Getouwtrek over verzorging niet in belang van inwoners

De wethouders Wmo van de Regio Gooi en Vechtstreek, hebben onlangs middels een brandbrief aan de tweede kamer hun  zorgen geuit over het bericht dat de functie persoonlijke verzorging volledig naar de zorgverzekeraars wordt overgeheveld. In die brief hebben de gemeenten Blaricum, Bussum, Eemnes, Hilversum, Huizen, Laren, Muiden en Naarden hun vrees geuit voor hogere kosten en een zorgstelsel waarin de behoeften van mensen verknipt worden in plaats van centraal staan.  

De gemeenten in Gooi en Vechtstreek vinden dat de persoonlijke verzorging, waarbij het zwaartepunt ligt op de verpleging van gezondheidsproblemen – ongeveer 15% van de totale omvang van de persoonlijke verzorging – past bij de Zorgverzekeringswet en daarmee het ‘Buurtzorgconcept’. Voor deze groep mensen is een goede aansluiting tussen de persoonlijke verzorging en zorg vanuit de Zorgverzekeringswet essentieel om een passende oplossing te krijgen op hun vraag/behoefte. Zorgverzekeraars zouden wat de Regio Gooi en Vechtstreek betreft prima kunnen voorzien in deze behoefte.

Door een samenwerking tussen onze regio met Achmea zorgkantoor en het CIZ hebben wij een unieke data analyse uitgevoerd die een ander perspectief biedt op de groep mensen met verpleging en verzorging. Binnen deze groep zijn er twee hoofd groepen in onze regio:

  • 65 plussers met verpleging, verzorging en begeleiding individueel met grondslag somatiek
    3% van de totale populatie extramurale AWBZ zorg; 17% van het geïndiceerde volume
  • 65 plussers met verpleging en verzorging met grondslag somatiek
    9% van de totale populatie extramurale AWBZ zorg; 13% van het geïndiceerde volume

Van deze bovenstaande groepen heeft meer dan de helft een indicatie van 15 jaar, wat inhoudt dat ze een langdurige en continue zorgvraag hebben. Rond de 8% van deze groepen heeft palliatieve terminale zorg. Het zijn dus grotendeels mensen waar er geen twijfel is over de ernst en noodzaak van de zorg en waar er geen discussie over is dat zij deze zorg langdurig of zelfs levenslang nodig zullen hebben. Deze cijfers laten vooral zien dat de meest kwetsbare groep nog steeds geconfronteerd wordt met een knip wanneer de verzorging naar de zorgverzekeraar gaat, omdat er ook behoefte is aan begeleiding individueel. Gezien bovenstaande feiten begrijpen wij de zorgen niet dat gemeenten samen met zorgverzekeraars geen goede zorg voor deze mensen zouden kunnen organiseren. Geen weldenkend mensen zal bij deze groep zeggen dat er geen zorg nodig is. Een goede oplossing voor deze groep is dan ook een maatwerk voorziening intensieve thuiszorg en een maatwerkvoorziening palliatieve terminale thuiszorg, waarin de verpleging, verzorging en begeleiding gecombineerd wordt geleverd. Zorgverzekeraars zouden hiervoor verantwoordelijk kunnen zijn en gemeenten daarnaast voor de eenvoudige verzorging.

Onze zorg zit namelijk bij de grootste groep die extramurale zorg ontvangt, namelijk de groep 65 plussers met alleen persoonlijke verzorging met grondslag somatiek. Deze groep is 35% van de populatie en vertegenwoordigt 25% van het geïndiceerde volume. Dit zijn vooral mensen met een kleine indicatie persoonlijke verzorging voor eenvoudige handelingen. Dit is de groep die gemeenten al kennen in de Wmo. Door de overlap van deze doelgroep met de Wmo, de lichte zorgzwaarte en de eenvoudige handelingen zijn gemeenten bij uitstek in staat om voor deze groep kwalitatief goede maatwerkvoorzieningen te organiseren waarin de huishoudelijke en de persoonlijke verzorging en het welzijnswerk gecombineerd wordt in afstemming met het sociale netwerk van de inwoner. Wanneer de verzorging van deze groep over gaat naar de zorgverzekeraar is het voor gemeenten veel moeilijker om voor hen integrale en kwalitatief goede voorzieningen te realiseren. Dat komt ondermeer door de arbeidsmarkt gevolgen van de bezuinigingen op de huishoudelijke hulp van 40%.

 Een aspect wat in de brandbrief nog wat onderbelicht is gebleven zijn de grote gevolgen voor thuiszorgmedewerkers als de persoonlijke verzorging naar de zorgverzekeraars gaan. De grootste thuiszorg organisatie in het land TSN, heeft contact met ons gezocht omdat zij dit ook vrezen. De directeur van TSN vertelde ons dat het bruto uurloon van een verzorgende slechts € 5,- hoger ligt dan van  een medewerker in de huishoudelijke hulp. Door het slim inzetten van een combinatie van huishoudelijke hulp, begeleiding en persoonlijke verzorging kan er bespaard worden zonder verlies van kwaliteit en kunnen er meer banen worden behouden. Wanneer gemeenten dit niet kunnen doen dreigen er grote ontslagen bij de huishoudelijke hulp organisaties door de korting van 40%.

Zie ook dit bericht van TSN: http://www.vng.nl/onderwerpenindex/maatschappelijke-ondersteuning/decentralisatie-awbz/nieuws/persoonlijke-verzorging-hoort-bij-de-gemeente

Bij de recente aanbesteding van de huishoudelijk hulp in onze regio hebben de gemeenten stelling genomen tegen loondumping door te garanderen dat 48% van het tarief naar het onbelaste uurloon van de medewerker gaat. Dit garandeert een maatschappelijk verantwoorde salariëring van de thuiszorgmedewerkers en hiermee  kwaliteit voor inwoners die ondersteund worden met hulp bij het huishouden. Het uurtarief voor hulp bij het huishouden en het percentage dat van dat uurtarief minimaal ten goede moet komen aan de thuiszorgmedewerker,  is door de colleges van B&W en gemeenteraden in Gooi en vechtstreek vastgesteld. Dit tarief is mede tot stand gekomen door het betrekken van vakbonden, wmo-raden, inwoners en met name zorgorganisaties die via consultaties inzichtelijk hebben gemaakt wat voor hen de nodige tarifering is. Dergelijke samenwerking is bij uitstek op lokaal niveau te realiseren.

Wij willen het beste voor onze inwoners en vinden het daarbij van belang dat er keuzen worden gemaakt op basis van de goede informatie en analyses. Getouwtrek over ‘wie krijgt wat’ tussen zorgverzekeraars, brancheorganisaties en gemeenten is niet in het belang van burgers.

Een perspectief voor een oplossing die wij ook aan de staatssecretaris zullen voorleggen is het realiseren van een maatwerkvoorziening voor intensieve thuiszorg en een maatwerkvoorziening voor palliatieve terminale thuiszorg. Voor alle overige mensen die verzorging ontvangen, veelal in combinatie met diverse gemeentelijke voorzieningen, is dan nog slechts de gang naar één loket nodig: de gemeente. 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *