Speelplekken zijn niet altijd ‘leuk’

Ik schrijf er niet vaak over op mijn weblog, maar ook speelruimtebeleid is onderdeel van mijn portefeuille. Het is een taak die mij regelmatig bezig houdt. Soms willen mensen er graag een speelplaatsje bij in de eigen buurt, vooral als ze kleine kinderen hebben. Maar vaker willen mensen een speelplaatsje (weer) weg hebben, omdat de kleine kinderen er plaats maken voor de zogenaamde ‘hangjongeren’ en omwonenden daarvan overlast ervaren.

Een jaar geleden hebben we in de gemeenteraad het speelruimtebeleid voor onze gemeente vastgesteld. Ja, ja, overal is beleid voor, dus ook voor speelplaatsjes. En dat is niet overbodig. Immers, het is niet gemakkelijk om voortdurend afwegingen te moeten maken tussen belangen van omwonenden die een speelplaats willen behouden, belangen van omwonenden die een speelplaats weg willen hebben en belangen van kinderen uit de buurt die een plek nodig hebben om te kunnen spelen. Iedereen heeft namelijk, vanuit het eigen perspectief gezien, gelijk.

In het speelruimtebeleid is rekening gehouden met het aantal kinderen dat in een buurt of een wijk woont en dat wordt regelmatig opnieuw bekeken. Daarbij is grofweg onderscheid gemaakt in drie doelgroepen: hele kleine kinderen, kinderen in de basisschoolleeftijd en jongeren van 12 tot 18 jaar. Op de kaart van Huizen zijn in drie kleuren cirkels getekend rond de speelplekken die we hebben voor iedere doelgroep. Voor de kleintjes zijn dat veel cirkels, want zij hebben speelplekjes dicht bij huis nodig. De grotere kinderen kunnen al wat verder fietsen en de jongeren kunnen met de fiets eigenlijk overal in het dorp terecht. Voor alle groepen geldt echter, dat er een goede spreiding van de voorzieningen moet zijn. De cirkels moeten elkaar dus raken.

Dankzij de kaart van Huizen met al die gekleurde cirkels daarop, wordt het eenvoudiger om objectief te kijken naar het belang dat kinderen in een bepaalde leeftijdsfase hebben bij een speelplek. In de meeste wijken in ons dorp lukt het goed om voor alle leeftijdsgroepen een goede spreiding van speelplekken te hebben, waarbij de cirkels elkaar raken en soms zelfs elkaar overlappen. Soms zijn er knelpunten. Zo zijn er bijvoorbeeld te weinig speelplekken in het oude dorp, simpelweg omdat daar geen plaats voor is.

Als omwonenden hinder ondervinden van een speelplek, zien we dankzij deze kaart in één oogopslag of het om een speelplek gaat die vanuit het oogpunt van de gewenste spreiding ‘gemist’ kan worden of niet. Meestal is het laatste het geval en is het behoud van de  speelplek dus van belang voor de kinderen uit de buurt. Dat wil niet zeggen dat we de overlast dan maar voor lief nemen. Het woonplezier van mensen kan behoorlijk vergald worden door overlast en signalen daarover nemen we dan ook heel serieus. Daarom gaan we in die situaties altijd de gesprekken met omwonenden aan, waarbij we gezamenlijk  bezien welke maatregelen we als gemeente kunnen nemen om de overlast te verminderen, maar ook, wat omwonenden daar zelf aan kunnen doen. Soms is ook de wijkagent of de jongerenwerker bij die gesprekken aanwezig. Tot nu toe is mijn ervaring dat het zelden lukt om alle belanghebbenden voor 100% tevreden te stellen, maar dat het wel altijd lukt om samen weer tot een leefbare situatie te komen.

Één reactie op “Speelplekken zijn niet altijd ‘leuk’

  1. “Zo zijn er bijvoorbeeld te weinig speelplekken in het oude dorp, simpelweg omdat daar geen plaats voor is.”
    En dan de twee speelplaatsen in het Oude Dorp (Baanbergerweg en Trompstraat) verwijderen! Kinderen moeten nu de drukke Karel Doormanlaan over om te kunnen spelen. Met het oog op de toekomst, juist in de Trompstraat komen nu veel jonge mensen (met nog zonder kinderen) te wonen, hoeveel kinderen zullen hier over pakweg 10 jaar wonen?? Jammer weer….!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *