom: een heel feestelijke dag voor Huizen!

Huizen wordt steeds mooier!

0

Afgelopen vrijdag vonden twee gebeurtenissen plaats, die voor toerisme in Huizen van belang zijn. In de eerste plaats was er de traditionele ‘botterborrel’ in de botterwerf aan de oude haven. De derde botter van de Stichting Huizer botters is daar recent verwelkomd en er liggen ook nog twee botters van particuliere eigenaren. Het vissersverleden van Huizen herleeft hier en het is merkbaar dat veel mensen er ook echt van genieten dat de sfeer van toen weer voelbaar wordt. Ik mocht bekend maken wat het winnende rijm op het deurtje van de derde botter was geworden. Hier ziet u die:

De tekst is gemaakt in het Huizer dialect. Het betekent: ‘de wind kan je niet veranderen, maar de stand van de zeilen wel’. De jury vond dit rijm het mooiste van de vijf genomineerde rijmpjes, omdat het past bij het thema ‘Huizer visserij’, maar ook omdat het een dubbele betekenis heeft. Er zijn dingen in het leven die je niet kunt veranderen, maar er zijn ook dingen die je wél kunt doen. Dat deden de Huizer vissers, maar dat doen ook al die vrijwilligers die het varend erfgoed nu in ere houden.

Het toeristisch beleid in Huizen is erop gericht om de oude haven te verbinden met het oude vissersdorp en -ook verder het dorp in- het oude Raadhuisplein. Dat plein is onder bestuurlijke verantwoordelijkeheid van mijn collega Petra van Hartskamp nu een echt gezellig plein geworden, met mooie bomen en een waterpartij die ook de jeugd uitnodigd tot actie! Wat mij betreft mag daar ook nog het beeld van het Huizer melkmeisje bij, als symbool voor het boeren verleden van Huizen. Van boeren naar vissers: een hard bestaan, maar ook een leven in grote onderlinge verbondenheid.  En dat is wat de Huizers nog steeds kenmerkt: harde werkers, maar nog steeds met oog voor elkaar.

Vrijdagavond werd het oude Raadhuisplein feestelijk heropend. Huizen wordt steeds mooier!

Opening oude Raadhuisplein

Water heeft magische aantrekkingskracht op kinderen

Petra van Hartskamp mag terecht trots zijn!

Gilde Gooi Noord bestaat 25 jaar

0

In het kader van het 25 jarig bestaan van het Gilde Gooi Noord werd afgelopen donderdag een feestelijke bijeenkomst gehouden bij Fort Werk 4 in Bussum. De vrijwilligers van Gilde Gooi Noord werden getracteerd op een middag oud-Hollandse spelen en de externe contacten (waaronder ikzelf dus) op een receptie in de sfeervolle tuin bij het Fort.

Ik heb grote bewondering voor de vele 50+ ers van het Gilde Gooi Noord, die hun kennis en ervaring belangeloos beschikbaar stellen aan onze samenleving. Zij zijn bijvoorbeeld gids tijdens fietstochten, of helpen ouderen bij het aanleren van computervaardigheden. Maar ze doen nog veel meer, ook aan individuele hulp en advies. (zie daarvoor hun website: www.gildegooinoord.nl). Dat alles gebeurt vaak in stilte. Ik vind daarom dat ik ze bij dit jubileum best even in de schijnwerpers mag zetten. Hulde!

Eerst mensen, dan regels

0

In de afgelopen week was ik deelnemer aan een ronde tafelgesprek over de WMO. Aan tafel zaten leden van diverse WMO Raden, belangenorganisaties en enkele wethouders. Er werd uitgebreid gediscussieerd over ‘de kanteling’. Dit is een begrip dat voor ingewijden heel gewoon is, maar voor gewone mensen natuurlijk onbegrijpelijk. Kern van het begrip is dat we als gemeenten anders (dus gekanteld) moeten gaan denken als het gaat om de toepassing van regels. Er is in complexe situaties van mensen vaak veel aan de hand waardoor mensen niet (meer) volwaardig in de maatschappij kunnen deelnemen. Gebrek aan sociale contacten, een problematische gezondheid, werkloosheid, geldproblemen, gebrek aan zingeving, dit alles kan leiden tot een versmalling van het bestaan van mensen en uiteindelijk tot een sociaal isolement. Met ‘de kanteling’ willen we bevorderen dat de problemen waarmee mensen worstelen integraal worden aangepakt en dat het uiteindelijke resultaat is, dat mensen weer gewoon op eigen kracht (of met hulp van hun eigen sociale netwerk) aan de samenleving kunnen meedoen. Binnen gemeenten staan op dit moment de regels, maar vooral ook de organisatiecultuur, een passende oplossing voor mensen helaas vaak nog in de weg. Daar moeten we iets aan veranderen. Immers, geen enkel mens is gelijk en geen enkele situatie is gelijk. Het resultaat dat we samen met kwetsbare burgers kunnen bereiken moet dan ook niet gehinderd worden door regels die voortkomen uit een in onze samenleving niet langer realistisch gelijkheidsdenken of angst voor willekeur. Om die reden heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) een ‘gekantelde verordening’ voorgesteld. De nieuwe WMO verordening die we als gemeenten allemaal moeten hebben zal in Huizen echter verder gaan dan het model. Wij streven naar een verordening die nauwelijks nog regels gaat bevatten! Onze visie is, dat we vooral goed moeten luisteren naar mensen die ondersteunng nodig hebben, om  vervolgens samen te zoeken naar passende oplossingen. Niet alles hoeft door de overheid te worden geregeld. Wat mensen op eigen kracht (nog) kunnen moet weer centraal komen te staan. Dat is het vertrekpunt. Maar als daar aanvullend (professionele) hulp nodig is, dan moeten we er als overheid wel zijn!

Als overheid kunnen we niet alle problemen van mensen oplossen. We hebben daarbij een betrokken samenleving nodig, waarin mensen ook naar elkaar omzien.  Gelukkig heb ik deze week weer veel voorbeelden gezien waarbij professionele hulp én de inzet van vrijwilligers samen leidt tot het voorkomen van een sociaal isolement. Zo werd vandaag (donderdag 21 april) door professionals én vrijwilligers van de Marke en vrijwilligers van de Zonnebloem en de Rikistichting, samen met de kinderen en de meester van klas 7 van de Eben Haëzerschool in Huizen een feestelijke ochtend verzorgd voor de ouderen van de Marke. Bij de opening van deze bijeenkomst heb ik daar ook mijn waardering voor uitgesproken:  Als overheid kunnen we veel doen voor de ouderenzorg, maar we kunnen de aandacht die mensen voor elkaar hebben niet regelen. Het is fantastisch om te zien met hoeveel motivatie mensen écht vanuit hun hart voor anderen zorgen.  Juist ook ouderen lopen een groter risico om sociaal geïsoleerd te raken. Het is fijn dat daar in Huizen zoveel aandacht voor is. En de jeugd van nu, zijn hopelijk de vrijwilligers van straks!

Deze week weer werd ik helaas ook weer geconfronteerd met casuïstiek waaruit de noodzaak van een integrale aanpak van mensen of gezinnen in probleemsituaties duidelijk naar voren kwam. Soms zijn we onvoldoende op de hoogte van de problemen van mensen. En als die dan bij ons bekend worden, is het vaak echt crisis. We zijn in Huizen op de goede weg om in dit soort crisissituaties doortastend op te treden, maar er zijn ook nog wel belemmeringen om dit te doen. Ook in Huizen zijn we er wat ‘de kanteling’ betreft nog niet. Er liggen dus nog genoeg uitdagingen!

Samenwerking in het Gewest

0

In de afgelopen week werd door Ben Hammer (voormalig wethouder Hilversum en nu in de hoedanigheid van voorzitter van de klankbordgroep herijking Gewest) een rapport gepresenteerd aan Ernst Bakker, voorzitter van het Gewest Gooi en Vechtstreek. In het rapport staan een groot aantal aanbevelingen voor een effectieve en efficiënte samenwerking van de negen gemeenten (Blaricum, Bussum, Hilversum, Huizen, Laren, Muiden, Naarden, Weesp en Wijdemeren) binnen het Gewest Gooi en Vechtstreek.

Het rapport is zorvuldig voorbereid door o.a. leden van het Algemeen Bestuur van het Gewest (raadsleden en wethouders) ambtenaren en enkele extern betrokkenen bij het Gewest. Het rapport is in de afgelopen week alleen aangeboden en toegelicht. Het is nu de bedoeling dat gemeenten het rapport gaan bestuderen. Daarna volgt een inhoudelijke discussie tijdens een regionale bijeenkomst op 20 mei. Nol van de Helm en Liesbet Tijhaar waren namens Huizen als leden van het AB van het Gewest en als lid van de klankbordgroep nauw bij de voorbereidingen van het rapport betrokken.  Nol van de Helm  gaat de commissie Algemeen Bestuur en Middelen (ABM) van de gemeente Huizen a.s. donderdag dan ook informeren over de hoofdlijnen uit het rapport.

Ik merk dagelijks in mijn werkzaamheden hoe belangrijk het is om als gemeenten met elkaar samen te werken. Het levert veel kennisuitwisseling op en het voorkomt dat we steeds ieder voor zich weer het wiel uit moeten vinden. Toch moeten we mijns inziens altijd kritisch blijven in de keuzes die wij m.b.t. samenwerking maken. Ik ben van mening dat samenwerking de gemeente Huizen ófwel kwaliteitswinst, ófwel een kostenbesparing moet opleveren en het liefst allebei. Het rapport dat nu voorligt biedt mijns inziens genoeg mogelijkheden om daar werk van te maken.

Onroerende Zaak Belasting (OZB)

0

Niemand vindt het leuk om belasting te moeten betalen, maar als het dan toch moet, dan is het wel van belang dat je niet teveel betaalt. In Huizen wordt -net als in alle andere gemeenten- onroerende zaak belasting geheven. Die belasting is (deels) gerelateerd aan de waarde van de onroerende zaak (bijvoorbeeld een huis of een bedrijf ). Om te bepalen wat de waarde van een onroerende zaak is (de WOZ), hanteren we in Huizen een indrukwekkend gedifferentieerd en geautomatiseerd systeem. Dit, in combinatie met een team van enthousiaste en betrokken ambtenaren, maakt dat we de waardebepalingen heel precies kunnen uitvoeren, waardoor er dus ook relatief weinig bezwaarschriften binnen komen.

Toen ik daar met het Hoofd Financiën over sprak, liet hij me weten dat we in Huizen écht een heel goed lopende belastingafdeling hebben, met nauwelijks ziekteverzuim en ook nauwelijks verloop. De mensen die er werken gaan er ook helemaal voor om hun werk tot in de puntjes nauwkeurig uit te voeren. Vooral daardoor hebben we in Huizen de belastingzaken goed op orde.

De efficiënte en effectieve manier waarop in Huizen met belastingen wordt omgegaan heeft inmiddels ook landelijk bekendheid gekregen. In de afgelopen week kwam de gemeente Dalfsen bij de belastingafdeling op werkbezoek en binnenkort komt ook de gemeente Tilburg naar Huizen, om te kijken hoe we in Huizen de WOZ en de heffing van de OZB hebben geregeld. 

Niet alleen voor ons innovatieve WMO beleid komen dus andere gemeenten naar Huizen, maar óók voor de WOZ. Voor mij een reden om dubbel trots te zijn.

Provincie steunt regionale samenwerking maatschappelijke ondersteuning

0

Twee weken geleden ging een persbericht van het Gewest Gooi en Vechtstreek uit, waarvan ik eigenlijk niets in de media heb teruggezien. Misschien is de boodschap  ingewikkeld, maar daarom niet minder belangrijk. Als wethouders WMO in de regio Gooi en Vechtstreek spannen we ons namelijk enorm in om in nauwe samenwerking tot een goed systeem van maatschappelijke ondersteuning in onze gemeenten te komen, waardoor mensen die ondersteuning nodig hebben ook écht worden geholpen.  Het nieuws is, dat we daarbij nu ook de steun van de provincie hebben! Hier dus het persbericht, voor de mensen die hier wél belangstelling voor hebben.

De provincie Noord-Holland ondersteunt, op initiatief van gedeputeerde Rob Meerhof, de gemeenten in de Gooi en Vechtstreek bij de totstandkoming van de regionale samenwerking op het terrein van wonen, welzijn en zorg (samengevat maatschappelijke ondersteuning). De portefeuillehouders van de negen gemeenten in de Gooi en Vechtstreek willen de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) gezamenlijk oppakken. De regionale samenwerking komt mede dankzij een provinciale bijdrage van €150.000,- in een stroomversnelling terecht.

Nu met elkaar zorgen dat ook straks iedereen mee kan doen

Iedereen wil zo lang en zo zelfstandig mogelijk mee kunnen doen aan de samenleving. Gemeenten ondersteunen inwoners die hierbij problemen ondervinden. Door vergrijzing en bezuinigingen van het Rijk is het steeds moeilijker voor gemeenten om deze maatschappelijke ondersteuning betaalbaar te houden en om tegelijk de kwaliteit op peil te houden. Door nu slim samen te werken en met inwoners en aanbieders van zorg en welzijn in de Gooi en Vechtstreek de maatschappelijke ondersteuning te vernieuwen, verwachten de gemeenten ook de komende jaren ervoor te kunnen zorgen dat iedereen mee kan doen.

De vraag centraal

De gemeenten willen een verandering realiseren van het verstrekken van voorzieningen op basis van individuele rechten naar het op maat ondersteunen van inwoners op verschillende leefgebieden. De maatschappelijk ondersteuning is gericht op het vergroten van de zelfstandigheid van inwoners en het versterken van de eigen regie van mensen op het dagelijks leven. Bij deze vernieuwing staat het activeren én ondersteunen van de eigen kracht van mensen centraal. De wethouders in de Gooi en Vechtstreek zijn ervan overtuigd dat deze doelstellingen gerealiseerd kunnen worden door mensen zelf oplossingen te laten formuleren voor problemen. En vervolgens door de vraag van mensen sturend te laten zijn bij de vormgeving van de maatschappelijke ondersteuning. Door de vraag van mensen centraal te stellen verwachten de gemeenten dat inwoners een hogere kwaliteit ervaren, gelijkwaardigheid in de dienstverlening ervaren en een doelmatiger inzet van publieke middelen. Dit betekent dat er in de toekomst geen blauwdrukken (zoals regelingen en indicatiebesluiten) van ondersteuning meer af te geven zijn. Vraagsturing vraagt om een andere organisatie van dienstverlening. Voor de burger moet dit alles leiden tot een goede dienstverlening, meer keuzevrijheid, en een pakket van maatregelen dat echt past bij de eigen situatie en mogelijkheden.

Visie omzetten in een uitvoeringsprogramma

Tijdens een recent georganiseerde regionaal congres is deze visie besproken met raadsleden, aanbieders, wethouders en ambtenaren. Met behulp van de gelden van de provincie Noord Holland wordt nu gewerkt aan het vertalen van de visie in een uitvoeringsprogramma dat als basis kan dienen voor de lokale Wmo beleidsplannen. Om dit proces goed te begeleiden hebben de wethouders Wmo in de Gooi en Vechtstreek een bestuurlijke taskforce geformeerd. In deze stuurgroep zitten wethouder Janny Bakker (gemeente Huizen), wethouder Gerard Boekhoff (gemeente Bussum) en wethouder Eric van der Want (gemeente Hilversum). De lokale Wmo beleidsplannen worden in het najaar van 2011 ter besluitvorming aan de gemeenteraden voorgelegd.

Maatschappelijk innoveren tussen wens en werkelijkheid

1

Voor wie dit nog niet wisten: ik heb in Utrecht Nederlands recht gestudeerd (daar heb ik mijn mr. titel aan te danken) en daarna heb ik ook  weer in Utrecht bestuurskunde (of precies gezegd: recht, bestuur en management) gestudeerd (en daar heb ik mijn drs. titel aan te danken). Een paar weken geleden kreeg ik als oud-student een uitnodiging voor een lustrumviering van de faculteit Rechtsgeleerdheid, Economie en Bestuur en Organisatiewetenschap in Utrecht. Ik wist niet wat ik zag. Kennelijk is dit nu al vijf jaar één faculteit. Dat was me helemaal ontgaan en dat was in ‘mijn tijd’ echt ondenkbaar. Het programma van de viering zag er interessant uit, met als thema “Maatschappelijk innoveren tussen wens en werkelijkheid”. Ik besloot daarom om op deze uitnodiging in te gaan. Zo kwam ik afgelopen zaterdag dus terecht in een bomvol academiegebouw in Utrecht.

Voor mij weer even nostalgie, want het was best weer even geleden dat ik hier mijn bul kreeg. Dit keer was ik te gast bij een bijzonder inspirerende bijeenkomst, met sprekers als Jolande Sap, Sadik Harchaoui, Herman Wijffels, Agnes Jongerius, Paul Schnabel, Wouter Koolmees, Hanke Bruins Slot en vele anderen. De middag deed me beseffen hoe belangrijk het is dat in ons land -naast de politieke waan van de dag- ook door universiteiten wordt meegedacht over hoe het met onze samenleving verder moet. Ik wil u een paar inspirerende woorden van sprekers niet onthouden.

Sadik Harchaoui bijvoorbeeld, voorzitter van de Raad van Bestuur van Forum, maakte zich zorgen over het gebrek aan lange termijnperspectieven bij het immigratievraagstuk. Door de discussie over immigratie, zoals die nu in ons land gevoerd wordt, is er bij buitenlandse ondernemingen een kentering aan het ontstaan in het beeld van een tolerant Nederland. Nederland is grimmiger geworden ten opzichte van allochtonen en minder open minded. Dat beeld naar buitenlandse investeerders is ronduit slecht voor onze economie en volgens Sadik Harchaoui in tal van opzichten schadelijk voor de toekomst van ons land. Met een rekensommetje over de bevolkingssamenstelling in de Randstad legde hij haarscherp vast, dat nu al 17,7% van de bevolking bestaat uit niet-westerse allochtonen. Kijken we naar het totaal aantal allochtonen in de Randstad, dan komen we al gauw op ruim 40%. We weten bovendien, dat we in 2040 een enorm tekort zullen hebben aan hoog opgeleiden. Ook weten we dat veel allochtone jongeren aansluiting bij de maatschappij dreigen te missen. Allochtonen met gelijke startkwalificaties als autochtonen (dus met dezelfde vooropleiding) komen toch minder gemakkelijk aan een baan.  Op dit moment is 24 tot 28 % van de allochtone jongeren werkloos. Dit is zorgelijk, want als we het economisch goed willen blijven doen, hebben we deze jongeren straks keihard nodig. Sadik Harchaoui pleitte dan ook voor het maximaal benutten van de talenten van (tweede- en derde generatie) autochtone jongeren én vrouwen. Niet afkomst moet centraal staan, maar toekomst.

Jolande Sap sprak over twee paradoxen, die ik ook in mijn dagelijkse praktijk als wethouder wel herken. Mondige burgers willen hun eigen leven bepalen, zonder bemoeizucht door de overheid. Maar diezelfde overheid moet wel ingrijpen als de buren zich misdragen. Dan moet de overheid opeens alles oplossen en de overheid reageert daarop met ‘incidentenpolitiek’. De tweede paradox is dat de overheid zegt dat er meer ruimte moet komen voor professionals. Maar diezelfde overheid gaat regelmatig op de stoel van professionals zitten en belemmert op die manier innovatie vanuit professionals. Die spiraal van enerzijds opgeklopte verwachtingen bij burgers en anderzijds toenemend wantrouwen in professionals maakt dat echte innovatie in de pulbieke sector niet van de grond komt.  Zij pleit voor een politiek die gaat over visies en idealen (en dus niet over incidenten) en voor een andere stijl van politiek bedrijven. Nu is degene die het hardste schreeuwt vaak de winnaar, niet degene met de beste ideeën. De verantwoordelijkheid voor de publieke zaak zou veel minder bij de overheid en veel meer bij de burger zelf én de professionals neergelegd moeten worden.

En dan Herman Wijffels. Ik kan het niet helpen, maar altijd als ik die man hoor spreken hoop ik dat hij de nieuwe leider van het CDA wil worden of dat we iemand zoals hij daarvoor vinden. Wat een visie! Wat een charisma! Dit keer hield hij een betoog over duurzaamheid, mede omdat hij in Utrecht ook hoogleraar duurzaamheid en maatschappelijke verandering is geworden. Hij begon met de vraag: ‘waarom maken we ons druk om duurzaamheid’. Het antwoord daarop was: ‘hetzelfde als de vraag naar leiderschap. Er is tekort aan!’ Hij ging vervolgens in op twee problemen: het ecologisch probleem (overshoot) en het sociaal-organisatorisch probleem (een mismatch tussen mensen en vraagstukken van nu en onze huidige maatschappelijke orde en instituties). Voor wat betreft die overshoot (= meer ge- en verbruiken van natuurlijke hulpbronnen dan op duurzame basis mogelijk is) legde hij haarfijn uit wat er aan de hand is. Al op dit moment, met zo’n 7 miljard wereldburgers, is het meer-gebruik meer dan 50%, waarbij het zwaartepunt bij de westerse wereld ligt. Als we dat afzetten tegen de groei van de wereldbevoling van 6 miljard in 2000 naar 9 miljard mensen in 2050, komt er als we niets doen een verdrievoudiging van het consumptieniveau, dat nu dus al veel te hoog ligt.  We leven alsof onze planeet geen limiet kent, maar dat is helaas niet zo. Onze houding zal dus fundamenteel moeten veranderen. In onze westerse wereld is bijvoorbeeld van alles wat we kopen  na drie maanden 99% afval  geworden. We zullen echt veel zorgvuldiger met grondstoffen om moeten gaan.

Het tweede deel van de probleemstelling ging over de organisaties. Door opleiding en emancipatie past de klassieke piramidale organisatievorm niet meer bij de mensen van nu. Daardoor worden competenties en creativiteit van mensen ook onderbenut en dat tast ook zingeving aan die mensen in arbeid ervaren. Vraagstukken van deze tijd vragen om een andere organisatie. Wijffels noemt m.b.t. die vraagstukken voorbeelden als:

* sociale zekerheid en sociaal beleid van organisaties * de wijze waarop onze democratie functioneert * mondiale vraagstukken t.o.v. de huidige natie-staten * mededingingsrecht en intellectuele eigendom * organisatie van bestuur en governance.

In het industriële tijdperk konden we volstaan met eendimentionaal denken. Het draaide om groei en om winst. Nu zijn meer afwegingen nodig. De cultuur is echter nog niet veranderd. Die is atomisch, egocentrisch van aard. Je gaat voor je eigen belang. Maar hier kunnen we niet mee verder, gezien de problemen waar we voor staan. In tal van opzichten is onze maatschappelijke orde niet meer aan de maat voor deze tijd.

Wijffels schetst een paar contouren, ontwikkelingsrichtinen, voor oplossingen.

In de eerste plaatst ethisch. Willen we in deze wereld,  die één samenhangend leefsysteem is, overleven, dan moet er een uitgebreide, relationele ethiek komen. Het moet weer gaan om de vraag hoe we ons tot elkaar verhouden. Elke beslissing die we nemen (dus ook bijvoorbeeld in ons aankoopgedrag) heeft een morele component. Wij moeten met elkaar (burgers, professionals en overheid) veel meer verantwoordelijkheid nemen voor gemeenschappelijke vraagstukken. En daar moeten dus ook instituties op worden aangepast.

In de tweede plaats het terugdringen van de overshoot, zowel in beleid, als in hoe we individueel acteren. En dan niet alleen terugdringen, maar ook ruimte maken voor nieuwe mensen op deze planeet. Processen uit de industriële tijd kunnen we ons niet meer permitteren. Voorraden (grondstoffen) raken op en de negatieve effecten van het verbruik zijn enorm. We zullen dus veel meer cyclisch met grondstoffen om moeten gaan, voortdurend hergebruiken, weg met de wegwerpmaatschappij. Dat vraagt onder andere om een bio-based economy, meer gebruik maken van bio-massa, óók in de chemische sector en in de life sciences.

In de derde plaats moet de wijze waarop de financiële sector zich verhoudt tot de reële economie op de schop. De reële economie wordt nu geexploiteerd door de financiële sector, in plaats van dat deze sector dienend is aan de  reële economie. Die dienende rol moet weer terug komen.

Het grote probleem in Nederland is volgens Wijffels dat we momenteel sterk in een nostalgisch politiek-maatschappelijke sfeer zitten. We willen het liefst terug naar het oude en politieke partijen die dit voorstaan krijgen veel stemmen. Maar we kunnen niet terug naar het oude. We moeten écht vernieuwen. We zullen onszelf moeten overstijgen in het eigen belang, door rekening te houden met het algemeen belang. En dat is ook wat natie-staten zullen moeten doen, op basis van het subsidiariteitsbeginsel. Dat betekent dus het intensiveren van relaties op alle niveau’s.  Maar ook afstappen van de huidige regels m.b.t. intellectueel eigendom. Kennis hoort open source te zijn, eigendom van de mensheid en niet van individuele actoren.

Wijffels pleit ervoor om op alle niveau’s een overgang te maken van het één dimensionaal denken naar het meer dimensionaal denken. Van het in de juiste orde zetten van doelen en middelen. Op dit moment is het doel en het middel vaak van plaats gewisseld. Winst is bijvoorbeeld een doel geworden, in de zin van aandeelhouderswaarde. Maar winst mag nooit een primair doel zijn, maar moet slechts een middel zijn om diensten te kunnen blijven leveren. Organisaties moeten zich zo ontwikkelen, dat mensen zich er weer in kunnen herkennen, waarin ieder naar zijn vermogen mede-verantwoordelijkheid kan nemen. Van human resource naar human development dus. Nu gaan mensen naar hun werk, terwijl ze het beste van zichzelf thuis laten. De sociale zekerheid moet van zorg-gericht naar ontwikkelingsgericht. Potenties van mensen ontwikkelen en structuren maken waarin mensen weer tot hun recht kunnen komen. De democratie moet van een partijendemocratie opschuiven naar een burgerdemocratie.

Deze omslag vraagt om leiderschap. Wijffels omschrijft leiderschap in een tegenstelling tot management, wat het runnen van de bestaande orde is. Leiderschap is mensen meenemen naar een nieuwe orde. Daar is visie én moed voor nodig. 

Ik hoop dat deze drie sprekers u net zo inspireren en aan het denken zetten als zij mij hebben gedaan. Er zijn meer vragen dan oplossingen. Maar één ding is wat mij betreft zeker: er rust een grote verantwoordelijkheid op ons aller schouders!

Naar boven