Als elke seconde telt …

In de afgelopen week was het weer tijd voor een herhalingscursus reanimatie. Een paar jaar geleden, toen onze gemeente begon met het project ‘burgerhulpverlening’ ben ik samen met mijn echtgenoot met die cursus begonnen bij de Stichting Reanimatie Huizen en sindsdien moet dit dus jaarlijks worden herhaald. Het kost een avond per jaar, maar dat hebben wij er graag voor over. Immers elke week worden er in ons land 300 mensen getroffen door een hartstilstand buiten het ziekenhuis. Het gaat om jonge en oudere mensen, mannen en vrouwen. Het kan dus iedereen overkomen, ook vrienden of familieleden in onze eigen omgeving. Als iemand een hartstilstand krijgt, dan nemen zijn of haar kansen om dit zonder complicaties te overleven enorm toe als er binnen 6 minuten gereanimeerd wordt. En omdat de aanrijtijd van een ambulance vaak net iets te lang is om binnen 6 minuten ter plaatse te zijn, zijn burgerhulpverleners (die dus kunnen reanimeren en een AED kunnen gebruiken) van levensbelang. Dit komt dus ook tijdens zo’n reanimatiecursus allemaal aan de orde.

foto reanimatiecursus

In Huizen hebben we er in nauw overleg met onze Regionale Ambulancevoorziening voor gekozen om een groot aantal AED’s (dat zijn apparaten waarmee een soort elektrische schok kan worden gegeven om het hart weer op gang te brengen) in buitenkastjes te plaatsen, waardoor nu bijna overal in onze gemeente, 24 uur per dag, op maximaal 6 minuten afstand AED’s beschikbaar zijn. Ook hebben heel veel mensen uit Huizen zich aangemeld als burgerhulpverlener. Maar helaas zijn dat er nog niet genoeg. Aanmelden kan nog steeds via www.hartslagnu.nl.

Hoe gaat het in zijn werk? Als burgerhulpverlener volgt u een reanimatiecursus. Dat kost u 1 avond. De kosten hiervan zijn 25 euro. Die worden in de meeste gevallen vergoed door uw zorgverzekeraar. Dat geldt dus ook voor de jaarlijkse herhalingscursussen, waarbij de kennis weer even wordt opgefrist en u het reanimeren en het gebruik van een AED ook weer kunt oefenen.

Als iemand een hartstilstand krijgt, dan wordt meestal 112 gebeld. Op dat moment worden twee ambulances gestuurd naar de plek waar het slachtoffer ligt, maar er worden ook gelijk sms-jes gestuurd naar burgerhulpverleners die dus zijn ingeschreven bij Hartslag Nu en die in de nabije omgeving van het slachtoffer wonen. Uit het sms-je blijkt of u direct moet gaan reanimeren, of dat u de AED moet halen. De plek van de AED (en de code van het slot van het buitenkastje) worden daarbij ook doorgegeven. Er worden dus altijd meerdere mensen benaderd. Het doel is dat in ieder geval één of twee personen binnen 6 minuten ter plaatse zijn. Het kan natuurlijk ook gebeuren dat u zelf in de buurt bent als iemand een hartstilstand krijgt. Tijdens de cursus leert u hoe u dit kunt herkennen. U gaat in die situatie natuurlijk zelf 112 (laten) bellen en start gelijk met reanimeren.

In de afgelopen drie jaren heb ik zelf drie keer een oproep gekregen. Eén keer moest ik een reanimatie beginnen. De beide andere keren was er al iemand anders ter plaatse. Het is best even schrikken als je dat overkomt. Maar het is wel heel fijn als je op dat moment weet wat je te doen staat en dat je niet machteloos moet toekijken.

Als u meer wilt weten over burgerhulpverlening, of zelf ook burgerhulpverlener wilt worden, dan kunt u informatie krijgen op de website www.hartslagnu.nl of www.hartstichting.nl/6-minutenzone. U kunt natuurlijk ook de website van de gemeente Huizen bezoeken.

 

Principes in de politiek

Foto van J.S. Bach's matheus passion, einde van aria nr. 41 "Geduld".

Foto van J.S. Bach’s matheus passion, einde van aria nr. 41 “Geduld”. (bron: Wikipedia)

Vandaag was het ‘goede vrijdag’. In de kerk wordt dan het lijdensverhaal van Jezus voorgelezen en in veel kerken wordt dit lijdensverhaal met de ‘Matthäus passion’ van Bach bezongen. In de Goede Herderkerk, waar ik vanavond was, werd daarbij de vraag gesteld: “Wat zou jij doen?”

Als bestuurder probeerde ik mij te verplaatsen in de situatie van Pilatus. Tot drie keer toe spreekt deze bestuurder uit: “Ik vind geen schuld in deze man”. En toch levert hij Hem uit, om gekruisigd te worden. Hij vreesde een opstand en was kennelijk zo bang voor zijn eigen positie, dat hij het maar liever niet al te nauw nam met zijn principes.

Tja, wat zou ik doen?

Schilderij van Duccio (bron: Wikipedia)

Schilderij van Duccio (bron: Wikipedia)

Het dilemma van Pilatus is echt niet iets van 2000 jaar geleden. Ook in deze tijd komt het voor dat je als bestuurder je rug recht moet houden als het om principes gaat. Zo nam de Zweedse minister van buitenlandse zaken. Margot Wallström, het op voor mensenrechten in Saudi Arabië (zie ook dit artikel in de Guardian). Zij sprak zich uit tegen praktijken waarin jonge meisjes gedwongen worden uitgehuwelijkt aan oude mannen, waarin vrouwen niet mogen reizen en waarin een kritische blogger wordt veroordeeld tot 1000 stokslagen en tien jaar gevangenisstraf. Gevolg van haar principiële standpunt is dat Zweedse zakenmensen geen visum meer krijgen voor Saudi Arabië en dat Zweden nu dus miljarden aan inkomsten misloopt. Margot Wallström koos wél voor haar principes, ook nu Zweden daarvoor deze prijs moet betalen en daarmee haar positie wellicht onmogelijk wordt.

Tja, wat zou ik doen?

Foto van Margot Wahlstrom (bron: Wikipedia)

Foto van Margot Wahlstrom (bron: Wikipedia)

Deze week hebben wij als Amnestygroep Huizen aan Amnesty International Nederland gevraagd om er bij Europese regeringsleiders op aan te dringen om dappere bestuurders als Margot Wallström te steunen. Eduard Nazarski, directeur van Amnesty, plaatste een bericht op zijn Facebook pagina: “Welk EU land gaat Zweden nu echt actief steunen in zijn opstelling tov Saudi Arabië?”

Ik vind het ongelofelijk dapper als bestuurders staan voor hun principes. Laten we bestuurders als Margot Wallström dan ook massaal steunen! We mogen toch niet accepteren dat het zo oorverdovend stil blijft in Europa en dat een klein land als Zweden alleen komt te staan tegenover de enorme druk vanuit Saudi Arabië?

Of zijn wij ook bang dat het ons iets zal kosten?

 

Strijden tegen onrecht

In de afgelopen week besloot Nederland actief mee te doen aan de strijd tegen IS. De beelden die we op TV zagen waren gruwelijk en barbaars: onthoofdingen, verkrachting, moord op onschuldige burgers. Dit staat haaks op alles waar wij in geloven. Dit is een bedreiging van onze rechtsorde en van vrede en veiligheid in de wereld. Hier moet een einde aan komen en snel ook. Ik denk dat veel Nederlanders, net als ik, het besluit van onze regering om mee te doen aan de internationale coalitie om deze terreur te stoppen, dan ook van harte ondersteunden.

 Toch worden we in deze verwarrende tijden wel gedwongen tot nadenken. Zo gebeurde dat ook vanochtend in de Goede Herderkerk, waar de dominee het verhaal vertelde van Judith, een vrouw uit een apocrief Bijbelboek. Judith onthoofdt de leider van een terreurgroep en redt daarmee haar volk van een gruwelijke dood. Kern van het verhaal, althans, zo begreep ik het, is dat we altijd moeten vechten tegen terreur. Zo staat dat ook in ons volkslied: “de tirannie verdrijven”. Natuurlijk bevestigde de predikant dat in de bijbel staat: “Gij zult niet doden”. Maar, zo zei hij ook: “soms is niets doen erger dan doden, als door niets doen de levens van talloze onschuldige mensen worden bedreigd”.

Ik heb ik het hier persoonlijk wel moeilijk mee. Want hoe rijm ik dit alles met mijn eigen geloof in een God die zegt: “Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden. (Zacharia 4:6)”.

Ik heb geen pasklaar antwoord op dit dilemma. Ik denk wel, dat we in ieder geval heel voorzichtig moeten zijn met het verwijzen naar Gods wil, als het gaat om een rechtvaardiging van onze daden. Laten we daar toch vooral bescheiden in blijven, temeer omdat ook terreurgroepen als IS zich rechtvaardigen met een verwijzing naar de wil van hun God.

Ik denk dat we als christenen de dialoog moeten blijven aangaan, zeker met elkaar, maar ook met aanhangers van andere religies. Wat gaat er toch steeds mis in onze wereld, waardoor mensen elkaar het licht in de ogen niet gunnen? En waar begint onze persoonlijke verantwoordelijkheid voor een wereld waar gerechtigheid heerst? Zijn we zelf wel eerlijk waar het gaat om de verdeling van rijkdom en macht? Krijgen mensen dichtbij in ons eigen land, maar ook wereldwijd, van ons wel allemaal gelijke kansen? En hoe bevooroordeeld zijn wij eigenlijk over de levenswijze van anderen?

Ik hoop dat het geweld in Irak en Syrië stopt. Ik hoop dat ook voor al die andere landen in onze wereld waar oorlog heerst en waar mensen zich niet meer veilig voelen. Maar ik hoop én ik geloof dat in onze wereld uiteindelijk alleen de liefde overwint.

 

Knapenvereniging in Huizen

De schoolvakantie zit er weer op. Maandag gaan de kinderen / jongeren weer in het gewone ritme. Circa 100 jongens uit Huizen in de leeftijd tussen de 12 en 18 jaar hebben hun laatste vakantieweek doorgebracht in het ‘KV kamp’. Ik vind het de moeite waard om hier in mijn Blog eens aandacht aan te besteden, want deze vereniging is toch wel uniek voor Huizen.

De Knapenvereniging (ook wel kortweg KV) is volgens de eigen website (http://www.knapenvereniging.nl) een vriendenclub van zo’n 180 enthousiaste jongens (tussen de 12 en de 18 jaar) verdeeld over 12 afdelingen, onder leiding van 38 leiders. De KV is een moderne, maar ook een hele oude vereniging (ruim 100 jaar oud), die uitgaat van de Hervormde gemeente Huizen, maar ik weet dat ook jongens die geen lid zijn van deze kerk gewoon welkom zijn. Van diverse mannen die in Huizen opgroeiden en die ooit lid waren van de KV, hoor ik nog steeds terug dat zij daar vrienden voor het leven hebben gemaakt. 

Als je zondag om iets voor 12 uur door het dorp fietst, kom je ongetwijfeld hele groepen jongens tegen, die dan op weg zijn naar de KV. Iedere zondag van 12.00 tot 13.00 uur komen de jongens namelijk bij elkaar. Ze hebben samen een half uur bijbelstudie, waarna er iets ontspannends wordt gedaan, dat eigenlijk altijd verrassend goed aansluit bij de belangstelling van de jongens. Daarom gaan ze er ook graag heen. Naast de zondagse vergaderingen organisereert de KV een voetbaltoernooi, een gezellige dag uit en een gezamenlijke Jaarvergadering in november. Daarnaast organiseren de afdelingen zelf ook nog allerlei aktiviteiten (o.a. zwemmen, bowlen, uiteten etc.). En dan is er dus ook het jaarlijkse kamp, waar de jongens enorm naar uitzien. 

Dit jaar gingen de jongens naar de kampeerboerderij de Roerdomp in Westelbeers. Via Facebook konden we een beetje volgen wat ze de hele week aan het doen waren. Dat varieerde van behoorlijk lange fietstochten, tot klimmen en abseilen, badkuipvaren, een dagje Efteling, fiets-em-erin en nog veel meer. Daarnaast werd ook iedere dag de tijd genomen om met de jongens in gesprek te gaan over hun geloof. Ik vind dat in deze tijd heel bijzonder.  

Afgelopen zaterdag kwamen de jongens volledig uitgeteld, maar vol met enthousiaste verhalen, weer terug in Huizen. Ik heb grote bewondering voor de mensen die het kamp hebben geleid en alle vrijwilligers die daarbij betrokken zijn geweest. Ga er maar aanstaan, koken voor zo’n 100 jongens en ze ook nog een beetje in het gareel houden. Het is vrijwilligerswerk dat -buiten de kerken- niet zo bekend is in Huizen en daar wil ik met dit blog verandering in brengen. Niet alle jongens zullen zich bij de KV thuis voelen, maar dat hoeft ook niet. Er zijn voor andere groepen jongeren weer andere ontmoetingsplekken. Maar Huizen heeft met de KV goud in handen en dat mag best eens gezegd worden!

Minder comazuipers in Gooi en Vechtstreek

Vandaag kreeg ik via de GGD een persbericht doorgestuurd van de kinderafdeling van Tergooiziekenhuizen, waar ik mijn lezers ook graag deelgenoot van wil maken, al was het maar omdat u misschien zelf ook (groot)ouder van een puber bent. Er is namelijk eens een keer goed nieuws te melden!

Uit cijfers van Tergooiziekenhuizen blijkt dat  er in 2012 aanzienlijk minder jongeren (namelijk 28 jongeren) uit de regio met een alcoholvergiftiging opgenomen zijn dan in 2011 (toen namelijk 51 jongeren). De leeftijd van deze jongeren varieerde van 13 tot 17 jaar. Jongeren die in het ziekenhuis terecht komen zijn vaak verminderd bij bewustzijn of in coma. Voor de ouders is het enorm schokkend om te zien hoe hun kind met uitgelopen mascara in eigen braaksel en urine ligt. Als de coma heel diep is, wordt de ademhaling bedreigd en is opname op de intensive care noodzakelijk. De jongeren die door overmatig alcoholgebruik in Tergooiziekenhuizen terecht komen, zijn veelal probleemloze pubers; doorsnee kinderen eigenlijk. Het zijn even vaak jongens als meisjes , zowel VMBO leerlingen als VWO leerlingen.  

Al jaren werken gemeenten in onze regio in het kader van het GGD programma ‘Samen aan de slag tegen riskant alcoholgebruik jeugd’ samen met ouders, alcoholverstrekkers, sportverenigingen, scholen en andere betrokkenen om problematisch alcoholgebruik onder onze jeugd terug te dringen. Vanuit Huizen stuurt mijn collega Liesbet Tijhaar dit programma aan en gelukkig dus nu ook duidelijk met succes. Het laatste jaar heeft de GGD, samen met andere partijen, extra aandacht besteed aan het schadelijk fenomeen van ‘sweet sixteen feestjes’ en het risico van comazuipen. Op diverse manieren zijn ouders gewezen op het belang van het stellen van regels over alcoholgebruik, ook als jongeren 16 jaar zijn.  Ook hebben Tergooiziekenhuizen en Jellinek een vervolgprogramma opgezet voor comazuipers en hun ouders om herhaling te voorkomen. GGD Gooi & Vechtstreek is dus ook tevreden met de afname van het aantal comazuipers in onze regio. Zeker gezien de landelijke cijfers waaruit blijkt dat het totaal aantal comazuipers gestegen is.

Toch denken de GGD en de kinderartsen van Tergooiziekenhuizen dat we niet te vroeg moeten juichen. Het is belangrijk om door te gaan op de ingeslagen weg. Er komen immers steeds nieuwe jongeren en ouders. Bovendien vormen de comazuipers het topje van de ijsberg van riskant drinkende jongeren. Uit cijfers van de GGD uit 2010, bleek dat bijna 40% van de 15 jarigen en 55% van de 16 jarigen de laatste maand minstens éénmaal 5 of meer glazen alcohol op één avond heeft gedronken. In 2014 komt de GGD met nieuwe cijfers. Pas dan kunnen we zien of niet alleen het topje gereduceerd is, maar ook de totale omvang van het riskante alcoholgebruik van jongeren.

Persoonlijk vind ik het heel goed dat de leeftijd waarop alcohol verstrekt mag worden aan jongeren straks naar 18 jaar gaat. Het helpt ouders in ieder geval bij het stellen van regels. Maar als we het daarbij laten, zal het onvoldoende verhinderen dat jongeren onder de 18 te veel alcohol drinken, met alle negatieve gevolgen voor hun gezondheid en hun verdere ontwikkeling vandien. Aandacht, voorlichting én handhaving rond dit onderwerp zullen mijns inziens constant nodig blijven.

Fatsoen en respect

Soms kost het me moeite om een onderwerp te bedenken voor mijn weblog, zeker als ik moet kiezen uit tal van thema’s die me in de week daarvoor hebben bezig gehouden. In de afgelopen week zijn er ook weer veel boeiende ontwikkelingen geweest, met name ook rond alle gesprekken die ik heb gevoerd over de ontwikkelingen in het sociale domein waar we als gemeente mee te maken krijgen.  Maar toch is er een gebeurtenis die me de hele week heeft bezig gehouden en die ik maar niet uit mijn hoofd kan krijgen. Het gaat over een uitzending van Pauw en Witteman van vorige week maandag. Pieter Heerma, ons CDA Tweede Kamerlid, was daar te gast en hij had een gloedvol betoog over zijn inspiratie voor de politiek. “Er is geen grotere politieke motivatie dan het prematuur afschrijven van jouw politieke ideologie”, aldus Heerma. En daarmee bedoelde hij de situatie van het CDA in de jaren ’90, toen we een paars kabinet hadden en het CDA passé leek, met de typische CDA focus op gezin, middeninkomens en waarden en normen. Weggehoond werden we. Maar hij bedoelde ook de situatie waarin het CDA zich momenteel bevindt, volgens velen in de marge van de politieke macht. Juist omdat anderen het CDA zo graag in die rol zien, ontstaat saamhorigheid en strijdbaarheid. En uiteindelijk zullen mensen ook zien dat die typische CDA thema’s nog altijd actueel zijn en dat ons land een middenpartij als het CDA hard nodig heeft. Dat hebben we in het verleden laten zien en dat zal ook in de toekomst zo zijn.

Kort daarna kwam cabaretier Theo Maassen aan het woord, over de kritiek op zijn show “met alle respect”. Hij vond het vooral leuk om blinde vlekken in onze eigen cultuur aan te pakken. En toen kwam een korte terugblik op een deel van zijn show, waarbij hij een kruisbeeld van Jezus in zijn armen hield en daarover grappen begon te maken, als ‘een typische hangjongere’ en ‘wat een lijf heeft die gozer’ en ‘je hebt geen idee wat er de afgelopen 2000 jaar gebeurd is he? Maar ik kan je wel even bijspijkeren’. En aan het slot, met een sneer naar moslims, nog de opmerking: ‘fijn dat wij een profeet hebben die we wel belachelijk mogen maken’.

Ik vond het misselijkmakend. Dat op een dergelijke manier de spot wordt gedreven met de persoon van Jezus Christus, die voor mij persoonlijk en voor vele andere christenen van zo grote betekenis is, deed haast fysiek pijn.

Kom op Pieter Heerma, dacht ik. Dit laat je toch niet zomaar gebeuren? Maar veel verder dan: “Ik vond het ook niet smaakvol” en “ik moest om dat specifieke stukje ook niet lachen” kwam hij niet.

Zijn we als CDA-ers al zover, dat we niet eens meer durven zeggen dat bepaalde uitingen respectloos zijn en kwetsend voor grote groepen mensen, zowel moslims als christenen als andere gelovigen, voor wie het geloof nog steeds ‘heilig’ is? Dat vrijheid van meningsuiting een groot goed is, maar dat we daarmee ook te ver kunnen gaan? 

Ik vind het stuitend dat er kennelijk vooral hard wordt geklapt als het maar grof is. Dat we met elkaar niet meer het fatsoen op kunnen brengen om met respect om te gaan met de levensovertuiging van anderen. En ik vind dat we als CDA fatsoen én respect op de agenda moeten blijven zetten, ook al levert ons dat op de korte termijn een plaats op in de marge van het politieke krachtenveld.

Verplicht pubergesprek?

Deze week las ik het nieuws over de maatregel van het verplichte pubergesprek. Om pubers bekend te maken met de problemen van overgewicht moeten alle kinderen vanaf 14 jaar in het voortgezet onderwijs vanaf volgend jaar een gesprek krijgen met een arts of verpleegkundige. Niet alleen de risico’s van overgewicht, maar ook andere problemen zoals pesten of eenzaamheid kunnen aan bod komen. Ook kunnen de leerlingen informatie krijgen over veilig vrijen en de gevaren van alcohol en drugs. Het ‘pubergesprek’ is een onderdeel van een actieplan van minister Edith Schippers en staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten (beiden Volksgezondheid).

Tsja, wat moeten we hier nu van vinden? Is dit ultieme bemoeizucht van de overheid? Of zal deze maatregel tot positieve effecten voor onze kinderen leiden?

Ik ben als wethouder gezondheidszorg al jaren een groot voorvechter van preventie van overgewicht bij kinderen. Het is bekend dat kinderen met overgewicht sneller medische klachten krijgen (zoals gewrichtsproblemen) en ook meer kans hebben op ernstige aandoeningen in de toekomst (zoals diabetes, hart- en vaatziekten etc.). Ook leidt overgewicht bij kinderen vaak tot psychische problemen. Kinderen worden gepest met hun overgewicht en hun zelfvertrouwen neemt af.

Dé oplossing  bestaat niet. Het zijn vaak meerdere acties tegelijkertijd die moeten leiden tot het terugdringen van overgewicht bij kinderen. Om kinderen op een gezond gewicht te houden, promoten we als gemeenten (i.s.m. onze GGD en het Centrum voor Jeugd en Gezin en de betrokken scholen, gezondheidscentra en maatschappelijke organisaties) de zogenaamde ‘BOFT’ boodschap. Dat staat voor:

Borstvoeding heeft de voorkeur

Beweeg elke dag (kinderen en jongeren een uur per dag)

Ontbijt elke dag

Fris water uit de kraan. Laat zoete dranken staan.

TV en PC, zeg wat vaker nee.

U ziet: een combinatie van bevorderen van gezond gedrag, maar ook verbieden van ongezond gedrag. Dat heet dus ‘opvoeden’.

Dat opvoeden niet altijd gemakkelijk is, dat weten we allemaal. Daarom is het ook prettig als overheidsbeleid ondersteunend is voor ouders. Zo vind ikzelf bijvoorbeeld de boodschap: ‘tot 16 jaar geen druppel alcohol’ aan mijn 15 jarige puber heel helder en die wordt ondersteund door overheidsbeleid, dat verkoop van alcohol aan jongeren onder de 16 verbiedt. Maar als je kind dan eenmaal 16 is? Het huidige beleid geeft eigenlijk het signaal: ‘dan mag het!’. Terwijl we allemaal weten dat de hersenen van pubers dan nog volop in ontwikkeling zijn en dat alcohol daar een schadelijke invloed op heeft. De maatregel die het CDA voorstaat om de leeftijd voor het verbod op de verkoop van alcohol op te trekken tot 18 jaar zie ik dan ook als een ondersteunende maatregel voor ouders.

Ik heb me in de afgelopen week afgevraagd of het ‘verplichte pubergesprek’ nu ook zo’n ondersteunende maatregel is. Mijns inziens is dat niet het geval. In de eerste plaats moeten we het probleem van overgewicht in een veel vroeger stadium aanpakken en op jonge leeftijd investeren in gesprekken met kinderen én hun ouders over het belang van een gezond gewicht. Dat begint al bij de consultatiebureau’s. Als de kinderen al 14 jaar oud zijn, is het wel erg aan de late kant. In de tweede plaats zijn er, om deze groep op gezond gewicht te houden, op dit moment ook al veel goede initiatieven op middelbare scholen, zoals o.a. ‘de gezonde kantine’ en de aandacht voor sport en beweging. Dit soort initiatieven kunnen ouders heel goed ondersteunen bij de opvoeding.  In de derde plaats ben ik van mening dat, als het gaat om voorlichting over alcohol en drugs en veilig vrijen, de leeftijd van 14 jaar erg laat is. Heus, pubers in die leeftijd weten dan inmiddels echt wel hoe het zit. Tenslotte kan een gesprek over pesten of eenzaamheid mogelijk voor de puber van toegevoegde waarde zijn, maar moet dit met een arts? Ook daarvoor hebben de meeste scholen al een beleid en een contactpersoon.

Mijn voorlopige conclusie is dat deze maatregel de samenleving veel geld kost, terwijl het beoogde resultaat gering zal zijn. Als ouder ervaar ik deze maatregel ook niet echt als ‘ondersteunend aan de opvoeding’. Ik zie er persoonlijk dus niet zoveel in, maar misschien kan iemand me van het tegendeel overtuigen?

 

Toeristische netwerkborrel

Dat het vertrouwen in de politiek in ons land daalt, is niet verwonderlijk. Vandaag trok Geert Wilders (PVV) na maar liefst 7 weken onderhandelen de stekker uit een akkoord over voor Nederland noodzakelijke maatregelen. Wat een tijdverspilling in een periode waarin Nederland een krachtig bestuur nodig heeft! Als lokaal bestuurder kan ik hier op afstand alleen maar met verbijstering naar kijken. Een populistische partij als de PVV is kennelijk niet in staat om in het belang van ons land over de eigen schaduw heen te stappen. Nederland heeft een regering nodig die maatregelen durft te nemen om de economie sterker te maken en mensen zekerheid te bieden over hun baan, hun pensioen en hun woonlasten. Een regering die de overheidsfinancien op orde brengt, maar daarbij wel bescherming blijft bieden aan de meest kwetsbare groepen in onze samenleving. VVD en CDA hebben de moed gehad om deze uitdaging aan te gaan, juist in deze moeilijke tijd van economische crisis. Maar helaas hebben we te maken met een gedoogpartner met slappe knieën. Wat een misrekening!

Intussen doen we in Huizen ons best om samen met het bedrijfsleven en het maatschappelijk middenveld naar nieuwe kansen te zoeken en nieuwe banen te creëren, o.a. ook in de toeristische sector. Gisteren hadden we daarom ook weer de jaarlijkse toeristische netwerkborrel, die we combineren met de botterborrel. Een succesvolle combinatie, omdat veel sponsoren van de Huizer botters het Huizer cultureel erfgoed hoog in het vaandel dragen en daarmee ook waarde hechten aan de toeristische promotie ervan. Dit keer waren we voor het eerst niet in de botterwerf, maar in restaurant de Kalkovens, temidden van het bruisende nautisch kwartier.

Botters in Nautisch Kwartier

In mijn toespraak heb ik aangegeven hoe belangrijk het is om als overheid, toeristiche ondernemers én vrijwilligersorganisaties nauw samen te werken om een optimaal toeristisch product te kunnen bieden. Als voorbeeld heb ik mijn wandeling over het Noord Hollandpad genoemd, in het afgelopen weekend. Ik wandelde van den Helder naar Driehuizen in 4 etappes, dus met drie overnachtingen. Fantastische bewegwijzering, goed onderhouden wandelpaden, verrassende B&B’s met uitstekende bedden, goede restaurants. Kortom: het kon niet beter. Tot we op de laatste dag een gesloten restaurant aantroffen en we bij het plaatselijke VVV gingen vragen of we ergens in de buurt konden lunchen. De ontvangst was een beetje stug. Men kende het Noord Hollandpad niet en men kende ook geen restaurants in de buurt. We moesten het maar uitzoeken. Na enig doorvragen konden we een kop koffie uit de automaat krijgen en daar moesten we het mee doen. Jammer, want alles was verder zo uitstekend op orde. Deze ervaring leert wel dat de toeristische keten zo sterk is als de zwakste schakel.

Tijdens onze netwerkborrel bleken voor Huizen alle ingrediënten voor een succesvol toeristisch product aanwezig te zijn. Wij hebben goede bewegwijzering, mooie brochures en nu ook, mede dankzij ons eigen Regionaal Bureau voor Toerisme (RBT) een duidelijke website waarop te lezen is wat er in Huizen allemaal te beleven valt. (www.vvvhuizen.nl). Maar we hebben ook ondernemers die alles op alles zetten om Huizen aantrekkelijk te maken voor bezoekers. We hebben goede horecavoorzieningen, zowel in het oude dorp als in het Nautisch Kwartier en we hebben ook nog eens prima hotels, B&B’s, voorzieningen voor campers en een uitstekende camping. Onze vrijwilligers in het VVV (bij het Huizer museum in het oude dorp) zijn gastvrij ingesteld. Zij vinden het leuk om bezoekers te woord te staan en weten werkelijk alles over Huizen te vertellen. In het Fletcher hotel is een VVV iPoint gerealiseerd. En de vele vrijwilligers die evenementen organiseren doen er alles aan om juist rond evenementen bezoekers met Huizen kennis te laten maken. En als mensen dan weer uit Huizen vertrekken, dan hebben we sinds gisteren ook nog eens een uniek streekproduct erbij om mee naar huis te nemen: een Erfgooiers bittertje of elixer (likeur), met echte Gooise honing.  

Kortom: alle ingrediënten voor een succesvol toeristisch seizoen. Waar het op aankomt zijn de mensen die het nu moeten doen en de samenwerking die daarvoor nodig is. Maar ook daar heb ik, gezien de goede onderlinge sfeer tijdens de netwerkbijkeenkomst, alle vertrouwen in.

 

Klus Strategisch Beraad bijna geklaard

Gisteren presenteerden we als strategisch beraad van het CDA ons rapport: “Kiezen en Verbinden”. Een politieke visie vanuit het radicale midden.

Vanaf juni zijn we als strategisch beraad iedere twee weken op zaterdag bijeen geweest. Het waren bijzonder inspirerende bijeenkomsten, waarbij tal van onderwerpen de revue passeerden. Geen bespreekpunt was taboe en er werd met veel respect voor elkaars standpunten gediscussieerd. Het was een bijzonder mooie ervaring om deel uit te mogen maken van zo’n bijzondere groep mensen, met zoveel kennis en competenties. Toen we gisteren als (bijna) voltallig strategisch beraad bij elkaar zaten, had ik ook echt het gevoel om tussen vrienden te zitten. We deelden in de opluchting dat het rapport bij onze achterban erg goed is gevallen en ook in de trots dat we dit toch op een relatief korte termijn voor elkaar hebben gekregen.

Half december sloeg bij mij wel even de twijfel toe. Gaan we het op tijd halen? Is de inhoud wel vernieuwend en inspirerend genoeg? De verwachtingen waren zo hoog gespannen, dat ik er een beetje zenuwachtig van werd. We hebben toen ook besloten om een weekend (vrijdag en zaterdag) aan een stuk door te werken, om van alle losse eindjes die we tot dan toe op schrift hadden gezet één samenhangend verhaal te maken. In dat weekend is ook een enorme slag gemaakt. Maar ook daarna moest nog hard gewerkt worden om alle puntjes op de i te zetten.

Ik denk dat het voor onze partij goed is dat dit rapport er nu is. Het geeft een helder beeld aan een ieder, waar het CDA nu precies voor staat. Dat beeld was in de afgelopen periode wat vertroebeld geraakt. Voor mij is het erg belangrijk dat we dezelfde vaste ankerpunten, die de christen democratie al vanaf het begin dragen, weer opnieuw hebben bevestigd . Ik noem daar enkele ankerpunten van, die in ons rapport -samen met andere ankerpunten- uitvoeriger aan de orde komen, die mij in het bijzonder aanspreken:

  • De bijbel en de christelijk sociale traditie blijven de bronnen vanwaaruit wij onze inspiratie putten.
  • Het CDA blijft ook de partij die waarden en normen voortdurend op de agenda zet, niet alleen om aan te geven waar we voor zijn, maar ook waar we tegen zijn en waar we ons dus altijd tegen zullen blijven verzetten, zoals de zucht naar het snelle geld, de onverschilligheid en het zaaien van verdeeldheid tussen mensen.
  • Het CDA gelooft in de kracht van de samenleving, die onder meer zichtbaar wordt in de nog steeds grote onderlinge betrokkenheid van mensen en de vele (innovatieve) initiatieven van maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven.
  • Het CDA biedt zekerheid en houvast, maar daagt mensen ook uit om mee te doen. In het rapport wordt dat treffend verwoord met: “Iedereen heeft het recht om mee te doen en de plicht om bij te dragen”. Niemand mag aan de kant blijven staan. Dat is pas écht sociaal. Zij die niet de veerkracht bezitten of onvoldoende toegerust zijn om hun plek op de arbeidsmarkt te vinden, moeten natuurlijk altijd op de solidariteit van de samenleving kunnen blijven rekenen.
  • Het CDA blijft ook kiezen voor het gezin. Voor een sterke samenleving zijn sterke gezinnen nodig. In gezinnen worden waarden en normen overgedragen op de kinderen en wordt een veilige omgeving geboden om te leren. 
  • Het CDA kiest ervoor om de overheid, maar óók de markt, als instrument te zien voor de samenleving. Daarmee kiest het CDA dus niet voor links (meer overheid) of rechts (meer markt) maar voor het midden (meer samenleving). Dat is een radicale keuze, vandaar de term “radicale midden”. De keuze voor de samenleving betekent dat het CDA veel ruimte wil voor het maatschappelijk initiatief en de verschillen accepteert die dat tot gevolg heeft.

In het rapport worden de grootste uitdagingen van de komende tijd benoemd en wordt beschreven hoe we die uitdagingen tegemoet willen treden. Het zal niemand die mij goed kent verrassen dat ik buitengewoon tevreden ben voor de keuze voor vraaggestuurde zorg en keuzevrijheid in de zorg. Ook kiest het CDA met nadruk voor de inclusieve samenleving, waar ook mensen met beperkingen, tot hun recht kunnen komen. Het CDA kiest ook voor een slagvaardige overheid en degelijke overheidsfinanciën. We mogen het voor onze kinderen toch niet accepteren dat iedere Nederlander al met een schuld van 50.000 euro wordt geboren? We zullen echt zuiniger moeten worden, ook al vraagt dat soms om pijnlijke keuzes. Ook de keuze voor duurzaamheid spreekt mij zeer aan. Respectvol omgaan met natuur en milieu en dat combineren met een gezonde economische groei. Hoewel het Strategisch Beraad nergens met geld strooit, wordt een uitzondering gemaakt voor onderwijs. Daar dient verder in geïnvesteerd te worden, om Nederland op een toppositie te houden en om mensen maximaal te laten meedoen in de samenleving.  

Aan het eind van het rapport wordt voorgesteld om met elkaar in beweging te komen, om Nederland structureel te versterken. Die bewegingen zijn:

  1. Van vrijblijvend naar betrokken
  2. Van grenzen naar ruimte
  3. Van verbruiken naar waarderen
  4. Van polarisatie naar participatie
  5. Van nazorg naar voorzorg

De klus van het strategisch beraad is bijna geklaard. Bijna, want met het rapport dat er nu ligt gaan we de komende maanden het land in. We hopen dat tal van CDA afdelingen het rapport gaan agenderen, zodat er binnen onze partij een gedegen, inhoudelijke discussie over kan gaan plaatsvinden. Gisteren op het congres was daarvoor de aftrap, die me het vertrouwen gaf dat we tot veel zinvolle en geïnspireerde gesprekken zullen komen. In het congres op 2 juni zal de partij zich uitspreken over de strategische koers.

 

Wordt 2012 het jaar van de verbinding?

Ik kwam in de afgelopen weken even niet toe aan mijn weblog, maar hier ben ik weer. Wat is er intussen veel gebeurd! Terugkijkend op de afgelopen weken kan ik nog nagenieten van alle activiteiten die in Huizen georganiseerd zijn. Het voorproefje op het Oude Raadhuisplein, waar heel veel mensen elkaar ontmoetten, de Huizerdag in de stralende zon en de Huizer botterdagen, waar de goede contacten tussen gemeenten in onze regio werden verstevigd.  

Samenwerking bij de Taeje Bokkesrace

Maar wat te denken van de activiteiten van de vele sportverenigingen die in de afgelopen weken weer van start zijn gegaan? De talloze activiteiten die voor jongeren én ouderen werden georganiseerd. De spontane nieuwe initiatieven, zoals het opzetten van een systeem van ‘schuldhulpmaatjes’ vanuit de kerken. De serviceclubs, die zich inzetten voor de locale samenleving door het organiseren van het South Sea Jazzfestival of door het realiseren van een monument voor de Huizer vissers. En dan alle activiteiten vanuit zorginstellingen en welzijnsorganisaties, die hun stinkende best doen om de eigen kracht van kwetsbare burgers te versterken. Zomaar wat voorbeelden uit mijn dagelijkse ervaringen in de afgelopen weken!
Maar niet alleen organisaties komen iedere keer weer verrassend uit de hoek. Ook individuele burgers blijven me inspireren. In ons WMO beleid hebben we de regie (weer) teruggelegd bij de burger en wat blijkt uit de gesprekken die onze consulenten met burgers hebben? Die burgers pakken die regie uitstekend op, ze nemen hun verantwoordelijkheid, voor zichzelf, maar ook voor hun omgeving.
Het is allemaal eigenlijk overweldigend wat er in ons dorp gebeurt. Ik onderga dit alles bijna als ‘vanzelfsprekend’. En misschien is dit ook wel zo. Er zit zo enorm veel kracht in de samenleving, dat het bijna belachelijk is om als bestuurder te denken dat  je daar zelf een dominante rol in zouden moeten hebben. 
Vandaag las ik de trendrede 2012. Het is de tweede keer, dat een aantal trendwatchers bij elkaar zijn gaan zitten om te zien wat er in ons land aan de hand is. Een goed leesbaar stuk, waarin toch ook wel een flink aantal stevige uitspraken worden gedaan, die mij als bestuurder aan het denken zetten.
Wat dacht u bijvoorbeeld van deze trend:
“Er is woede en onbegrip. We lopen vast in allerlei systemen. We zijn verkloofd. We zien mensen langzaam afstand nemen van het systeem van onbeperkte, maar vooral van betekenisloze groei – enkrimp. Men ziet deze periode als een stap terug, maar het is eerder een stap opzij. Woede creëert nieuwe wegen. Veel individuen zetten zwijgend een kleine stap. En straks zal blijken, dat we collectief een nieuwe richting zijn ingeslagen. Het wachten is op een charismatische nieuwe semantiek, op nieuwe autoriteiten met een fris vocabulaire, in een andere toonsoort dan we gewend zijn geweest de afgelopen jaren”.
Of deze: 
“De burger zoekt geen macht, voert geen actie en zit niet lijdzaam bij de pakken neer. Hij zet een zwijgende revolutie in gang, waarbij oude patronen langzamerhand opzij worden geschoven. Zelfsturing is een kernwoord voor 2012”.
 
Eén van de vragen die aan het eind open blijven is: “Blijven we bij de pakken neerzitten? Of herpakken we de kracht die in onze cultuur schuilt?”
De trendwatchers pleiten er aan het eind van hun betoog voor om 2012 te bestempelen als het jaar van de ‘verbinding’. Dat spreekt mij wel aan. Voor mij is dan de kernvraag, of het gaat lukken om de verbinding te leggen tussen de kracht die in onze cultuur schuilt en de richting die  we als overheid én burgers steeds weer gezamenlijk zullen moeten kiezen.
Wauw, wat een uitdaging. Want wat schuilt er een kracht in ons eigen dorp Huizen, in onze regio, in ons land!
Ik krijg er weer helemaal energie van!