Kunst in de kerk

Gisteren mocht ik de Kunst Pinkster Expositie openen in de Oosterlichtkerk. Ik had van tevoren voor mijn speech wat gedachten op papier gezet, maar niet echt een speech uitgeschreven. Na afloop vroeg de organisatie mij om de speech, die ik dus nu toch maar uitschrijf en (als beloofd aan de organisatie) aan mijn blog toevertrouw.

Geachte aanwezigen,

Wat fijn dat jullie met zoveel mensen hiernaar toe zijn gekomen. En wat ziet het er prachtig uit in de kerk. Zoveel kunst: schilderijen, beelden, foto’s, tekeningen, gedichten, wat een creativiteit!

Voor mij is het een beetje  vreemd om op deze plaats te staan. We kennen allemaal het principe van de scheiding tussen kerk en staat. Ik voel me er wat ongemakkelijk bij om als wethouder hier in de kerk te staan. Het thema van deze expositie is “Jij, ik … wij”. En zoals ik al werd aangekondigd: ik ben als wethouder verantwoordelijk voor het sociale domein, ofwel voor verbinding van mensen in onze lokale samenleving met anderen. Heel passend dus bij dit thema.

Van tevoren heb ik het fraai opgemaakte programmaboekje thuisbezorgd gekregen, waarin ik al een beetje heb kunnen zien hoeveel moois er de komende weken met deze expositie te beleven is, niet alleen in deze Oosterlichtkerk, maar ook in de Kruiskerk en in de Goede Herderkerk.  Alle werken hebben een relatie met het thema ‘verbondenheid’. Volgens de inleiding van dit boekje laten de werken zien hoe belangrijk verbinding is voor het welzijn en het samenleven van mensen. En welzijn en samenleven, daar heeft ook de gemeente een belangrijke verantwoordelijkheid in. In die zin ben ik hier wel op mijn plaats.

Maar als ik verder lees in de inleiding, dan zie ik dat het met het gekozen thema ook gaat over de verbondenheid met God. Daar past mij als wethouder bescheidenheid. We kennen in ons land de ‘scheiding tussen kerk en staat’ en dat principe moeten we koesteren. Eeuwen geleden was het heel gewoon dat de staat zich met de kerk bemoeide en dat de kerk zich met de staat bemoeide. Dat veranderde, onder andere door de Verlichting. Het beginsel ‘godsdienst is een privé zaak’ stamt uit die tijd, uit de liberale theorie. Marx vond dat niet ver genoeg gaan. Volgens het Marxisme moest de mens van de godsdienst bevrijd worden. Binnen het socialisme en de westerse democratieën ging men niet zover, maar kwam men tot de overtuiging dat godsdienst niet moest worden afgeschaft, maar dat er wel een scheiding moest plaatsvinden tussen godsdienst en politiek. De socialist Bernstein zag in godsdienst geen privézaak, maar een publieke aangelegenheid van grote betekenis. Hij vond de steun aan de godsdienst een cultuuropdracht voor het openbaar gezag. U zult begrijpen dat ik mij ook als CDA wethouder (niet voor niets werd ik zojuist ook zo aan u voorgesteld) wel prettig voel bij die opvatting. En uit het feit dat hier ook raadsleden van CDA en ChristenUnie aanwezig zijn maak ik op dat ik daarin niet alleen sta.

Onze samenleving kenmerkt zich door een grote pluraliteit van verschillende godsdienstige en levensbeschouwelijke overtuigingen. Religieuze neutraliteit is dan ook voor de overheid van groot belang. In politiek opzicht horen geloofs- en levensovertuigingen tot de private levenssfeer van burgers. Maar wat mij betreft betekent dit niet dat geloofs- en levensovertuigingen ingeperkt moeten worden tot uitsluitend een zaak van het innerlijk. De overheid hoort ook ruimte te bieden aan sociale en institutionele ontplooiing ervan binnen de gemeenschappen waarin mensen leven.

Een bekende uitspraak van Jezus is: “Geef aan de keizer wat van de keizer is en aan God wat van God is“. Jezus kende dus ook al een scheiding tussen kerk en staat. Maar waar ligt precies de grens? Ik geloof niet in een ‘vadertje staat’ gedachte, waarbij de overheid vooral van bovenaf gezag uitoefent over haar onderdanen. In een democratie mag de levensovertuiging van verschillende groepen burgers in politiek beleid best tot zijn recht komen.

Terug naar het thema: Jij, ik … wij.

Ik las een tekst bij één van de kunstwerken van Nicole Dijkstra: “we maken een mooie  wereld”. Dat is wat ook zichtbaar wordt in alle kunst in deze expositie. Mensen die op de een of andere manier uitdrukking geven aan hun inspiratie om de wereld een beetje mooier te maken. Om mensen met elkaar te verbinden. Veelkleurige mensen, zoals Henny Lustig dat in een toelichting op haar schilderij beschrijft. Want we zijn allemaal anders, we zijn allemaal uniek. Ook Huizen is veranderd. Ik ben hier geboren en getogen. In mijn jeugd woonden hier zo’n 17.000 mensen. Het merendeel was lid van de Hervormde kerk. En bijna iedereen was blank. Inmiddels zijn er heel veel mensen van buitenaf bijgekomen. Ook recent weer heel veel mensen die gevlucht zijn, onder meer uit Syrië. Eén van de schilderijen (van Theresia Moosdorff) beeldt uit hoe zij als ‘goede buur’ betrokken was bij een Syrisch gezin dat in Huizen is komen wonen. Het thema ‘jij, ik … wij’ is een prachtig thema, dat al die facetten in zich heeft. Ik kwam hier zojuist de fotograaf Jan Wouda tegen, een ver familielid die ik al heel lang niet meer gezien heb. Over verbondenheid gesproken.

Maar dan die verbondenheid met God. Jezus zegt: “Mijn koninkrijk is niet van deze wereld“. Het gaat in de verbondenheid met God écht om een andere dimensie. Die verbondenheid is dan ook niet zo gemakkelijk in woorden uit te drukken. Maar jullie laten hier duidelijk zien dat die verbondenheid een bron van creativiteit en inspiratie is, juist ook voor de verbinding met anderen in het gewone, dagelijkse leven.

In de inleiding van het programmaboekje staat dat de Geest mensen gaven geeft. Het doet mij herinneren aan frase uit een voor mij bekend lied: “Want de Geest spreekt alle talen en doet ons elkaar verstaan”. Zo vinden we elkaar, mensen onderling hier in de kerk, mensen vanuit deze kerk met mensen in onze samenleving die niet bekend zijn met de kerk, maar ook mensen vanuit de overheid en mensen vanuit de kerk. Ik ben blij met onze goede samenwerking. Ik wil jullie van harte feliciteren met deze mooie expositie. Ga vooral ook in de andere kerken kijken en laat je inspireren.  Een mooi pinksterfeest gewenst!

Huizen en Europa

In de afgelopen week was ik met een delegatie van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) op werkbezoek in Brussel. Voor mij was dit voor het eerst dat ik als wethouder voor mijn werk in Brussel was. Ik vond het dan ook best spannend. In dit blog wil ik -zoals via Twitter ook beloofd- verslag doen van dit werkbezoek.

Sterk blijven en onze waarden hoog houden

Ruim een uur te vroeg kwam ik aan in het Thon hotel, waar een briefing zou plaatsvinden. Brussel bleek dichterbij dan ik dacht. In 2 uur en 10 minuten reed ik er zonder files naar toe. Bizar was, dat ik de parkeergarage onder het hotel inreed, langs een zee van bloemen. Hier bleek de uitgang te zijn van het metrostation Maalbeek, waar op 22 maart zoveel slachtoffers van de aanslag te betreuren waren. Zo dichtbij was dat dus. Heel confronterend!

IMG_1829

Ons eerste bezoek was aan Marianne Thyssen, EU commissaris Werk, Sociale Zaken, Vaardigheden en Arbeidsmobiliteit. Onze delegatieleider begon met het uitspreken van ons medeleven met Brussel, na de verschrikkelijke aanslagen. “We moeten sterk blijven en onze waarden hoog houden” was de reactie van mevrouw Thyssen.

Social triple A rating

Ik vond het betoog van Marianne Thyssen erg inspirerend. Zij begon met de mededeling dat Europa gaat voor een “social triple A rating”, een term die ik nog niet eerder had gehoord, maar dat klonk als een goed begin. Ze legde ons uit waar zij zoal mee bezig was om dit te realiseren, zoals de aanpak van jeugdwerkloosheid en langdurige werkloosheid, toegankelijkheid van producten en diensten voor mensen met beperkingen, versterken van (digitale) vaardigheden van laag opgeleiden (waaronder ook vluchtelingen), inzichtelijk maken van ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, gelijke behandeling van werknemers, vergroten van arbeidsmobiliteit, maar wel op basis van eerlijke, duidelijke en afdwingbare regels, veiligheid en gezondheid op het werk (o.a. werken met kankerverwekkende stoffen) en entameren van een breed debat over sociale principes in onze huidige systemen.

IMG_1832

Nederlands voorzitterschap

Tijdens het diner maakten we kennis met Pieter de Gooijer, Permanent vertegenwoordiger van Nederland bij de EU. Hij gaf ons een boeiend kijkje in de keuken van het EU voorzitterschap van Nederland. Ongelofelijk wat er in dat kader allemaal gebeurt. Alleen al in Amsterdam worden tijdens het Nederlands voorzitterschap 150 vergaderingen gehouden en bij de permanente vertegenwoordiging in Brussel zijn er in deze periode maar liefst 950 vergaderingen. Grote dossiers zijn het migratievraagstuk, het veiligheidsvraagstuk, de ontwikkeling van de economie, de groei van het aantal banen en het verdiepen van de markt (energie, kapitaal, innovatie).

Digitalisering

De tweede dag begon met een bezoek aan de ‘European Commission DG connect’ en een gesprek met Paul Timmers, Director Digital Society, Trust and Security

DG connect staat voor digitale commissie. Deze commissie houdt zich bezig met beveiliging van gegevens, uitwisseling van data etc. Voor mij was dit allemaal vrij technisch, maar er waren bestuurders van andere VNG commissies voor wie dit belangrijke speerpunten zijn en die hier relevante vragen over konden stellen. Kernvraag was toch wel hoe privacybescherming in Europees verband geregeld is en hoe dit door de ‘Nederlandse waakhonden’ wordt geïmplementeerd. Een gedifferentieerde benadering blijkt nodig, waarbij voortdurend een afweging van belangen moet plaatsvinden, zoals burgerbelangen (privacybescherming), belangen van bedrijven (ontwikkeling nieuwe producten) en publieke belangen (bijvoorbeeld publieke gezondheid).

De VNG delegatie vroeg aandacht voor de grote hoeveelheid regels en de verkokering, die integratie (bijvoorbeeld in het sociale domein) in de weg staat. De conclusie n.a.v. dit bezoek was, dat de digitale agenda de VNG goed aansluit op die van Europa.

IMG_1833

Europese samenwerking tussen gemeenten

Na dit gesprek maakten we kennis met Angelika Poth-Mögele, directeur beleid van het CEMR. Het CEMR is een organisatie die is opgericht door organisaties zoals de VNG, maar dan dus vanuit 41 landen. In totaal zijn er 150.000 gemeenten en regio’s via 60 organisaties lid van deze organisatie. Feitelijk vindt hier vooral een uitwisseling plaats van locale thema’s, zoals Vluchtelingen en integratie, locale financiën, gender gelijkheid, circulaire economie (afval), energiegebruik, klimaatverandering etc.

Ik miste in de opsomming van thema’s het sociale beleid. Kennelijk speelt dit op Europees niveau nauwelijks, volgens mevrouw Poth omdat er ook geen Europese regelgeving op dit terrein is. Ze zei hierover: “Als er belangstelling voor is, dan pakken we dit op”. Ik vond dat allemaal wel erg laks overkomen. Naar mijn idee zouden al die Europese gemeenten juist ook op dit punt veel actiever zaken kunnen oppakken en daarmee voor hun inwoners ook veel meer in Europa kunnen bereiken.

Rondleiding Europees parlement

Ons werkbezoek werd vervolgd met een rondleiding door het Europees Parlement door Renee Pieters Kaalmans, office manager van Europarlementariër Wim van de Camp. Een imposant gebouw, van maar liefst 400.000 m2. Je kunt er eigenlijk alleen niet slapen, maar verder is er echt alles, zoals bijvoorbeeld een supermarkt, een reisbureau, een sportschool, een bank etc.

IMG_1831

Er ontstond een discussie over de maandelijkse verhuizingen naar Straatsburg en terug. Dat kost 120 miljoen euro per jaar. De uitleg dat het stoppen met dit circus als beledigd zou worden ervaren door Frankrijk en Duitsland en dat Straatsburg symbool staat voor de vrede in Europa overtuigde mij niet. Dit soort geldverspilling maakt mijns inziens de kloof tussen Europa en haar burgers in ieder geval niet kleiner. Hoeveel Europeanen in armoedesituaties zouden we met dit bedrag niet kunnen helpen. Dit standpunt werd echter afgedaan met ‘Nederlands calvinisme’. Nou ja, mijn achtergrond verloochent zich kennelijk toch niet.

Huizen en Europa

Het werkbezoek eindigde met een lunch met Europarlementariër Wim van de Camp. Dat werd een open en dynamisch gesprek, waarin we vooral ook met elkaar zochten naar mogelijkheden om samenwerking tussen gemeenten en Europese instellingen effectiever te maken. De centrale boodschap van Wim van de Camp was: Doe het niet alleen! Gemeenten zijn nooit te klein voor een Europese actie. Maar doe die acties altijd binnen netwerken. Gebruik daarvoor ook vooral de VNG. Ik vroeg Wim van de Camp hoe ik nu in Huizen uitleg wat Europa doet voor gewone mensen.  “We horen bij elkaar” was zijn antwoord. Huizen ligt in Noord Holland. Noord Holland ligt en Nederland en Nederland ligt in Europa. We horen niet alleen bij elkaar vanwege de culturele component (we delen gelijke waarden), maar ook vanwege economische ontwikkeling. Maar liefst 50-70% van de Huizer bedrijven heeft Europese binding. We zijn ook gewoon te klein om het allemaal alleen te doen. Denk allen maar aan de vluchtelingenstroom, aan Frontex, aan externe bedreigingen voor onze economie en onze manier van leven, aan klimaatverandering etc.

IMG_1830

Reflectie

Ik vond het een inspirerend werkbezoek, dat uitstekend door het VNG bureau was voorbereid. Het heeft mijn kijk op samenwerking met Europa wel veranderd. Al die instituties, die enorme gebouwen, de vele mensen die daar werken, het komt bij mij allemaal nog steeds wat vervreemdend over. De afstand van Europese instellingen tot onze inwoners is enorm groot. Alleen contact op het niveau van de lidstaten is niet genoeg om die kloof te overbruggen. Europa heeft mijns inziens de gemeenten keihard nodig om meer voeling met de werkelijke problemen van mensen te krijgen. We hebben als gemeenten dan ook echt iets te bieden en ik was ook wel verrast door de bereidheid van iedereen die we hebben gesproken om iets van gemeenten te leren.

Voor veel van onze inwoners biedt Europa kansen. Globalisering leidt tot innovatie, tot economische groei, tot meer banen. Daar profiteren we van. Maar globalisering brengt ook verliezen met zich mee. Die verliezen treffen vaak de gewone mensen. Langdurig werklozen,  laag opgeleiden, vluchtelingen en statushouders, mensen in armoedesituaties, zij ervaren vaak helemaal niets van de toegevoegde waarde van Europa. Gemeenten moeten kansen van globalisering vooral benutten, maar daarbij ook letten op de mensen die achterblijven. Wij hebben als gemeenten juist voor deze mensen een zorgplicht. Wij hebben dan ook als gemeenten een grote verantwoordelijkheid om in Europa zichtbaar te maken wat er lokaal leeft. Daarvoor hoef ik zelf niet iedere week naar Brussel. Wij hebben onze eigen vereniging (de VNG) om dit te doen. En als ik nou iets geleerd heb van dit werkbezoek, dan is het wel dat we de VNG nog veel meer in positie moeten brengen om het lokale geluid in Brussel te laten horen.

 

Excursie naar waterschap

Op vrijdag 26 september organiseerden de Huizer CDA vrouwen een excursie naar het waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Mannen waren nadrukkelijk ook uitgenodigd om mee te gaan, maar de opkomst bestond toch voornamelijk uit vrouwen. Het gezelschap werd in het mooie gebouw in Amsterdam, met prachtig uitzicht over de Amstel, hartelijk ontvangen. Na het vertonen van een film over het werk van het waterschap gaven Wim Zwanenburg (CDA fractievoorzitter) en Gerard Korrel (DB lid) een nadere toelichting op wat het waterschap in onze regio zoal doet.

Excursie naar waterschap

Excursie naar waterschap

Duidelijk werd dat het waterschap iets anders is dan de drinkwatervoorziening. Dat we in ons land veilig kunnen leven onder zeeniveau, is een belangrijke verantwoordelijkheid van het waterschap. Om droge voeten te houden en overstromingen te voorkomen, moeten we blijven investeren in het onderhoud van onze dijken. In de polders staan gemalen van de waterschappen die zorgen dat het water op het juiste peil blijft, in droge en natte tijden. In droge tijden moet er voldoende zoet water zijn dat nodig is voor de land- en tuinbouw en in natuurgebieden. In perioden van hevige regenval moet het overtollige water snel afgevoerd worden of tijdelijk worden geborgen, opgevangen in calamiteitenpolders of waterbergingsgebieden. De waterschappen zijn ook verantwoordelijk de kwaliteit van ons oppervlaktewater en daaraan leveren ze een bijdrage door het beheer van de waterzuiveringsinstallaties die het rioolwater reinigen, zodat dit weer schoon op de meren, rivieren, grachten en kanalen kan worden geloosd. De waterschappen moeten er ook voor zorgen dat met gepaste maatregelen rekening wordt gehouden met klimaatverandering.

Op 18 maart 2015 worden de waterschapsverkiezingen gehouden, gelijktijdig met de verkiezingen voor de provinciale staten. Het maakt wel degelijk uit welke politieke partijen het voor het zeggen hebben in het waterschap. Sommige partijen kiezen voor één issue, bijvoorbeeld alleen de aanleg van natuurgebieden. Het CDA vindt natuur en milieu ook een belangrijk issue, maar kijkt breder naar de belangen die er in het hele waterbeheer spelen. Het gaat dan naast milieu ook over bijvoorbeeld wonen, recreatie en economie. Als het waterschap een probleem aanpakt, dan wil het CDA dat alle partijen hierbij betrokken worden en dat er samen gezocht wordt naar de beste oplossing. Dan moet je bereid zijn om met alle belangen rekening te houden en goed te communiceren. En dat is bij uitstek een manier van werken waar het CDA goed in is.

Voor meer informatie kan ook de website worden bezocht: www.cda.nl/agv

Zondag in de uitverkoop?

Dit keer eens geen eigen blog, maar een ‘gastblog’ (waar ik uiteraard wel helemaal achter sta!) van onze Huizer CDA fractievoorzitter Bert Rebel, die gisteren als spreker aanwezig is geweest op de discussieavond ‘Zondag in de uitverkoop’. 

Gisteravond vond er in ’t Visnet een discussieavond plaats over de koopzondag in Huizen, onder de titel Zondag in de uitverkoop. De avond werd georganiseerd door de SGP en de CU. Ik zie terug op een zeer geslaagde avond, en velen met mij, zoals bleek uit de nazit.

Er was een goede opkomst: ruim 80 mensen, van velerlei pluimage: zeker niet alleen uit SGP/CU-hoek, ook waren aanwezig CDA-leden en -sympathisanten/kiezers, D66-leden (de gehele fractie en zeker 5 lijstopvolgers/kandidaten), evenals overigen.

Opvallend was de afwezigheid van de Huizense Ondernemers Federatie (HOF). Hoewel nadrukkelijk uitgenodigd, wilden zij zich niet mengen in deze discussie; onbegrijpelijk, gelet ook op hun brief van augustus 2013, waarin een pleidooi werd gehouden voor een beperkt aantal koopzondagen.

Wél was aanwezig Han Landman, prominent winkelier in het oude dorp, die aangaf dat het voor Huizen op dit moment veel belangrijker is alle energie te steken in het succes en de levendigheid van de winkels in de 6 dagen dat deze nu open zijn, dan een discussie te voeren over de openstelling op een 7e dag; een standpunt dat met applaus vanuit de zaal werd beantwoord.

Als 1e spreker kreeg ik de gelegenheid om de uitkomst van ons onderzoek Winkelopenstelling op zondag te presenteren (Zie voor het hele onderzoek ook: http://www.cdahuizen.nl/meerderheid-huizer-winkeliers-tegen-zondagopenstelling).

In het verkiezingsprogramma ‘Voor elkaar’ van het CDA Huizen staat in artikel 7.5.8:

“Het CDA is tegen een 24-uurs economie. De zondag ziet het CDA als dag van rust, bezinning, ontmoeting en ontspanning. Hierbij past geen verruiming van de wettelijke mogelijkheden tot openstelling van winkels op zondag. Druk in die richting vanuit het groot-winkelbedrijf zou naar de mening van het CDA ten koste gaan van de eigenaren en medewerkers in het midden- en kleinbedrijf.”

In het Collegeprogramma 2010-2014 haalde het CDA dit punt binnen. De afspraak tussen CDA, VVD, PvdA en Leefbaar Huizen die in het collegeprogramma werd vastgelegd luidt:

“Er worden geen initiatieven genomen en ondersteund om de bestaande mogelijkheden van de winkelopenstelling op zondag te verruimen. Een uitzondering kan zijn een eventueel ruimere openstelling in het havengebied (nautisch havenkwartier) gezien de beoogde toeristisch recreatieve ontwikkeling en betekenis.”

In de afgelopen collegeperiode was er voordurend discussie in de gemeenteraad over het Huizer standpunt betreffende de winkelopenstelling op zondag. De collegepartijen hielden zich aan de afspraak met het CDA op dit punt. Wel lieten VVD, Leefbaar Huizen en PvdA weten dat zij na 19 maart 2014 niet opnieuw een dergelijke afspraak willen maken.

Omdat het CDA Huizen de stem van de winkeliers in deze discussie miste, deed Jelmer van Slooten in opdracht van het CDA Huizen in mei 2012 onderzoek naar het standpunt van de Huizer winkeliers in deze kwestie. Zowel de winkeliers uit het Hart van Huizen als de winkeliers van het Winkelcentrum Oostermeent werden bij dit onderzoek betrokken (in totaal 123 winkels, een response van 74,1%). De resultaten van dit onderzoek waren duidelijk:

22% van de winkeliers is vóór winkelopenstelling op zondag

57,7% van de winkeliers is daar tegen.

20,3 % is neutraal.

Voornamelijk de winkeliers met een kleine of middelgrote winkel zitten niet te wachten op een zondagse winkelopenstelling. Hun argumentatie daarvoor is:

  • Behoud van de zondag als vrije dag (44,7% van alle winkeliers wil de gemeenschappelijke vrije dag liever niet opgeven. 17,9% van alle winkeliers houdt de winkel om religieuze redenen gesloten);
  •  We werken al 6 dagen per week;
  •  We verwachten door extra werkdag op zondag geen directe omzetstijging.

De winkeliers met een grote winkel willen liever  wel een winkelopenstelling op zondag, met als belangrijkste reden: Stijging van de omzet. Overigens verwacht slechts 27,6% van de winkeliers die omzetstijging. 47,2% van de winkeliers verwacht helemaal geen omzetstijging.

65% van alle winkeliers wil de winkel het liefst op zondag gesloten houden. 27% wil een beperkte openstelling (tot 10 zondagen) en 8% wil een ruime openstelling (meer dan 10 zondagen per jaar).

Na mijn presentatie werden de 2e Kamerleden Sharon Gesthuizen (SP) en Kees Verhoeven (D66), geïnterviewd, die vervolgens met elkaar in debat gingen.

Het SP-standpunt luidt: geen winkelopenstelling op zondag, deze dag benutten om te rusten en voor sociale ontmoeting; één dag die niet gedomineerd wordt door het marktdenken.

Het standpunt van D66 ging daar, zoals verwacht, dwars tegen in: we leven nu eenmaal in een andere wereld dan vroeger, en als mensen op zondag willen winkelen, dan moet dat toch kunnen! De positie van de ondernemer en de werknemer zijn duidelijk secundair bij D66. Als een ondernemer er voor kiest, om welke reden dan ook, zijn/haar winkel op zondag dicht te houden, prima, maar dan moet hij/zij daarvan ook de gevolgen accepteren, daarvoor is hij/zij immers ondernemer. En een werknemer die niet wil werken op zondag moet, zo nodig, maar op zoek gaan naar een andere baan….

Vervolgens kreeg Fedde Monsma, coördinator Detailhandel bij CNV Dienstenbond, het woord. Hij hield een pleidooi voor de positie van de werknemer in deze discussie. Hoewel het wettelijk schijnt te zijn geregeld dat in de politieke discussie in gemeenten over winkelopenstelling op zondag betrokken moet worden de positie van de werknemer, blijkt, uit CNV-onderzoek, dat dit in geen enkele gemeente gebeurt. Daarnaast blijkt in de praktijk dat het wettelijk recht van een werknemer om te mogen weigeren op zondag te moeten werken, zijn/haar positie verzwakt: bij selectie van nieuw personeel valt deze, wanneer vooraf de wens wordt aangegeven niet op zondag te willen werken, af. En ter behoud van zijn/haar baan wordt een werknemer min of meer gedwongen wél op zondag te werken.

Daarnaast gaf Monsma aan dat in het huidige CAO-overleg als wens van de werkgevers boven aan het lijstje staat de zondagtoeslag voor werken op zondag (dubbel loon!) te schrappen.

Verder kwamen aan het woord de oud-voorzitter van de SGP-jongeren Jacques Rozendaal en CU-raadslid in Almere Roelie Bosch. Rozendaal benadrukte niet alleen het belang van de zondagsrust op grond van het 4e van de Tien Geboden, maar wees ook op de sociale cohesie in onze maatschappij, die dreigt te verdwijnen met de komst van steeds meer koopzondagen. Roelie Bosch sloot daarop aan, door aan te geven dat een besluit om op een beperkt aantal zondagen de winkels open te doen in de praktijk betekent dat dit aantal zondagen snel toeneemt: in Almere is begonnen met 12 zondagen, maar thans zijn de winkels alle zondagen in Almere geopend. Argument in de discussie daartoe te besluiten, was ook de nadrukkelijke wens om koopkracht uit omliggende gemeenten naar Almere te trekken.

De avond werd besloten met vragen vanuit de zaal aan de sprekers, waar volop gebruik van werd gemaakt. Het viel daarbij op dat er een brede discussie plaatsvond, waarbij het zeker niet alleen (eigenlijk: nauwelijks) ging om de wens tot handhaving van de zondag als rustdag vanuit religieuze overwegingen. Argumenten als: geen 24-uurs economie, één dag geen marktdenken, de mens is meer dan een consument, het belang van de (vooral kleine) ondernemer én de werknemers, alsook de waarde van een collectieve rustdag teneinde mensen in de gelegenheid te stellen gemeenschappelijke activiteiten met elkaar te kunnen ondernemen, kwamen uitgebreid aan de orde, zowel van de kant van de sperkers, als uit de zaal.

Ik zie terug op een goede avond. Het heeft mij in ieder geval gesterkt in de opvatting dat we als CDA-Huizen vast moeten houden aan ons standpunt dat we de zondag zien als een dag van rust, bezinning, ontmoeting en ontspanning, en dat hierbij geen winkelopenstelling op zondag past.

Bert Rebel

 

 

Terugblik op de Dag van de Wethouder 2011

Afgelopen woensdag 23 november vond de vijfde editie plaats van de Dag van de Wethouder. In Deventer werd de dag hartelijk geopend met een gloedvol betoog, doorspekt met de nodige humor, door voormalig Minister-president Jan Peter Balkenende. Daarna volgde een speech van de voorzitter van de wethoudersvereniging, Saskia Bolten.   

Bij opening wethouderscongres met J.P. Balkenende en voorzitter Saskia Bolten

De vereniging kijkt terug op een succesvolle groei waarbij het ledenaantal na de verkiezingen in 2010 van 230 leden tot op heden weer is gestegen tot ruim 600 leden. Ook de ondersteuning van het bureau van de vereniging is vanaf september 2011 gegroeid. Ton Roerig is als directeur in september aangesteld en samen met Iris Kester zullen zij vanaf heden samen de vereniging ondersteunen. In het jaarplan 2012 wordt beschreven dat de vereniging o.a. volgend jaar coaches voor wethouders zal aanstellen, er komt een opleidingengids en er worden discussie bijeenkomsten georganiseerd over bedreigingen jegens wethouders.

In aansluiting op de ledenvergadering werden de leden door John Bijl gevraagd om actief in te gaan op stellingen geïnspireerd door het rapport ‘De vallende wethouder’. Zo was bijvoorbeeld 44% van de wethouders van mening dat het goed is dat er bij een politieke crisis een time-out (voor de wethouder) van enkele dagen wordt gesteld.

Na de pauze startten om 15.00 uur twee workshoprondes die allen ingingen op het thema van de dag ‘Wethouder zijn, wethouder blijven’. Verdeeld over de acht borden waar de wethouder dagelijks op schaakt; de fractie, de raad, het college, de media, ambtenaren, externe partners, andere overheden en de burger, werd er gewerkt aan de professionalisering van het wethoudersvak.

In het monumentale stadhuis van Deventer werd de Dag onder het genot van een hapje & een drankje afgesloten met de resultaten van de stemming op de stellingen eerder die middag. In 2012 vindt de Dag van de Wethouder plaats op 21 november.

College van Huizen 2 dagen naar VNG congres

Dinsdag en woensdag was het weer zover: het jaarlijkse VNG congres. Dit keer werd het congres gehouden in de Achterhoek. Belangrijk onderwerp tijdens dit congres was het bestuursakkoord met het rijk. Na veel wikken en wegen is ingestemd met het bestuursakkoord, behalve met de paragraaf die gaat over de sociale werkvoorziening. Die paragraaf is voor gemeenten niet uitvoerbaar en dan is het mijns inziens ook terecht dat we daar geen handtekening onder zetten. Met het akkoord voor de rest van het bestuursakkoord ben ik wel gelukkig. We hebben daarmee o.a. duidelijkheid over de (maximale) financiële risico’s die we als gemeenten lopen met de overheveling van alle taken van rijk naar gemeenten (nl. 15 euro per inwoner, dus max. € 600.000) en we krijgen als gemeenten ook maximale vrijheid bij de uitvoering van de WMO. Dat is (nu al!) heel hard nodig.

Maar of we nu wel of geen akkoord hebben is onduidelijk. Volgens Annemarie Jorritsma wel. Volgens Piet Hein Donner niet. En een akkoord vraagt toch om overeenstemming tussen 2 partijen!

Piet Hein Donner liet met de voor hem gebruikelijke beeldende uitspraken weten er wel vertrouwen in te hebben deze ‘hobbel’ met gemeenten te zullen overwinnen. “Je struikelt nooit over een berg, wel over een molshoop” aldus Donner. Mijn interpretatie van de situatie is dan ook, dat we een akkoord hebben, maar dat er op het gebied van de sociale werkvoorziening nog een nadere uitwerking moet komen. Daarover zullen partijen met elkaar weer in gesprek gaan, waarbij de VNG het voortouw zal moeten nemen en met concrete voorstellen zal moeten komen.

College van B&W stemt in met voorstel VNG mbt bestuursakkoord

Natuurlijk is zo’n congres niet alleen maar vergaderen. Er is ook tijd voor gezelligheid en voor gesprekken met collega’s uit het hele land. En er zijn ook boeiende excursies te maken in het gebied. Ik heb mij bijvoorbeeld verdiept in het thema ‘Domotica in de zorg’ en bezocht een op dit terrein innovatieve zorginstelling in Montferland.
Onderweg maakten we een prachtige wandeling door de natuur van Montferland, in een gebied dat ‘t Paaske heet. Een boswachter van natuurmonumenten gaf uitleg over het natuurlijke meertje (’t Paaske) en over de bomen en de dieren die in het bos leven.
Ook de wethoudersvereniging deed goede zaken tijdens het congres. Met 25 nieuwe leden erbij is de vereniging nu groter dan ooit. Belangenbehartiging voor- en deskundigheidsbevordering van wethouders blijven belangrijke thema’s.
Kortom, een geslaagd congres!
Volgend jaar bestaat de VNG 100 jaar. Dan wordt het congres in den Haag georganiseerd. Maar nu eerst maar weer eens aan het werk in Huizen!

Wat veilig is moet veilig blijven

Huizen is volgens de cijfers een betrekkelijk veilig dorp en in die zin natuurlijk niet te vergelijken met de grote steden om ons heen. Toch vindt CDA Tweede Kamerlid Coskun Cörüz dat het aantal politieagenten in plaatsen als Huizen niet omlaag moet ten gunste van de grote steden. “Wat veilig is, moet ook veilig blijven”, betoogde Cörüz gisteren tijdens de CDA ledenvergadering in ’t Visnet in Huizen.

Cörüz is een groot voorvechter voor nationale politie, waarbij de beheersmatige activiteiten landelijk worden geregeld, maar de ‘locale driehoek’ wordt versterkt. Dit is volgens hem absoluut niet schadelijk voor de locale zeggenschap over wat de politie doet. Integendeel. In de toekomst krijgt de burgemeester, maar ook de Raad, zelfs veel meer zeggenschap dan in de huidige situatie en wordt dat ook formeel geregeld. De nationale politieorganisatie met 10 (i.p.v. 26!) regionale korpsen moet ook de enorme bureaucratie bij de politie gaan terugdringen. De leden van de Huizer CDA fractie, die in de afgelopen weken in het weekend met de politie op pad zijn geweest, kunnen dat beamen. Bert Rebel heeft nog meer respect gekregen voor de agenten en de manier waarop zij optreden. Maar hij noemt het ook echt te zot voor woorden wat de politie allemaal moet opschrijven, handmatig en soms zelfs drie keer hetzelfde. Daardoor komt de politie veel minder toe aan de taken waar ze eigenlijk voor staan. Hij vraagt of er niet eens geïnvesteerd kan worden in fatsoenlijke automatisering. Cörüz antwoordt dat hier momenteel volop aan wordt gewerkt. De CDA fractie in de Tweede Kamer is hier voortrekker in. Op korte termijn zullen door de CDA fractie ook een aantal concrete ‘ontbureaucratiseringsvoorstellen’ worden gedaan, die meteen kunnen worden ingevoerd.

Veiligheid raakt volgens Cörüz alle haarvaten van de samenleving. Als je je niet veilig voelt, ga je ’s avonds niet meer alleen naar je sportclub of vrijwilligerswerk doen. Veiligheid heeft dus een enorme impact op het dagelijks functioneren. Cörüz benadrukte dat veiligheid thuis begint. De ouders zijn primair verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen. Zij moeten kinderen normen en waarden bijbrengen en grenzen stellen. Volgens Cörüz verdienen we elke euro die we investeren in de ondersteuning bij de opvoeding aan jonge kinderen later 7x terug.

Veiligheid in de buurt volgt daarna. Als er meer sociale cohesie in een buurt of wijk is en mensen bereid zijn om een oogje in het zeil te houden, dan gaat ook daar een normerende werking van uit. Jongeren, maar ook volwassenen, worden dan weer openlijk aangesproken op hun gedrag. Dat alleen al levert een enorme impuls op voor de veiligheid.

Preventie is dan ook volgens Cörüz veel effectiever dan bestrijden van crimineel gedrag.  Maar als er eenmaal sprake is van crimineel gedrag, dan moeten we ook weer niet blijven ‘polderen’, maar duidelijk grenzen stellen.  

Cörüz is momenteel bezig met een initiatiefwetvoorstel, waarbij ouders kunnen worden aangesproken voor de schade die moedwillig door hun minderjarige kinderen wordt aangericht in de openbare ruimte. Op dit moment is dat niet goed geregeld en draait de samenleving als geheel voor die schade op. Jongeren die bijvoorbeeld na een avondje uit een hele rij auto’s vernielen door de buitenspiegels er af te schoppen realiseren zich niet dat dit gemiddeld meer dan 500 euro per spiegel kost. Een een kapot bushokje is al snel 1500 tot 2000 euro schade. De slachtoffers (particulieren, bedrijven of overheid) kunnen die schade momenteel nergens verhalen. Soms dekt een verzekering dit, maar dan gaat het ook om gemeenschapsgeld. Cörüz vindt dat verantwoordelijkheid van ouders twee kanten heeft. Het kan niet zo zijn dat ouders alleen maar geld krijgen voor de opvoeding van hun kinderen (zoals bijv. kinderbijslag en toeslagen), maar dat zij niets zouden moeten betalen als kinderen zich moedwillig misdragen.

In het algemeen ziet Cörüz een tendens om slachtoffers van criminaliteit en geweld beter te beschermen. Hij vindt dit een goede ontwikkeling. Ook het uiteindelijk isoleren van veelplegers (o.a. in de campementen waar jongeren én hun ouders heropgevoed worden) is soms nodig. Maar uiteindelijk is een normerende ouder toch altijd nog vele malen beter dan een normerende overheid. En dat is waar het CDA vooral op wil inzetten.

Voorzitter Wim Zwanenburg bedankt Coskun Cörüz voor de inspirerende avond. En dat was het zeker!

Huizen wordt steeds mooier!

Afgelopen vrijdag vonden twee gebeurtenissen plaats, die voor toerisme in Huizen van belang zijn. In de eerste plaats was er de traditionele ‘botterborrel’ in de botterwerf aan de oude haven. De derde botter van de Stichting Huizer botters is daar recent verwelkomd en er liggen ook nog twee botters van particuliere eigenaren. Het vissersverleden van Huizen herleeft hier en het is merkbaar dat veel mensen er ook echt van genieten dat de sfeer van toen weer voelbaar wordt. Ik mocht bekend maken wat het winnende rijm op het deurtje van de derde botter was geworden. Hier ziet u die:

De tekst is gemaakt in het Huizer dialect. Het betekent: ‘de wind kan je niet veranderen, maar de stand van de zeilen wel’. De jury vond dit rijm het mooiste van de vijf genomineerde rijmpjes, omdat het past bij het thema ‘Huizer visserij’, maar ook omdat het een dubbele betekenis heeft. Er zijn dingen in het leven die je niet kunt veranderen, maar er zijn ook dingen die je wél kunt doen. Dat deden de Huizer vissers, maar dat doen ook al die vrijwilligers die het varend erfgoed nu in ere houden.

Het toeristisch beleid in Huizen is erop gericht om de oude haven te verbinden met het oude vissersdorp en -ook verder het dorp in- het oude Raadhuisplein. Dat plein is onder bestuurlijke verantwoordelijkeheid van mijn collega Petra van Hartskamp nu een echt gezellig plein geworden, met mooie bomen en een waterpartij die ook de jeugd uitnodigd tot actie! Wat mij betreft mag daar ook nog het beeld van het Huizer melkmeisje bij, als symbool voor het boeren verleden van Huizen. Van boeren naar vissers: een hard bestaan, maar ook een leven in grote onderlinge verbondenheid.  En dat is wat de Huizers nog steeds kenmerkt: harde werkers, maar nog steeds met oog voor elkaar.

Vrijdagavond werd het oude Raadhuisplein feestelijk heropend. Huizen wordt steeds mooier!

Opening oude Raadhuisplein

Water heeft magische aantrekkingskracht op kinderen

Petra van Hartskamp mag terecht trots zijn!

Maatschappelijk innoveren tussen wens en werkelijkheid

Voor wie dit nog niet wisten: ik heb in Utrecht Nederlands recht gestudeerd (daar heb ik mijn mr. titel aan te danken) en daarna heb ik ook  weer in Utrecht bestuurskunde (of precies gezegd: recht, bestuur en management) gestudeerd (en daar heb ik mijn drs. titel aan te danken). Een paar weken geleden kreeg ik als oud-student een uitnodiging voor een lustrumviering van de faculteit Rechtsgeleerdheid, Economie en Bestuur en Organisatiewetenschap in Utrecht. Ik wist niet wat ik zag. Kennelijk is dit nu al vijf jaar één faculteit. Dat was me helemaal ontgaan en dat was in ‘mijn tijd’ echt ondenkbaar. Het programma van de viering zag er interessant uit, met als thema “Maatschappelijk innoveren tussen wens en werkelijkheid”. Ik besloot daarom om op deze uitnodiging in te gaan. Zo kwam ik afgelopen zaterdag dus terecht in een bomvol academiegebouw in Utrecht.

Voor mij weer even nostalgie, want het was best weer even geleden dat ik hier mijn bul kreeg. Dit keer was ik te gast bij een bijzonder inspirerende bijeenkomst, met sprekers als Jolande Sap, Sadik Harchaoui, Herman Wijffels, Agnes Jongerius, Paul Schnabel, Wouter Koolmees, Hanke Bruins Slot en vele anderen. De middag deed me beseffen hoe belangrijk het is dat in ons land -naast de politieke waan van de dag- ook door universiteiten wordt meegedacht over hoe het met onze samenleving verder moet. Ik wil u een paar inspirerende woorden van sprekers niet onthouden.

Sadik Harchaoui bijvoorbeeld, voorzitter van de Raad van Bestuur van Forum, maakte zich zorgen over het gebrek aan lange termijnperspectieven bij het immigratievraagstuk. Door de discussie over immigratie, zoals die nu in ons land gevoerd wordt, is er bij buitenlandse ondernemingen een kentering aan het ontstaan in het beeld van een tolerant Nederland. Nederland is grimmiger geworden ten opzichte van allochtonen en minder open minded. Dat beeld naar buitenlandse investeerders is ronduit slecht voor onze economie en volgens Sadik Harchaoui in tal van opzichten schadelijk voor de toekomst van ons land. Met een rekensommetje over de bevolkingssamenstelling in de Randstad legde hij haarscherp vast, dat nu al 17,7% van de bevolking bestaat uit niet-westerse allochtonen. Kijken we naar het totaal aantal allochtonen in de Randstad, dan komen we al gauw op ruim 40%. We weten bovendien, dat we in 2040 een enorm tekort zullen hebben aan hoog opgeleiden. Ook weten we dat veel allochtone jongeren aansluiting bij de maatschappij dreigen te missen. Allochtonen met gelijke startkwalificaties als autochtonen (dus met dezelfde vooropleiding) komen toch minder gemakkelijk aan een baan.  Op dit moment is 24 tot 28 % van de allochtone jongeren werkloos. Dit is zorgelijk, want als we het economisch goed willen blijven doen, hebben we deze jongeren straks keihard nodig. Sadik Harchaoui pleitte dan ook voor het maximaal benutten van de talenten van (tweede- en derde generatie) autochtone jongeren én vrouwen. Niet afkomst moet centraal staan, maar toekomst.

Jolande Sap sprak over twee paradoxen, die ik ook in mijn dagelijkse praktijk als wethouder wel herken. Mondige burgers willen hun eigen leven bepalen, zonder bemoeizucht door de overheid. Maar diezelfde overheid moet wel ingrijpen als de buren zich misdragen. Dan moet de overheid opeens alles oplossen en de overheid reageert daarop met ‘incidentenpolitiek’. De tweede paradox is dat de overheid zegt dat er meer ruimte moet komen voor professionals. Maar diezelfde overheid gaat regelmatig op de stoel van professionals zitten en belemmert op die manier innovatie vanuit professionals. Die spiraal van enerzijds opgeklopte verwachtingen bij burgers en anderzijds toenemend wantrouwen in professionals maakt dat echte innovatie in de pulbieke sector niet van de grond komt.  Zij pleit voor een politiek die gaat over visies en idealen (en dus niet over incidenten) en voor een andere stijl van politiek bedrijven. Nu is degene die het hardste schreeuwt vaak de winnaar, niet degene met de beste ideeën. De verantwoordelijkheid voor de publieke zaak zou veel minder bij de overheid en veel meer bij de burger zelf én de professionals neergelegd moeten worden.

En dan Herman Wijffels. Ik kan het niet helpen, maar altijd als ik die man hoor spreken hoop ik dat hij de nieuwe leider van het CDA wil worden of dat we iemand zoals hij daarvoor vinden. Wat een visie! Wat een charisma! Dit keer hield hij een betoog over duurzaamheid, mede omdat hij in Utrecht ook hoogleraar duurzaamheid en maatschappelijke verandering is geworden. Hij begon met de vraag: ‘waarom maken we ons druk om duurzaamheid’. Het antwoord daarop was: ‘hetzelfde als de vraag naar leiderschap. Er is tekort aan!’ Hij ging vervolgens in op twee problemen: het ecologisch probleem (overshoot) en het sociaal-organisatorisch probleem (een mismatch tussen mensen en vraagstukken van nu en onze huidige maatschappelijke orde en instituties). Voor wat betreft die overshoot (= meer ge- en verbruiken van natuurlijke hulpbronnen dan op duurzame basis mogelijk is) legde hij haarfijn uit wat er aan de hand is. Al op dit moment, met zo’n 7 miljard wereldburgers, is het meer-gebruik meer dan 50%, waarbij het zwaartepunt bij de westerse wereld ligt. Als we dat afzetten tegen de groei van de wereldbevoling van 6 miljard in 2000 naar 9 miljard mensen in 2050, komt er als we niets doen een verdrievoudiging van het consumptieniveau, dat nu dus al veel te hoog ligt.  We leven alsof onze planeet geen limiet kent, maar dat is helaas niet zo. Onze houding zal dus fundamenteel moeten veranderen. In onze westerse wereld is bijvoorbeeld van alles wat we kopen  na drie maanden 99% afval  geworden. We zullen echt veel zorgvuldiger met grondstoffen om moeten gaan.

Het tweede deel van de probleemstelling ging over de organisaties. Door opleiding en emancipatie past de klassieke piramidale organisatievorm niet meer bij de mensen van nu. Daardoor worden competenties en creativiteit van mensen ook onderbenut en dat tast ook zingeving aan die mensen in arbeid ervaren. Vraagstukken van deze tijd vragen om een andere organisatie. Wijffels noemt m.b.t. die vraagstukken voorbeelden als:

* sociale zekerheid en sociaal beleid van organisaties * de wijze waarop onze democratie functioneert * mondiale vraagstukken t.o.v. de huidige natie-staten * mededingingsrecht en intellectuele eigendom * organisatie van bestuur en governance.

In het industriële tijdperk konden we volstaan met eendimentionaal denken. Het draaide om groei en om winst. Nu zijn meer afwegingen nodig. De cultuur is echter nog niet veranderd. Die is atomisch, egocentrisch van aard. Je gaat voor je eigen belang. Maar hier kunnen we niet mee verder, gezien de problemen waar we voor staan. In tal van opzichten is onze maatschappelijke orde niet meer aan de maat voor deze tijd.

Wijffels schetst een paar contouren, ontwikkelingsrichtinen, voor oplossingen.

In de eerste plaatst ethisch. Willen we in deze wereld,  die één samenhangend leefsysteem is, overleven, dan moet er een uitgebreide, relationele ethiek komen. Het moet weer gaan om de vraag hoe we ons tot elkaar verhouden. Elke beslissing die we nemen (dus ook bijvoorbeeld in ons aankoopgedrag) heeft een morele component. Wij moeten met elkaar (burgers, professionals en overheid) veel meer verantwoordelijkheid nemen voor gemeenschappelijke vraagstukken. En daar moeten dus ook instituties op worden aangepast.

In de tweede plaats het terugdringen van de overshoot, zowel in beleid, als in hoe we individueel acteren. En dan niet alleen terugdringen, maar ook ruimte maken voor nieuwe mensen op deze planeet. Processen uit de industriële tijd kunnen we ons niet meer permitteren. Voorraden (grondstoffen) raken op en de negatieve effecten van het verbruik zijn enorm. We zullen dus veel meer cyclisch met grondstoffen om moeten gaan, voortdurend hergebruiken, weg met de wegwerpmaatschappij. Dat vraagt onder andere om een bio-based economy, meer gebruik maken van bio-massa, óók in de chemische sector en in de life sciences.

In de derde plaats moet de wijze waarop de financiële sector zich verhoudt tot de reële economie op de schop. De reële economie wordt nu geexploiteerd door de financiële sector, in plaats van dat deze sector dienend is aan de  reële economie. Die dienende rol moet weer terug komen.

Het grote probleem in Nederland is volgens Wijffels dat we momenteel sterk in een nostalgisch politiek-maatschappelijke sfeer zitten. We willen het liefst terug naar het oude en politieke partijen die dit voorstaan krijgen veel stemmen. Maar we kunnen niet terug naar het oude. We moeten écht vernieuwen. We zullen onszelf moeten overstijgen in het eigen belang, door rekening te houden met het algemeen belang. En dat is ook wat natie-staten zullen moeten doen, op basis van het subsidiariteitsbeginsel. Dat betekent dus het intensiveren van relaties op alle niveau’s.  Maar ook afstappen van de huidige regels m.b.t. intellectueel eigendom. Kennis hoort open source te zijn, eigendom van de mensheid en niet van individuele actoren.

Wijffels pleit ervoor om op alle niveau’s een overgang te maken van het één dimensionaal denken naar het meer dimensionaal denken. Van het in de juiste orde zetten van doelen en middelen. Op dit moment is het doel en het middel vaak van plaats gewisseld. Winst is bijvoorbeeld een doel geworden, in de zin van aandeelhouderswaarde. Maar winst mag nooit een primair doel zijn, maar moet slechts een middel zijn om diensten te kunnen blijven leveren. Organisaties moeten zich zo ontwikkelen, dat mensen zich er weer in kunnen herkennen, waarin ieder naar zijn vermogen mede-verantwoordelijkheid kan nemen. Van human resource naar human development dus. Nu gaan mensen naar hun werk, terwijl ze het beste van zichzelf thuis laten. De sociale zekerheid moet van zorg-gericht naar ontwikkelingsgericht. Potenties van mensen ontwikkelen en structuren maken waarin mensen weer tot hun recht kunnen komen. De democratie moet van een partijendemocratie opschuiven naar een burgerdemocratie.

Deze omslag vraagt om leiderschap. Wijffels omschrijft leiderschap in een tegenstelling tot management, wat het runnen van de bestaande orde is. Leiderschap is mensen meenemen naar een nieuwe orde. Daar is visie én moed voor nodig. 

Ik hoop dat deze drie sprekers u net zo inspireren en aan het denken zetten als zij mij hebben gedaan. Er zijn meer vragen dan oplossingen. Maar één ding is wat mij betreft zeker: er rust een grote verantwoordelijkheid op ons aller schouders!

Over nylonkousen, sigarettenpeukjes, energydrink en een wandelstok

Afgelopen zaterdag was het weer de jaarlijkse opschoondag en dit keer gingen we aan de gang in het Goois Natuurreservaat. Met een goed zichtbaar hesje om, handschoenen aan (bleek later ook broodnodig, om lappen half vergaan plastic uit de grond te trekken), een knijper in de ene hand en een vuilniszak in de andere hand, gingen we met een grote groep mensen op pad, de natuur in!

Om eerlijk te zijn viel de hoeveelheid troep in de natuur me niet eens tegen. Rondom bankjes en langs paden vonden we wel grote hoeveelheden lege blikjes, met name diverse soorten energydrink. Kennelijk zijn dit dus plekken waar de jeugd recreëert. Maar ik deed ook wel bijzarre vondsten, zoals half vergane kledingstukken (…) en grote stukken piepschuim.

Langs de Crailoseweg was het echter echt hard werken, al hoorden we later dat we daar -vanwege de veiligheid- eigenlijk niet mochten komen. We konden onze plastic vuilniszakken zeker tot de helft vullen met verpakkingen van sigaratten en shag, plastic flessen, lege pakjes drinken, snoeppapiertjes en -opnieuw- veel blikjes energydrink. Dat waait vanaf de weg trouwens ook gewoon allemaal de natuur in. Zonde toch?

Wat stof tot spreken gaf was een zwarte nylonkous die ik in de knijper nam. Zomaar uit het raam van een auto gegooid? Het verhaal werd nog spannender toen ik 100 meter verderop het tweede exemplaar aantrof. Twee bankrovers? Of toch één dame? En toen vonden we ook nog een echte wandelstok, die natuurlijk de nodige ruimte in de afvalzak innam. Okay, kennelijk gooit niet alleen de jeugd  de troep op straat. We zullen ook de ouderen op moeten blijven voeden.

Van de aanwezige BOA hoorde ik dat in Huizen een boete van 100 euro staat op het weggooien van troep. Voor de jeugd (tot 15 jaar) is die boete 50 euro. Maar preventie is beter dan straffen. Los van de gezelligheid zou het volgens mij heel goed zijn voor de bewustwording als iedereen eens een paar uur meedoet aan zo’n opschoonactie. Volgens mij gooit dan echt niemand meer troep op straat. Het is toch bijzar dat we onnodig zoveel rotzooi van een ander moeten opruimen? Laten we onze omgeving vooral met elkaar schoon en mooi houden!