Huizen niet akkoord met financieel onderhandelingsresultaat VNG

In de afgelopen week hebben we als College van Huizen besloten om niet akkoord te gaan met het bereikte onderhandelaarsakkoord tussen VNG, IPO en de Unie van Waterschappen met een kabinetsdelegatie van de ministers Dijsselbloem, Plasterk en staatssecretaris Weekers. In het navolgende citeer ik uit de argumentatie hiervoor in het collegevoorstel. 

Voor gemeenten, provincies en waterschappen spelen momenteel drie financiële dossiers welke stuk voor stuk van grote invloed zijn op de (financiële) huishouding van genoemde medeoverheden. Het gaat hierbij om de wet houdbare overheidsfinanciën het schatkistbankieren  en het BTW compensatiefonds.

Tussen vertegenwoordigers van de rijksoverheid en de genoemde medeoverheden is nu een onderhandelaarsakkoord  bereikt. De VNG spreekt over een akkoord  over de financiën van de decentrale overheden in deze kabinetsperiode.  Belangrijke kanttekening hierbij is dat nu gaat om een pakketafspraak op de drie genoemde dossiers en b.v. niet om de effecten van de decentralisaties en de doorwerking van de rijksbezuinigingen naar de algemene uitkering.

Wet Houdbare Overheidsfinanciën

In Europees verband heeft de Nederlandse overheid afspraken gemaakt over de ontwikkeling (lees beperking) van het Emu-tekort en de schuld van de overheid. Een gevolg van deze afspraken is dat ook van de mede-overheden een bijdrage wordt verwacht in het terugdringen van het emu-tekort; deze bijdrage zou dan gelijkwaardig moeten zijn. Hier wringt dan gelijk de schoen omdat voor het rijk het kasstelsel wordt gehanteerd voor bepaling van de begrotingspositie en voor de gemeenten het stelsel van lasten en baten. Zo kan een gemeente zijn financiën keurig op orde hebben en toch worden aangesproken op een landelijk tekort. De oorzaak hiervoor ligt dan in gedane investeringen, volgens het kasstelsel zijn dit eenmalige uitgaven die een gemeente dan in de rode cijfers doen belanden  en volgens het stelsel van baten en lasten worden de lasten gespreid over de gebruiksduur van de gepleegde investering zonder dat een begroting hierdoor wordt ontwricht.

Voor Huizen ligt de zaak nog gecompliceerder omdat wij omvangrijke vrije (bestemmings) reserves  hebben klaarstaan voor de realisatie van reeds geoormerkte voorzieningen. Dat deze reserves zijn gevormd uit overschotten uit het verleden en dus feitelijk geen tekorten veroorzaken valt met de rekenmethoden welke binnen de  wet Hof worden gehanteerd helaas niet te beargumenteren. 

Het overleg heeft er niet toe geleid dat de kern van de wet HOF is gewijzigd. Wel zijn er enkele kleinere tegemoetkomingen gedaan; zo is er wat meer investeringsruimte voor de periode tot en met 2017 en zullen de sancties gedurende deze kabinetsperiode niet worden toegepast alhoewel de mogelijkheid daartoe wel in de wet blijft staan.

 Schatkistbankieren

 Het regeerakkoord verplicht gemeenten hun middelen onder te brengen bij het rijk; hiermee wordt het zogenaamde schatkistbankieren feitelijk afgedwongen. Volgens de huidige wet  Fido (financiering decentrale overheden ) kunnen de gemeenten zelf bepalen waar zij hun overtollige middelen stallen. Na de “ice-safe” affaire zijn aan deze beleggingen zodanig zware voorwaarden verbonden dat gesproken kan worden van veilige beleggingen. Dat er nu toch een maatregel komt waarbij de gemeentelijke autonomie op dit terrein wordt geschonden heeft dan ook minder te maken met risico’s wegnemen dan wel het op een makkelijke manier verkleinen van de rijksschuld door hier de gemeentelijke middelen rekenkundig op in mindering te brengen. Voor gemeenten is de uitkomst dat zij hun marktconforme rentevergoeding verliezen en genoegen moeten nemen met zeer bescheiden rijksvergoedingen. Het nadeel voor onze gemeente is eerder berekend op structureel € 1.500.000,- per jaar.

Resultaat van het overleg is dat de huidige wet intact blijft, met een tweetal toevoegingen. Allereerst zal het gemeenten mogelijk worden gemaakt aan andere overheden overtollige middelen uit te lenen; de betekenis hiervan is weliswaar positief doch qua betekenis beperkt in verhouding tot het becijferde nadeel van schatkistbankieren in zijn totaliteit. Verder wordt er een zogenaamde doelmatigheidsdrempel ingevoerd voor overtollige middelen welke dan niet onder het schatkistbankieren vallen; de omvang van deze drempel is  in wezen symbolisch van omvang  zodat we hier eigenlijk kunnen spreken van klein wisselgeld.

 BTW compensatiefonds 

 Het BTW compensatiefonds zoals wij dat nu kennen dateert van 2003. De invoering ervan is destijds niet zonder slag of stoot verlopen omdat het nut er van  niet door iedereen werd onderkend. Het  argumenten van toen behelsden vooral  dat er een betere afweging zou ontstaan tussen zelf doen en uitbesteden omdat de typische overheidsuitgaven niet onder de fiscale btw vielen. Het BCF kende overigens ook weer tal van uitzonderingen en de ondernemerstaken van de gemeente vielen dan weer wel onder de fiscale btw.  Sinds de invoering is eigenlijk steeds discussie blijven bestaan over het bestaansrecht van het fonds. Inmiddels is het BCF overigens wel goed ingeburgerd in die zin dat de bedrijfsvoering, de administratieve organisatie en de diverse constructies afgestemd zijn op de huidige regelgeving.

Dat het BCF nu in discussie komt heeft wellicht een heel andere reden en wel het begrotingstekort van de rijksoverheid. De afschaffing van het BCF zou gepaard gaan met een overheveling van de middelen van dat fonds naar het gemeente- en provinciefonds met een gelijktijdige korting van € 550 miljoen.

Nu het BCF niet wordt afgeschaft  blijft de korting op het gemeentefonds evenwel gehandhaafd en wordt ook de omvang van het BCF gemaximeerd. Dit alles doet toch vermoeden dat de beweegredenen op dit dossier vooral financieel van aard zijn. Voor Huizen betekent een en ander dat ook via deze route een korting op ons af komt van rond € 1 miljoen structureel.

 Conclusie:

 De kern van de oorspronkelijke voorstellen op de drie besproken dossiers is onverkort overeind gebleven, terwijl het eindresultaat niet onderhandelbaar is.

De bezwaren tegen de voorstellen zijn allereerst principieel; de gemeentelijke autonomie wordt fors aangetast op onderdelen als financieel beheer en investeringsvrijheid, ook als je de financiën wel op orde hebt. Daarnaast is er nu al sprake van forse budgettaire effecten, terwijl decentralisatie-effecten en kortingen op het gemeentefonds hier nog bij opgeteld moeten worden.

De onderhandelingen hebben zich beperkt tot slechts een deel van de problematiek en hadden b.v geen betrekking op efficiencykortingen bij decentralisaties binnen het sociale domein. Een integraal beeld van alle effecten ontbreekt en van een totaal akkoord is dus ook geen sprake.

Omdat verder de concessies welke verkregen zijn via de onderhandelingen als marginaal zijn aan te merken in verhouding tot wat de impact is van de maatregelen tot nu toe, heeft het college van Huizen besloten om niet in te stemmen met het onderhandelaarsakkoord. De resultaten van de onderhandelingen worden door de VNG momenteel in de vorm van een ledenraadpleging aan de gemeenten voorgelegd. Wij hebben de VNG inmiddels van ons standpunt op de hoogte gesteld.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *